Gericht oefenen met luisteren en wekelijks evalueren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a classroom, two adults review uneven language-study progress and decide to focus on listening practice with a weekly check..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Gericht oefenen met luisteren en wekelijks evalueren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J’étudie tous les jours, mais j’ai toujours l’impression que mes progrès sont irréguliers.

zjee-tü-die toe le zjoer, mè zjé toe-zjoer lẽ-pre-sjõ kuh mè pro-grè sõ-tiré-gü-ljee. Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselvallig.
B

Qu’est-ce qui marche le moins bien quand tu parles avec des gens ?

kès-ki marsj luh mwẽ bjẽ kã tü parl avek dee zjã? Wat gaat er het vaakst mis als je met mensen praat?
A

C’est la compréhension orale, surtout quand les gens parlent à un rythme naturel.

sè la kõ-pre-ã-sjõ o-raal, sür-too kã le zjã parl a ün rietm na-tü-rèl. Dat is luisteren, vooral als mensen op een natuurlijk tempo praten.
B

Alors, consacre plus de temps à l’écoute avant d’ajouter de nouveaux exercices de grammaire.

a-lor, kõ-sakr plü duh tã a lee-koet a-vã da-zjoe-tee duh noe-voo eg-zèr-sies duh gra-mèr. Besteed dan meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.
A

Comment puis-je savoir si je progresse sans passer des tests tout le temps ?

ko-mã pwie-zjuh sa-vwaar sie zjuh pro-grès sã pa-see dee tèst toe luh tã? Hoe kan ik weten of ik beter word zonder steeds toetsen te maken?
B

Utilise le même court enregistrement deux fois et compare ce que tu as compris.

ü-ti-liez luh mèm koer ã-ruh-zjis-truh-mã duh fwa ee kõ-par suh kuh tü a kõ-prie. Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.
A

Cela me donne un repère plus clair que de changer de matériel chaque jour.

suh-la muh don ün ruh-pèr plü klèr kuh duh sjã-zjee duh ma-tee-rjèl sjak zjoer. Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag ander materiaal gebruiken.
B

Cela montre aussi si ta méthode fonctionne, et pas seulement combien de temps tu as étudié.

suh-la mõtr oo-sie sie ta mee-tod fonk-sjõ, ee pa sœl-mã kõ-bjẽ duh tã tü a ee-tü-djee. Het laat ook zien of je aanpak werkt, niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd.
A

Je pourrais consulter mes notes une fois par semaine et ajuster ma méthode à partir de là.

zjuh poe-rè kõ-sül-tee mè not ün fwa par suh-mèn ee a-zjüs-tee ma mee-tod a par-tier duh la. Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en mijn aanpak van daaruit aanpassen.
B

Une petite révision comme celle-ci peut t’aider à garder ta pratique ciblée.

ün puh-tiet ree-vie-zjõ kom sèl-sie puh tèd-ee a gar-dee ta pra-tiek sie-blee. Een korte evaluatie zoals deze kan je oefening gericht houden.

Uitleg van de zinnen

  1. J’étudie tous les jours, mais j’ai toujours l’impression que mes progrès sont irréguliers.

    Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselvallig.

    J’étudie
    ik studeer
    tous les jours
    elke dag
    toujours
    nog steeds
    j’ai … l’impression
    de indruk hebben
    progrès
    vooruitgang
    irréguliers
    wisselvallig
    Uitgebreide uitleg

