Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een korte presentatie voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je dois faire une courte présentation la semaine prochaine.
Zje dwaa feer uun koert pree-zan-ta-sjon laa suh-men pro-sjen. Ik moet volgende week een korte presentatie geven.Commence par un plan clair avant d'écrire des phrases complètes.
Ko-mans par un plan klèr a-van dee-krier dee fraaz kom-plèt. Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.Mon sujet, c'est comment j'ai changé mes habitudes d'étude.
Mon su-zjee, see ko-man zjee sjan-zjee mee za-bi-tuud dee-tuud. Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.C'est un sujet auquel on peut s'identifier, alors réfléchis à ce que le public va apprendre.
See-tun su-zjee oo-kèl on puh sie-dan-ti-fie, a-lor ree-flee-sjie aa suh kuh luh puu-blik va a-pran-dr. Dat is herkenbaar, dus bedenk wat het publiek ervan zal leren.Je veux expliquer le problème, le changement et le résultat.
Zje vuh eks-plee-kee luh pro-blèm, luh sjan-zje-man ee luh ree-zul-ta. Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.Cette structure fonctionne. Ajoute des transitions simples entre ces parties.
Set struk-tuur fonk-sjon. A-zjoet dee tran-zie-sjon senpl an-truh see par-tie. Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die onderdelen toe.Dois-je apprendre toute la présentation par cœur ?
Dwaazj a-pran-dr toet laa pree-zan-ta-sjon par keur. Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?Entraîne-toi avec des notes pour parler plus naturellement.
An-trèn twaa a-vek dee noot poor par-lee pluu na-tu-rèl-man. Oefen met notities, zodat je natuurlijker klinkt.Je vais m'entraîner deux fois et m'enregistrer.
Zje vè man-tree-nee deu fwaa ee man-re-zjis-tree. Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.Cela t'aidera à améliorer ton timing et à parler avec plus d'assurance.
Suh-la tèd-ruh-ra aa a-me-lee-o-ray ton tai-ming ee aa par-lee a-vek pluu da-sy-rans. Dat helpt je om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.Uitleg van de zinnen
Je dois faire une courte présentation la semaine prochaine.
Ik moet volgende week een korte presentatie geven.
- Je dois
- ik moet
- faire
- doen; maken
- courte
- kort
- présentation
- presentatie
- semaine
- week
- prochaine
- volgende
Uitgebreide uitleg
Je dois is de tegenwoordige tijd van devoir in de eerste persoon enkelvoud: “ik moet”. Met een infinitief erna drukt devoir hier noodzaak of verplichting uit. Het patroon is je dois + infinitief, bijvoorbeeld: Je dois partir. — “Ik moet vertrekken.” faire is de infinitief van faire, “doen” of “maken”. In faire une présentation betekent het natuurlijk “een presentatie geven”; de betekenis ontstaat hier dus samen met une présentation, niet doordat faire op zichzelf specifiek “geven” betekent. courte betekent hier “kort” en is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van court. De vorm past bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord présentation: une courte présentation. Vergelijk: un court message — “een kort bericht”; court krijgt daar de mannelijke vorm. présentation is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “presentatie”. Het meervoud is présentations. Het Franse onbepaalde lidwoord in une présentation markeert hier een niet nader bepaalde presentatie; het drukt op zichzelf geen specifiek numeriek aantal uit. semaine is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor “week”. Het meervoud is semaines. In de tijdsaanduiding la semaine prochaine gaat het om de week die na de huidige of bedoelde week komt. prochaine betekent hier “volgende” en is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van prochain. Het stemt af op semaine, dat vrouwelijk en enkelvoudig is. Het patroon la semaine prochaine betekent “volgende week”; het bijvoeglijk naamwoord staat in het Frans hier na het zelfstandig naamwoord. Samen betekent Je dois faire une courte présentation la semaine prochaine: “Ik moet volgende week een korte presentatie geven.” Je dois drukt de verplichting uit, faire une courte présentation benoemt de activiteit, en la semaine prochaine plaatst die activiteit in de volgende week.
Commence par un plan clair avant d'écrire des phrases complètes.
Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.
