Een eenvoudige routine om een les te herhalen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After class, two classmates compare review methods and agree on a simple routine that balances notes, examples, and speaking practice..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Een eenvoudige routine om een les te herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je veux réviser la leçon d'aujourd'hui.

zje vuh ree-vee-ZEE luh luh-SON doo-zjoer-DWIE Ik wil de les van vandaag herhalen.
A

Mais je ne sais pas par où commencer.

meh zje nuh say pah par oo ko-man-SAY Maar ik weet niet zeker waar ik moet beginnen.
B

Commence par les notes qui sont directement liées à des situations réelles.

ko-MAHNS par lay noht kee son die-rektuh-MAHN lie-AY ah day sie-tuu-ah-SJON ray-EL Begin met de aantekeningen die rechtstreeks met echte situaties te maken hebben.
A

Je relis généralement tout, mais cela prend trop de temps.

zje ruh-LEE zjeh-nay-rahl-MAHN too, meh suh-LAH prahn troh duh tahn Ik lees meestal alles opnieuw, maar dat kost te veel tijd.
B

Choisis les parties que tu peux utiliser dans une courte conversation.

sjwa-ZEE lay par-TEE kuh tuu puh uu-tee-lee-ZAY dahn z(y)uun koert kon-vair-sa-SJON Kies de delen die je in een kort gesprek kunt gebruiken.
A

Nous pourrions écrire des phrases d'exemple avant de nous entraîner à parler.

noe poe-rie-ON ay-KREER day fraz deg-ZAHMPL ah-vahn duh noe zahn-tray-NAY ah par-LAY We zouden voorbeeldzinnen kunnen opschrijven voordat we gaan spreken.
B

Dire les phrases d'exemple à voix haute montrera si tu peux utiliser les expressions dans une conversation.

deer lay fraz deg-ZAHMPL ah vwah oht mon-truh-RAH see tuu puh uu-tee-lee-ZAY lay zeks-preh-SJON dahn z(y)uun kon-vair-sa-SJON Door de voorbeeldzinnen hardop te zeggen, zie je of je de uitdrukkingen in een gesprek kunt gebruiken.
A

Cela semble plus utile que de recopier toute la page.

suh-LAH sahmbl pluu z uu-TEEL kuh duh ruh-koe-pee-AY toot lah pazj Dat klinkt nuttiger dan de hele pagina opnieuw over te schrijven.
B

Cela montre aussi quels points sont clairs et lesquels demandent plus de pratique.

suh-LAH mon-truh oh-SEE kel pwan son klair ay lay-KEL duh-MAHND pluu duh prak-TEEK Het laat ook zien welke punten duidelijk zijn en welke meer oefening nodig hebben.
A

Choisissons chacun quelques expressions utiles et essayons-les après le cours.

sjwa-zee-SON sjah-KAHN kelk zeks-preh-SJON z uu-TEEL ay ay-say-YON lay ah-PRAY luh koer Laten we allebei een paar nuttige uitdrukkingen kiezen en ze na de les uitproberen.
B

Une courte routine sera plus facile à répéter qu'un long programme de révision.

uun koert roe-TEEN seh-RAH pluu z fa-SEEL ah ray-pay-TAY kuhn lohng proh-GRAM duh ray-vee-ZJON Een korte routine is makkelijker te herhalen dan een lang herhalingsplan.

