Een avondplan op het laatste moment afzeggen | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: Before an evening plan, one friend apologizes for canceling late because of a family issue and offers to reschedule..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een avondplan op het laatste moment afzeggen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je suis vraiment désolé, mais je dois annuler le programme de ce soir.

Zje swie vrè-man de-zo-lee, mè zje dwa an-uu-lee luh pro-gramm duh suh swar. Het spijt me echt, maar ik moet het plan voor vanavond afzeggen.
B

C'est décevant. Est-ce qu'il s'est passé quelque chose d'urgent ?

Cè dee-suh-van. Ès-kiel sè pa-see kel-kuh sjooz d(u)r-zjan? Dat valt tegen. Is er iets dringends gebeurd?
A

Un problème familial est survenu et je ne peux pas quitter la maison.

Un pro-blem fa-mie-ljal è suur-vuh-nuu ee zje nuh peu pa kie-tee la mè-zon. Er is een familieprobleem ontstaan en ik kan het huis niet uit.
B

Je comprends, mais j'aurais aimé le savoir plus tôt.

Zje kon-pran, mè zjo-rè è-mee luh sa-vwar pluu too. Ik begrijp het, maar ik had gewild dat ik het eerder had geweten.
A

Tu as raison. J'aurais dû te le dire dès que je l'ai su.

Tuu a rè-zon. Zjo-rè duu tuh luh dier dè kuh zje lè suu. Je hebt gelijk. Ik had het je moeten zeggen zodra ik het wist.
B

Je t'en remercie. J'avais déjà commencé à me préparer.

Zje tan ruh-mèr-sie. Zja-vè dee-zja ko-man-see a muh pre-pa-ree. Dat waardeer ik. Ik was me al aan het klaarmaken.
A

Laisse-moi me rattraper en choisissant une autre date qui te convient.

Lès-mwa muh ra-tra-pee an swa-zie-zan uun ootr dat kie tuh kon-vjèn. Laat me het goedmaken door een andere datum te kiezen die jou uitkomt.
B

On peut reporter, mais confirme-le-moi s'il te plaît dès que les choses seront plus calmes.

On peu ruh-por-tee, mè kon-firm luh-mwa siel tuh plè dè kuh lee sjooz suh-ron pluu kalm. We kunnen het verzetten, maar bevestig het alsjeblieft zodra het wat rustiger is.
A

Je t'enverrai un message quand j'en saurai plus.

Zje tan-vuh-rè un mee-sazj kan zjan so-rè pluu. Ik stuur je een bericht zodra ik meer weet.
A

Je sais que ce changement de dernière minute a perturbé ta soirée.

Zje sè kuh suh sjan-zj-man duh der-njer mie-nuut a pèr-tuu-r-bee ta swa-ree. Ik weet dat de late wijziging je avond heeft verstoord.
B

J'espère que tout va bien pour ta famille.

Zjès-pèr kuh toe va bjen poor ta fa-mie-j. Ik hoop dat alles goed gaat met je familie.

Uitleg van de zinnen

  1. Je suis vraiment désolé, mais je dois annuler le programme de ce soir.

    Het spijt me echt, maar ik moet het plan voor vanavond afzeggen.

    Je suis
    ik ben
    vraiment
    echt
    désolé
    sorry; spijtig
    mais
    maar
    je dois
    ik moet
    annuler
    annuleren; afzeggen
    programme
    plan; programma
    soir
    avond
    Uitgebreide uitleg

