Je
«Je» betekent hier ik en is het onderwerp van de zin. Het staat bijvoorbeeld in «Je me suis inscrit» en «Je peux vous aider». Een gebruikelijk patroon is Je + werkwoord.
me
«me» verwijst hier naar de spreker zelf in «Je me suis inscrit»: ik heb mezelf ingeschreven. Het hoort bij de uitdrukking «Je me suis inscrit» en staat vóór de vervoegde werkwoordsvorm.
suis
«suis» helpt hier samen met «inscrit» om uit te drukken dat de spreker zich heeft ingeschreven. De exacte vorm «suis» komt van être. Een bruikbaar patroon is Je me suis + voltooid deelwoord.
inscrit
«inscrit» betekent hier ingeschreven in «Je me suis inscrit». De vorm komt van inscrire en staat hier samen met «me suis» om de afgeronde inschrijving uit te drukken. Een veelgebruikt patroon is s'inscrire à + evenement.
en
«en» betekent hier online als onderdeel van «en ligne». De twee woorden samen geven aan dat iets via internet gebeurt. Gebruik «en ligne» bijvoorbeeld bij een inschrijving of versie.
ligne
«ligne» krijgt in «en ligne» de betekenis online. De vaste combinatie wordt gebruikt voor iets dat via internet beschikbaar is. Een herbruikbaar patroon is une version en ligne.
à
«à» verbindt de inschrijving met het evenement in «inscrit en ligne à la conférence d'aujourd'hui». Hier betekent het ongeveer voor of aan. Een bruikbaar patroon is s'inscrire à + evenement.
la
«la» is het bepaalde lidwoord vóór «conférence» en betekent de. Aan het begin van de zin verschijnt dezelfde vorm als «La» in «La séance d'ouverture». Het staat vóór een zelfstandig naamwoord.
conférence
«conférence» betekent conferentie in «la conférence d'aujourd'hui». Het woord benoemt hier het evenement waarvoor de spreker zich heeft ingeschreven. Een bruikbaar patroon is participer à une conférence.
d'aujourd'hui
«d'aujourd'hui» betekent van vandaag en specificeert welke conferentie bedoeld wordt. De vorm is een vaste verbinding met vandaag en staat hier na «la conférence». Een herbruikbaar patroon is le programme d'aujourd'hui.
peux
«peux» betekent kan in «Je peux vous aider». De vorm komt van pouvoir en drukt hier de mogelijkheid of bereidheid uit om te helpen. Een bruikbaar patroon is Je peux + infinitief.
vous
«vous» betekent hier u en is de persoon die geholpen wordt. In «Je peux vous aider» staat het vóór «aider». In een formele situatie kun je het patroon Je peux vous aider à + infinitief gebruiken.
aider
«aider» betekent helpen in «Je peux vous aider à vous enregistrer». Het is een infinitief na «peux» en geeft aan wat de medewerker kan doen. Een bruikbaar patroon is aider quelqu'un à + infinitief.
enregistrer
«enregistrer» betekent hier inchecken of registreren in «vous enregistrer». Het staat na «à» en verwijst naar de handeling die de bezoeker op het scherm uitvoert. Een bruikbaar patroon is aider quelqu'un à s'enregistrer.
Veuillez
«Veuillez» betekent gelieve of alstublieft en maakt «Veuillez confirmer votre inscription» tot een beleefde instructie. Het wordt gebruikt vóór een infinitief. Een gebruikelijk patroon is Veuillez + infinitief.
confirmer
«confirmer» betekent bevestigen in «Veuillez confirmer votre inscription». Het is de handeling die de bezoeker op het scherm moet uitvoeren. Een bruikbaar patroon is confirmer + inschrijving, afspraak of informatie.
votre
«votre» betekent uw in «votre inscription». Het geeft aan dat de inschrijving bij de aangesprokene hoort. Gebruik «votre» vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in «votre badge».
inscription
«inscription» betekent inschrijving of registratie in «votre inscription». Het benoemt hier de registratie voor de conferentie. Een bruikbaar patroon is confirmer votre inscription.
sur
«sur» betekent op in «sur cet écran». Het geeft aan waar de registratie bevestigd moet worden. Een gebruikelijk patroon is sur + oppervlak of medium, zoals sur cet écran.
cet
«cet» betekent deze of dit vóór «écran» in «cet écran». Deze vorm wordt hier gebruikt vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat met een klinkerklank begint. Gebruik het patroon cet + zelfstandig naamwoord.