Woord voor woord

Je “Je” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “Je veux réviser...”. Gebruik deze vorm wanneer je over jezelf spreekt, meestal vóór een vervoegd werkwoord.
veux “veux” betekent hier “wil” in de zin “Je veux réviser la leçon d'aujourd'hui.” Het is de vorm van “vouloir” bij “je”; “Je veux + infinitief” gebruik je om een eigen wens of bedoeling uit te drukken.
réviser “réviser” betekent hier een les opnieuw doornemen of herhalen. Het staat na “veux” in “Je veux réviser la leçon d'aujourd'hui”; gebruik het met datgene wat je wilt herhalen.
la “la” is hier het bepaalde lidwoord vóór “leçon” en verwijst naar een specifieke les. Gebruik deze vorm vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
leçon “leçon” betekent hier “les”, in de combinatie “la leçon d'aujourd'hui”. Gebruik het voor een les of leeronderdeel dat je bespreekt of herhaalt.
d'aujourd'hui “d'aujourd'hui” betekent hier “van vandaag” en bepaalt welke les bedoeld wordt. De vorm bevat “de” vóór “aujourd'hui”, met weglating van de klinker; gebruik hem om iets aan vandaag te koppelen.
Mais “Mais” verbindt hier een tegenstelling met de vorige zin: de spreker wil herhalen, maar weet niet waar te beginnen. Hetzelfde woord verschijnt midden in een zin als “mais”; gebruik het om een tegenstellende gedachte in te leiden.
ne “ne” is hier het eerste deel van de ontkenning in “ne sais pas”. Samen met “pas” maakt het duidelijk dat de spreker iets niet weet; in standaardtaal staan beide delen rond het vervoegde werkwoord.
sais “sais” betekent hier “weet” in “je ne sais pas”. Het is de vorm van “savoir” bij “je”; gebruik “savoir” met informatie of kennis die iemand wel of niet heeft.
pas “pas” is hier het tweede deel van de ontkenning in “ne sais pas”. Samen met “ne” betekent de uitdrukking dat de spreker niet weet waar te beginnen; plaats “pas” in deze werkwoordelijke ontkenning na het vervoegde werkwoord.
sûr “sûr” betekent hier “zeker” in de uitdrukking “ne sais pas sûr” zoals die in de dialoog bedoeld is als “ik weet niet zeker”. Het helpt onzekerheid over een antwoord of keuze uit te drukken; in de dialoog gaat die onzekerheid over het beginpunt.
“où” betekent hier “waar” in “par où commencer” en vraagt naar het punt waar je moet beginnen. Gebruik het in een vraag of indirecte vraag over een plaats, richting of startpunt.
commencer “commencer” betekent hier “beginnen” in “par où commencer”. Het is een infinitief na “où” en beschrijft de handeling waarvan de spreker het startpunt zoekt; gebruik het met een activiteit of taak die start.
Commence “Commence” is hier een directe aansporing aan één persoon: “begin”. Het is de gebiedende vorm van “commencer”; gebruik hem wanneer je iemand een concrete startinstructie geeft.
les “les” is hier het bepaalde meervoudige lidwoord vóór “notes”. Het verwijst naar specifieke aantekeningen; gebruik deze vorm vóór bepaalde meervoudige zelfstandige naamwoorden.
notes “notes” betekent hier “aantekeningen” in “les notes qui sont directement liées à des situations réelles”. Gebruik het voor geschreven punten die je bijvoorbeeld bij een les hebt genoteerd.
qui “qui” verwijst hier terug naar “les notes” en leidt de beschrijving “qui sont directement liées...” in. In deze functie staat het als onderwerp vóór een werkwoord; een zelfstandig naamwoord kan zo extra informatie krijgen.
sont “sont” betekent hier “zijn” in “les notes qui sont directement liées...”. Het is de vorm van “être” bij het meervoudige onderwerp “les notes”; gebruik het om een toestand of relatie te beschrijven.
directement “directement” betekent hier “rechtstreeks” en versterkt de manier waarop de aantekeningen verbonden zijn met echte situaties. Het is een bijwoord; gebruik het om aan te geven dat iets zonder omweg of tussenstap gebeurt.
liées “liées” beschrijft hier dat de aantekeningen verbonden zijn met echte situaties, in “sont directement liées à des situations réelles”. De vorm hoort bij de meervoudige aantekeningen; de constructie “être lié à” gebruik je voor een verband met iets.
à “à” geeft hier het verband aan na “liées”: de aantekeningen zijn verbonden “à des situations réelles”. In deze constructie volgt na “à” datgene waarmee iets verbonden is; gebruik het dus niet los van de uitdrukking “liées à...”.
des “des” is hier een onbepaald meervoudig lidwoord vóór “situations” en betekent ongeveer “enkele” of “bepaalde”. Gebruik het vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet om een specifieke, eerder genoemde verzameling gaat.