    Je suis betekent hier “ik ben” en vormt samen met désolé de vaste manier om verontschuldiging uit te drukken. suis is de eerste persoon enkelvoud van être (“zijn”): je suis = ik ben. Voorbeeld: Je suis prêt. = “Ik ben klaar.” vraiment versterkt de verontschuldiging: “echt”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Je suis vraiment fatigué. = “Ik ben echt moe.” désolé is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “sorry” of “spijtig”; in Je suis désolé vormt het de verontschuldiging “het spijt me”. De zichtbare vorm is mannelijk enkelvoud; de vrouwelijke enkelvoudsvorm is désolée. De vormkeuze hangt dus samen met het grammaticale geslacht dat de spreker uitdrukt, niet alleen met het feit dat er één spreker is. Voorbeeld: Je suis désolé d’être en retard. = “Het spijt me dat ik te laat ben.” mais verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Voorbeeld: Je voudrais venir, mais je travaille. = “Ik zou willen komen, maar ik werk.” je dois betekent hier “ik moet”. dois is de eerste persoon enkelvoud van devoir; de infinitief is devoir. Met een infinitief erna drukt devoir een verplichting of noodzaak uit: je dois + infinitief. Voorbeeld: Je dois partir. = “Ik moet vertrekken.” annuler is de infinitief “annuleren” of “afzeggen”. Na je dois blijft het werkwoord in de infinitief: je dois annuler = “ik moet afzeggen”. Voorbeeld: Nous devons annuler la réunion. = “We moeten de vergadering afzeggen.” programme is een zelfstandig naamwoord en betekent hier “plan” of “programma”. Het is in deze zin het ding dat wordt afgezegd. Het bepaalde lidwoord le ervoor markeert een bepaald mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Voorbeeld: Le programme change. = “Het programma verandert.” soir betekent “avond”. In ce soir betekent het geheel “vanavond”: ce is een aanwijzend woord bij soir. soir is een mannelijk zelfstandig naamwoord; de vorm van het zelfstandig naamwoord verandert hier niet door het aanwijzende woord. Voorbeeld: Je travaille ce soir. = “Ik werk vanavond.” De volledige opbouw is: Je suis vraiment désolé (“Het spijt me echt”), gevolgd door mais (“maar”), en daarna je dois annuler (“ik moet afzeggen”). le programme de ce soir betekent “het plan voor vanavond”: de verbindt het plan met het tijdstip. Samen betekent de zin: “Het spijt me echt, maar ik moet het plan voor vanavond afzeggen.”

  2. C'est décevant. Est-ce qu'il s'est passé quelque chose d'urgent ?

    Dat valt tegen. Is er iets dringends gebeurd?

    C'est
    dat is
    décevant
    teleurstellend
    Est-ce qu'
    vraagbegin: is het zo dat…?
    il s'est passé
    er is gebeurd
    quelque chose
    iets
    urgent
    dringend
    Uitgebreide uitleg

    C'est bestaat uit ce + est en betekent hier “dat is” of “het is”. Ce is een aanwijzend voornaamwoord; in deze neutrale constructie hoeft het geen concreet zelfstandig naamwoord te noemen. Est is de vorm van être bij de derde persoon enkelvoud. Een bruikbaar patroon is C'est + bijvoeglijk naamwoord: C'est important. = “Dat is belangrijk.” décevant betekent hier “teleurstellend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat samenhangt met het werkwoord décevoir (“teleurstellen”). De vorm verandert bijvoorbeeld naar décevante bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord: Une nouvelle décevante. = “Een teleurstellend nieuwsbericht.” In de vaste zin beschrijft décevant de situatie die met C'est wordt beoordeeld. Est-ce qu' is een vaste manier om in het Frans een gewone vraag te beginnen. Het volledige patroon is Est-ce que ... ?; que wordt vóór il verkort tot qu', zodat hier Est-ce qu'il ... staat. Deze vraaginleiding verandert de woordvolgorde van de daaropvolgende mededeling niet op dezelfde manier als een omkering: Est-ce qu'il vient ? = “Komt hij?” il s'est passé komt van het onpersoonlijke werkwoord se passer, hier in de passé composé. S'est passé bestaat in deze vorm uit s' + est + passé en drukt uit dat iets heeft plaatsgevonden. In het patroon il s'est passé + iets is il een vast onpersoonlijk onderwerp; het verwijst hier niet naar een specifiek genoemde persoon. Voorbeeld: Il s'est passé quelque chose. = “Er is iets gebeurd.” quelque chose is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis “iets”. Het benoemt geen nader geïdentificeerde zaak. Het wordt vaak gebruikt als zelfstandig geheel: Je cherche quelque chose. = “Ik zoek iets.” In deze zin is het datgene wat volgens de vraag mogelijk heeft plaatsgevonden. urgent betekent “dringend” en beschrijft hier quelque chose. Bij quelque chose staat het bijvoeglijk naamwoord in het mannelijk enkelvoud: quelque chose d'urgent. Na quelque chose verschijnt vaak de vóór een bijvoeglijk naamwoord; vóór urgent wordt dat d' door de klinker. Een vrouwelijk zelfstandig naamwoord kan bijvoorbeeld une situation urgente krijgen; de vorm urgente hoort daar bij het vrouwelijke enkelvoud. Samen vormen de delen eerst de beoordeling C'est décevant.: “Dat valt tegen” of letterlijk “Dat is teleurstellend.” Daarna introduceert Est-ce qu' een vraag: il s'est passé quelque chose d'urgent betekent “er is iets dringends gebeurd”. De volledige uiting vraagt dus of er iets dringends is gebeurd, zonder vast te leggen wat dat precies was.