- Commence par
- begin met
- plan
- opzet; plan
- clair
- duidelijk
- avant d'écrire
- voordat je schrijft
- phrases
- zinnen
- complètes
- volledig
Uitgebreide uitleg
Commence par is hier een aansporing: “begin met …”. Commence is de gebiedende wijs van commencer (“beginnen”) voor één aangesproken persoon; het onderwerp tu staat niet apart in de zin. Commencer par + zelfstandig naamwoord is een bruikbaar patroon: Commence par une question. = “Begin met een vraag.” Bij plan betekent het woord hier een opzet of plan voor de presentatie. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord daarna de mannelijke enkelvoudsvorm clair. In un plan is un een onbepaald lidwoord; het geeft hier niet op zichzelf een geteld aantal als boodschap. clair betekent hier “duidelijk”. Het beschrijft plan, niet het werkwoord. De vorm is mannelijk enkelvoud omdat plan mannelijk enkelvoud is. De vrouwelijke vorm is claire, bijvoorbeeld in une idée claire = “een duidelijk idee”. avant d'écrire betekent “voordat je schrijft”. Na avant de gebruikt het Frans een infinitief wanneer de uitvoerder van die handeling uit de context duidelijk is; de wordt vóór écrire tot d' verkort. Écrire is de infinitief “schrijven”. Een ander bruikbaar patroon is avant de commencer = “voordat je begint”. phrases is het meervoud van phrase, “zin”. Het gaat hier om volledige zinnen die je schrijft. Het meervoud wordt in de spelling met -s gemarkeerd; de uitspraak verandert daardoor niet noodzakelijk. complètes betekent “volledig” en beschrijft phrases. De vorm is vrouwelijk meervoud: phrase is vrouwelijk en phrases staat in het meervoud. De basisvorm is complet (mannelijk enkelvoud); vergelijk complète (vrouwelijk enkelvoud) en complets (mannelijk meervoud). Bijvoorbeeld: des réponses complètes = “volledige antwoorden”. Samen geeft de zin het herbruikbare patroon Commence par [een eerste onderdeel] avant de [infinitief]: begin eerst met een duidelijke opzet en schrijf daarna pas volledige zinnen. De gebiedende wijs richt zich op één aangesproken persoon, zonder dat de zin expliciet beweert wie die persoon is.
Mon sujet, c'est comment j'ai changé mes habitudes d'étude.
Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.
- sujet
- onderwerp
- c'est
- het is
- comment
- hoe
- j'ai
- ik heb
- changé
- veranderd
- habitudes
- gewoonten
- étude
- studie
Uitgebreide uitleg
sujet betekent hier “onderwerp”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is sujets. Voorbeeld: Mon sujet est le voyage. — “Mijn onderwerp is reizen.” c'est is de vaste samentrekking van ce + est (“dit/dat is” of “het is”). In deze zin verbindt het het onderwerp met de uitleg erna. est is de vorm van être bij il/elle/on en bij ce. Voorbeeld: C'est important. — “Dat is belangrijk.” comment betekent hier “hoe” en leidt de inhoud van het onderwerp in: comment ... = “hoe ...”. Het vraagt hier niet zelfstandig naar een manier, maar opent een bijzin over de manier waarop iets gebeurde. Voorbeeld: Je comprends comment elle travaille. — “Ik begrijp hoe zij werkt.” j'ai is je + de vorm ai van avoir (“hebben”) in de tegenwoordige tijd. In combinatie met het volgende voltooid deelwoord vormt het de passé composé: j'ai changé = “ik heb veranderd”. Voor je wordt je vóór een klinker of stomme h verkort tot j'. changé is het voltooid deelwoord van changer (“veranderen”). Hier staat het met avoir in de passé composé. De basisreeks is changer — je change — j'ai changé; het deelwoord changé verandert in deze constructie niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: J'ai changé de méthode. — “Ik ben van methode veranderd.” habitudes betekent “gewoonten”. Het is het meervoud van habitude; het meervoud wordt hier zichtbaar door de uitgang -s. In mes habitudes betekent mes “mijn” bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Mes habitudes changent. — “Mijn gewoonten veranderen.” étude betekent “studie” of “studeren” als activiteit. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; in d'étude staat het na de, waarbij de hier de activiteit specificeert: “studie-” in habitudes d'étude. Voorbeeld: J'ai une habitude d'étude régulière. — “Ik heb een vaste studiegewoonte.” Samen vormt Mon sujet, c'est ... de structuur “Mijn onderwerp is ...”. Daarna geeft comment de inhoud van dat onderwerp aan. j'ai changé zegt dat de verandering voltooid is, mes habitudes benoemt de gewoonten van de spreker, en d'étude beperkt die gewoonten tot studie. De volledige betekenis is dus: “Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.”
C'est un sujet auquel on peut s'identifier, alors réfléchis à ce que le public va apprendre.