situations “situations” betekent hier “situaties” in “des situations réelles”. Gebruik het voor omstandigheden of momenten waarin een taaluitdrukking daadwerkelijk gebruikt kan worden.
réelles “réelles” betekent hier “echte” en beschrijft “situations”. De vorm staat in het meervoud bij dat zelfstandig naamwoord; gebruik haar om situaties uit de werkelijkheid te onderscheiden van alleen theoretische voorbeelden.
relis “relis” betekent hier “lees opnieuw” in “Je relis généralement tout”. Het is de vorm van “relire” bij “je”; gebruik het met tekst die je nogmaals leest om die opnieuw te bekijken.
généralement “généralement” betekent hier “meestal” en beschrijft hoe vaak de spreker alles opnieuw leest. Gebruik dit bij een gewoonte of patroon dat doorgaans geldt, maar niet noodzakelijk altijd.
tout “tout” betekent hier “alles” en verwijst naar de volledige inhoud die de spreker opnieuw leest. In “Je relis généralement tout” staat het als zelfstandig gebruikt woord na het werkwoord; gebruik het om een geheel aan te duiden.
cela “cela” betekent hier “dat” en verwijst naar de volledige handeling of het opnieuw lezen uit de vorige zin. Het is het onderwerp van “cela prend trop de temps” en kan naar een eerder genoemde situatie verwijzen.
prend “prend” betekent hier niet letterlijk “neemt”, maar geeft in “cela prend trop de temps” aan dat iets te veel tijd kost. Het is de vorm van “prendre” bij “cela”; de combinatie “prendre ... de temps” gebruik je om benodigde tijd te beschrijven.
trop “trop” geeft hier een overdreven hoeveelheid aan in “trop de temps”: te veel tijd. Gebruik “trop de” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer de hoeveelheid boven het gewenste of redelijke niveau ligt.
de “de” maakt hier samen met “trop” de hoeveelheidsconstructie “trop de temps”. Na een uitdrukking van hoeveelheid staat “de” vóór het zelfstandig naamwoord; in deze zin gaat het om de hoeveelheid tijd.
temps “temps” betekent hier “tijd” in “cela prend trop de temps”. Gebruik het in deze constructie om aan te geven hoeveel tijd een activiteit vraagt of kost.
Choisis “Choisis” is hier een directe instructie aan één persoon: “kies”. Het is de gebiedende vorm van “choisir”; gebruik hem wanneer je iemand vraagt bepaalde opties of onderdelen te selecteren.
parties “parties” betekent hier “delen” van de les of het materiaal. In “les parties que tu peux utiliser...” verwijst het naar geselecteerde onderdelen; gebruik het met materiaal dat uit afzonderlijke onderdelen bestaat.
que “que” verwijst hier naar “les parties” en leidt de informatie “que tu peux utiliser...” in. In deze zin is het het object van “utiliser”; een patroon als zelfstandig naamwoord + “que” + onderwerp + werkwoord helpt een zelfstandig naamwoord nader te omschrijven.
tu “tu” betekent hier “je” of “jij” en richt zich tot één gesprekspartner. De klasgenoten spreken elkaar direct aan; gebruik deze vorm voor een informele enkelvoudige aanspreking.
peux “peux” betekent hier “kunt” in “tu peux utiliser”. Het is de vorm van “pouvoir” bij “tu” en drukt hier de mogelijkheid of vaardigheid uit om iets te gebruiken; daarna volgt een infinitief.
utiliser “utiliser” betekent hier “gebruiken” in “tu peux utiliser”. Het staat als infinitief na “peux” en krijgt als object “les parties”; gebruik het voor het inzetten van iets voor een bepaald doel.
dans “dans” betekent hier “in” en plaatst de uitdrukkingen binnen “une courte conversation”. Gebruik het vóór een situatie, ruimte of context waarin een handeling plaatsvindt.
une “une” is hier het onbepaalde vrouwelijke lidwoord vóór “conversation”. Het introduceert één niet nader bepaalde conversatie; dezelfde vorm staat aan het begin van de laatste zin als “Une”.
courte “courte” betekent hier “korte” en beschrijft “conversation”. De vorm past bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord; gebruik haar om een gesprek met beperkte duur of omvang te typeren.
conversation “conversation” betekent hier “gesprek” in “une courte conversation”. Gebruik het voor een uitwisseling tussen gesprekspartners, zoals de korte oefensituatie die in deze les wordt genoemd.
Nous “Nous” betekent hier “wij” of “we” en is het onderwerp van “Nous pourrions écrire...”. Gebruik deze vorm wanneer de spreker zichzelf samen met één of meer anderen bedoelt.
pourrions “pourrions” betekent hier “zouden kunnen” en maakt in “Nous pourrions écrire...” een voorstel. Het is de vorm van “pouvoir” bij “nous” in een voorwaardelijke vorm; gebruik “nous pourrions + infinitief” voor een mogelijke gezamenlijke aanpak.
