Gericht oefenen met luisteren en wekelijks evalueren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a classroom, two adults review uneven language-study progress and decide to focus on listening practice with a weekly check..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Gericht oefenen met luisteren en wekelijks evalueren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J’étudie tous les jours, mais j’ai toujours l’impression que mes progrès sont irréguliers.

zjee-tü-die toe le zjoer, mè zjé toe-zjoer lẽ-pre-sjõ kuh mè pro-grè sõ-tiré-gü-ljee. Ik studeer elke dag, maar mijn vooruitgang voelt nog steeds wisselvallig.
B

Qu’est-ce qui marche le moins bien quand tu parles avec des gens ?

kès-ki marsj luh mwẽ bjẽ kã tü parl avek dee zjã? Wat gaat er het vaakst mis als je met mensen praat?
A

C’est la compréhension orale, surtout quand les gens parlent à un rythme naturel.

sè la kõ-pre-ã-sjõ o-raal, sür-too kã le zjã parl a ün rietm na-tü-rèl. Dat is luisteren, vooral als mensen op een natuurlijk tempo praten.
B

Alors, consacre plus de temps à l’écoute avant d’ajouter de nouveaux exercices de grammaire.

a-lor, kõ-sakr plü duh tã a lee-koet a-vã da-zjoe-tee duh noe-voo eg-zèr-sies duh gra-mèr. Besteed dan meer tijd aan luisteren voordat je nieuwe grammaticaoefeningen toevoegt.
A

Comment puis-je savoir si je progresse sans passer des tests tout le temps ?

ko-mã pwie-zjuh sa-vwaar sie zjuh pro-grès sã pa-see dee tèst toe luh tã? Hoe kan ik weten of ik beter word zonder steeds toetsen te maken?
B

Utilise le même court enregistrement deux fois et compare ce que tu as compris.

ü-ti-liez luh mèm koer ã-ruh-zjis-truh-mã duh fwa ee kõ-par suh kuh tü a kõ-prie. Gebruik dezelfde korte opname twee keer en vergelijk wat je hebt begrepen.
A

Cela me donne un repère plus clair que de changer de matériel chaque jour.

suh-la muh don ün ruh-pèr plü klèr kuh duh sjã-zjee duh ma-tee-rjèl sjak zjoer. Dat geeft me een duidelijkere maatstaf dan elke dag ander materiaal gebruiken.
B

Cela montre aussi si ta méthode fonctionne, et pas seulement combien de temps tu as étudié.

suh-la mõtr oo-sie sie ta mee-tod fonk-sjõ, ee pa sœl-mã kõ-bjẽ duh tã tü a ee-tü-djee. Het laat ook zien of je aanpak werkt, niet alleen hoe lang je hebt gestudeerd.
A

Je pourrais consulter mes notes une fois par semaine et ajuster ma méthode à partir de là.

zjuh poe-rè kõ-sül-tee mè not ün fwa par suh-mèn ee a-zjüs-tee ma mee-tod a par-tier duh la. Ik zou mijn aantekeningen één keer per week kunnen bekijken en mijn aanpak van daaruit aanpassen.
B

Une petite révision comme celle-ci peut t’aider à garder ta pratique ciblée.

ün puh-tiet ree-vie-zjõ kom sèl-sie puh tèd-ee a gar-dee ta pra-tiek sie-blee. Een korte evaluatie zoals deze kan je oefening gericht houden.

