Mon
Mon betekent hier mijn in de woordgroep Mon résultat au test. Het is een bezittelijke bepaling bij résultat en wordt gebruikt vóór het zelfstandig naamwoord dat iets van de spreker aanduidt.
résultat
Résultat betekent hier resultaat, namelijk de uitslag van de toets. In Mon résultat au test staat het als het centrale zelfstandig naamwoord; je kunt het bijvoorbeeld gebruiken voor een resultaat van een examen of meting.
au
Au betekent hier bij of op de test, in de woordgroep au test. Het is de vaste samentrekking van à en le en staat vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord; in deze zin gaat het om de test waarop het resultaat betrekking heeft.
test
Test betekent hier toets. In résultat au test verwijst het naar de toets waarvan het resultaat wordt besproken; het kan ook in een nieuwe voorbeeldzin vóór of na een ander zelfstandig naamwoord staan.
était
Était betekent hier was en beschrijft de toestand van het resultaat. Het is een vorm van être; de onvoltooide verleden tijd past hier bij een beschrijving in het verleden.
décevant
Décevant betekent hier teleurstellend en beschrijft résultat. Het staat na était en geeft een beoordeling van de uitslag; je kunt het ook gebruiken voor een andere uitslag of ervaring die tegenvalt.
même
Même draagt in même si bij aan de betekenis ook al of zelfs als. De hele uitdrukking même si leidt hier een omstandigheid in die de teleurstellende uitslag niet verandert; gebruik même si vóór een volledige bijzin.
si
Si betekent hier als binnen de uitdrukking même si, die in deze zin ook al betekent. De combinatie même si verbindt een omstandigheid met een hoofdzin, bijvoorbeeld een studie-inspanning met een tegenvallend resultaat.
j'avais
J'avais betekent hier ik had in j'avais beaucoup étudié. Het is een vorm van avoir; samen met étudié vormt het een verleden tijd voor iets dat al vóór het genoemde resultaat had plaatsgevonden.
beaucoup
Beaucoup betekent hier veel en versterkt de hoeveelheid studeren in j'avais beaucoup étudié. Het staat in deze samengestelde werkwoordsvorm vóór het voltooid deelwoord; je gebruikt het ook om een grote hoeveelheid aan te geven.
étudié
Étudié betekent hier gestudeerd in j'avais beaucoup étudié. Het is het voltooid deelwoord van étudier en staat hier samen met j'avais; de vorm beschrijft de studie die eerder was verricht.
Avant
Avant betekent hier voordat in Avant de perdre ta motivation. Voor een infinitief volgt het de constructie avant de + werkwoord; hier geeft het aan wat er moet gebeuren vóór het verliezen van motivatie.
de
De verbindt avant met het infinitief perdre in Avant de perdre ta motivation. In deze constructie betekent de niet zelfstandig van, maar markeert het de handeling die vóór een andere handeling plaatsvindt.
perdre
Perdre betekent hier verliezen in Avant de perdre ta motivation. Het staat als infinitief na avant de; je kunt dezelfde vorm gebruiken voor iets dat iemand dreigt te verliezen.
ta
Ta betekent hier jouw in ta motivation. Het staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord motivation en geeft aan dat de motivatie van de aangesprokene is; bezittelijke bepalingen staan vóór het zelfstandig naamwoord.
motivation
Motivation betekent hier motivatie, iets wat iemand helpt om door te gaan met leren. In perdre ta motivation is het het object van perdre; je kunt het gebruiken voor motivatie om te studeren of een andere activiteit voort te zetten.
regarde
Regarde betekent hier kijk in de aansporing regarde quelles parties ont posé problème. Het is een gebiedende vorm van regarder; je gebruikt deze vorm om een aangesprokene direct uit te nodigen iets te bekijken.
quelles
Quelles betekent hier welke in quelles parties. Het staat vóór het vrouwelijke meervoud parties en introduceert de vraag welke onderdelen het probleem veroorzaakten; gebruik het vóór een vrouwelijk meervoudig zelfstandig naamwoord.