  3. Un problème familial est survenu et je ne peux pas quitter la maison.

    Er is een familieprobleem ontstaan en ik kan het huis niet uit.

    problème
    probleem
    familial
    familiaal
    est survenu
    is ontstaan
    je ne peux pas
    ik kan niet
    quitter
    verlaten
    maison
    huis
    Uitgebreide uitleg

    problème betekent hier “probleem”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is problèmes. Voorbeeld: J’ai un problème. — “Ik heb een probleem.” familial beschrijft problème: het gaat om iets dat met familie te maken heeft. Deze vorm is mannelijk enkelvoud en sluit aan bij problème; bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat doorgaans familiale, bijvoorbeeld in une situation familiale — “een familiale situatie”. Familial is niet hetzelfde als familier: familier betekent meestal “vertrouwd” of “bekend”. est survenu is de vorm van survenir in de passé composé: survenir → il est survenu. Hier betekent het dat het probleem is ontstaan of zich heeft voorgedaan. Dit werkwoord gebruikt in deze tijd être als hulpwerkwoord, waardoor het voltooid deelwoord met het onderwerp kan overeenkomen: Un problème est survenu maar Une difficulté est survenue. Voorbeeld: Un incident est survenu. — “Er heeft zich een incident voorgedaan.” je ne peux pas geeft aan dat de spreker iets niet kan. Het bevat je, de eerste persoon enkelvoud, en de ontkenning ne ... pas rond de vervoegde vorm peux van pouvoir. Pouvoir betekent “kunnen”; in een bevestigende zin is dit je peux, en in een ontkennende zin je ne peux pas. De reden voor het niet kunnen volgt daarna; deze woordgroep alleen noemt die reden nog niet. quitter is een infinitief en betekent hier “verlaten”. Na pouvoir staat de volgende handeling in de infinitief: Je peux quitter ... — “Ik kan ... verlaten.” Voorbeeld: Elle doit quitter le bureau. — “Zij moet het kantoor verlaten.” Quitter krijgt hier geen extra uitgang voor de persoon; de persoonsinformatie staat in peux. maison betekent “huis”. In de vaste zin wordt het voorafgegaan door la, dus la maison betekent “het huis”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk; dat zie je onder meer aan het lidwoord la. In de volledige uitdrukking quitter la maison is het huis datgene wat verlaten zou worden. Samen betekent Un problème familial est survenu dat er een familiaal probleem is ontstaan. Daarna geeft je ne peux pas quitter la maison aan dat de spreker het huis niet kan verlaten. De volledige boodschap is dus: “Er is een familieprobleem ontstaan en ik kan het huis niet uit.”

