Professionele groeidoelen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At work, two colleagues discuss professional growth goals and choose a measurable target for presentation skills..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Professionele groeidoelen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux définir des objectifs plus clairs de développement professionnel pour mon poste actuel.

zje vuh dee-fee-nier dee zob-zjek-tief plys klèr də duh-vlop-man pro-fe-sjo-nèl poer mon post ak-twèl Ik wil duidelijkere doelen voor mijn professionele groei stellen voor mijn huidige functie.
B

Commence par identifier une force et une faiblesse.

ko-mans par ie-dan-ti-fjee uun fors ee uun feb-less Begin met het benoemen van één sterke en één zwakke kant.
A

Ma force, c'est d'organiser les tâches, mais j'ai tendance à éviter de présenter mes idées.

ma fors, sè dor-ga-nie-zée lee tasj, mè zjè tan-dans aa ee-vie-tée də pré-zan-tée mè zée-dé Mijn sterke kant is het organiseren van taken, maar ik vermijd meestal het presenteren van ideeën.
B

Les compétences en présentation seraient donc un domaine utile à développer.

lee kom-pé-tans an pré-zan-ta-sjon suh-rè donk uhn do-mèn ü-til aa duh-vlop-pée Dan zouden presentatievaardigheden een nuttig ontwikkelingsgebied zijn.
A

Devrais-je demander un mentor ou m'exercer pendant les réunions d'équipe ?

də-vrè zje də-man-dé uhn man-tor oe mègzèr-sée pan-dan lee ree-ün-jon dé-keep Zal ik om een mentor vragen of oefenen tijdens teamvergaderingen?
B

Les deux pourraient aider, mais choisis d'abord un objectif mesurable.

lee deuh poe-rè ee-dé, mè sjwa-zie da-bor uhn ob-zjek-tief mé-zuu-rabl Allebei kunnen helpen, maar kies eerst één meetbaar doel.
A

Mon premier objectif sera de faire bientôt un bref point lors d'une réunion d'équipe.

mon pruh-mjee ob-zjek-tief suh-ra də fèèr bjen-too uhn bref pwen lor dün ree-ün-jon dé-keep Mijn eerste doel wordt dat ik binnenkort een korte update geef tijdens een teamvergadering.
B

C'est assez précis pour être évalué plus tard.

sè a-sée pré-sie poer è-truh ee-va-lü-ee plys tar Dat is specifiek genoeg om later te evalueren.
A

Je veux aussi des retours sur la clarté, pas seulement sur ma confiance en moi.

zje vuh oo-sie dee ruh-toer suer laa klar-tée, paa seul-man suer maa kon-fie-ans an mwa Ik wil ook feedback op de duidelijkheid, niet alleen op mijn zelfvertrouwen.
B

Des critères clairs rendent les objectifs de développement professionnel plus concrets et pratiques.

dee kree-tèr klèr rand lee zob-zjek-tief duh-vlop-man pro-fe-sjo-nèl plys kon-krè ee pra-tiek Duidelijke criteria maken professionele groeidoelen concreter en praktischer.