    J’étudie komt van étudier en betekent hier dat de spreker studeert. De vorm is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: j’étudie = ik studeer. Bijvoorbeeld: J’étudie le français. = Ik studeer Frans. tous les jours is een vaste tijdsbepaling voor een dagelijkse herhaling: elke dag. Tous en les staan hier samen bij het meervoudige jours. Bijvoorbeeld: Je lis tous les jours. = Ik lees elke dag. toujours betekent hier ‘nog steeds’: de beschreven indruk blijft bestaan. Het staat vóór l’impression-gedeelte, maar bepaalt niet op zichzelf de tijd van j’ai. Bijvoorbeeld: Je suis toujours fatigué. = Ik ben nog steeds moe. j’ai l’impression is de gebruikelijke Franse constructie voor ‘ik heb de indruk’ of ‘ik heb het gevoel’. ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir; het zelfstandig naamwoord is impression, met het vrouwelijke lidwoord l’ voor de klinker. De constructie kan gevolgd worden door que en een volledige bijzin: J’ai l’impression que tu comprends. = Ik heb de indruk dat je het begrijpt. progrès betekent hier ‘vooruitgang’. Het woord wordt in het Frans hetzelfde geschreven in het enkelvoud en meervoud; het bezittelijk woord of een ander bepalend woord laat het aantal zien. In mes progrès is het meervoud, omdat mes meervoud aanduidt. Bijvoorbeeld: Je vois des progrès. = Ik zie vooruitgang. irréguliers beschrijft hier de vooruitgang als niet gelijkmatig of wisselvallig. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord irrégulier; irréguliers is de mannelijke meervoudsvorm. Die vorm stemt af op het mannelijke meervoudige progrès, niet op een zelfstandig naamwoord in de vertaling. Bijvoorbeeld: Mes résultats sont irréguliers. = Mijn resultaten zijn wisselvallig. Samen betekent de zin: J’étudie tous les jours geeft de dagelijkse activiteit aan. mais introduceert het contrast, en j’ai toujours l’impression que mes progrès sont irréguliers zegt dat de spreker ondanks die dagelijkse studie nog steeds de indruk heeft dat de vooruitgang wisselvallig is. Sont is hier de derde persoon meervoud van être, passend bij mes progrès, en irréguliers is het bijvoeglijk naamwoord dat daarop aansluit.

  2. Qu’est-ce qui marche le moins bien quand tu parles avec des gens ?

    Wat gaat er het vaakst mis als je met mensen praat?

    Qu’est-ce qui
    wat …?
    marche
    werkt / gaat
    le moins bien
    het minst goed
    quand
    wanneer / als
    parles
    praat
    avec
    met
    gens
    mensen
    Uitgebreide uitleg

    Qu’est-ce qui is een vaste vraagconstructie voor “wat …?” wanneer wat zelf het onderwerp is van het gevraagde werkwoord. Hier vraagt de zin dus wat het minst goed gaat; het is niet dezelfde constructie als qu’est-ce que, waarbij wat het lijdend voorwerp is. Voorbeeld: Qu’est-ce qui change ? — “Wat verandert er?” marche komt van marcher en is hier de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud. In deze context betekent marcher niet letterlijk “lopen”, maar “werken” of “goed gaan”. Voorbeeld: Ça marche bien. — “Dat werkt goed.” le moins bien maakt een vergelijking: iets gaat minder goed dan de andere relevante mogelijkheden. bien betekent “goed”; moins bien betekent “minder goed” en le moins bien “het minst goed”. Het lidwoord le hoort hier bij deze vaste overtreffende vergelijking. Voorbeeld: Cette méthode marche le mieux. — “Deze methode werkt het best.” quand leidt de tijds- of situatiesbijzin in en betekent hier “als” of “wanneer”. Het verbindt de algemene beoordeling met de situatie waarin die geldt. Voorbeeld: Je comprends mieux quand tu parles lentement. — “Ik begrijp het beter als je langzaam praat.” parles komt van parler en is de tegenwoordige tijd bij tu: “jij praat”. De uitgang -es hoort bij deze tu-vorm; bij je is het je parle, en bij vous vous parlez. Voorbeeld: Tu parles français. — “Jij spreekt Frans.” avec betekent “met” en geeft hier aan met wie er gesproken wordt. Voorbeeld: Elle travaille avec son équipe. — “Zij werkt met haar team.” gens betekent “mensen”. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; in avec des gens betekent het “met mensen”, zonder dat een exact aantal wordt aangegeven. des is hier een onbepaald meervoudig lidwoord, niet op zichzelf een vaste telwaarde. Voorbeeld: Il parle avec des gens différents. — “Hij praat met verschillende mensen.” Samen vormt Qu’est-ce qui marche le moins bien de vraag “Wat gaat het minst goed?” of, in de vaste Nederlandse vertaling, “Wat gaat er het vaakst mis?” Daarna specificeert quand tu parles avec des gens de situatie: “als je met mensen praat”. De volledige betekenis is dus: “Wat gaat het minst goed wanneer je met mensen praat?” De bijzin begint met quand en bevat het onderwerp tu met de werkwoordsvorm parles.

  3. C’est la compréhension orale, surtout quand les gens parlent à un rythme naturel.

    Dat is luisteren, vooral als mensen op een natuurlijk tempo praten.