écran
«écran» betekent scherm in «sur cet écran». Het benoemt het scherm waarop de registratie zichtbaar is en bevestigd moet worden. Een bruikbaar patroon is regarder quelque chose sur un écran.
On
«On» betekent hier men of je in «On y voit mon inscription»: op het scherm kun je de inschrijving zien. Het is het onderwerp van «voit». Een veelgebruikt patroon is On + werkwoord.
y
«y» betekent hier erop of daar en verwijst naar het scherm in «On y voit mon inscription». Het vervangt de plaats of het medium waar iets zichtbaar is. Een bruikbaar patroon is y + werkwoord, zoals in «On y voit».
voit
«voit» betekent ziet in «On y voit mon inscription». De vorm komt van voir en wordt hier gebruikt met «On». Een herbruikbaar patroon is On voit + wat je ziet.
mon
«mon» betekent mijn in «mon inscription». Deze vorm staat vóór «inscription», dat met een klinkerklank begint. Een bruikbaar patroon is mon + zelfstandig naamwoord.
et
«et» betekent en en verbindt «mon inscription» met «l'atelier de l'après-midi». Het voegt twee onderdelen van de registratie aan elkaar toe. Gebruik «et» om woorden of woordgroepen te verbinden.
l'atelier
«l'atelier» betekent hier de workshop. De apostrof in «l'atelier» laat het lidwoord vóór de klinker van «atelier» wegvallen. Een bruikbaar patroon is l'atelier de + tijd of onderwerp.
de
«de» betekent hier van en verbindt «l'atelier» met «l'après-midi» in «l'atelier de l'après-midi». Het specificeert om welke workshop het gaat. Een bruikbaar patroon is een zelfstandig naamwoord + de + nadere bepaling.
l'après-midi
«l'après-midi» betekent de middag in «l'atelier de l'après-midi». De apostrof komt doordat het lidwoord vóór een klinker staat. Een bruikbaar patroon is de + activiteit + «de l'après-midi».
que
«que» betekent die of dat en verbindt «l'atelier» met de informatie «j'ai choisi». Het verwijst hier naar de workshop die de spreker gekozen heeft. Een bruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + que + zin.
j'ai
«j'ai» betekent ik heb in «que j'ai choisi». Het vormt samen met «choisi» een afgeronde handeling. De vorm is je met de vorm ai van avoir. Een bruikbaar patroon is J'ai + voltooid deelwoord.
choisi
«choisi» betekent gekozen in «que j'ai choisi». De vorm komt van choisir en staat na «j'ai» in de bijzin over de workshop. Een herbruikbaar patroon is J'ai choisi + object.
vois
«vois» betekent zie in «Je vois cet atelier». De vorm komt van voir en beschrijft wat de medewerker op het scherm waarneemt. Een bruikbaar patroon is Je vois + zelfstandig naamwoord.
atelier
«atelier» betekent workshop in «cet atelier». Het verwijst naar de workshop die bij de badgegegevens staat. Een bruikbaar patroon is participer à un atelier.
dans
«dans» betekent in of binnen in «dans les détails de votre badge». Het geeft aan waar de informatie over de workshop te vinden is. Een gebruikelijk patroon is dans + plaats of onderdeel.
les
«les» is het bepaalde lidwoord voor meervoudige zelfstandige naamwoorden, zoals in «les détails» en «Les programmes imprimés». Het betekent hier de. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
détails
«détails» betekent details in «les détails de votre badge». Het verwijst naar de informatie die bij de badge hoort. Een bruikbaar patroon is les détails de + onderwerp.
badge
«badge» betekent badge of naamkaartje in «votre badge». Het is het identificatiemiddel dat de bezoeker ontvangt. Een bruikbaar patroon is recevoir un badge.
a-t-il
«a-t-il» maakt in «Y a-t-il un programme imprimé» deel uit van de vraagvorm voor is er. Het is de omgekeerde vorm van «il y a» in een vraag. Een bruikbaar patroon is Y a-t-il + zelfstandig naamwoord ?
un
«un» betekent een in «un programme imprimé». Het introduceert hier de mogelijkheid van een gedrukt programma. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
programme
«programme» betekent hier programma of agenda. In «un programme imprimé» gaat het om de gedrukte agenda van de conferentie. Een bruikbaar patroon is consulter le programme.
