Een eenvoudige routine om een les te herhalen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After class, two classmates compare review methods and agree on a simple routine that balances notes, examples, and speaking practice..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een eenvoudige routine om een les te herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux réviser la leçon d'aujourd'hui.

zje vuh ree-vee-ZEE luh luh-SON doo-zjoer-DWIE Ik wil de les van vandaag herhalen.
A

Mais je ne sais pas par où commencer.

meh zje nuh say pah par oo ko-man-SAY Maar ik weet niet zeker waar ik moet beginnen.
B

Commence par les notes qui sont directement liées à des situations réelles.

ko-MAHNS par lay noht kee son die-rektuh-MAHN lie-AY ah day sie-tuu-ah-SJON ray-EL Begin met de aantekeningen die rechtstreeks met echte situaties te maken hebben.
A

Je relis généralement tout, mais cela prend trop de temps.

zje ruh-LEE zjeh-nay-rahl-MAHN too, meh suh-LAH prahn troh duh tahn Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.
B

Choisis les parties que tu peux utiliser dans une courte conversation.

sjwa-ZEE lay par-TEE kuh tuu puh uu-tee-lee-ZAY dahn z(y)uun koert kon-vair-sa-SJON Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.
A

Nous pourrions écrire des phrases d'exemple avant de nous entraîner à parler.

noe poe-rie-ON ay-KREER day fraz deg-ZAHMPL ah-vahn duh noe zahn-tray-NAY ah par-LAY We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan spreken.
B

Dire les phrases d'exemple à voix haute montrera si tu peux utiliser les expressions dans une conversation.

deer lay fraz deg-ZAHMPL ah vwah oht mon-truh-RAH see tuu puh uu-tee-lee-ZAY lay zeks-preh-SJON dahn z(y)uun kon-vair-sa-SJON Door de voorbeeldzinnen hardop te zeggen, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.
A

Cela semble plus utile que de recopier toute la page.

suh-LAH sahmbl pluu z uu-TEEL kuh duh ruh-koe-pee-AY toot lah pazj Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw over te schrijven.
B

Cela montre aussi quels points sont clairs et lesquels demandent plus de pratique.

suh-LAH mon-truh oh-SEE kel pwan son klair ay lay-KEL duh-MAHND pluu duh prak-TEEK Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.
A

Choisissons chacun quelques expressions utiles et essayons-les après le cours.

sjwa-zee-SON sjah-KAHN kelk zeks-preh-SJON z uu-TEEL ay ay-say-YON lay ah-PRAY luh koer Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les uitproberen.
B

Une courte routine sera plus facile à répéter qu'un long programme de révision.

uun koert roe-TEEN seh-RAH pluu z fa-SEEL ah ray-pay-TAY kuhn lohng proh-GRAM duh ray-vee-ZJON Een korte routine is makkelijker te herhalen dan een lang herhalingsplan.

Uitleg van de zinnen

  1. Je veux réviser la leçon d'aujourd'hui.

    Ik wil de les van vandaag herhalen.

    Je veux
    ik wil
    réviser
    herhalen; doornemen
    la leçon
    de les
    d'aujourd'hui
    van vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Je veux betekent hier “ik wil”. veux is de tegenwoordige tijd van vouloir (“willen”) bij je; je veux wordt gevolgd door een infinitief: Je veux réviser = “Ik wil herhalen/doornemen”. De vorm veux hoort dus bij het onderwerp je, terwijl réviser niet vervoegd is. réviser betekent hier “herhalen” of “doornemen”, specifiek leerstof opnieuw bekijken. Het is een infinitief op -er; in andere zinnen kan het onderwerp de vorm van het werkwoord veranderen, bijvoorbeeld Je révise la leçon = “Ik herhaal de les”. Dat is een andere constructie dan Je veux réviser, waarin vouloir de vervoegde vorm draagt. la leçon betekent “de les”. leçon is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bepaald lidwoord la ervoor. Een bruikbaar contrast is le cours (“de cursus/les”, afhankelijk van de context): het lidwoord wordt bepaald door het Franse zelfstandig naamwoord, niet door het Nederlandse vertaalwoord. d'aujourd'hui betekent “van vandaag”. Dit is de + aujourd'hui, waarbij de vóór een klinker tot d' wordt ingekort. aujourd'hui betekent “vandaag”; samen bepaalt de woordgroep welke les bedoeld wordt. Samen vormen de delen: Je veux + réviser + la leçon + d'aujourd'hui = “Ik wil de les van vandaag herhalen.” De spreker drukt een wens of voornemen uit om die les opnieuw door te nemen.