Woord voor woord

J’étudie J’étudie betekent hier dat ik studeer. Het is de vorm voor ik in de tegenwoordige tijd; gebruik deze vorm om je dagelijkse studie te beschrijven, zoals in J’étudie tous les jours.
tous In tous les jours betekent tous elke en verwijst het naar alle dagen samen. In deze vaste tijdsaanduiding staat het vóór les jours; gebruik de hele uitdrukking om een dagelijkse gewoonte uit te drukken.
les Les is hier het meervoudige bepaalde lidwoord in les jours. Het hoort bij het meervoud jours en komt in tijdsaanduidingen zoals tous les jours voor.
jours Jours betekent dagen in tous les jours. Samen met tous vormt het een tijdsaanduiding voor een gewoonte; gebruik jours wanneer je over meerdere dagen spreekt.
mais Mais verbindt hier twee tegengestelde delen: dagelijks studeren tegenover onregelmatige vooruitgang. Gebruik mais om een tegenstelling of beperking aan te geven.
j’ai J’ai betekent hier ik heb in j’ai toujours l’impression. Met avoir l’impression beschrijf je hoe iets voor je voelt of welke indruk je hebt; j’ai is de vorm bij je.
toujours Toujours betekent hier nog steeds: de indruk blijft bestaan. Het staat bij de verbale uitdrukking j’ai l’impression; gebruik het om aan te geven dat iets voortduurt.
l’impression L’impression betekent hier de indruk in j’ai toujours l’impression que. De uitdrukking avoir l’impression que leidt een persoonlijke indruk met een daaropvolgende mededeling in; gebruik l’impression dus niet los als volledige constructie.
que Que betekent hier dat en verbindt de indruk met de inhoud ervan: que mes progrès sont irréguliers. Gebruik que na een uitdrukking zoals j’ai l’impression om een volledige bijzin in te leiden.
mes Mes betekent mijn bij het meervoudige zelfstandig naamwoord mes progrès. Het bezittelijk woord staat vóór het zelfstandig naamwoord; gebruik mes wanneer meerdere dingen van de spreker zijn.
progrès Progrès betekent hier vooruitgang in mes progrès. Het woord kan in deze context het geheel van iemands ontwikkeling aanduiden; gebruik het bijvoorbeeld als onderwerp van een beoordeling van je leerproces.
sont Sont betekent zijn in mes progrès sont irréguliers. Het is de meervoudsvorm van être bij mes progrès; gebruik deze vorm om meerdere zaken te beschrijven.
irréguliers Irréguliers betekent hier onregelmatig of wisselvallig en beschrijft mes progrès. De vorm sluit aan bij het meervoudige progrès; gebruik het om vooruitgang zonder gelijkmatig patroon te typeren.
Qu’est-ce Qu’est-ce vormt het begin van de vraag Qu’est-ce qui marche le moins bien en vraagt wat het onderwerp van de vraag is. Gebruik deze vraagopening om op een directe manier naar iets te vragen.
qui Qui verwijst hier naar wat als onderwerp van marche: wat werkt het minst goed. In Qu’est-ce qui marche le moins bien staat qui vóór het werkwoord omdat het gevraagde onderdeel de handeling uitvoert.
marche Marche betekent hier werkt of gaat in Qu’est-ce qui marche le moins bien. Het komt van marcher en beschrijft of een onderdeel goed functioneert; gebruik het met iets dat wel of niet goed verloopt.
le Le maakt in le moins bien deel uit van de uitdrukking voor het minst goed. Het staat vóór de combinatie moins bien; gebruik deze vorm wanneer je één onderdeel als zwakste resultaat aanduidt.
moins Moins betekent hier minst in le moins bien. Samen met bien vormt het een beoordeling van hoe goed iets werkt; gebruik moins bien om een minder goed resultaat te beschrijven.
bien Bien betekent goed in le moins bien, maar de combinatie betekent het minst goed. Gebruik bien om de kwaliteit of werking van iets te beoordelen.
quand Quand betekent hier wanneer of als en leidt de situatie in quand tu parles avec des gens. Gebruik quand om aan te geven op welk moment of onder welke omstandigheid iets gebeurt.
tu Tu betekent jij of je in tu parles. Het is het onderwerp van de zin en wordt gebruikt wanneer je iemand rechtstreeks aanspreekt; samen met een werkwoord vormt het een directe mededeling over die persoon.
parles Parles betekent praat in quand tu parles avec des gens. Het komt van parler en is de vorm bij tu; gebruik het met avec om aan te geven met wie je praat.
avec Avec betekent met in avec des gens. Het leidt de persoon of groep in waarmee iemand praat; gebruik avec vóór een persoon of groep.
des Des is hier het onbepaalde meervoudige lidwoord in des gens. Het verwijst naar mensen zonder een bepaalde groep nader te bepalen; gebruik des vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
gens Gens betekent mensen in avec des gens. Het verwijst hier naar de personen met wie iemand praat; gebruik het om mensen als groep aan te duiden.
C’est C’est betekent hier het is of dat is in C’est la compréhension orale. Het koppelt de aangewezen moeilijkheid aan de benaming ervan; gebruik deze vorm om iets te identificeren of te benoemen.
la La is het vrouwelijke enkelvoudige bepaalde lidwoord in la compréhension orale. Het staat vóór compréhension; gebruik la bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