écrire “écrire” betekent hier “schrijven” in “Nous pourrions écrire des phrases d'exemple”. Het is een infinitief na “pourrions” en krijgt “des phrases d'exemple” als wat er geschreven wordt.
phrases “phrases” betekent hier “zinnen” in “des phrases d'exemple”. Gebruik het voor afzonderlijke taaluitingen die de lerenden kunnen opschrijven en daarna hardop zeggen.
d'exemple “d'exemple” betekent hier “van een voorbeeld” en beschrijft wat voor zinnen bedoeld zijn: voorbeeldzinnen. De vorm is “de” vóór “exemple” met weglating van de klinker; gebruik haar om het voorbeeldkarakter van iets aan te geven.
avant “avant” betekent hier “voordat” en ordent twee handelingen in de tijd: eerst voorbeeldzinnen schrijven en daarna spreken oefenen. In “avant de nous entraîner à parler” staat het vóór “de” en een infinitiefconstructie.
entraîner “entraîner” betekent hier, met het wederkerende “nous”, “ons oefenen” in “nous entraîner à parler”. De uitdrukking “s'entraîner à” gebruik je voor oefenen in een bepaalde activiteit; hier is die activiteit “parler”.
parler “parler” betekent hier “spreken” in “nous entraîner à parler”. Het is een infinitief na “à” en benoemt de vaardigheid waarin de gesprekspartners willen oefenen; gebruik het voor mondeling communiceren.
Dire “Dire” betekent hier “het zeggen” in “Dire les phrases d'exemple à voix haute”. De infinitief staat aan het begin als naam van de handeling die iets zal aantonen; gebruik een infinitief zo om een activiteit als onderwerp te noemen.
à voix haute De hele uitdrukking “à voix haute” betekent “hardop”. “à” maakt de uitdrukking, “voix” betekent “stem” en “haute” betekent hier “hoog”; samen beschrijven ze dat je iets met hoorbare stem zegt. Gebruik haar bij spreken of lezen dat anderen moeten kunnen horen.
montrera “montrera” betekent hier “zal laten zien” in “Dire les phrases d'exemple à voix haute montrera si...”. Het is de toekomstige vorm van “montrer”; gebruik haar wanneer een handeling later een resultaat of inzicht zal opleveren.
si “si” betekent hier “of” in “montrera si tu peux utiliser...”, niet “als”. Het leidt een indirecte vraag in over de vraag of de uitdrukkingen bruikbaar zijn; gebruik het na werkwoorden als laten zien, weten of vragen wanneer het antwoord ja of nee kan zijn.
expressions “expressions” betekent hier “uitdrukkingen” in “utiliser les expressions dans une conversation”. Het verwijst naar vaste of herkenbare taalformuleringen uit de les; gebruik het voor taalelementen die je in een gesprek kunt toepassen.
semble “semble” betekent hier “lijkt” in “Cela semble plus utile”. Het is de vorm van “sembler” bij “cela” en drukt een beoordeling of indruk uit; gebruik “sembler + beschrijving” wanneer iets volgens de spreker een bepaalde indruk geeft.
plus “plus” geeft hier een hogere graad aan in “plus utile que de recopier toute la page”: nuttiger. Samen met “que” maakt het een vergelijking; gebruik “plus” vóór een bijvoeglijk naamwoord wanneer iets in sterkere mate een eigenschap heeft.
utile “utile” betekent hier “nuttig” en beschrijft de voorgestelde manier van oefenen. In “plus utile que...” staat het in een vergelijking; gebruik het om aan te geven dat iets helpt voor het doel dat je hebt.
recopier “recopier” betekent hier “opnieuw overschrijven” in “que de recopier toute la page”. Het is een infinitief na de vergelijkingsconstructie en krijgt “toute la page” als object; gebruik het voor het opnieuw uitschrijven van bestaande tekst.
toute “toute” betekent hier “de hele” in “toute la page”. De vorm beschrijft het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord “page”; gebruik haar om de volledigheid van een vrouwelijke zaak of verzameling te benadrukken.
page “page” betekent hier “pagina” in “toute la page”. Gebruik het voor een afzonderlijke pagina van het lesmateriaal of een ander geschreven document.
montre “montre” betekent hier “laat zien” in “Cela montre aussi quels points sont clairs”. Het is de vorm van “montrer” bij “cela”; gebruik het om aan te geven dat iets informatie of een verschil zichtbaar maakt.
aussi “aussi” betekent hier “ook” en voegt een extra gevolg van de oefenmethode toe. Het staat in “Cela montre aussi...” bij het werkwoord; gebruik het om een aanvullende bewering aan een eerdere bewering toe te voegen.
quels “quels” betekent hier “welke” in “quels points sont clairs”. Het hoort bij het mannelijke meervoud “points” en leidt een indirecte vraag in; gebruik het om meerdere mogelijke onderdelen te onderscheiden.