  2. Mais je ne sais pas par où commencer.

    Maar ik weet niet zeker waar ik moet beginnen.

    Mais
    maar
    je ne sais pas
    ik weet niet
    par où
    waar te beginnen
    commencer
    beginnen
    Uitgebreide uitleg

    Mais betekent hier “maar” en verbindt deze zin tegengesteld aan de voorafgaande wens om de les te herhalen. Het kan ook een bezwaar of beperking inleiden. je ne sais pas betekent “ik weet niet”. sais is de vorm van savoir (“weten”) bij je in de tegenwoordige tijd: je sais = “ik weet”. De ontkenning wordt gevormd door ne ... pas: je ne sais pas. In de vaste Nederlandse vertaling wordt de onzekerheid weergegeven met “ik weet niet zeker”; het Frans bevat hier geen afzonderlijk woord dat letterlijk “zeker” betekent. Voorbeeld: Je ne sais pas. — “Ik weet het niet.” par où betekent hier “waar te beginnen” en vormt samen met commencer de herbruikbare combinatie par où commencer. où verwijst in deze combinatie niet noodzakelijk naar een concrete plaats, maar naar het punt of de manier waarop een handeling begint. par helpt dat beginpunt als uitgangspunt of route te formuleren. commencer betekent “beginnen” en staat hier in de infinitief. De infinitief is onderdeel van de indirecte vraag par où commencer; hij krijgt geen aparte persoonsuitgang. Het begrepen onderwerp van commencer is dezelfde spreker als bij je ne sais pas. De persoonsvorm bij je is je commence. Voorbeeld: Je ne sais pas par où commencer. — “Ik weet niet waar ik moet beginnen.” Samen betekent de hele zin: “Maar ik weet niet zeker waar ik moet beginnen.” par où commencer is een indirecte vraag binnen je ne sais pas en maakt duidelijk dat het onbekende punt de keuze van het beginpunt is.

  3. Commence par les notes qui sont directement liées à des situations réelles.

    Begin met de aantekeningen die rechtstreeks met echte situaties te maken hebben.

    Commence par
    begin met
    les notes
    de aantekeningen
    directement
    rechtstreeks
    liées
    verbonden
    situations
    situaties
    réelles
    echte
    Uitgebreide uitleg

    Commence par betekent hier “begin met”. Commence is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van commencer (“beginnen”); de vorm richt zich dus rechtstreeks tot de lezer of gesprekspartner. Par geeft aan waarmee de handeling begint. Herbruikbaar patroon: Commence par + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: Commence par la première question. — “Begin met de eerste vraag.” Les notes betekent “de aantekeningen”. Notes is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord note; les is hier het bepaalde meervoudslidwoord. Het lidwoord drukt op zichzelf geen aantal uit. In een ander patroon kan une note “een aantekening” betekenen en des notes “aantekeningen”. Directement betekent “rechtstreeks” of “direct”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het woord waarop het betrekking heeft. Hier versterkt het de manier waarop de aantekeningen met situaties verbonden zijn: die verbinding is rechtstreeks. Liées betekent hier “verbonden” of “gerelateerd”. Het komt van lier (“verbinden”) en staat in het vrouwelijk meervoud, omdat het betrekking heeft op les notes. De vorm is dus niet gebaseerd op situations. In de constructie être lié à betekent lié à “verbonden zijn met” of “betrekking hebben op”. Bijvoorbeeld: Ces idées sont liées. — “Deze ideeën houden verband met elkaar.” Situations betekent “situaties”. Het is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord situation. Na liées à noemt het de zaken waarmee de aantekeningen verbonden zijn: liées à des situations betekent “verbonden met situaties”. Het onbepaalde meervoud des geeft hier geen precies aantal aan. Réelles betekent “echte” of “werkelijke”. Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord réel, omdat het bij situations hoort. De vormen zijn réel (mannelijk enkelvoud), réelle (vrouwelijk enkelvoud), réels (mannelijk meervoud) en réelles (vrouwelijk meervoud). Bijvoorbeeld: une situation réelle — “een echte situatie”. De relatieve bijzin qui sont directement liées à des situations réelles beschrijft welke aantekeningen bedoeld zijn. Qui verwijst hier naar les notes; sont liées vormt samen “zijn verbonden”, en à des situations réelles specificeert waarmee. De hele zin betekent daarom: “Begin met de aantekeningen die rechtstreeks met echte situaties te maken hebben.”