    C’est
    Dat is
    compréhension
    begrip
    orale
    mondelinge
    surtout
    vooral
    quand
    wanneer / als
    gens
    mensen
    parlent
    praten
    rythme
    tempo
    naturel
    natuurlijk
    Uitgebreide uitleg

    C’est is de vaste combinatie van ce en est: letterlijk ongeveer “dat is”. Ce is hier een aanwijzend voornaamwoord; de Nederlandse vertaling legt de bedoelde verwijzing vast als “dat”. Est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). compréhension betekent hier luisterbegrip of luistervaardigheid. Het zelfstandig naamwoord is afgeleid van comprendre (“begrijpen”); compréhension benoemt dus het begrijpen zelf, niet een persoon die begrijpt. Een bruikbaar contrast is compréhension écrite (“leesbegrip”) tegenover compréhension orale (“luisterbegrip”). orale beschrijft compréhension en staat daarom in de vrouwelijke enkelvoudsvorm. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is oral; orale is de vorm die hier bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord past. De combinatie compréhension orale wordt in deze zin het best opgevat als “luisteren” of “luisterbegrip”. surtout betekent “vooral” en beperkt de nadruk tot wat erop volgt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. quand leidt hier de tijdsvoorwaarde in: “als” of “wanneer”. Het verbindt de hoofdzin met de situatie waarin de mensen spreken. Bijvoorbeeld: Quand il pleut, je reste chez moi. — “Als het regent, blijf ik thuis.” les gens betekent “de mensen”. Gens is een meervoudig zelfstandig naamwoord; het lidwoord les maakt het meervoud expliciet. In deze vaste zin is het de groep die spreekt. parlent betekent “praten” of “spreken” en is de tegenwoordige tijd van parler, bij ils/elles: ils parlent. De uitgang -ent wordt in deze vorm normaal niet uitgesproken. Bijvoorbeeld: Les gens parlent vite. — “De mensen praten snel.” à un rythme naturel betekent “op een natuurlijk tempo”. Rythme is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Naturel is het bijvoeglijk naamwoord erbij en staat daarom in de mannelijke enkelvoudsvorm; de vrouwelijke vorm is naturelle. Un is hier een onbepaald lidwoord en drukt niet op zichzelf een specifiek geteld aantal uit. Samen zegt C’est la compréhension orale dat het probleem of aandachtspunt luisteren is. surtout quand les gens parlent à un rythme naturel vernauwt dat tot de situatie waarin mensen op een natuurlijk tempo spreken. De volledige betekenis is dus: “Dat is luisteren, vooral als mensen op een natuurlijk tempo praten.”

  4. Alors, consacre plus de temps à l’écoute avant d’ajouter de nouveaux exercices de grammaire.

    Besteed dan meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.

    Alors
    dan
    consacre
    besteed
    plus de temps
    meer tijd
    à l’écoute
    aan het luisteren
    avant
    voordat
    ajouter
    toevoegen
    nouveaux
    nieuwe
    exercices
    oefeningen
    grammaire
    grammatica
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” en verbindt deze aanbeveling met de voorafgaande uitleg. Het is een kort verbindingswoord; de precieze betekenis komt uit de context. consacre is de gebiedende wijs van consacrer voor tu: “besteed”. De aangesprokene is dus degene die de tijd moet besteden. In een gewone mededelende zin verschijnt dezelfde persoon bijvoorbeeld als tu consacres (“jij besteedt”). plus de temps betekent “meer tijd”. plus vergelijkt de bedoelde hoeveelheid met een eerdere of veronderstelde hoeveelheid; de temps benoemt wat er meer moet zijn. temps is hier het zelfstandig naamwoord “tijd”. De uitdrukking zegt niet hoeveel tijd precies. à l’écoute betekent hier “aan het luisteren” of natuurlijker “met luisteren bezig”. écoute is in deze vaste uitdrukking een zelfstandig naamwoord, geen vervoegde werkwoordsvorm. De constructie consacrer du temps à ... is herbruikbaar: Je consacre du temps à la lecture. — “Ik besteed tijd aan lezen.” avant geeft aan dat iets eerder gebeurt dan iets anders: “voordat”. Met een infinitief volgt de constructie avant de + infinitief; hier wordt dat samen avant d’ajouter, omdat de vóór een klinker wordt ingekort tot d’. ajouter is de infinitief van “toevoegen”. Na avant de blijft het werkwoord in de infinitief, omdat niet een nieuwe vervoegde hoofdzin maar de tijdsrelatie wordt uitgedrukt. Ajoute un exemple. betekent bijvoorbeeld “Voeg een voorbeeld toe.” nouveaux betekent “nieuwe” en hoort bij exercices. Het is de mannelijke meervoudsvorm van nouveau: nouveau (mannelijk enkelvoud), nouveaux (mannelijk meervoud), nouvelle (vrouwelijk enkelvoud), nouvelles (vrouwelijk meervoud). De vorm nouveaux wordt hier gekozen omdat exercices mannelijk meervoud is. exercices betekent “oefeningen”. Het is het meervoud van exercice; dat zelfstandig naamwoord is mannelijk in het Frans. Een herbruikbaar voorbeeld is des exercices courts — “korte oefeningen”. grammaire betekent “grammatica”. In exercices de grammaire specificeert het zelfstandig naamwoord na de het soort oefeningen: grammaticaoefeningen. Het is niet zelf het woord dat in het meervoud staat; exercices draagt hier de meervoudsvorm. Samen vormt de zin de aanbeveling: Alors (“dan”) + consacre plus de temps à l’écoute (“besteed meer tijd aan luisteren”) + avant d’ajouter de nouveaux exercices de grammaire (“voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt”). De aangesprokene moet dus eerst meer tijd aan luisterbegrip besteden en pas daarna nieuwe grammaticaoefeningen toevoegen.