Dat is herkenbaar, dus bedenk wat het publiek ervan zal leren.
- C'est
- dat is
- un sujet
- een onderwerp
- auquel
- waaraan
- on peut
- men kan
- s'identifier
- zich ermee identificeren
- alors
- dus
- réfléchis
- denk na
- à ce que
- over wat
- le public
- het publiek
- apprendre
- leren
Uitgebreide uitleg
C'est is de samentrekking van ce en est en betekent hier “dat is”. Ce is in deze presentatieve constructie een aanwijzend voornaamwoord dat iets aanduidt en identificeert; de precieze referent hoeft niet als een zelfstandig naamwoord te worden benoemd. Voorbeeld: C'est important. — “Dat is belangrijk.” un sujet betekent hier “een onderwerp”. Sujet is een zelfstandig naamwoord; un is het onbepaalde lidwoord en drukt op zichzelf geen expliciet aantal uit. In de vorige zin wordt het onderwerp nader omschreven als hoe de spreker zijn studiegewoonten heeft veranderd. auquel combineert à met lequel. Het verwijst hier terug naar het mannelijke enkelvoudige sujet, daarom staat deze vorm er. De constructie s'identifier à quelque chose betekent dat iemand zich met iets identificeert of zich erin herkent. Andere vormen zijn bijvoorbeeld à laquelle bij een vrouwelijk enkelvoudig antecedent en auxquels bij een mannelijk meervoudig antecedent. Voorbeeld: C'est une histoire à laquelle je m'identifie. — “Dat is een verhaal waarmee ik me identificeer.” on peut betekent hier “men kan” of natuurlijker “je kunt”. Peut is de derde persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd; on krijgt hier die enkelvoudige werkwoordsvorm. Pouvoir wordt gevolgd door een infinitief, hier s'identifier: on peut + infinitief. Voorbeeld: On peut apprendre ensemble. — “Je kunt samen leren.” s'identifier is een wederkerend werkwoord in de infinitief. In deze zin staat het na peut en vormt het met à de constructie s'identifier à: “zich met iets identificeren” of “zich in iets herkennen”. De s' hoort bij het werkwoord en is geen los zelfstandig woord. alors betekent hier “dus” en verbindt de vaststelling met de daaropvolgende aansporing. Het geeft in deze zin een gevolg aan. réfléchis is de gebiedende wijs voor tu van réfléchir, “nadenken”. De basisvorm is réfléchir; in de gebiedende wijs wordt dat réfléchis. Voorbeeld: Réfléchis à la question. — “Denk na over de vraag.” De combinatie réfléchir à betekent “nadenken over”. à ce que leidt een bijzin in en betekent hier “over wat”. Na réfléchir à geeft het aan waarover moet worden nagedacht. Ce que betekent “wat” wanneer datgene wat in de bijzin de functie van lijdend voorwerp heeft. Voorbeeld: Réfléchis à ce que tu veux. — “Denk na over wat je wilt.” le public betekent “het publiek”. Public is hier een zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord le; het duidt de mensen aan voor wie de uitleg bedoeld is. In de bijzin is het publiek de handelende partij bij va apprendre. apprendre betekent “leren”. Het is de infinitief en staat hier na va: va apprendre is de nabije toekomst (aller in de tegenwoordige tijd + infinitief), dus “zal leren” of “gaat leren”. Voorbeeld: Le public va apprendre une nouvelle méthode. — “Het publiek zal een nieuwe methode leren.” De zin bouwt als volgt op: C'est un sujet auquel on peut s'identifier betekent “Dat is een onderwerp waarmee men zich kan identificeren” en alors réfléchis à ce que le public va apprendre betekent “dus denk na over wat het publiek zal leren”. Samen is de betekenis: “Dat is herkenbaar, dus bedenk wat het publiek ervan zal leren.”
Je veux expliquer le problème, le changement et le résultat.
Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.