parties
Parties betekent hier onderdelen van de toets. In quelles parties verwijst het naar afzonderlijke delen die onderzocht moeten worden; het kan ook andere onderscheiden delen van iets aanduiden.
ont
Ont betekent hier hebben in ont posé problème. Het is een vorm van avoir en werkt samen met posé om de handeling in het verleden uit te drukken; je gebruikt avoir hier als hulpwerkwoord bij het werkwoord poser.
posé
Posé draagt in ont posé problème bij aan de betekenis een probleem veroorzaakt of opgeworpen hebben. Samen met ont en problème vormt het de uitdrukking ont posé problème; posé is het voltooid deelwoord van poser.
problème
Problème betekent hier probleem in ont posé problème. In deze uitdrukking is het datgene wat door bepaalde onderdelen werd veroorzaakt; je kunt het ook gebruiken voor een moeilijkheid die opgelost moet worden.
La
La betekent hier de in La plupart de mes erreurs. Het is een bepaald lidwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord plupart; aan het begin van de zin is het met een hoofdletter geschreven.
plupart
Plupart betekent hier meeste in la plupart de mes erreurs. De vaste woordgroep la plupart de + meervoudig zelfstandig naamwoord verwijst naar het grootste deel van iets; hier gaat het om de fouten van de spreker.
mes
Mes betekent hier mijn in mes erreurs. Het staat vóór het meervoud erreurs en geeft aan dat de fouten van de spreker zijn; het wordt gebruikt vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
erreurs
Erreurs betekent hier fouten in La plupart de mes erreurs. Het benoemt de onjuiste antwoorden of vergissingen die bij de toets zijn gemaakt; je kunt het ook gebruiken voor fouten in een andere taak.
concernaient
Concernaient betekent hier betroffen of gingen over in mes erreurs concernaient la compréhension orale et les formes des mots. Het is een vorm van concerner; het onderwerp erreurs wordt ermee verbonden aan de onderdelen waarop de fouten betrekking hadden.
compréhension
Compréhension betekent hier begrip in compréhension orale. Samen met orale verwijst het naar het begrijpen van gesproken taal; je kunt compréhension ook gebruiken voor het begrijpen van een tekst, uitleg of idee.
orale
Orale betekent hier mondeling of auditief en specificeert compréhension in compréhension orale. Het beschrijft dat het om gesproken taal gaat; in deze woordgroep staat het na het zelfstandig naamwoord.
et
Et betekent hier en en verbindt compréhension orale met les formes des mots. Het voegt twee gebieden samen die in de toetsfouten werden genoemd; je gebruikt et om woorden of zinsdelen te verbinden.
les
Les betekent hier de in les formes des mots. Het is het bepaald lidwoord voor het meervoudige zelfstandig naamwoord formes; in deze zin verwijst het naar concrete woordvormen.
formes
Formes betekent hier vormen in les formes des mots. Samen met des mots verwijst het naar verschillende vormen waarin woorden voorkomen; het meervoud past bij de meerdere woordvormen.
des
Des betekent hier van de in les formes des mots. In deze woordgroep verbindt het formes met mots en geeft het aan dat het om de vormen van woorden gaat; het is hier de samentrekking van de en les.
mots
Mots betekent hier woorden in les formes des mots. Het specificeert waarvan de formes zijn; de woordgroep kan worden gebruikt wanneer je verschillende vormen van woorden bespreekt.
Cette
Cette betekent hier deze in Cette tendance. Het verwijst naar het patroon dat zojuist uit de fouten is afgeleid; cette staat vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
tendance
Tendance betekent hier patroon of tendens in Cette tendance. Het verwijst naar het terugkerende beeld in de toetsfouten; je kunt het gebruiken voor een patroon dat uit meerdere observaties naar voren komt.
est
Est betekent hier is in Cette tendance est utile. Het is een vorm van être en koppelt de tendens aan de beoordeling utile; je gebruikt deze vorm om een huidige toestand of eigenschap te beschrijven.