  5. Comment puis-je savoir si je progresse sans passer des tests tout le temps ?

    Hoe kan ik weten of ik beter word zonder steeds toetsen te maken?

    Comment puis-je
    Hoe kan ik
    savoir
    weten
    si
    of
    progresse
    vooruitga
    sans
    zonder
    passer
    maken of afleggen
    tests
    toetsen
    tout le temps
    steeds
    Uitgebreide uitleg

    Comment puis-je is een vraagpatroon met de betekenis “hoe kan ik ...?”. In puis-je staat het werkwoord vóór het onderwerp; puis is daarbij de speciale vorm van pouvoir die in deze inversievraag wordt gebruikt. In een gewone mededeling staat bijvoorbeeld Je peux ... (“Ik kan ...”). Savoir betekent hier “weten”. Het is de infinitief en verandert in deze constructie niet door je. Een nuttig contrast is savoir voor kennis of informatie tegenover connaître voor vertrouwdheid met bijvoorbeeld een persoon of plaats. Voorbeeld: Je sais la réponse. — “Ik weet het antwoord.” Si betekent hier “of” in een indirecte ja-neevraag: savoir si... betekent “weten of...”. In andere contexten kan si ook “als” betekenen. Voorbeeld: Je ne sais pas si elle vient. — “Ik weet niet of ze komt.” Progresse komt van progresser en is de tegenwoordige tijd bij je: je progresse betekent “ik ga vooruit” of “ik word beter”. In deze vorm draagt progresse de werkwoordinformatie voor de eerste persoon enkelvoud samen met het onderwerp je. Een bruikbare tegenstelling is progresser tegenover stagner: “vooruitgaan” tegenover “stilstaan”. Voorbeeld: Je progresse en français. — “Ik ga vooruit in het Frans.” Sans betekent “zonder” en kan vóór een infinitief staan om aan te geven dat iets gebeurt zonder de handeling van dat infinitief: sans + infinitief. Voorbeeld: Elle apprend sans traduire chaque phrase. — “Ze leert zonder elke zin te vertalen.” Passer is hier de infinitief na sans. In passer un test of passer des tests betekent het “een toets maken” of “een test afleggen”; de betekenis wordt dus door de combinatie bepaald, niet door het werkwoord in elke context. Voorbeeld: Je passe un test demain. — “Ik maak morgen een toets.” Tests is het meervoud van test. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk; het meervoud wordt hier in de spelling gemarkeerd met -s, die normaal niet wordt uitgesproken. Het lidwoord des vóór tests laat in deze zin het meervoud zien. Tout le temps is een tijdsbepaling met de betekenis “de hele tijd” of, zoals hier, “steeds”. Samen met passer des tests geeft het aan dat de toetsen voortdurend zouden worden gemaakt. Samen vormt Comment puis-je savoir si je progresse de vraag “Hoe kan ik weten of ik vooruitga?”. Sans passer des tests tout le temps voegt toe dat dit gebeurt zonder steeds toetsen te maken. De volledige betekenis is: “Hoe kan ik weten of ik beter word zonder steeds toetsen te maken?”