imprimé
«imprimé» betekent gedrukt in «un programme imprimé». Het beschrijft het programma als een papieren of afgedrukte versie. Een bruikbaar patroon is programme imprimé.
ou
«ou» betekent of en verbindt de twee mogelijkheden in «un programme imprimé ou dois-je utiliser la version en ligne ?». Het introduceert hier een alternatief. Gebruik «ou» om keuzes te verbinden.
dois-je
«dois-je» betekent moet ik in «dois-je utiliser la version en ligne ?». De vorm gebruikt vraaginversie en staat vóór de infinitief «utiliser». Een bruikbaar patroon is dois-je + infinitief ?
utiliser
«utiliser» betekent gebruiken in «dois-je utiliser la version en ligne ?». Het is de handeling waarover de spreker advies vraagt. Een bruikbaar patroon is utiliser + hulpmiddel of versie.
version
«version» betekent versie in «la version en ligne». Het verwijst hier naar de online variant van het programma. Een bruikbaar patroon is la version + bijvoeglijke bepaling.
programmes
«programmes» betekent programma's of agenda's in «Les programmes imprimés sont ici». De meervoudsvorm verwijst naar meerdere gedrukte exemplaren. Een bruikbaar patroon is consulter les programmes.
imprimés
«imprimés» betekent gedrukte exemplaren in «Les programmes imprimés». Het beschrijft hier meerdere programma's. Een bruikbaar patroon is programmes imprimés.
sont
«sont» betekent zijn in «Les programmes imprimés sont ici». De vorm komt van être en verbindt de programma's met hun plaats. Een bruikbaar patroon is [zelfstandig naamwoord] sont ici.
ici
«ici» betekent hier in «sont ici». Het verwijst naar de plaats bij de receptiebalie. Een bruikbaar patroon is iets + être + ici.
mais
«mais» betekent maar en introduceert een tegenstelling tussen de gedrukte en online programma's. In «mais la version en ligne contient...» leidt het de aanvullende informatie in. Gebruik «mais» om twee tegengestelde mededelingen te verbinden.
contient
«contient» betekent bevat in «la version en ligne contient la dernière répartition des salles». De vorm komt van contenir en heeft «la version en ligne» als onderwerp. Een bruikbaar patroon is iets bevat + informatie.
dernière
«dernière» betekent hier meest recente in «la dernière répartition des salles». Het geeft aan dat het om de nieuwste zaalindeling gaat. Een bruikbaar patroon is la dernière + zelfstandig naamwoord.
répartition
«répartition» betekent indeling of verdeling in «la dernière répartition des salles». Hier gaat het om de toewijzing van de conferentiezalen. Een bruikbaar patroon is la répartition des + meervoudig zelfstandig naamwoord.
des
«des» betekent hier van de in «la répartition des salles». Het verbindt de indeling met de zalen die worden toegewezen. Een bruikbaar patroon is zelfstandig naamwoord + des + meervoudig zelfstandig naamwoord.
salles
«salles» betekent zalen in «la répartition des salles». Het verwijst naar de verschillende ruimtes van de conferentie. Een bruikbaar patroon is dans une des salles.
vais
«vais» betekent ga of zal in «Je vais utiliser le programme en ligne». Samen met «utiliser» drukt het een voorgenomen handeling uit. De vorm komt van aller. Een bruikbaar patroon is Je vais + infinitief.
le
«le» is het bepaalde lidwoord vóór «programme» in «le programme en ligne» en betekent het. Het staat hier vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Gebruik het patroon le + zelfstandig naamwoord.
pour
«pour» betekent om in «pour ne manquer aucune mise à jour» en geeft het doel van het gebruik van de online agenda aan. Het staat hier vóór een infinitiefconstructie. Een bruikbaar patroon is pour + infinitief.
ne
«ne» begint hier de ontkenning in «ne manquer aucune mise à jour». Het werkt samen met «aucune»; alleen «ne» draagt hier niet de volledige betekenis van geen. Een bruikbaar patroon is ne + werkwoord + aucun(e) + zelfstandig naamwoord.
manquer
«manquer» betekent missen in «ne manquer aucune mise à jour». Het is een infinitief na «pour» en beschrijft wat de spreker wil voorkomen. Een bruikbaar patroon is manquer + informatie, kans of gebeurtenis.