  4. Je relis généralement tout, mais cela prend trop de temps.

    Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.

    Je relis
    ik lees opnieuw
    généralement
    meestal
    tout
    alles
    cela
    dat
    prend
    kost
    trop
    te veel
    temps
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Je relis betekent hier «ik lees opnieuw». relis is de vorm van relire («opnieuw lezen») voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je relis. Het voorvoegsel re- geeft hier herhaling aan. Voorbeeld: Je relis le message. — «Ik lees het bericht opnieuw.» généralement betekent «meestal» of «over het algemeen». Het bijwoord maakt de uitspraak algemeen, zonder te zeggen dat de handeling altijd gebeurt. Voorbeeld: Je travaille généralement le matin. — «Ik werk meestal 's ochtends.» tout is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoord met de betekenis «alles». Het verwijst dus niet naar een afzonderlijk genoemd zelfstandig naamwoord in deze zin. In Je relis tout is tout het lijdend voorwerp van relis. cela is een aanwijzend voornaamwoord en betekent hier «dat». Het staat als onderwerp van de tweede hoofdzin. De zin zelf identificeert niet precies waarnaar cela verwijst; de vertaling ondersteunt wel de lezing «dat» als iets dat in de situatie al bekend is. Voorbeeld: Cela prend du temps. — «Dat kost tijd.» prend betekent hier «kost». Het is de derde persoon enkelvoud van prendre in de tegenwoordige tijd: il/elle/cela prend. In deze betekenis gaat het om de hoeveelheid tijd die iets nodig heeft, niet om fysiek iets aannemen. Voorbeeld: Le trajet prend une heure. — «De reis duurt een uur.» trop betekent hier «te veel» in de combinatie trop de temps. Met een zelfstandig naamwoord volgt trop doorgaans de: trop de temps — «te veel tijd». Het woord drukt hier een overschrijding van een gewenste of aanvaardbare hoeveelheid uit. temps betekent hier «tijd». Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; in trop de temps staat het na de, omdat de hoeveelheid niet afzonderlijk wordt geteld. Voorbeeld: J’ai peu de temps. — «Ik heb weinig tijd.» De eerste hoofdzin bouwt op als Je relis tout («ik lees alles opnieuw»), met généralement als bijwoordelijke bepaling: «Ik lees meestal alles opnieuw». mais contrasteert dit met de tweede hoofdzin: cela prend trop de temps («dat kost te veel tijd»). Samen betekent de volledige uiting: «Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.»

  5. Choisis les parties que tu peux utiliser dans une courte conversation.

    Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.

    Choisis
    kies
    les parties
    de delen
    tu peux
    je kunt
    utiliser
    gebruiken
    courte
    kort
    conversation
    gesprek
    Uitgebreide uitleg

    Choisis betekent hier “kies”. Het is de gebiedende wijs voor tu van choisir (“kiezen”): choisir → tu choisis in de tegenwoordige tijd, maar de opdrachtvorm is choisis. Voorbeeld: Choisis un livre. — “Kies een boek.” les parties betekent “de delen”. partie is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is parties, en les markeert hier het bepaalde meervoud. Voorbeeld: Je connais les parties importantes. — “Ik ken de belangrijke delen.” tu peux betekent “je kunt”. peux is de vorm van pouvoir (“kunnen”) bij tu; het drukt hier mogelijkheid of geschiktheid uit. De vorm verandert met het onderwerp: je peux, tu peux, il/elle peut. Voorbeeld: Tu peux entrer. — “Je kunt binnenkomen.” utiliser betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief van utiliser. Na pouvoir staat de infinitief: tu peux utiliser = “je kunt gebruiken”. Voorbeeld: Vous pouvez utiliser ce mot. — “U/jullie kunnen dit woord gebruiken.” courte betekent hier “kort”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord court, omdat het bij conversation hoort: court (mannelijk enkelvoud), courte (vrouwelijk enkelvoud). Voorbeeld: une courte pause — “een korte pauze”. conversation betekent “gesprek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor une en krijgt court de vorm courte: une courte conversation. Het meervoud is conversations. Voorbeeld: Nous avons une conversation. — “We hebben een gesprek.” De delen worden zo gecombineerd: Choisis geeft de opdracht, les parties is wat gekozen moet worden, en que tu peux utiliser bepaalt welke delen bedoeld zijn: de delen die je kunt gebruiken. dans une courte conversation geeft de situatie aan waarin je ze kunt gebruiken. Samen betekent de zin: “Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.”