utile
Utile betekent hier nuttig in Cette tendance est utile. Het zegt dat het gevonden patroon helpt om te bepalen waarop geoefend moet worden; je kunt het ook gebruiken voor een hulpmiddel, advies of informatie.
parce qu'elle
Parce qu'elle betekent hier omdat het in parce qu'elle montre, waarbij elle naar de tendens verwijst. De combinatie leidt de reden in waarom het patroon nuttig is; qu'elle is de samentrekking van que en elle.
montre
Montre betekent hier laat zien in parce qu'elle montre sur quoi tu dois te concentrer. Het is een vorm van montrer; het onderwerp elle verwijst naar de tendens, die aanwijst waarop de leerling zich moet richten.
sur
Sur betekent hier op in sur quoi tu dois te concentrer. Samen met se concentrer vormt het de constructie zich richten op; hier staat het vóór quoi om aan te geven waarop de aandacht moet komen.
quoi
Quoi betekent hier wat in sur quoi tu dois te concentrer. In combinatie met sur vraagt het naar het onderwerp waarop iemand zich moet richten; het staat hier binnen een indirecte vraag.
tu
Tu betekent hier je of jij en is het onderwerp van tu dois te concentrer. Het verwijst naar de persoon die wordt aangesproken; je gebruikt tu als persoonlijk onderwerp voor een informele aangesprokene.
dois
Dois betekent hier moet in tu dois te concentrer. Het is een vorm van devoir en wordt gevolgd door de infinitief te concentrer; zo drukt de zin uit wat de aangesprokene moet doen.
te
Te draagt in te concentrer de betekenis je en hoort bij de wederkerende constructie se concentrer sur. Het verwijst naar dezelfde persoon als tu; samen met concentrer betekent het dat die persoon zich ergens op richt.
concentrer
Concentrer betekent hier richten of concentreren in te concentrer sur. In de constructie se concentrer sur richt iemand zijn aandacht op iets; hier volgt quoi als datgene waarop de aandacht gericht moet worden.
Je
Je betekent hier ik en is het onderwerp van Je pensais. Het verwijst naar de spreker; aan het begin van de zin is het met een hoofdletter geschreven.
pensais
Pensais betekent hier dacht in Je pensais qu'étudier plus longtemps suffirait. Het is een vorm van penser; daarna volgt de gedachte die de spreker vroeger had.
qu'étudier
Qu'étudier introduceert hier de gedachte dat langer studeren voldoende zou zijn. Que verbindt de gedachte met de volgende bijzin en étudier is daarin de infinitief voor studeren; de apostrof komt door de klinker aan het begin van étudier.
plus
Plus betekent hier meer in plus longtemps. Samen met longtemps geeft het aan dat de studietijd langer zou zijn; plus kan in een vergelijking of bij een versterking van hoeveelheid worden gebruikt.
longtemps
Longtemps betekent hier lang in plus longtemps, dat in de zin neerkomt op langer. Het specificeert de duur van het studeren; je gebruikt het bij handelingen die gedurende een bepaalde tijd plaatsvinden.
suffirait
Suffirait betekent hier voldoende zou zijn in qu'étudier plus longtemps suffirait. Het is een vorm van suffire; het verwijst naar een verondersteld gevolg van langer studeren.
Parfois
Parfois betekent hier soms en maakt de uitspraak minder absoluut. Het staat aan het begin van de zin en geeft aan dat de genoemde situatie niet altijd geldt; je kunt het gebruiken bij terugkerende maar niet constante situaties.
stratégie
Stratégie betekent hier strategie, de manier waarop je het leren aanpakt. In la stratégie compte plus que le nombre d'heures wordt die aanpak belangrijker genoemd dan de hoeveelheid tijd; je kunt het gebruiken voor een planmatige aanpak.
compte
Compte betekent hier telt of is belangrijk in la stratégie compte plus que le nombre d'heures. Het is een vorm van compter en staat in de constructie compter plus que om twee zaken met elkaar te vergelijken.