Woord voor woord

Je ‘Je’ betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker in ‘Je veux définir...’. Het staat vóór de persoonsvorm en kan in vergelijkbare zinnen het onderwerp zijn, bijvoorbeeld in ‘Je veux demander...’.
veux ‘Veux’ drukt in ‘Je veux définir...’ uit dat de spreker iets wil doen. Het wordt gebruikt met een infinitief, zoals ‘veux définir’ of ‘veux demander’, bijvoorbeeld wanneer je een plan of wens beschrijft.
définir ‘Définir’ betekent hier doelen vastleggen of bepalen. Na ‘Je veux’ staat deze vorm als infinitief; je kunt hetzelfde patroon gebruiken met een andere handeling, zoals in ‘Je veux demander...’.
des ‘Des’ leidt in ‘des objectifs’ een meervoudige, niet nader bepaalde groep doelen in. Dezelfde vorm staat aan het begin van ‘Des critères clairs’, bijvoorbeeld wanneer je meerdere zaken algemeen benoemt.
objectifs ‘Objectifs’ betekent hier doelen of doelstellingen, namelijk doelen voor professionele ontwikkeling. De meervoudsvorm past bij meerdere doelen en kan worden gecombineerd met ‘définir des objectifs’.
plus ‘Plus’ betekent hier ‘meer’ in de vergelijking ‘plus clairs’: duidelijker. Het staat vóór een bijvoeglijk naamwoord en kan ook in een andere vergelijking worden gebruikt, zoals ‘plus concrets’.
clairs ‘Clairs’ betekent in ‘des objectifs plus clairs’ dat de doelen duidelijker zijn. De vorm hoort bij het meervoudige ‘objectifs’; een vergelijkbaar patroon is ‘des critères clairs’.
de ‘De’ verbindt in ‘de développement professionnel’ de doelen met het gebied waarop ze betrekking hebben. Deze vorm wordt vaak gebruikt om het soort of onderwerp van iets te specificeren.
développement ‘Développement’ betekent hier ontwikkeling, specifiek professionele ontwikkeling. In ‘développement professionnel’ benoemt het zelfstandig naamwoord het gebied waarop de doelen gericht zijn.
professionnel ‘Professionnel’ betekent hier professioneel en beschrijft het soort ontwikkeling in ‘développement professionnel’. Het staat na het zelfstandig naamwoord en kan een werkgerelateerd onderwerp aanduiden.
pour ‘Pour’ betekent hier ‘voor’ en verbindt de doelen met de huidige functie in ‘pour mon poste actuel’. Je gebruikt ‘pour’ ook om het doel of de bestemming van iets aan te geven.
mon ‘Mon’ betekent ‘mijn’ in ‘mon poste actuel’. Het staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; hetzelfde patroon zie je in ‘mon premier objectif’.
poste ‘Poste’ betekent hier functie of positie in het werk. In ‘mon poste actuel’ verwijst het naar de functie die de spreker nu heeft.
actuel ‘Actuel’ betekent hier huidig en beschrijft ‘poste’. Het staat na het zelfstandig naamwoord in ‘mon poste actuel’ en specificeert dat het om de huidige functie gaat.
Commence ‘Commence’ is hier een directe aansporing om te beginnen. In ‘Commence par identifier...’ geeft de spreker één persoon de eerste stap van een aanpak aan.
par ‘Par’ betekent hier ‘met’ in de vaste combinatie ‘Commence par identifier’. De combinatie geeft aan waarmee iemand moet beginnen en kan vóór een infinitief staan.
identifier ‘Identifier’ betekent hier vaststellen of herkennen welke sterke en zwakke punten er zijn. In ‘Commence par identifier...’ volgt het op ‘par’; daarna komen de zaken die je vaststelt.
une ‘Une’ betekent hier ‘een’ en staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord ‘force’. Hetzelfde type lidwoord staat vóór ‘faiblesse’ in ‘une faiblesse’.
force ‘Force’ betekent hier een sterke kant of vaardigheid. In ‘une force et une faiblesse’ wordt het gebruikt bij het benoemen van persoonlijke eigenschappen.
et ‘Et’ betekent ‘en’ en verbindt in ‘une force et une faiblesse’ twee punten. Je gebruikt het om gelijkwaardige woorden of woordgroepen samen te voegen.
faiblesse ‘Faiblesse’ betekent hier een zwakke kant of tekortkoming. In ‘une force et une faiblesse’ vormt het de tweede helft van een paar dat je kunt gebruiken bij een zelfevaluatie.
Ma ‘Ma’ betekent ‘mijn’ in ‘Ma force’. Het staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord ‘force’ en geeft aan van wie die sterke kant is.
c'est ‘C’est’ verbindt in ‘Ma force, c’est d’organiser les tâches’ de sterke kant met de uitleg ervan. De vorm kan worden gebruikt om iets te identificeren of nader toe te lichten.
d'organiser ‘D’organiser’ betekent hier ‘het organiseren’ en legt uit waarin de sterke kant bestaat. De vorm bevat ‘de’ voor ‘organiser’ en volgt op ‘c’est’ in ‘c’est d’organiser les tâches’.
les ‘Les’ is het bepaalde meervoudige lidwoord in ‘les tâches’ en ‘Les compétences’. Het verwijst daar naar taken en vaardigheden als een afgebakende meervoudige groep.
tâches ‘Tâches’ betekent taken, hier de taken die de spreker kan organiseren. Het meervoud past bij meerdere werkzaamheden en staat in de combinatie ‘organiser les tâches’.
mais ‘Mais’ betekent ‘maar’ en introduceert in de zin een tegenstelling tussen een sterke kant en een moeilijkheid. Je gebruikt het om twee tegengestelde of onverwachte delen te verbinden.