  6. Utilise le même court enregistrement deux fois et compare ce que tu as compris.

    Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.

    Utilise
    gebruik
    même
    dezelfde
    court
    kort
    enregistrement
    opname
    deux fois
    twee keer
    compare
    vergelijk
    ce que
    wat
    compris
    begrepen
    Uitgebreide uitleg

    Utilise betekent hier “gebruik” en is de gebiedende wijs voor één persoon, met het niet-uitgesproken onderwerp tu, van utiliser. Bij werkwoorden op -er heeft de bevestigende gebiedende wijs in de tweede persoon enkelvoud meestal geen slot-s: utilise, niet utilises. Voorbeeld: Utilise ce livre. — “Gebruik dit boek.” même geeft aan dat het om dezelfde gaat als een eerder bedoelde opname. Het staat hier bij enregistrement en verandert niet naar een aparte vrouwelijke vorm; wel is er een meervoudsvorm: même tegenover mêmes. Voorbeeld: Nous prenons le même chemin. — “We nemen dezelfde weg.” court betekent hier “kort” en beschrijft enregistrement. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord: court; vrouwelijk enkelvoud is courte, en meervoud is courts of courtes, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: C’est une courte pause. — “Dat is een korte pauze.” enregistrement is een opname; in deze zin gaat het om het materiaal dat je gebruikt. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk, zoals blijkt uit le même en de vorm court. Voorbeeld: J’écoute un enregistrement. — “Ik luister naar een opname.” deux fois betekent “twee keer”. fois noemt het aantal keren, terwijl deux dat aantal bepaalt. Voorbeeld: Lis cette phrase deux fois. — “Lees deze zin twee keer.” compare betekent hier “vergelijk” en is de gebiedende wijs voor één persoon van comparer, opnieuw met het impliciete onderwerp tu. Net als bij utilise ontbreekt in deze vorm de slot-s van de gewone tu-vorm tu compares. Voorbeeld: Compare les deux réponses. — “Vergelijk de twee antwoorden.” ce que leidt een zinsdeel in dat als geheel het object van compare vormt: “wat”. Na ce que volgt hier een volledige zin, namelijk tu as compris. Dit verschilt van ce qui, dat gebruikt wordt wanneer het ingeleide zinsdeel zelf de handelende rol heeft. Voorbeeld: Écris ce que tu vois. — “Schrijf op wat je ziet.” compris betekent hier “begrepen”. Het is het voltooid deelwoord van comprendre en staat in tu as compris: as is de vorm van avoir bij tu, en compris vormt daarmee de passé composé. Het deelwoord compris verandert in deze constructie niet mee met het onderwerp tu. Voorbeeld: Tu as compris la question. — “Je hebt de vraag begrepen.” De zin bouwt zo op: Utilise geeft de eerste opdracht; le même court enregistrement is wat gebruikt moet worden; deux fois zegt hoe vaak. Daarna geeft compare de tweede opdracht. Je moet vervolgens ce que tu as compris vergelijken: wat jij hebt begrepen. Als geheel betekent de zin: “Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.” De directe gebiedende wijs past bij een praktische instructie.

  7. Cela me donne un repère plus clair que de changer de matériel chaque jour.

    Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag ander materiaal gebruiken.

    Cela
    dat
    donne
    geeft
    un repère
    een maatstaf
    plus clair
    duidelijker
    que de
    dan …
    changer
    veranderen
    matériel
    materiaal
    chaque jour
    elke dag
    Uitgebreide uitleg