compréhension Compréhension betekent hier begrip, specifiek luisterbegrip in compréhension orale. In deze combinatie gaat het om het begrijpen van gesproken taal; gebruik het om een vaardigheid of resultaat van begrijpen te benoemen.
orale Orale betekent hier mondelinge en specificeert compréhension als luisterbegrip. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke compréhension; gebruik orale om iets met gesproken taal te verbinden.
surtout Surtout betekent vooral en legt nadruk op de situatie die volgt. Het staat vóór quand les gens parlent; gebruik het om één omstandigheid extra te benadrukken.
parlent Parlent betekent praten in quand les gens parlent à un rythme naturel. Het komt van parler en is de vorm bij les gens; gebruik het met een voorzetselgroep zoals à un rythme naturel.
à À betekent hier op of met betrekking tot in à un rythme naturel. Het verbindt praten met het tempo; gebruik à in deze constructie vóór een rythme.
un Un is het onbepaalde mannelijke enkelvoudige lidwoord in un rythme. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord rythme; gebruik un bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
rythme Rythme betekent tempo in à un rythme naturel. De uitdrukking beschrijft de snelheid waarop mensen spreken; gebruik rythme om het tempo van een activiteit aan te duiden.
naturel Naturel betekent natuurlijk en beschrijft un rythme. De vorm sluit aan bij het mannelijke enkelvoudige rythme; gebruik het om een tempo of manier te typeren als normaal of niet kunstmatig.
Alors Alors betekent hier dan en leidt een advies in dat voortvloeit uit de vorige informatie. Gebruik alors om een gevolgtrekking of volgende stap in een gesprek aan te kondigen.
consacre Consacre betekent besteed in consacre plus de temps à l’écoute. Het is een directe aansporing van consacrer; gebruik deze vorm om iemand te adviseren tijd aan iets te wijden.
plus Plus betekent hier meer in plus de temps. Samen met de hoeveelheid tijd geeft het aan dat er een grotere hoeveelheid gewenst is; gebruik plus de vóór een hoeveelheid.
de De staat hier na plus in plus de temps en verbindt meer met de genoemde hoeveelheid. Gebruik de in deze hoeveelheidspatroon vóór het zelfstandig naamwoord.
temps Temps betekent tijd in plus de temps. Het verwijst naar de tijd die aan luisteren wordt besteed; gebruik temps om de duur of beschikbare tijd voor een activiteit te benoemen.
l’écoute L’écoute betekent hier het luisteren of luistervaardigheid in plus de temps à l’écoute. Het zelfstandig naamwoord benoemt de activiteit als oefengebied; gebruik de hele combinatie consacrer du temps à l’écoute om tijd aan luisteren te besteden.
avant Avant betekent hier voordat en geeft aan dat iets eerder moet gebeuren dan het toevoegen van oefeningen. Het staat vóór d’ajouter; gebruik avant de met een infinitief voor een volgorde van handelingen.
d’ajouter D’ajouter betekent toe te voegen in avant d’ajouter de nouveaux exercices. Het bevat de voorzetselvorm de vóór de infinitief ajouter; gebruik avant de gevolgd door een handeling die nog moet plaatsvinden.
nouveaux Nouveaux betekent nieuwe en beschrijft nouveaux exercices. De vorm hoort bij het mannelijke meervoud exercices; gebruik het om meerdere nog niet eerder genoemde oefeningen te beschrijven.
exercices Exercices betekent oefeningen in nouveaux exercices de grammaire. Het verwijst naar activiteiten waarmee grammatica wordt geoefend; gebruik het met de bepaling de grammaire om het soort oefening aan te geven.
grammaire Grammaire betekent grammatica in exercices de grammaire. De constructie de grammaire specificeert waar de oefeningen over gaan; gebruik deze combinatie om grammaticaoefeningen te benoemen.
Comment Comment betekent hoe in Comment puis-je savoir. Het vraagt naar de manier waarop iets mogelijk is; gebruik comment aan het begin van een vraag naar een methode of werkwijze.
puis-je Puis-je betekent kan ik in een vraag en vormt met savoir de vraag Comment puis-je savoir. Het is een vraagvorm met inversie van pouvoir en je; gebruik deze vorm om beleefd of formeel naar je eigen mogelijkheid te vragen.
savoir Savoir betekent weten in puis-je savoir si je progresse. Het is de infinitief na puis-je en leidt de informatie in die de spreker wil verkrijgen; gebruik savoir om kennis of zekerheid over iets uit te drukken.
si Si betekent hier of in savoir si je progresse. Het leidt een indirecte vraag in over de vraag of er vooruitgang is; gebruik si na werkwoorden zoals savoir wanneer je onzekerheid onderzoekt.
je Je betekent ik in je progresse. Het is het onderwerp van de mededeling over de eigen vooruitgang; gebruik je vóór een werkwoord wanneer de spreker over zichzelf praat.
progresse Progresse betekent vooruitga in si je progresse. Het komt van progresser en staat bij je; gebruik deze vorm om te beschrijven of je ontwikkeling maakt.
sans Sans betekent zonder in sans passer des tests. Het leidt een handeling in die niet wordt uitgevoerd; gebruik sans vóór een infinitief om iets uit te sluiten.