points “points” betekent hier “punten” of “onderdelen” van de les in “quels points sont clairs”. Gebruik het voor afzonderlijke inhoudelijke zaken die duidelijk kunnen zijn of meer oefening nodig hebben.
clairs “clairs” betekent hier “duidelijk” en beschrijft “points”. De vorm staat bij het mannelijke meervoudige zelfstandig naamwoord; gebruik haar om aan te geven dat iets goed begrepen of helder is.
lesquels “lesquels” betekent hier “welke” of “die welke” en verwijst terug naar “points” in “lesquels demandent plus de pratique”. Het voorkomt dat “points” wordt herhaald; gebruik het om binnen een eerder genoemde groep bepaalde onderdelen verder te beschrijven.
demandent “demandent” betekent hier “vereisen” in “lesquels demandent plus de pratique”, niet “vragen” in de betekenis van iets aan iemand vragen. Het is de vorm van “demander” bij “lesquels”; gebruik “demander + iets” ook om aan te geven dat iets een bepaalde inspanning of hoeveelheid nodig heeft.
pratique “pratique” betekent hier “oefening” in “demandent plus de pratique”. Het is hier een zelfstandig naamwoord na “de”; gebruik het voor herhaalde oefening die nodig is om een vaardigheid beter te beheersen.
Choisissons “Choisissons” betekent hier “laten we kiezen” en stelt een gezamenlijke actie voor in “Choisissons chacun quelques expressions utiles”. Het is de gebiedende vorm voor “nous” van “choisir”; gebruik haar om een voorstel aan een groep te doen.
chacun “chacun” betekent hier “ieder” en maakt duidelijk dat beide gesprekspartners afzonderlijk een paar uitdrukkingen kiezen. Gebruik het met een gezamenlijke activiteit wanneer de handeling per persoon geldt.
quelques “quelques” betekent hier “enkele” of “een paar” in “quelques expressions utiles”. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord en geeft een kleine, niet exact bepaalde hoeveelheid aan.
utiles “utiles” betekent hier “nuttige” en beschrijft “expressions”. De vorm staat bij het meervoudige zelfstandig naamwoord; gebruik haar voor uitdrukkingen die bruikbaar zijn in de bedoelde oefensituatie.
et “et” betekent hier “en” en verbindt twee gezamenlijke acties: uitdrukkingen kiezen en ze uitproberen. Gebruik het om woorden, zinsdelen of handelingen naast elkaar te plaatsen.
essayons “essayons” betekent hier “laten we proberen” in “essayons-les après le cours”. Het is de gebiedende vorm voor “nous” van “essayer” en doet een voorstel om de gekozen uitdrukkingen uit te proberen; in “essayons-les” verwijst “les” naar die uitdrukkingen.
après “après” betekent hier “na” en plaatst het uitproberen na de les, in “après le cours”. Gebruik het om een moment of gebeurtenis aan te geven die later komt dan een andere.
cours “cours” betekent hier “les” in “après le cours”. Het kan ook een cursus aanduiden, maar in deze dialoog gaat het om de les die de gesprekspartners net hebben gevolgd; gebruik het hier met “le” voor die specifieke les.
sera “sera” betekent hier “zal zijn” in “Une courte routine sera plus facile...”. Het is de toekomstige vorm van “être” bij “une courte routine”; gebruik haar om een toekomstige eigenschap of beoordeling uit te drukken.
facile “facile” betekent hier “gemakkelijk” in “plus facile à répéter”. Het beschrijft hoe weinig moeite iets kost; de constructie “facile à + infinitief” geeft aan welke handeling gemakkelijk is.
répéter “répéter” betekent hier “herhalen” in “à répéter”. Het is de infinitief na “facile à” en heeft “une courte routine” als datgene wat herhaald wordt; gebruik het voor het opnieuw uitvoeren of zeggen van iets.
qu'un “qu'un” betekent hier “dan een” in de vergelijking “plus facile à répéter qu'un long programme de révision”. Het is de samengevoegde vorm van “que” en “un”; gebruik hem na een vergelijkende vorm wanneer het tweede element met een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord begint.
long “long” betekent hier “lange” en beschrijft “programme” in “un long programme de révision”. De vorm staat bij het mannelijke enkelvoud; gebruik haar voor iets dat veel tijd, omvang of stappen heeft.
programme “programme” betekent hier “programma” of “plan” in “un long programme de révision”. Gebruik het voor een georganiseerde reeks activiteiten, hier bedoeld om een les uitgebreid te herhalen.
révision “révision” betekent hier “herhaling” of “herziening” in “programme de révision”. Na “de” beschrijft het waarvoor het programma bedoeld is; gebruik het voor het opnieuw doornemen en inoefenen van leerstof.