  4. Je comprends, mais j'aurais aimé le savoir plus tôt.

    Ik begrijp het, maar ik had gewild dat ik het eerder had geweten.

    comprends
    begrijp
    mais
    maar
    j'aurais aimé
    had graag gewild
    le savoir
    het weten
    plus tôt
    eerder
    Uitgebreide uitleg

    comprends komt van comprendre en betekent hier “begrijp”. Je comprends is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: “ik begrijp”. In een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld tu comprends = “jij begrijpt”; de uitgang van deze vorm moet dus bij het onderwerp passen. mais verbindt twee delen met een tegenstelling: wat in het tweede deel volgt, wordt tegenover het eerste deel geplaatst. Hier staat eerst dat de spreker het begrijpt, daarna dat de spreker liever eerder op de hoogte was geweest. j'aurais aimé bestaat uit aurais, de conditionnel-vorm van avoir bij je, en het voltooid deelwoord aimé van aimer. Samen vormt dit de conditionnel passé. In deze zin drukt die vorm een achteraf geuite, niet-vervulde wens uit: de spreker had het graag eerder geweten. Vergelijk j'aime = “ik vind leuk / ik houd van” met j'aurais aimé = “ik had graag gewild”. Het is hier niet de gewone betekenis “ik had graag iets leuk gevonden”, maar een wens met betrekking tot de volgende handeling. le savoir bestaat uit le en het infinitief savoir. Savoir betekent “weten”; le verwijst hier naar de informatie die volgens de vertaling “het” is. Het voornaamwoord staat vóór het infinitief, zoals in Je veux le savoir = “Ik wil het weten”. In j'aurais aimé le savoir betekent de combinatie dus “het graag hebben willen weten”. plus tôt betekent “eerder”, dus op een vroeger moment dan het moment waarover men spreekt. Tôt betekent “vroeg”; plus tôt is de vergelijkende vorm en contrasteert met een later tijdstip. Bijvoorbeeld: Je suis arrivé plus tôt = “Ik ben eerder aangekomen.” Samen geeft Je comprends, mais j'aurais aimé le savoir plus tôt de betekenis: “Ik begrijp het, maar ik had gewild dat ik het eerder had geweten.” Het eerste deel erkent begrip; mais leidt de tegenwerping in; de conditionnel passé met le savoir en plus tôt maakt duidelijk dat de spreker achteraf een eerdere kennis wenste.

  5. Tu as raison. J'aurais dû te le dire dès que je l'ai su.

    Je hebt gelijk. Ik had het je moeten zeggen zodra ik het wist.

    as raison
    gelijk hebben
    J'aurais dû
    had moeten
    te le dire
    het je zeggen
    dès que
    zodra
    je l'ai su
    ik het wist
    Uitgebreide uitleg

    as raison hoort bij de vaste uitdrukking avoir raison = gelijk hebben. as is hier de tegenwoordige tijd van avoir bij tu: tu as raison. Vergelijk: J'ai raison = Ik heb gelijk; Tu as tort = Jij hebt ongelijk. J'aurais dû bestaat uit aurais, de conditionnel-vorm van avoir bij je, en dû, het voltooid deelwoord van devoir. Samen vormen ze hier de conditionnel passé en drukken ze uit dat iets in het verleden had moeten gebeuren: J'aurais dû partir = Ik had moeten vertrekken. dû hoort bij devoir, niet bij een naaststaand zelfstandig naamwoord. te le dire betekent letterlijk dat de spreker iets aan de aangesprokene zegt. te is het meewerkend voorwerp: aan jou; le is het lijdend voorwerp: het; dire is de infinitief van dire = zeggen. In het Frans staan zulke voornaamwoorden vóór de infinitief: Je vais te le dire = Ik ga het je zeggen. In deze zin vullen J'aurais dû en te le dire elkaar aan: de spreker had het de aangesprokene moeten zeggen. dès que leidt een tijdsbepaling in en betekent zodra. Het verbindt de hoofdzin met wat daarna als tijdsmoment geldt. Voorbeeld: Dès que tu arrives, appelle-moi. = Zodra je aankomt, bel me. je l'ai su betekent hier ik het wist of natuurlijker: ik het te weten kwam. ai is de vorm van avoir bij je in de passé composé; su is het voltooid deelwoord van savoir. l' is een voorafgaand lijdendvoorwerppronomen met elisie vóór de klinker van ai; de vertaling identificeert dit als het, zonder een concreet zelfstandig naamwoord te noemen. savoir gaat over weten of vernemen; connaître gebruik je doorgaans voor bekend zijn met een persoon, plaats of zaak. Voorbeeld: Je l'ai su hier. = Ik kwam het gisteren te weten. De hele zin bestaat uit Tu as raison en J'aurais dû te le dire dès que je l'ai su. Eerst wordt gezegd dat de aangesprokene gelijk heeft. Daarna zegt de spreker dat die het de aangesprokene had moeten zeggen zodra de spreker het te weten kwam. De vorm j'aurais dû markeert dus de terugblik op een niet-uitgevoerde verplichting.