- veux
- wil
- expliquer
- uitleggen
- problème
- probleem
- changement
- verandering
- résultat
- resultaat
Uitgebreide uitleg
veux betekent hier “wil” en is de vorm van vouloir bij je in de tegenwoordige tijd. vouloir krijgt daarna een infinitief: Je veux expliquer = “Ik wil uitleggen”. Vergelijk bijvoorbeeld: Je veux apprendre. — “Ik wil leren.” expliquer is de infinitief “uitleggen”. Na veux blijft het werkwoord in de infinitief; het krijgt hier dus geen persoonsuitgang. Het onderwerp van beide werkwoorden is je: Je veux expliquer betekent letterlijk dat de spreker iets wil uitleggen. problème betekent hier “probleem”. De vorm le problème is een bepaalde naamwoordgroep: le hoort bij dit mannelijke enkelvoudige Franse zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: J’explique le problème. — “Ik leg het probleem uit.” changement betekent “verandering”. In le changement staat het woord opnieuw in het mannelijke enkelvoud met het bepaalde lidwoord le. Voorbeeld: Le changement est important. — “De verandering is belangrijk.” résultat betekent “resultaat”. Ook le résultat is een mannelijk enkelvoud met le. Voorbeeld: Je montre le résultat. — “Ik toon het resultaat.” De drie naamwoordgroepen le problème, le changement en le résultat zijn rechtstreeks met expliquer verbonden. De komma’s en et maken een opsomming: de spreker wil het probleem, de verandering én het resultaat uitleggen. Samen betekent de hele zin: “Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.”
Cette structure fonctionne. Ajoute des transitions simples entre ces parties.
Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die onderdelen toe.
- Cette
- deze
- structure
- structuur
- fonctionne
- werkt
- Ajoute
- voeg toe
- transitions
- overgangen
- simples
- eenvoudige
- entre
- tussen
- ces
- die
- parties
- onderdelen
Uitgebreide uitleg
Cette staat vóór structure en betekent hier “deze”. Het is de vorm voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. De vormen zijn ce voor mannelijk enkelvoud, cet voor mannelijk enkelvoud vóór een klinkerklank, cette voor vrouwelijk enkelvoud en ces voor het meervoud. structure betekent hier “structuur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor cette. Het meervoud is structures. fonctionne betekent hier “werkt”. Het is de tegenwoordige tijd van fonctionner, in de derde persoon enkelvoud: la structure fonctionne. Voorbeeld: Le plan fonctionne. — “Het plan werkt.” Ajoute betekent “voeg toe”. Het is hier de bevestigende gebiedende wijs voor tu, van ajouter. Het onderwerp “jij” staat niet apart in deze vorm. Voorbeeld: Ajoute un exemple. — “Voeg een voorbeeld toe.” transitions betekent “overgangen”. Het is het meervoud van une transition. In deze zin is het het directe object van ajoute: de overgangen die toegevoegd moeten worden. simples betekent “eenvoudige” en beschrijft transitions. Het bijvoeglijk naamwoord staat daarom in het vrouwelijk meervoud. De vormketen is simple (enkelvoud) → simples (meervoud). Voorbeeld: des phrases simples — “eenvoudige zinnen”. entre betekent “tussen”. Het is een voorzetsel dat de relatie tussen zaken of plaatsen aangeeft. Hier leidt het de bepaling entre ces parties in. ces betekent hier “die” bij het meervoudige zelfstandig naamwoord parties. Deze vorm is voor mannelijk en vrouwelijk meervoud hetzelfde. De vorm zelf geeft geen afzonderlijk grammaticaal verschil tussen mannelijk en vrouwelijk aan. parties betekent hier “onderdelen”. Het is het meervoud van une partie, dat “onderdeel” of “deel” kan betekenen. Samen met entre ces vormt het de bepaling “tussen die onderdelen”. De eerste zin bestaat uit Cette structure (“deze structuur”) en fonctionne (“werkt”): “Deze structuur werkt.” In de tweede zin geeft Ajoute de opdracht om transitions toe te voegen. simples beschrijft die overgangen, en entre ces parties geeft aan dat ze tussen die onderdelen moeten komen. Samen betekent de tweede zin: “Voeg eenvoudige overgangen tussen die onderdelen toe.”
Dois-je apprendre toute la présentation par cœur ?
Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?
- Dois-je
- moet ik …?