j'ai ‘J’ai’ betekent hier ‘ik heb’ in de uitdrukking ‘j’ai tendance à éviter’. Samen met ‘tendance’ beschrijft het een terugkerende neiging of gewoonte.
tendance ‘Tendance’ betekent hier neiging in ‘j’ai tendance à éviter’. De vaste combinatie wordt gevolgd door ‘à’ en een infinitief om te zeggen waartoe iemand geneigd is.
à ‘À’ hoort in ‘avoir tendance à éviter’ bij de constructie voor ‘geneigd zijn om iets te doen’. Na ‘à’ staat hier de infinitief ‘éviter’.
éviter ‘Éviter’ betekent hier vermijden, namelijk vermijden om ideeën te presenteren. In ‘avoir tendance à éviter de présenter...’ volgt het op ‘à’ en wordt het verbonden met een tweede infinitief.
présenter ‘Présenter’ betekent hier presenteren of naar voren brengen van ideeën. In ‘éviter de présenter mes idées’ volgt het op ‘de’; dezelfde infinitief past bij situaties waarin je ideeën aan anderen toont.
mes ‘Mes’ betekent ‘mijn’ in ‘mes idées’. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord ‘idées’ en geeft bezit of betrokkenheid aan.
idées ‘Idées’ betekent ideeën, hier de ideeën die de spreker soms vermijdt te presenteren. Het meervoud staat in de combinatie ‘présenter mes idées’.
compétences ‘Compétences’ betekent vaardigheden, hier vaardigheden op het gebied van presenteren. Het meervoud past bij een verzameling vaardigheden en staat in ‘les compétences en présentation’.
en ‘En’ geeft in ‘compétences en présentation’ het vakgebied of de specifieke soort vaardigheid aan. Je gebruikt deze vorm om te zeggen op welk gebied iemand competenties heeft.
présentation ‘Présentation’ betekent presentatie in ‘compétences en présentation’. Samen met ‘compétences en’ verwijst het naar het vermogen om voor anderen te presenteren.
seraient ‘Seraient’ drukt in ‘Les compétences en présentation seraient...’ een voorzichtige of voorwaardelijke beoordeling uit: ze zouden een nuttig gebied zijn. Zo’n vorm past wanneer je een mogelijkheid of voorstel voorzichtig formuleert.
donc ‘Donc’ betekent hier ‘dus’ en trekt een conclusie uit het vermijden van presentaties. Het staat vóór ‘un domaine utile’ en kan een gevolg of conclusie inleiden.
un ‘Un’ betekent hier ‘een’ en staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord ‘domaine’. Het introduceert één mogelijk ontwikkelingsgebied.
domaine ‘Domaine’ betekent hier gebied of ontwikkelingsgebied. In ‘un domaine utile à développer’ benoemt het de vaardigheidssfeer waarin verdere ontwikkeling nuttig is.
utile ‘Utile’ betekent hier nuttig en beschrijft ‘domaine’. In ‘un domaine utile à développer’ wordt het gebruikt om aan te geven dat verdere ontwikkeling waardevol is.
développer ‘Développer’ betekent hier ontwikkelen of verbeteren. In ‘utile à développer’ volgt het op ‘à’ en benoemt het wat verder kan worden ontwikkeld.
Devrais-je ‘Devrais-je’ betekent hier ‘zou ik moeten?’ en introduceert een vraag om advies. De vorm staat aan het begin van ‘Devrais-je demander...’ en past wanneer je tussen mogelijke acties twijfelt.
demander ‘Demander’ betekent hier vragen om, namelijk vragen om een mentor. In ‘Devrais-je demander un mentor’ volgt het op ‘devrais-je’ en krijgt het gevraagde na zich.
mentor ‘Mentor’ betekent een mentor: iemand die begeleiding geeft. In ‘demander un mentor’ is het de persoon om wie de spreker wil vragen.
ou ‘Ou’ betekent ‘of’ en verbindt in de vraag twee mogelijkheden: een mentor vragen of oefenen. Het wordt gebruikt om alternatieven naast elkaar te zetten.
m'exercer ‘M’exercer’ betekent hier oefenen, met de spreker zelf als degene die oefent. De vorm staat na ‘ou’ en kan worden gebruikt om een activiteit voor persoonlijke verbetering te benoemen.
pendant ‘Pendant’ betekent hier ‘tijdens’ en plaatst het oefenen binnen de tijd van de teamvergaderingen. Het wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord, zoals in ‘pendant les réunions’.
réunions ‘Réunions’ betekent vergaderingen of bijeenkomsten. In ‘pendant les réunions d’équipe’ verwijst het naar meerdere vergadermomenten van het team.
d'équipe ‘D’équipe’ betekent hier ‘van het team’ en specificeert het soort vergaderingen in ‘les réunions d’équipe’. De vorm verbindt de vergaderingen met het team dat eraan deelneemt.
deux ‘Deux’ betekent hier ‘de twee’ en verwijst naar de twee eerder genoemde mogelijkheden. In ‘Les deux pourraient aider’ wordt het zelfstandig gebruikt om beide opties samen aan te duiden.
pourraient ‘Pourraient’ drukt hier uit dat beide opties zouden kunnen helpen. De vorm maakt de beoordeling voorzichtig en wordt gevolgd door de infinitief ‘aider’.
aider ‘Aider’ betekent hier helpen, namelijk bijdragen aan de ontwikkeling van presentatievaardigheden. In ‘pourraient aider’ volgt het als infinitief op ‘pourraient’.
choisis ‘Choisis’ is een directe aansporing om één doel te kiezen. In ‘choisis d’abord un objectif mesurable’ geeft de spreker een concrete volgende stap.
d'abord ‘D’abord’ betekent hier eerst en geeft de volgorde van de actie aan. In ‘choisis d’abord...’ staat het vóór wat als eerste gekozen moet worden.