Grammatica

avant de + infinitif

avant de s'entraîner

ah-vahn duh sahn-tray-NAY

voordat je oefent

Na « avant de » volgt een infinitief; het onderwerp blijft hetzelfde als in de hoofdzin.

Impératif : verbe sans sujet

Commence la révision.

ko-MAHNS luh ray-vee-ZJON

Begin de herhaling.

In de gebiedende wijs staat het onderwerp meestal niet. Je gebruikt de werkwoordsvorm direct als opdracht.

Frans woordenschat

aujourd'hui bijwoord
oo-zjoer-DWIE vandaag

la leçon d'aujourd'hui

commencer werkwoord
ko-man-SAY beginnen Commence

Commence par les notes

directement bijwoord
die-rektuh-MAHN rechtstreeks

directement liées

leçon zelfstandig naamwoord
luh-SON les

la leçon d'aujourd'hui

lié bijvoeglijk naamwoord
lie-AY verbonden liées

les notes qui sont directement liées

note zelfstandig naamwoord
noht aantekening notes

les notes

réel bijvoeglijk naamwoord
ray-EL echt réelles

des situations réelles

relire werkwoord
ruh-LEER opnieuw lezen relis

Je relis généralement tout

réviser werkwoord
ray-vee-ZAY herhalen

réviser la leçon

savoir werkwoord
sah-VWAAR weten sais

je ne sais pas

situation zelfstandig naamwoord
sie-tuu-ah-SJON situatie situations

des situations réelles

vouloir werkwoord
voe-LWAAR willen veux

Je veux réviser

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil de les van vandaag herhalen.

Antwoord tonenJe veux réviser la leçon d'aujourd'hui.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

weten

Antwoord tonensais

herhalen

Antwoord tonenréviser

aantekening

Antwoord tonennotes

rechtstreeks

Antwoord tonendirectement