que
Que betekent hier dan in compte plus que le nombre d'heures. Het maakt deel uit van de vergelijking plus que, waarmee wordt gezegd dat de strategie zwaarder weegt dan het aantal uren.
le
Le betekent hier het in le nombre d'heures. Het is het bepaald lidwoord vóór nombre; samen met de volgende woordgroep gaat het om een bepaald aantal uren.
nombre
Nombre betekent hier aantal in le nombre d'heures. De constructie le nombre de + meervoudig zelfstandig naamwoord wordt gebruikt om een hoeveelheid te benoemen; hier gaat het om uren.
d'heures
D'heures betekent hier uren in le nombre d'heures, letterlijk het aantal uren. Het is de vorm de heures met elisie vóór de klinker; gebruik deze woordgroep om de hoeveelheid uren aan te duiden.
Alors
Alors betekent hier dan en leidt een gevolgtrekking in. De spreker gebruikt het om van de vorige uitleg naar een volgende aanpak over te gaan; je kunt alors ook gebruiken om een conclusie of reactie in te leiden.
prochaine
Prochaine betekent hier volgende in la prochaine fois. Het staat bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord fois en verwijst naar de eerstvolgende gelegenheid; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord voor wat daarna komt.
fois
Fois betekent hier keer of gelegenheid in la prochaine fois. De vaste uitdrukking la prochaine fois betekent de volgende keer; je gebruikt fois om een gelegenheid of herhaling aan te duiden.
devrais
Devrais betekent hier zou moeten in je devrais m'entraîner. Het is een vorm van devoir en wordt gevolgd door een infinitief; de spreker formuleert hiermee een voorgenomen of aanbevolen actie.
m'entraîner
M'entraîner betekent hier me trainen of oefenen in je devrais m'entraîner à écouter. Het is de infinitief s'entraîner met het wederkerende voornaamwoord voor de spreker; de constructie s'entraîner à + infinitief geeft aan waarin iemand oefent.
à
À verbindt m'entraîner met écouter in m'entraîner à écouter. In de constructie s'entraîner à + infinitief geeft het aan welke activiteit iemand oefent; hier is dat luisteren.
écouter
Écouter betekent hier luisteren in m'entraîner à écouter. Het is een infinitief na à en benoemt de vaardigheid die de spreker onder tijdsdruk wil oefenen; je kunt het gebruiken voor het luisteren naar iemand of iets.
sous
Sous betekent hier onder in sous la pression du temps. Het geeft de omstandigheden aan waaronder de oefening plaatsvindt; samen met la pression du temps vormt het de uitdrukking onder tijdsdruk.
pression
Pression betekent hier druk in sous la pression du temps. Samen met du temps verwijst het naar de tijdsdruk waaronder iemand oefent; je kunt pression ook gebruiken voor andere omstandigheden die spanning of druk veroorzaken.
du
Du betekent hier van de in la pression du temps. Het verbindt pression met temps en geeft aan dat de druk door tijd wordt bepaald; du is de samentrekking van de en le.
temps
Temps betekent hier tijd in la pression du temps. In deze woordgroep specificeert het waarvan de druk afkomstig is; je kunt temps gebruiken wanneer je over beschikbare of verstreken tijd spreekt.
Essaie
Essaie betekent hier probeer in Essaie cela. Het is een gebiedende vorm van essayer en richt zich rechtstreeks tot de aangesprokene; je gebruikt het om iemand een handeling voor te stellen.
cela
Cela betekent hier dat en verwijst naar het eerder genoemde oefenen onder tijdsdruk. Het staat als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord na Essaie; je gebruikt cela om naar een al genoemde handeling of zaak te verwijzen.
révise
Révise betekent hier herhaal of neem opnieuw door in révise les familles de mots. Het is een gebiedende vorm van réviser en wordt gevolgd door het leerobject; hier moet de leerling woordfamilies opnieuw bestuderen.
familles
Familles betekent hier families in familles de mots. Samen met de mots verwijst het naar groepen verwante woorden; je kunt deze woordgroep gebruiken bij het leren van woorden die bij elkaar horen.