objectif ‘Objectif’ betekent hier doel of doelstelling. In ‘un objectif mesurable’ gaat het om één concreet doel dat later kan worden beoordeeld.
mesurable ‘Mesurable’ betekent meetbaar en beschrijft het doel in ‘un objectif mesurable’. Het geeft aan dat er later duidelijke criteria kunnen zijn om de voortgang te beoordelen.
premier ‘Premier’ betekent hier eerste en beschrijft ‘objectif’. In ‘Mon premier objectif’ geeft het aan dat dit het eerste doel binnen een reeks doelen is.
sera ‘Sera’ betekent hier ‘zal zijn’ in ‘Mon premier objectif sera...’. De vorm plaatst de benoemde doelstelling in de toekomst en wordt gevolgd door de inhoud van het doel.
faire ‘Faire’ betekent in ‘faire un bref point’ een korte update geven of brengen. Deze infinitief staat na ‘sera’ en wordt in deze uitdrukking gecombineerd met ‘un bref point’.
bientôt ‘Bientôt’ betekent hier binnenkort en geeft aan dat de update in de nabije toekomst plaatsvindt. Het kan worden gebruikt om aan te geven dat een geplande actie snel zal gebeuren.
bref ‘Bref’ betekent hier kort en beschrijft ‘point’ in ‘un bref point’. Het maakt duidelijk dat het om een beknopte update gaat.
point ‘Point’ betekent hier een korte stand-van-zakenupdate in ‘faire un bref point’. Deze uitdrukking is bruikbaar wanneer je tijdens een werkoverleg kort rapporteert over de voortgang.
lors ‘Lors’ betekent hier ‘tijdens’ in de uitdrukking ‘lors d’une réunion d’équipe’. De uitdrukking plaatst een gebeurtenis binnen een bepaald moment of evenement.
d'une ‘D’une’ betekent hier ‘van een’ in ‘lors d’une réunion d’équipe’ en verbindt ‘lors’ met één vergadering. De vorm bestaat uit ‘de’ en ‘une’ en staat vóór het vrouwelijke woord ‘réunion’.
réunion ‘Réunion’ betekent hier vergadering in ‘d’une réunion d’équipe’. Het enkelvoud verwijst naar één specifieke teamvergadering waarin de update wordt gegeven.
assez ‘Assez’ betekent hier genoeg in ‘assez précis’: voldoende precies. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en geeft aan dat aan een bepaalde drempel is voldaan.
précis ‘Précis’ betekent hier specifiek of precies en beschrijft het doel. In ‘C’est assez précis pour...’ beoordeelt de spreker of het doel duidelijk genoeg is om verder te evalueren.
être ‘Être’ betekent hier ‘zijn’ in ‘pour être évalué’: om geëvalueerd te worden. De infinitief maakt deel uit van een doelconstructie na ‘pour’.
évalué ‘Évalué’ betekent hier beoordeeld of geëvalueerd. In ‘être évalué plus tard’ wordt het gebruikt voor het doel dat later wordt beoordeeld.
tard ‘Tard’ betekent hier later in de tijd, in de uitdrukking ‘plus tard’. Die uitdrukking is bruikbaar wanneer je zegt dat een beoordeling niet nu maar op een later moment plaatsvindt.
aussi ‘Aussi’ betekent hier ook en voegt feedback over duidelijkheid toe aan wat de spreker al wil. Het staat vóór ‘des retours’ en kan worden gebruikt om een extra wens of punt toe te voegen.
retours ‘Retours’ betekent hier feedback of reacties van anderen. In ‘des retours sur la clarté’ benoemt het de opmerkingen die de spreker over de duidelijkheid wil ontvangen.
sur ‘Sur’ betekent hier over of met betrekking tot in ‘des retours sur la clarté’. Het verbindt feedback met het onderwerp waarover die feedback gaat.
la ‘La’ is het bepaalde lidwoord vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord ‘clarté’. In ‘la clarté’ verwijst het naar duidelijkheid als het besproken onderwerp.
clarté ‘Clarté’ betekent hier duidelijkheid, namelijk hoe begrijpelijk de presentatie is. In ‘des retours sur la clarté’ benoemt het waarop de feedback gericht moet zijn.
pas ‘Pas’ draagt in ‘pas seulement’ de ontkenning: niet alleen. Samen met ‘seulement’ maakt het duidelijk dat de spreker naast zelfvertrouwen ook een ander aspect belangrijk vindt.
seulement ‘Seulement’ betekent hier alleen of slechts in ‘pas seulement sur ma confiance en moi’. Het beperkt het eerste genoemde onderwerp en maakt ruimte voor een tweede onderwerp, namelijk duidelijkheid.
confiance ‘Confiance’ betekent hier zelfvertrouwen in ‘ma confiance en moi’. De combinatie verwijst naar het vertrouwen dat de spreker in zichzelf heeft tijdens het presenteren.
moi ‘Moi’ betekent hier ‘mijzelf’ in de uitdrukking ‘confiance en moi’. Het geeft aan op wie het vertrouwen gericht is, namelijk de spreker zelf.
critères ‘Critères’ betekent criteria of beoordelingsmaatstaven. In ‘Des critères clairs’ gaat het om duidelijke maatstaven waarmee professionele doelen concreter kunnen worden gemaakt.
rendent ‘Rendent’ betekent hier maken of ervoor zorgen dat iets een bepaalde eigenschap krijgt. In ‘rendent les objectifs... plus concrets’ geeft het aan dat duidelijke criteria de doelen concreter maken.
concrets ‘Concrets’ betekent hier concreet en beschrijft ‘les objectifs’. De vorm staat in ‘rendent les objectifs... plus concrets’ en benadrukt dat de doelen duidelijker uitvoerbaar of beoordeelbaar worden.
pratiques ‘Pratiques’ betekent hier praktisch en beschrijft samen met ‘concrets’ de doelen. In ‘plus concrets et pratiques’ gaat het om doelen die bruikbaar zijn in de dagelijkse werksituatie.