    Cela is een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp: hier verwijst het naar de in de context beschreven aanpak, namelijk dezelfde korte opname opnieuw gebruiken en vergelijken wat je hebt begrepen. De vorm verandert niet mee met een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In informele Franse taal komt ook ça voor, maar cela is de vorm van deze zin. donne is de tegenwoordige tijd van donner (‘geven’), hier in de derde persoon enkelvoud. De combinatie donner quelque chose à quelqu’un betekent ‘iets aan iemand geven’; in deze zin is me de ontvanger en un repère wat die persoon krijgt. Voorbeeld: Cette comparaison me donne une idée. — ‘Deze vergelijking geeft me een idee.’ un repère betekent hier een referentiepunt of maatstaf waarmee je vooruitgang kunt beoordelen. repère is een mannelijk zelfstandig naamwoord; un is hier het onbepaalde lidwoord en drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Voorbeeld: Ce résultat est un bon repère. — ‘Dit resultaat is een goede maatstaf.’ plus clair is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord clair (‘duidelijk’): clair → plus clair (‘duidelijker’). clair staat hier in de mannelijke enkelvoudsvorm en stemt overeen met het mannelijke zelfstandig naamwoord repère; de vergelijking zelf wordt gevormd met plus ... que. Voorbeeld: Cette règle est plus claire que l’autre. — ‘Deze regel is duidelijker dan de andere.’ que de leidt hier de tweede helft van een vergelijking met een infinitief in: plus ... que de + infinitif, dus ‘duidelijker dan ... te ...’. Het is een vergelijkingsconstructie; de hoort bij de infinitiefconstructie en betekent hier niet zelfstandig ‘van’. changer is de infinitief van changer, ‘veranderen’ of ‘wisselen’. In changer de matériel betekent het werkwoord dat men van materiaal wisselt; de maakt duidelijk wat er wordt vervangen of gewisseld. Voorbeeld: Il préfère changer de méthode. — ‘Hij gebruikt liever een andere methode.’ matériel betekent hier ‘materiaal’ of ‘uitrusting’ in algemene zin. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord en wordt in deze constructie voorafgegaan door de: changer de matériel. Dat is niet hetzelfde als een specifiek stuk materiaal aanwijzen met bijvoorbeeld le matériel. chaque jour betekent ‘elke dag’. chaque verdeelt een reeks momenten één voor één en staat met een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: chaque jour, niet chaque jours. Voorbeeld: Elle lit chaque jour. — ‘Ze leest elke dag.’ Samen betekent Cela me donne un repère plus clair que de changer de matériel chaque jour: de eerder genoemde aanpak geeft de spreker een duidelijker referentiepunt dan elke dag van materiaal wisselen. De vergelijking plaatst dus het herhaald gebruiken en vergelijken van dezelfde opname tegenover dagelijks ander materiaal gebruiken; de zin zegt niet dat er een bepaald aantal materialen wordt genoemd.

  8. Cela montre aussi si ta méthode fonctionne, et pas seulement combien de temps tu as étudié.

    Het laat ook zien of je aanpak werkt, niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd.

    Cela
    het / dat
    montre
    laat zien
    aussi
    ook
    si
    of
    méthode
    aanpak
    fonctionne
    werkt
    pas seulement
    niet alleen
    combien de temps
    hoe lang
    étudié
    gestudeerd
    Uitgebreide uitleg

    Cela is hier het onderwerp van de zin. Het is een aanwijzend voornaamwoord en verwijst naar een eerder genoemde situatie of zaak; de vaste vertaling geeft hier het weer. De precieze referent wordt in deze ene zin niet verder benoemd. montre komt van montrer en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: Cela montre = “dat laat zien”. De vorm past bij het enkelvoudige onderwerp Cela. Een bruikbaar contrast is je montre (“ik laat zien”) tegenover ils montrent (“zij laten zien”). aussi betekent hier “ook”. Het voegt deze vaststelling toe aan andere informatie; het verandert niet wie iets laat zien of wanneer. si leidt hier een indirecte ja-neevraag in en betekent “of”: montrer si ... = “laten zien of ...”. Het is hier dus niet het voorwaardelijke “als”. In een voorwaarde kan hetzelfde woord bijvoorbeeld voorkomen in Si tu étudies, tu progresses — “Als je studeert, ga je vooruit.” In ta méthode betekent méthode “aanpak” of “methode”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une méthode. Omdat het bezeten woord vrouwelijk en enkelvoud is, staat het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord hier als ta; tu is de bezitter. Ta drukt bezit of verbondenheid met tu uit. Het betekent hier niet zelfstandig “jouw methode” zonder het zelfstandig naamwoord. fonctionne komt van fonctionner en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: ta méthode fonctionne = “je aanpak werkt”. Het onderwerp van deze vorm is ta méthode, niet tu. Een korte herbruikbare combinatie is ça fonctionne — “dat werkt”. pas seulement betekent “niet alleen”. Hier staat het na et: ... fonctionne, et pas seulement .... Zo wordt aangegeven dat de werking van de aanpak niet de enige relevante informatie is; daarna volgt wat daarnaast niet als enige maatstaf moet gelden. De vaste zin gebruikt dus niet letterlijk de volgorde pas seulement X, mais aussi Y. combien de temps is de vraaguitdrukking “hoe lang” en vraagt naar een tijdsduur. Combien betekent “hoeveel”, maar in deze vaste combinatie gaat het om de duur, niet om een aantal afzonderlijke dingen. De uitdrukking staat hier binnen een indirecte vraag: combien de temps tu as étudié. étudié is het voltooid deelwoord van étudier, “studeren”. Het staat samen met as, de tweede persoon enkelvoud van avoir: tu as étudié is de passé composé en betekent hier “je hebt gestudeerd”. Het voltooid deelwoord blijft in deze constructie bij avoir in deze vorm étudié; tu is degene die gestudeerd heeft. De volledige opbouw is Cela montre aussi si ta méthode fonctionne — “Het laat ook zien of je aanpak werkt” — gevolgd door et pas seulement combien de temps tu as étudié — “en niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd”. De utterance stelt dus dat iets informatie geeft over de werking van je aanpak en dat die informatie niet beperkt is tot de duur van je studie.