- apprendre
- leren
- toute
- hele
- présentation
- presentatie
- par cœur
- uit het hoofd
Uitgebreide uitleg
Dois-je komt van devoir en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je dois. Door inversie staat het werkwoord vóór het onderwerp in deze vraag. Hier drukt het een verplichting of noodzakelijkheid uit: “moet ik …?” Een gewone variant is Est-ce que je dois apprendre ... ?. apprendre betekent hier “leren” en staat in de infinitief na dois, omdat devoir met een infinitief wordt gecombineerd: je dois apprendre = “ik moet leren”. De infinitief blijft onveranderd; de persoonsinformatie zit in dois. Bijvoorbeeld: Je dois pratiquer. — “Ik moet oefenen.” toute betekent hier “de hele”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van tout en stemt af op présentation, een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm verandert volgens het zelfstandig naamwoord: tout le texte betekent “de hele tekst”, terwijl toute la présentation “de hele presentatie” betekent. présentation is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een presentatie of voordracht. Het lidwoord en het bijvoeglijke woord ervoor laten dat zien in deze woordgroep: la présentation, toute la présentation. Bijvoorbeeld: La présentation commence. — “De presentatie begint.” par cœur is een vaste uitdrukking die betekent dat je iets uit het hoofd kent of leert, zonder het voor te lezen. In combinatie met apprendre betekent apprendre par cœur: “uit het hoofd leren”. Het is dus een afzonderlijke uitdrukking; cœur betekent hier niet letterlijk een lichaamsorgaan. Samen vormen de delen Dois-je apprendre (“moet ik leren”), toute la présentation (“de hele presentatie”) en par cœur (“uit het hoofd”) de vraag: “Moet ik de hele presentatie uit het hoofd leren?” De vraag gaat over de noodzaak om de volledige presentatie op die manier te leren.
Entraîne-toi avec des notes pour parler plus naturellement.
Oefen met notities, zodat je natuurlijker klinkt.
- Entraîne-toi
- Oefen
- des notes
- notities
- parler
- spreken
- plus naturellement
- natuurlijker
Uitgebreide uitleg
Entraîne-toi betekent hier « oefen ». Het komt van het reflexieve werkwoord s’entraîner (« oefenen, trainen ») en is de bevestigende imperatief voor tu. Bij een reflexief werkwoord staat het voornaamwoord in de bevestigende imperatief achter het werkwoord en wordt het met een koppelteken verbonden: Entraîne-toi ! = « Oefen! » In de ontkenning staat het voornaamwoord vóór het werkwoord: Ne t’entraîne pas. des notes betekent « notities ». notes is het meervoud van note; des is hier het onbepaalde meervoudslid. Het zegt niet hoeveel notities er zijn. Vergelijk une note (« een notitie ») met des notes (« notities »). parler betekent « spreken » en is een infinitief. In pour parler ... geeft pour het doel aan: « om ... te spreken ». De infinitief blijft na pour onveranderd. Voorbeeld: Je lis pour apprendre. = « Ik lees om te leren. » plus naturellement betekent « natuurlijker ». naturellement is het bijwoord dat bij naturel/naturelle (« natuurlijk ») hoort; plus maakt bij een bijwoord een vergelijking: plus naturellement = « natuurlijker / op een natuurlijkere manier ». Hier beschrijft het hoe iemand spreekt. Het tegenovergestelde is moins naturellement (« minder natuurlijk »). parler plus naturellement betekent dus « natuurlijker spreken ». Samen vormt de zin een aansporing met een doel: Entraîne-toi avec des notes betekent « Oefen met notities », en pour parler plus naturellement legt uit waarvoor je dat doet: « om natuurlijker te spreken ». De volledige betekenis is: « Oefen met notities, zodat je natuurlijker klinkt. »
Je vais m'entraîner deux fois et m'enregistrer.
Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.
- Je vais
- ik ga
- m'entraîner
- oefenen
- deux fois
- twee keer
- m'enregistrer
- mezelf opnemen
Uitgebreide uitleg
Je vais betekent hier “ik ga” en vormt samen met een infinitief de nabije toekomst: je vais + infinitief. vais is de eerste persoon enkelvoud van aller; het onderwerp je bepaalt die vorm. Voorbeeld: Je vais lire. — “Ik ga lezen.” Dit drukt een voorgenomen of nabije handeling uit, niet alleen verplaatsing. m'entraîner betekent hier “oefenen”. Het is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'entraîner; bij je wordt se me, en vóór een klinker wordt dat m'. De vorm m'entraîner laat dus zien dat de spreker zelf degene is die oefent. Voorbeeld: Je vais m'entraîner demain. — “Ik ga morgen oefenen.” deux fois betekent “twee keer”. deux geeft het aantal aan en fois betekent “keer”; samen geven ze aan hoe vaak de handeling plaatsvindt. Voorbeeld: Je vais répéter deux fois. — “Ik ga het twee keer herhalen.” m'enregistrer betekent hier “mezelf opnemen”, namelijk de eigen stem of uitvoering opnemen. Het is de infinitief van het wederkerende werkwoord s'enregistrer: bij je wordt se me, en vóór de klinker van enregistrer wordt dat m'. Het wederkerende voornaamwoord verwijst hier naar dezelfde persoon als je. Voorbeeld: Je vais m'enregistrer. — “Ik ga mezelf opnemen.” De structuur is Je vais + m'entraîner + deux fois + et + m'enregistrer. Et verbindt twee infinitieven die bij hetzelfde onderwerp horen: de spreker gaat twee keer oefenen en gaat zichzelf opnemen. De volledige betekenis is daarom: “Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.”