aucune
«aucune» betekent geen enkele in «ne manquer aucune mise à jour». Het staat vóór «mise à jour» en versterkt daar de ontkenning. Een bruikbaar patroon is ne + werkwoord + aucune + zelfstandig naamwoord.
mise à jour
De volledige uitdrukking «mise à jour» betekent update of bijgewerkte informatie, zoals in «aucune mise à jour». «mise» verwijst naar het op orde of op datum brengen, «à» verbindt dit met «jour», en «jour» betekent dag; samen vormen ze de vaste uitdrukking voor een update. Een nieuw voorbeeld is: J'ai reçu une mise à jour.
Voici
«Voici» betekent hier hier zijn in «Voici votre matériel et votre badge». Het kondigt aan dat de medewerker iets aan de bezoeker overhandigt of aanwijst. Een bruikbaar patroon is Voici + zelfstandig naamwoord.
matériel
«matériel» betekent materiaal in «votre matériel». Het verwijst hier naar de materialen die de deelnemer voor de conferentie ontvangt. Een bruikbaar patroon is préparer le matériel.
quelle
«quelle» betekent welke in «Dans quelle salle». Het vraagt hier om de keuze of identiteit van een zaal en past bij «salle». Een bruikbaar patroon is quelle + zelfstandig naamwoord ?
salle
«salle» betekent zaal of kamer in «Dans quelle salle dois-je aller en premier ?». Het verwijst naar de ruimte waar de bezoeker naartoe moet. Een bruikbaar patroon is dans quelle salle ?
aller
«aller» betekent gaan in «dois-je aller en premier». Het is de infinitief na «dois-je» en beschrijft de verplaatsing naar een zaal. Een bruikbaar patroon is aller dans + plaats.
premier
«premier» betekent eerste in de uitdrukking «en premier». Hier vraagt de bezoeker naar de eerste zaal of sessie die bezocht moet worden. Een bruikbaar patroon is faire quelque chose en premier.
séance
«séance» betekent sessie in «La séance d'ouverture». Het benoemt hier het eerste programmaonderdeel van de conferentie. Een bruikbaar patroon is assister à une séance.
d'ouverture
«d'ouverture» betekent van de opening of openings- in «La séance d'ouverture». De apostrof komt doordat de vorm vóór de klinker van «ouverture» wordt verkort. Een bruikbaar patroon is séance d'ouverture.
a lieu
De volledige uitdrukking «a lieu» betekent vindt plaats in «La séance d'ouverture a lieu dans le hall principal». «a» is de vorm van avoir en «lieu» betekent plaats; samen vormen ze een vaste uitdrukking. Een nieuw voorbeeld is: La réunion a lieu demain.
hall
«hall» betekent hal of grote zaal in «le hall principal». Hier gaat het om de belangrijkste ruimte van de conferentie. Een bruikbaar patroon is hall + beschrijving, zoals «hall principal».
principal
«principal» betekent hoofd- of belangrijkste in «le hall principal». Het beschrijft welke hal bedoeld wordt. Een bruikbaar patroon is le bâtiment principal of le hall principal.
tout
«tout» versterkt in «tout droit» de richtingsaanwijzing en draagt samen met «droit» de betekenis rechtdoor. De uitdrukking wordt gebruikt om iemand een rechte richting te wijzen. Een bruikbaar patroon is aller tout droit.
droit
«droit» betekent in «tout droit» rechtdoor. De betekenis komt hier uit de vaste richtingsuitdrukking «tout droit». Een bruikbaar patroon is continuer tout droit.
au
«au» betekent hier aan of bij de in «au bout de ce couloir». Het is de samengevoegde vorm van à en le. Een bruikbaar patroon is au bout de + plaats of route.
bout
«bout» betekent einde in «au bout de ce couloir». Het geeft het punt aan waar de gang eindigt. Een bruikbaar patroon is au bout de + zelfstandig naamwoord.
ce
«ce» betekent deze in «ce couloir». Het wijst de gang aan waar de spreker naar verwijst. Een bruikbaar patroon is ce + mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
couloir
«couloir» betekent gang in «ce couloir». Het benoemt de doorgang waarlangs de bezoeker rechtdoor moet lopen. Een bruikbaar patroon is au bout du couloir.