  9. Je pourrais consulter mes notes une fois par semaine et ajuster ma méthode à partir de là.

    Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en mijn aanpak van daaruit aanpassen.

    Je pourrais
    ik zou kunnen
    consulter
    bekijken; raadplegen
    notes
    aantekeningen
    une fois par semaine
    één keer per week
    ajuster
    aanpassen
    méthode
    aanpak; methode
    à partir de là
    van daaruit
    Uitgebreide uitleg

    Je pourrais betekent hier dat de spreker een mogelijke handeling voorstelt: “ik zou kunnen”. Pourrais is de conditionnel présent van pouvoir in de eerste persoon enkelvoud; de infinitief daarna benoemt wat mogelijk zou zijn. Vergelijk: je peux consulter = “ik kan/ben in staat om te bekijken” en je pourrais consulter = “ik zou kunnen bekijken”, een voorzichtiger voorstel of mogelijkheid. consulter is een infinitief met de betekenis “bekijken” of “raadplegen”. Na pouvoir blijft het werkwoord in de infinitief: je pourrais consulter, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Je peux consulter le guide. — “Ik kan de gids raadplegen.” notes betekent hier “aantekeningen”. Het is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord note; het meervoud wordt gevormd met -s. In mes notes drukt mes bezit uit en past het in aantal aan bij het meervoudige zelfstandig naamwoord. De zin specificeert niet wie de aantekeningen heeft gemaakt; de betekenis is eenvoudig “mijn aantekeningen”. une fois par semaine geeft een terugkerende frequentie aan: “één keer per week”. Une fois is één gelegenheid of keer; par semaine verdeelt die frequentie over iedere week. Voorbeeld: Je révise une fois par semaine. — “Ik herhaal één keer per week.” ajuster betekent “aanpassen” of “bijstellen”. Ook dit is een infinitief die onder pourrais valt. De twee infinitieven consulter en ajuster zijn met et verbonden, zodat beide handelingen deel zijn van hetzelfde mogelijke plan. Voorbeeld: Je pourrais ajuster mon plan. — “Ik zou mijn plan kunnen aanpassen.” méthode betekent “methode” of, in deze context, “aanpak”. Het is een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor ma, de vorm van “mijn” bij een vrouwelijk enkelvoud. Het woord verwijst hier naar de manier waarop de spreker werkt of leert, niet naar een afzonderlijke concrete handeling. à partir de là is een vaste uitdrukking met de betekenis “van daaruit” of “op basis daarvan”. Hier verwijst là naar wat uit het voorafgaande raadplegen van de aantekeningen voortkomt: daarna kan de spreker de methode op die basis bijstellen. Voorbeeld: À partir de là, nous continuerons. — “Van daaruit gaan we verder.” Samen betekent de zin: “Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en mijn aanpak van daaruit aanpassen.” Je pourrais maakt van beide verbonden infinitieven een mogelijke werkwijze; eerst gebeurt het raadplegen wekelijks, en vervolgens wordt de methode op basis van die informatie aangepast.