passer Passer betekent hier afleggen of doen in passer des tests. De infinitief staat na sans en krijgt des tests als object; gebruik passer des tests om tests te maken of af te leggen.
tests Tests betekent toetsen of tests in passer des tests. Het is het object van passer; gebruik tests voor formele controles van kennis of vooruitgang.
tout Tout betekent hier de hele in tout le temps. Samen met le temps vormt het de uitdrukking de hele tijd; gebruik deze combinatie om voortdurende herhaling of duur aan te geven.
Utilise Utilise betekent gebruik in Utilise le même court enregistrement deux fois. Het is een directe aansporing van utiliser; gebruik deze vorm om iemand een hulpmiddel of materiaal te laten gebruiken.
même Même betekent hier dezelfde in le même court enregistrement. Het benadrukt dat de opname bij beide luisterbeurten niet verandert; gebruik même vóór het zelfstandig naamwoord om gelijkheid of identiek materiaal aan te geven.
court Court betekent kort in le même court enregistrement. De vorm beschrijft het mannelijke enkelvoudige enregistrement; gebruik court om een opname of andere activiteit als kort te typeren.
enregistrement Enregistrement betekent opname in le même court enregistrement. Het verwijst naar het audiomateriaal dat twee keer wordt gebruikt; gebruik het om een vastgelegde audio- of andere opname te benoemen.
fois Fois betekent keer in deux fois. Samen met een getal geeft het aan hoe vaak iets gebeurt; gebruik deux fois om twee herhalingen aan te duiden.
et Et betekent en en verbindt hier twee opdrachten: utilise en compare. Gebruik et om gelijkwaardige handelingen of ideeën met elkaar te verbinden.
compare Compare betekent vergelijk in compare ce que tu as compris. Het is een directe aansporing van comparer; gebruik het met ce que om twee resultaten of waarnemingen naast elkaar te leggen.
ce Ce maakt in ce que tu as compris deel uit van de constructie wat je hebt begrepen. Het verwijst naar de inhoud die wordt vergeleken; gebruik ce que vóór een bijzin wanneer die inhoud als geheel wordt genoemd.
as As is hier de vorm van avoir bij tu in tu as compris. Samen met compris vormt het een voltooide handeling; gebruik as als hulpwerkwoord wanneer je een afgeronde ervaring of handeling aan tu koppelt.
compris Compris betekent begrepen in ce que tu as compris. Het is het voltooid deelwoord van comprendre en staat samen met as; gebruik deze combinatie voor wat iemand heeft begrepen.
Cela Cela betekent dat of dit en verwijst hier naar het tweemaal beluisteren en vergelijken uit de vorige zin. Het staat als onderwerp van Cela me donne; gebruik cela om naar een eerder genoemde handeling of zaak te verwijzen.
me Me betekent mij in Cela me donne un repère. Het is het voornaamwoord voor de persoon die iets krijgt en staat vóór donne; gebruik me wanneer de handeling op de spreker gericht is.
donne Donne betekent geeft in Cela me donne un repère. Het komt van donner en verbindt Cela met wat de spreker krijgt; gebruik donne met een ontvanger en een gegeven zaak.
repère Repère betekent hier maatstaf of ijkpunt in un repère plus clair. Het verwijst naar iets waarmee de spreker vooruitgang kan beoordelen; gebruik repère voor een concreet oriëntatiepunt bij een vergelijking.
clair Clair betekent duidelijk in un repère plus clair. De vorm beschrijft het mannelijke enkelvoudige repère en staat in een vergelijking; gebruik clair om aan te geven dat iets gemakkelijker te begrijpen of te gebruiken is.
changer Changer betekent veranderen in de changer de matériel chaque jour. De infinitief benoemt de handeling die als vergelijking wordt genoemd; gebruik changer de vóór het materiaal dat je verwisselt.
matériel Matériel betekent materiaal in changer de matériel. Het verwijst hier naar het leermateriaal dat dagelijks wordt gewisseld; gebruik matériel voor hulpmiddelen of inhoud die je bij een activiteit gebruikt.
chaque Chaque betekent elke in chaque jour. Het staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en verdeelt de handeling over afzonderlijke dagen; gebruik chaque om elk lid van een reeks apart aan te duiden.
jour Jour betekent dag in chaque jour. Samen met chaque geeft het aan dat iets op iedere dag gebeurt; gebruik jour in tijdsaanduidingen met een dagelijkse frequentie.
montre Montre betekent laat zien in Cela montre aussi si ta méthode fonctionne. Het komt van montrer en introduceert wat de methode duidelijk maakt; gebruik montre om een resultaat of aanwijzing te beschrijven.
aussi Aussi betekent ook in Cela montre aussi si ta méthode fonctionne. Het voegt deze informatie toe aan een eerder genoemd voordeel; gebruik aussi om een extra punt aan een mededeling toe te voegen.
ta Ta betekent jouw bij het vrouwelijke enkelvoudige méthode. Het bezittelijk woord staat vóór het zelfstandig naamwoord; gebruik ta wanneer het vrouwelijke enkelvoudige ding van de aangesproken persoon is.
méthode Méthode betekent methode of aanpak in ta méthode. Het verwijst naar de gekozen manier van studeren; gebruik méthode om een georganiseerde werkwijze te benoemen.