Cela t'aidera à améliorer ton timing et à parler avec plus d'assurance.
Dat helpt je om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.
- Cela
- dat
- t'aidera
- zal je helpen
- améliorer
- verbeteren
- ton
- jouw
- timing
- timing
- parler
- spreken
- plus
- meer
- d'assurance
- zelfvertrouwen
Uitgebreide uitleg
Cela betekent hier “dat” en is een aanwijzend voornaamwoord. In deze context wijst het terug naar de voorafgaande gedachte van oefenen en jezelf opnemen. Het staat als onderwerp van de zin. Een bruikbaar patroon is Cela m'aide = “Dat helpt me”. t'aidera bestaat uit het voornaamwoord te, dat vóór een klinker als t' verschijnt, en aidera, de futur simple van aider (“helpen”). Te betekent hier “je” en is het voorwerp: de persoon die hulp krijgt. Het betekent dus niet “ik”. Aidera is de derde persoon enkelvoud, omdat Cela het onderwerp is. Het patroon cela t'aidera betekent “dat zal je helpen”. Na aider volgt hier à plus een infinitief: aider quelqu'un à faire quelque chose. améliorer is de infinitief “verbeteren”. In t'aidera à améliorer maakt deze infinitief duidelijk wat de hulp mogelijk maakt: je timing verbeteren. Een herbruikbaar voorbeeld is Cela m'aide à comprendre — “Dat helpt me begrijpen”. ton betekent “jouw” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm stemt af op het zelfstandig naamwoord dat erop volgt, niet op het geslacht van de persoon die iets bezit. Bijvoorbeeld: ton livre = “jouw boek”. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is doorgaans ta gebruikelijk, zoals in ta voix = “jouw stem”. timing is hier het Franse zelfstandig naamwoord voor timing: het juiste moment of ritme van iets, bijvoorbeeld bij spreken. Het wordt in het Frans doorgaans als mannelijk gebruikt, vandaar ton timing. Het is een leenwoord; de vorm verandert hier niet door ton. parler is de infinitief “spreken”. Hij staat parallel aan améliorer: à améliorer ... et à parler ... betekent “... verbeteren en ... spreken”. Een voorbeeld met dezelfde constructie is Elle apprend à parler plus clairement — “Zij leert duidelijker spreken”. plus betekent in deze combinatie “meer”. Met plus de gevolgd door een zelfstandig naamwoord geeft het een grotere mate aan: plus d'assurance = “meer zelfvertrouwen”. In deze betekenis wordt de s vóór een medeklinker normaal niet uitgesproken, maar de spelling blijft plus. d'assurance is de vorm na elisie van de voor de klinker van assurance. Assurance betekent hier “zelfvertrouwen” of zekerheid in iemands optreden, niet “verzekering”. In avec plus d'assurance beschrijft het hoe iemand spreekt: met meer zelfvertrouwen. Samen betekent Cela t'aidera à améliorer ton timing et à parler avec plus d'assurance: “Dat zal je helpen je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.” De twee infinitiefgroepen na aidera zijn parallel: à améliorer ton timing en à parler avec plus d'assurance. De voorafgaande oefening en opname worden zo voorgesteld als iets dat beide verbeteringen kan ondersteunen.
Grammatica
devoir + infinitif
Je dois faire une présentation.
Zje dwaa feer uun pree-zan-ta-sjon.Ik moet een presentatie geven.
Na devoir staat het volgende werkwoord in het infinitief: dois faire.
futur simple
Cela aidera naturellement.
Suh-la èd-ruh-ra na-tu-rèl-man.Dat zal natuurlijk helpen.
De uitgang -a in aidera geeft de toekomende tijd aan: iets zal helpen.
Frans woordenschat
Je dois faire une courte présentation.
avant d'écrire des phrases complètes
faire une présentation
mes habitudes d'étude
un plan clair
une courte présentation
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
duidelijk
Antwoord tonen
clairvolledig
Antwoord tonen
complètesdoen; geven
Antwoord tonen
fairemoeten