Grammatica

avoir tendance à + infinitif

J'ai tendance à éviter les tâches difficiles.

zjè tan-dans aa ee-vie-tée lee tasj dee-fie-siel

Ik heb de neiging om moeilijke taken te vermijden.

Na « avoir tendance à » volgt een infinitief. De constructie beschrijft een terugkerende neiging.

s'exercer à + infinitif

Je m'exerce à présenter mes compétences.

zje mègzèrs aa pré-zan-tée mè kom-pé-tans

Ik oefen in het presenteren van mijn vaardigheden.

« S'exercer » is een wederkerend werkwoord: het voornaamwoord verandert mee met de persoon.

Frans woordenschat

actuel bijvoeglijk naamwoord
ak-twèl huidig
avoir tendance à uitdrukking
a-vwaar tan-dans aa de neiging hebben om
commencer werkwoord
ko-man-sée beginnen Commence
définir werkwoord
dee-fee-nier definiëren
développement professionnel uitdrukking
duh-vlop-man pro-fe-sjo-nèl professionele ontwikkeling
faiblesse zelfstandig naamwoord
feb-less zwak punt
force zelfstandig naamwoord
fors sterk punt
identifier werkwoord
ie-dan-ti-fjee identificeren
objectif zelfstandig naamwoord
ob-zjek-tief doelstelling objectifs
organiser werkwoord
or-ga-nie-zée organiseren
poste zelfstandig naamwoord
post functie
tâche zelfstandig naamwoord
tasj taak tâches

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

sterk punt

Antwoord tonenforce

zwak punt

Antwoord tonenfaiblesse

doelstelling

Antwoord tonenobjectifs

functie

Antwoord tonenposte