  6. Nous pourrions écrire des phrases d'exemple avant de nous entraîner à parler.

    We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan spreken.

    Nous pourrions
    wij zouden kunnen
    écrire
    schrijven
    phrases
    zinnen
    exemple
    voorbeeld
    avant de
    voordat
    nous entraîner
    ons trainen
    parler
    spreken
    Uitgebreide uitleg

    Nous pourrions betekent hier “wij zouden kunnen”. pourrions is de conditionnel présent van pouvoir (“kunnen”), in de eerste persoon meervoud: je pourrais, nous pourrions. Deze vorm drukt hier een mogelijke of voorgestelde handeling uit, niet een vaststaand feit. Voorbeeld: Nous pourrions commencer demain. — “We zouden morgen kunnen beginnen.” écrire betekent “schrijven”. Het is de infinitief; na pourrions staat de infinitief die aangeeft welke handeling mogelijk is. Voorbeeld: Nous pourrions écrire une liste. — “We zouden een lijst kunnen schrijven.” phrases betekent hier “zinnen”. Het is het meervoud van phrase; de uitgang -s markeert hier het meervoud. une phrase betekent “een zin”, des phrases “zinnen”. exemple betekent “voorbeeld”. In phrases d'exemple specificeert d'exemple het soort zinnen: “voorbeeldzinnen”. d' is de vorm van de vóór een woord dat met een klinker begint. Het zelfstandig naamwoord exemple blijft hier enkelvoud, omdat het in deze vaste combinatie als bepaling bij phrases wordt gebruikt. Voorbeeld: un exercice d'exemple — “een voorbeeld oefening”. avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. De structuur avant de + infinitief plaatst die handeling vóór een andere handeling. Voorbeeld: Avant de partir, je ferme la porte. — “Voordat ik vertrek, doe ik de deur dicht.” nous entraîner betekent hier “ons trainen” of “oefenen”. entraîner staat in de infinitief en nous is het wederkerend voornaamwoord dat bij deze betekenis hoort: s'entraîner betekent “trainen/oefenen”. Na avant de verschijnt de infinitiefconstructie de nous entraîner; het voornaamwoord staat vóór de infinitief. Voorbeeld: Nous aimons nous entraîner. — “We oefenen graag.” parler betekent “spreken”. Het is een infinitief na à in de uitdrukking s'entraîner à + infinitief: zich oefenen in een bepaalde handeling. Voorbeeld: Elle s'entraîne à parler français. — “Ze oefent Frans spreken.” Samen vormt Nous pourrions écrire des phrases d'exemple de betekenis “We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven/schrijven”. Daarna geeft avant de nous entraîner à parler aan dat het schrijven eerder zou gebeuren dan het oefenen van spreken. De hele zin betekent dus: “We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan spreken.”

  7. Dire les phrases d'exemple à voix haute montrera si tu peux utiliser les expressions dans une conversation.

    Door de voorbeeldzinnen hardop te zeggen, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.