fonctionne Fonctionne betekent werkt in si ta méthode fonctionne. Het komt van fonctionner en beschrijft of de methode het gewenste resultaat oplevert; gebruik het om de werking of bruikbaarheid van iets te beoordelen.
pas Pas betekent hier niet in et pas seulement combien de temps tu as étudié. Samen met seulement vormt het de tegenstelling niet alleen; gebruik pas seulement om te zeggen dat één factor niet de enige is.
seulement Seulement betekent alleen of slechts in pas seulement. De combinatie pas seulement beperkt de betekenis niet tot één factor; gebruik seulement om exclusiviteit of beperking uit te drukken.
combien Combien betekent hoeveel in combien de temps tu as étudié. Samen met de temps vraagt het naar de hoeveelheid tijd; gebruik combien de vóór een hoeveelheid of zelfstandig naamwoord.
étudié Étudié betekent gestudeerd in tu as étudié. Het is het voltooid deelwoord van étudier en staat samen met as om een afgeronde studieperiode te beschrijven; gebruik deze combinatie na een vraag naar wat iemand heeft gedaan.
pourrais Pourrais betekent zou kunnen in Je pourrais consulter mes notes. Het is een voorwaardelijke vorm van pouvoir en maakt het voorstel voorzichtig of mogelijk; gebruik het vóór een infinitief om een mogelijke handeling te noemen.
consulter Consulter betekent bekijken of raadplegen in consulter mes notes. Het is de infinitief na pourrais en krijgt mes notes als object; gebruik consulter voor het bewust nakijken van notities of informatie.
notes Notes betekent aantekeningen in mes notes. Het verwijst naar vastgelegde informatie die de spreker opnieuw wil bekijken; gebruik notes als object van consulter wanneer je je eigen aantekeningen nakijkt.
une Une is het vrouwelijke enkelvoudige onbepaalde lidwoord in une fois par semaine. Het staat vóór fois en maakt deel uit van de frequentie-uitdrukking; gebruik une bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
par Par betekent hier per in une fois par semaine. Het verbindt een frequentie met de periode waarin die plaatsvindt; gebruik par in uitdrukkingen zoals een aantal keer per week.
semaine Semaine betekent week in une fois par semaine. Samen met par geeft het de periode van de wekelijkse frequentie aan; gebruik semaine om een periode van zeven dagen te benoemen.
ajuster Ajuster betekent aanpassen in ajuster ma méthode. Het is de tweede infinitief na pourrais en benoemt een mogelijke verandering van de aanpak; gebruik ajuster met hetgeen dat je beter wilt afstemmen.
ma Ma betekent mijn bij het vrouwelijke enkelvoudige méthode. Het bezittelijk woord staat vóór het zelfstandig naamwoord; gebruik ma wanneer het vrouwelijke enkelvoudige ding van de spreker is.
partir Partir betekent in à partir de là uitgaan van of vanaf. De infinitief vormt samen met à en de là een vaste uitdrukking voor het startpunt van een volgende beslissing of handeling.
Là betekent daar in à partir de là. Het verwijst hier naar het resultaat van het bekijken van de notities; gebruik là om naar een eerder genoemd punt, resultaat of moment te verwijzen.
petite Petite betekent kleine in une petite révision. De vorm beschrijft het vrouwelijke enkelvoudige révision; gebruik petite om een beperkte omvang of korte duur aan te geven.
révision Révision betekent hier een korte herhaling of evaluatie in une petite révision. Het verwijst naar het opnieuw bekijken van de voortgang; gebruik révision voor een moment waarop je leerstof of resultaten opnieuw controleert.
comme Comme betekent zoals in comme celle-ci. Het vergelijkt de genoemde kleine evaluatie met een eerder besproken evaluatie; gebruik comme om een gelijkenis of vergelijking in te leiden.
celle-ci Celle-ci betekent deze en verwijst hier naar de kleine evaluatie die zojuist is genoemd. Het is een zelfstandig gebruikt aanwijzend woord voor een vrouwelijk begrip zoals révision; gebruik het om specifiek naar het dichtstbijzijnde genoemde voorbeeld te wijzen.
peut Peut betekent kan in peut t’aider à garder ta pratique ciblée. Het komt van pouvoir en staat bij une petite révision; gebruik peut om een mogelijkheid of potentieel gevolg te beschrijven.
t’aider T’aider betekent je helpen in peut t’aider. Het bevat t’, het voornaamwoord voor jou, en aider, helpen; gebruik peut aider quelqu’un à met een persoon en een daaropvolgende handeling.
garder Garder betekent houden in garder ta pratique ciblée. Het staat na aider à en krijgt ta pratique als object met ciblée als beschrijving; gebruik garder quelque chose + beschrijving om te zeggen dat iets in een bepaalde toestand blijft.
pratique Pratique betekent hier oefening of oefenpraktijk in ta pratique. Het verwijst naar de manier waarop de leerling oefent; gebruik pratique met een bezittelijk woord om iemands eigen oefenactiviteiten te benoemen.
ciblée Ciblée betekent gericht in garder ta pratique ciblée. De vorm beschrijft het vrouwelijke enkelvoudige pratique; gebruik ciblée om aan te geven dat de oefening op een duidelijk doel is geconcentreerd.