plutôt
Plutôt draagt in plutôt que bij aan de betekenis in plaats van of eerder dan. De hele constructie plutôt que des mots isolés geeft de voorkeur aan woordfamilies boven losse woorden; gebruik plutôt que om een alternatief te vergelijken.
isolés
Isolés betekent hier losstaand of afzonderlijk in des mots isolés. Het beschrijft mots en maakt duidelijk dat de woorden apart van hun woordfamilie worden geleerd; de vorm staat in het mannelijke meervoud bij mots.
me
Me betekent hier me in Je me sens toujours mal. Het hoort bij de wederkerende uitdrukking se sentir en verwijst naar dezelfde persoon als Je; samen geeft de zin weer hoe de spreker zich voelt.
sens
Sens betekent hier voel in Je me sens toujours mal. Het is een vorm van sentir en staat met me in de constructie zich voelen; hier beschrijft het de huidige emotionele toestand van de spreker.
toujours
Toujours betekent hier nog steeds in Je me sens toujours mal. Het geeft aan dat het gevoel voortduurt; je kunt het gebruiken om aan te geven dat een toestand tot nu toe niet is veranderd.
mal
Mal betekent hier slecht of niet goed in Je me sens toujours mal. Samen met me sens beschrijft het hoe de spreker zich voelt na het resultaat; je kunt mal na se sentir gebruiken om een onaangenaam gevoel uit te drukken.
cause
Cause betekent hier oorzaak in à cause de ce résultat. Samen met à en de vormt het de uitdrukking door of vanwege; hier noemt het resultaat de reden voor het slechte gevoel.
ce
Ce betekent hier dit in ce résultat. Het staat vóór het mannelijke enkelvoud résultat en wijst naar het besproken resultaat; je gebruikt ce vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
Mais
Mais betekent hier maar en markeert een tegenstelling. De zin zet het aanhoudende slechte gevoel tegenover het nuttige inzicht dat het resultaat oplevert; je gebruikt mais om zo'n tegenstelling te verbinden.
moins
Moins betekent hier minst in au moins. Samen met au vormt het de vaste uitdrukking ten minste of in elk geval; hier beperkt het de negatieve beoordeling met een positief minimum.
il
Il betekent hier het en verwijst naar résultat in il me montre. Het is het onderwerp van montre; de mannelijke vorm past bij het mannelijke woord résultat.
améliorer
Améliorer betekent hier verbeteren in ce que je dois améliorer. Het is een infinitief na dois en benoemt wat de spreker moet aanpassen; je kunt het gebruiken voor een vaardigheid, resultaat of onderdeel dat beter moet worden.
Maintenant
Maintenant betekent hier nu en markeert de nieuwe situatie na de bespreking. Het staat aan het begin van de zin en leidt het gevolg in dat de aangesprokene nu een plan heeft.
as
As betekent hier hebt in tu as un plan concret. Het is een vorm van avoir en vormt samen met tu het werkwoord in de zin; je gebruikt het om bezit of het beschikken over iets uit te drukken.
un
Un betekent hier een in un plan concret. Het is een onbepaald lidwoord vóór het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord plan; het introduceert hier een concreet maar nieuw genoemd plan.
plan
Plan betekent hier plan, een voorgenomen aanpak voor de volgende poging. In un plan concret is het het zelfstandig naamwoord dat wordt beschreven door concret; je kunt het gebruiken voor een plan om iets te leren of te organiseren.
concret
Concret betekent hier concreet en beschrijft plan. Het maakt duidelijk dat de aanpak duidelijk en uitvoerbaar is; de vorm staat in het mannelijk enkelvoud bij plan.
pour
Pour betekent hier voor in plan concret pour ta prochaine tentative. Het verbindt het plan met de gelegenheid waarvoor het bedoeld is; je kunt pour gebruiken om doel, bestemming of bedoeld gebruik aan te geven.
tentative
Tentative betekent hier poging in ta prochaine tentative. Het verwijst naar een volgende poging om de toets af te leggen; je kunt het gebruiken voor een nieuwe poging na een eerdere poging.