    Dire
    zeggen
    phrases
    zinnen
    exemple
    voorbeeld
    à voix haute
    hardop
    montrera
    zal laten zien
    si
    of
    tu peux
    je kunt
    utiliser
    gebruiken
    expressions
    uitdrukkingen
    conversation
    gesprek
    Uitgebreide uitleg

    Dire is hier een infinitief: “zeggen”. De volledige infinitiefgroep Dire les phrases d'exemple à voix haute fungeert als onderwerp van montrera. Een infinitief kan in het Frans zo als onderwerp staan. Voorbeeld: Lire aide. — “Lezen helpt.” phrases betekent hier “zinnen”. Het is het meervoud van phrase; het enkelvoud is dus phrase, het meervoud krijgt -s. Voorbeeld: J'écris une phrase. — “Ik schrijf een zin.” exemple betekent “voorbeeld”. In phrases d'exemple specificeert d'exemple om wat voor zinnen het gaat: voorbeeldzinnen. exemple blijft hier enkelvoud, omdat het om het soort of de functie van de zinnen gaat, niet om een genoemde hoeveelheid voorbeelden. à voix haute is een vaste manier om “hardop” uit te drukken: letterlijk gaat het om met een luide stem. Het is niet hetzelfde als stil lezen. Voorbeeld: Lisez le texte à voix haute. — “Lees de tekst hardop.” montrera betekent hier “zal laten zien”. Het is de futur simple van montrer (“laten zien”): je montrerai, tu montreras, il/elle montrera. De uitgang -a in montrera past bij het onderwerp, namelijk de voorafgaande infinitiefgroep, die grammaticaal enkelvoud is. Voorbeeld: Cette activité montrera le résultat. — “Deze activiteit zal het resultaat laten zien.” si leidt hier een indirecte ja-neevraag in en betekent “of”. Het verbindt montrera met de vraag of de mogelijkheid in de volgende bijzin werkelijkheid is. In een andere context kan si ook “als” betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. tu peux betekent “je kunt”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij tu; de vorm is tu peux, terwijl bijvoorbeeld je peux en il peut andere vormen hebben. Hier drukt de combinatie mogelijkheid of bekwaamheid uit. Voorbeeld: Tu peux entrer. — “Je kunt binnenkomen.” utiliser is de infinitief “gebruiken”. Na tu peux staat de infinitief: tu peux utiliser — “je kunt gebruiken”. Het is dus pouvoir dat vervoegd is (peux), niet utiliser. Voorbeeld: Nous pouvons utiliser ce mot. — “We kunnen dit woord gebruiken.” expressions betekent “uitdrukkingen”. Het is het meervoud van expression; de -s markeert hier het meervoud. In combinatie met les verwijst het naar bepaalde uitdrukkingen, maar de zin noemt niet afzonderlijk welke uitdrukkingen dat zijn. conversation betekent “gesprek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in de zin staat het met het onbepaalde lidwoord une in une conversation: “een gesprek”. une geeft hier geen expliciet aantal gesprekken als leerdoel, maar markeert een niet nader bepaald gesprek. Voorbeeld: Nous avons une conversation. — “We hebben een gesprek.” Samen betekent Dire les phrases d'exemple à voix haute “de voorbeeldzinnen hardop zeggen”. Dat is het onderwerp van montrera: deze handeling zal laten zien si tu peux utiliser les expressions dans une conversation, dus “of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken”. De hele zin betekent daarom: “Door de voorbeeldzinnen hardop te zeggen, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.”

  8. Cela semble plus utile que de recopier toute la page.

    Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw over te schrijven.

    Cela
    dat
    semble
    lijkt
    plus utile
    nuttiger
    que de
    dan om te
    recopier
    opnieuw overschrijven
    toute
    de hele
    page
    pagina
    Uitgebreide uitleg