Grammatica

avoir l’impression de + infinitif

J’ai l’impression de progresser.

zjé lẽ-pre-sjõ duh pro-gre-see.

Ik heb de indruk dat ik vooruitga.

Na « avoir l’impression » gebruik je « de » gevolgd door een infinitief.

Frans woordenschat

ajouter werkwoord
a-zjoe-tee toevoegen
avoir l’impression uitdrukking
a-vwaar lẽ-pre-sjõ de indruk hebben
compréhension orale uitdrukking
kõ-pre-ã-sjõ o-raal luistervaardigheid; mondeling begrip
consacrer werkwoord
kõ-sa-kree besteden; wijden consacre
écoute zelfstandig naamwoord
ee-koet luisteren; luisteroefening l’écoute
étudier werkwoord
ee-tü-djee studeren étudie
exercice zelfstandig naamwoord
eg-zèr-sies oefening
irrégulier bijvoeglijk naamwoord
ie-ré-gü-ljee wisselvallig; onregelmatig irréguliers
marcher werkwoord
mar-sjee werken; goed functioneren marche
naturel bijvoeglijk naamwoord
na-tü-rèl natuurlijk
progrès zelfstandig naamwoord
pro-grè vooruitgang
rythme zelfstandig naamwoord
rietm tempo; ritme

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tempo; ritme

Antwoord tonenrythme

werken; goed functioneren

Antwoord tonenmarche

besteden; wijden

Antwoord tonenconsacre

studeren

Antwoord tonenétudie