  10. Une petite révision comme celle-ci peut t’aider à garder ta pratique ciblée.

    Een korte evaluatie zoals deze kan je oefening gericht houden.

    petite
    kort
    révision
    evaluatie
    comme celle-ci
    zoals deze
    peut
    kan
    t’aider
    je helpen
    garder
    houden
    pratique
    oefening
    ciblée
    gericht
    Uitgebreide uitleg

    petite beschrijft hier révision als kort. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; de vorm stemt af op het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord révision. Vergelijk: un petit exercice — een korte oefening; une petite révision — een korte evaluatie. révision is hier een evaluatie of herhaling. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het patroon une + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord introduceert hier één soort evaluatie, zonder dat une op zichzelf een expliciet telresultaat uitdrukt. comme celle-ci betekent zoals deze. celle-ci is een vrouwelijk enkelvoudig aanwijzend voornaamwoord; de vorm past bij een vrouwelijk enkelvoudig antecedent. -ci maakt de aanwijzing expliciet naar iets dat in de situatie als deze wordt aangewezen. Een herbruikbaar patroon is comme celui-ci voor een mannelijk enkelvoudig antecedent en comme celles-ci voor vrouwelijke meervoudige antecedenten. peut komt van pouvoir en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. Het onderwerp is hier Une petite révision ..., dus de vorm betekent kan. pouvoir + infinitief drukt een mogelijkheid of vermogen uit: Elle peut aider. — Zij kan helpen. De vorm peut verschilt bijvoorbeeld van peuvent, dat bij een meervoudig onderwerp hoort. t’aider bestaat uit te en het infinitief aider; voor een klinker wordt te verkort tot t’. Hier is te het object van aider: jouer peut t’aider betekent letterlijk dat spelen jou kan helpen. Na aider staat in deze zin, met het verbindende à, nog een infinitief: aider quelqu’un à + infinitief. garder is de infinitief van garder, hier houden of behouden. In t’aider à garder benoemt de infinitief wat de hulp mogelijk maakt. Het patroon aider quelqu’un à garder ... is herbruikbaar: Cette méthode m’aide à garder mon rythme. — Deze methode helpt me mijn ritme te behouden. pratique betekent hier oefening: de activiteit waarmee iemand een vaardigheid beoefent. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, wat ook zichtbaar is in ta pratique en in de vrouwelijke vorm van ciblée erna. In andere contexten kan pratique ook een bijvoeglijk naamwoord zijn, maar hier is het een zelfstandig naamwoord. ciblée betekent hier gericht of doelgericht. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord ciblé en stemt af op het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord pratique. Het gaat dus om een oefening die op een bepaald doel gericht blijft; het is niet pratique dat deze vorm draagt. De volledige opbouw is: Une petite révision — een korte evaluatie; comme celle-ci — zoals deze; peut t’aider — kan je helpen; à garder ta pratique ciblée — om je oefening gericht te houden. Samen betekent de zin: Een korte evaluatie zoals deze kan je oefening gericht houden.

Grammatica

avoir l’impression de + infinitif

J’ai l’impression de progresser.

zjé lẽ-pre-sjõ duh pro-gre-see.

Ik heb de indruk dat ik vooruitga.

Na « avoir l’impression » gebruik je « de » gevolgd door een infinitief.

Frans woordenschat

ajouter werkwoord
a-zjoe-tee toevoegen
avoir l’impression uitdrukking
a-vwaar lẽ-pre-sjõ de indruk hebben
compréhension orale uitdrukking
kõ-pre-ã-sjõ o-raal luistervaardigheid; mondeling begrip
consacrer werkwoord
kõ-sa-kree besteden; wijden consacre
écoute zelfstandig naamwoord
ee-koet luisteren; luisteroefening l’écoute
étudier werkwoord
ee-tü-djee studeren étudie
exercice zelfstandig naamwoord
eg-zèr-sies oefening
irrégulier bijvoeglijk naamwoord
ie-ré-gü-ljee wisselvallig; onregelmatig irréguliers
marcher werkwoord
mar-sjee werken; goed functioneren marche
naturel bijvoeglijk naamwoord
na-tü-rèl natuurlijk
progrès zelfstandig naamwoord
pro-grè vooruitgang
rythme zelfstandig naamwoord
rietm tempo; ritme

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tempo; ritme

Antwoord tonenrythme

werken; goed functioneren

Antwoord tonenmarche

besteden; wijden

Antwoord tonenconsacre

studeren

Antwoord tonenétudie