    Cela betekent hier “dat” en is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord. De vorm noemt zelf geen grammaticaal geslacht of getal van waarnaar wordt verwezen. Ter vergelijking staat ce vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in ce livre (“dat boek”); cela staat zelfstandig. semble komt van sembler (“lijken”) en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: cela semble = “dat lijkt”. De vorm past bij het onderwerp cela. De eerste persoon enkelvoud is ook je semble; bij andere personen veranderen de vervoegingsuitgangen, bijvoorbeeld tu sembles en ils semblent. Voorbeeld: Cela semble simple. — “Dat lijkt eenvoudig.” plus utile betekent “nuttiger”. utile betekent “nuttig”; de vergrotende trap wordt gevormd met plus + bijvoeglijk naamwoord. Utile heeft hier dezelfde vorm voor mannelijk en vrouwelijk enkelvoud; juist utile wordt vergeleken, niet page. Het gebruikelijke vergelijkingspatroon is plus ... que (“meer ... dan”); het tegenovergestelde is moins utile (“minder nuttig”). que de leidt hier het tweede deel van de vergelijking in: “dan om te ...”. Na de volgt het infinitief recopier. Zo worden twee handelingen met elkaar vergeleken. Een herbruikbaar patroon is C’est plus facile que de commencer. — “Het is gemakkelijker dan beginnen.” recopier is een infinitief en betekent hier “opnieuw overschrijven”. In dit werkwoord geeft re- het opnieuw uitvoeren van de handeling aan; copier betekent “kopiëren”. In een vervoegde zin wordt het werkwoord aangepast, bijvoorbeeld Je recopie la phrase. — “Ik schrijf de zin opnieuw over.” toute betekent hier “de hele” en is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van tout wanneer het vóór een zelfstandig naamwoord staat. Het stemt af op page, dat vrouwelijk enkelvoud is. In toute la page gaat het om de pagina in haar geheel. Tout heeft andere vormen in andere combinaties, zoals tout le livre (“het hele boek”) en toutes les pages (“alle pagina’s”). page betekent “pagina” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une page, la page. Het meervoud is pages, bijvoorbeeld des pages (“pagina’s”). Hier is page het lijdend voorwerp van recopier: datgene wat opnieuw wordt overgeschreven. Samen vormt Cela semble plus utile que de recopier toute la page de betekenis: “Dat lijkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw over te schrijven.” Cela semble plus utile geeft de beoordeling, en que de recopier toute la page noemt de handeling waarmee die beoordeling wordt vergeleken.

  9. Cela montre aussi quels points sont clairs et lesquels demandent plus de pratique.

    Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.

    Cela
    het
    montre
    laat zien
    aussi
    ook
    quels
    welke
    points
    punten
    clairs
    duidelijk
    lesquels
    welke
    demandent
    nodig hebben
    plus
    meer
    pratique
    oefening
    Uitgebreide uitleg

    Cela is een aanwijzend voornaamwoord. Hier betekent het “het”; de zin specificeert niet precies waarnaar het verwijst. De vorm cela verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. montre komt van montrer (“laten zien”). Het is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij cela: cela montre = “het laat zien”. Montrer que... leidt een mededeling in; hier volgt na montrer een indirecte vraag over welke punten aan de beschreven voorwaarden voldoen. Zo’n indirecte vraag krijgt niet noodzakelijk een vraagteken. aussi betekent “ook”. Het voegt deze vaststelling toe aan een andere vaststelling; montre aussi betekent samen “laat ook zien”. quels staat bij points. Het is de mannelijke meervoudsvorm van het vragende bepalende woord quel: quel point = “welk punt”, quels points = “welke punten”. De vorm past zich hier aan points aan in getal en grammaticaal geslacht. points is het meervoud van point, “punt”. In een leercontext kan het een afzonderlijk onderwerp, onderdeel of aandachtspunt aanduiden. Voorbeeld: un point important = “een belangrijk punt”; des points importants = “belangrijke punten”. clairs is de mannelijke meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord clair (“duidelijk”). De uitgang -s past bij het meervoudige mannelijke points: quels points sont clairs betekent “welke punten duidelijk zijn”. Voorbeeld: Cette règle est claire. = “Deze regel is duidelijk.” lesquels is hier een zelfstandig gebruikt vragend voornaamwoord in het mannelijk meervoud. Het verwijst in deze zin naar de punten: lesquels demandent... = “welke [punten] ... nodig hebben”. Anders dan quels staat het niet vóór een zelfstandig naamwoord; quels points bevat dus een bepalend woord plus het afzonderlijke zelfstandig naamwoord points, terwijl lesquels zelf als voornaamwoord staat. De vrouwelijke meervoudsvorm is lesquelles. demandent komt van demander en is de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud. In lesquels demandent plus de pratique betekent het in deze context “nodig hebben” of “vereisen”, niet het gewone “vragen”. Voorbeeld: Ces exercices demandent du temps. = “Deze oefeningen vergen tijd.” plus betekent hier “meer”. In het patroon plus de + zelfstandig naamwoord staat de vóór het zelfstandig naamwoord: plus de temps = “meer tijd”. Plus is hier geen deel van demandent. pratique is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis “oefening”, niet het bijvoeglijk naamwoord pratique (“praktisch”). In plus de pratique gaat het om een hoeveelheid oefening. Voorbeeld: Il faut plus de pratique. = “Er is meer oefening nodig.” Na montre aussi volgen twee verbonden delen: quels points sont clairs (“welke punten duidelijk zijn”) en lesquels demandent plus de pratique (“welke meer oefening nodig hebben”). Quels points benoemt de punten, en lesquels neemt die punten in het tweede deel opnieuw op zonder points te herhalen. Samen betekent de volledige zin: “Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.”

  10. Choisissons chacun quelques expressions utiles et essayons-les après le cours.

    Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les uitproberen.

    Choisissons
    laten we kiezen
    chacun
    ieder van ons
    quelques
    een paar
    expressions
    uitdrukkingen
    utiles
    nuttig
    essayons-les
    laten we ze uitproberen
    après
    na
    cours
    les
    Uitgebreide uitleg

    Choisissons betekent hier: laten we kiezen. Het is de nous-vorm van choisir in de gebiedende wijs voor een gezamenlijk voorstel. Dezelfde vorm komt ook voor als tegenwoordige tijd: Nous choisissons = “wij kiezen”. Voor een enkelvoudig voorstel gebruik je bijvoorbeeld Choisis (tegen één persoon) of Choisissez (tegen meerdere personen of in een beleefde aanspreekvorm). chacun maakt het verdelingsidee expliciet: ieder van de betrokken personen kiest iets. In deze zin past dat bij de vertaling “allebei”: beide gesprekspartners nemen elk een deel van de keuze voor hun rekening. Chacun is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord; het verwijst niet naar één specifiek genoemd persoon. quelques is een meervoudige onbepaalde bepaler met de betekenis “een paar” of “enkele”. Het geeft een kleine, niet nader vastgelegde hoeveelheid aan; het stelt geen exact aantal vast. Vergelijk: quelques expressions = “een paar uitdrukkingen”, tegenover beaucoup d’expressions = “veel uitdrukkingen”. expressions is het meervoud van expression, hier “uitdrukkingen”. Het kan in andere contexten ook bijvoorbeeld een formulering of manier om iets te zeggen aanduiden. In deze zin gaat het om taaluitdrukkingen die de leerders kunnen gebruiken. utiles betekent hier “nuttig” en beschrijft expressions. De basisvorm is utile; utiles heeft de meervoudsuitgang omdat het bij het meervoudige zelfstandig naamwoord hoort. Utile heeft in het enkelvoud dezelfde vorm voor mannelijk en vrouwelijk, maar krijgt in het meervoud -s: un conseil utile, des expressions utiles. essayons-les betekent “laten we ze uitproberen”. Essayons is de nous-vorm van essayer in de gebiedende wijs. Les is het eraan vastgeschreven voornaamwoord voor een meervoudig lijdend voorwerp; in deze zin verwijst het volgens de vertaling naar de eerder genoemde uitdrukkingen. In de Franse gebiedende wijs staat zo’n objectvoornaamwoord achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Essayons-les. après betekent “na” en geeft hier een tijdsrelatie aan. Het staat vóór de nominale groep le cours: après le cours = “na de les”. Cours is het zelfstandig naamwoord met de betekenis “les” of “cursus”; le is het bijbehorende bepaalde lidwoord. Samen maakt après le cours duidelijk wanneer het uitproberen plaatsvindt. De zin bouwt dus eerst een gezamenlijk voorstel op met Choisissons: ieder kiest een paar nuttige uitdrukkingen. Daarna volgt met essayons-les een tweede gezamenlijk voorstel om die uitdrukkingen uit te proberen, en après le cours bepaalt dat dit na de les gebeurt. De volledige betekenis is: “Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les uitproberen.”

  11. Une courte routine sera plus facile à répéter qu'un long programme de révision.

    Een korte routine is makkelijker te herhalen dan een lang herhalingsplan.

    courte
    kort
    routine
    routine
    sera
    zal zijn
    plus facile
    makkelijker
    à répéter
    te herhalen
    qu'un
    dan een
    long
    lang
    programme
    programma
    révision
    herhaling
    Uitgebreide uitleg

    courte betekent hier “kort” en beschrijft routine. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van court; de uitgang past zich aan het vrouwelijke enkelvoud van routine aan. Vergelijk: un court exercice = “een korte oefening” (mannelijk), tegenover une courte routine. routine is een zelfstandig naamwoord voor een vaste, herhaalde werkwijze of reeks handelingen. In une courte routine staat het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord; courte maakt duidelijk dat de routine kort is. sera is de toekomende tijd van être (“zijn”), bij een derde persoon enkelvoud: elle sera = “zij zal zijn”. Hier verbindt het de routine met de daaropvolgende beschrijving: de routine zal gemakkelijker zijn. plus facile betekent “makkelijker” of “gemakkelijker”. facile is de basisvorm; plus facile is de vergrotende trap met plus .... Het bijvoeglijk naamwoord verandert hier niet van vorm voor het vrouwelijke enkelvoud. Voorbeeld: Cette tâche est plus facile. = “Deze taak is makkelijker.” à répéter bevat het voorzetsel à met de infinitief répéter (“herhalen”). De constructie être facile à + infinitief betekent dat iets gemakkelijk is om te doen: C’est facile à comprendre. = “Dat is gemakkelijk te begrijpen.” In de zin gaat het dus om het herhalen van de routine. qu’un is de samentrekking van que en un. Na plus ... leidt que het vergelijkingsdeel in (“dan”); un is hier een onbepaald lidwoord bij het daaropvolgende mannelijke enkelvoud, niet op zichzelf een expliciete teluitdrukking. long betekent “lang” en beschrijft programme. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van long; de vorm past bij het mannelijke enkelvoud van programme. De vrouwelijke vorm is longue, bijvoorbeeld in une longue pause = “een lange pauze”. programme betekent hier “programma” of “plan”: een geordende reeks activiteiten. In un long programme de révision is het het hoofdzelfstandig naamwoord; long beschrijft de duur of omvang ervan. révision betekent hier “herhaling” of “revisie”: het opnieuw doornemen of oefenen van leerstof. In programme de révision specificeert de révision welk soort programma het is. Voorbeeld: Je fais une révision avant l’examen. = “Ik herhaal de leerstof vóór het examen.” Samen vormt Une courte routine het onderwerp. sera plus facile à répéter zegt dat die routine in de toekomst gemakkelijker te herhalen zal zijn. qu’un long programme de révision is het vergelijkingsdeel: de korte routine wordt vergeleken met een lang herhalingsprogramma. De volledige betekenis is daarom: “Een korte routine is makkelijker te herhalen dan een lang herhalingsplan.”

Grammatica

avant de + infinitif

avant de s'entraîner

ah-vahn duh sahn-tray-NAY

voordat je oefent

Na « avant de » volgt een infinitief; het onderwerp blijft hetzelfde als in de hoofdzin.

Impératif : verbe sans sujet

Commence la révision.

ko-MAHNS luh ray-vee-ZJON

Begin de herhaling.

In de gebiedende wijs staat het onderwerp meestal niet. Je gebruikt de werkwoordsvorm direct als opdracht.

Frans woordenschat

aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-DWIE vandaag

la leçon d'aujourd'hui

commencer werkwoord
ko-man-SAY beginnen Commence

Commence par les notes

directement bijwoord
die-rektuh-MAHN rechtstreeks

directement liées

leçon zelfstandig naamwoord
luh-SON les

la leçon d'aujourd'hui

lié bijvoeglijk naamwoord
lie-AY verbonden liées

les notes qui sont directement liées

note zelfstandig naamwoord
noht aantekening notes

les notes

réel bijvoeglijk naamwoord
ray-EL echt réelles

des situations réelles

relire werkwoord
ruh-LEER opnieuw lezen relis

Je relis généralement tout

réviser werkwoord
ray-vee-ZAY herhalen

réviser la leçon

savoir werkwoord
sah-VWAAR weten sais

je ne sais pas

situation zelfstandig naamwoord
sie-tuu-ah-SJON situatie situations

des situations réelles

vouloir werkwoord
voe-LWAAR willen veux

Je veux réviser

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil de les van vandaag herhalen.

Antwoord tonenJe veux réviser la leçon d'aujourd'hui.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

weten

Antwoord tonensais

herhalen

Antwoord tonenréviser

aantekening

Antwoord tonennotes

rechtstreeks

Antwoord tonendirectement