  6. Je t'en remercie. J'avais déjà commencé à me préparer.

    Dat waardeer ik. Ik was me al aan het klaarmaken.

    Je t'en remercie
    Daarvoor bedank ik je.
    J'avais
    ik had
    déjà
    al
    commencé
    begonnen
    me préparer
    me klaarmaken
    Uitgebreide uitleg

    Je t'en remercie is een vaste, herbruikbare manier om iemand te bedanken voor iets: “Daarvoor bedank ik je.” je is het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud. In t' staat de verkorte vorm van te, vóór een klinker; hier duidt die de persoon aan die wordt bedankt. en verwijst naar de zaak waarvoor wordt bedankt en komt in de vertaling overeen met dat of daarvoor. remercie komt van remercier en is de tegenwoordige tijd bij je: je remercie. Een bruikbaar patroon is Je te remercie de ton aide — “Ik bedank je voor je hulp.” J'avais bestaat uit j' en avais, de vorm van avoir in de imparfait voor de eerste persoon enkelvoud: j'avais — “ik had”. Hier is avoir een hulpwerkwoord, niet het hoofdwerkwoord met de betekenis “bezitten”. Samen met het daaropvolgende voltooid deelwoord vormt het de plus-que-parfait: j'avais commencé — “ik was begonnen” of “ik had begonnen”. De imparfait van het hulpwerkwoord plaatst die eerdere handeling in verhouding tot een ander moment in het verleden. déjà betekent “al” of “reeds” en geeft aan dat de handeling vóór het relevante moment in het verleden al was begonnen. Bijvoorbeeld: J'avais déjà mangé — “Ik had al gegeten.” De betekenis komt van déjà, niet van j'avais; samen ontstaat hier de betekenis “ik was al …”. commencé is het voltooid deelwoord van commencer, “beginnen”. In j'avais commencé combineert het met avais om de plus-que-parfait te vormen. In deze zin zegt het dat de voorbereiding al was begonnen. De tegenwoordige vorm is je commence — “ik begin”; j'ai commencé is de passé composé: afhankelijk van de context “ik ben begonnen” of “ik heb begonnen”. me préparer betekent hier “me klaarmaken” of “me voorbereiden”. préparer is het hele werkwoord “voorbereiden/klaarmaken”; me préparer is de wederkerende vorm, waarbij de spreker zelf degene is die zich klaarmaakt. me hoort bij het onderwerp in de eerste persoon enkelvoud. Bij een ander onderwerp verandert het wederkerend voornaamwoord, bijvoorbeeld in elle se prépare — “zij maakt zich klaar”. Na commencer staat hier de constructie commencer à plus een infinitief: commencer à me préparer betekent “beginnen me klaar te maken”. Het voorzetsel à staat dus daadwerkelijk in de vaste zin en hoort bij deze constructie. Samen vormen j'avais déjà commencé à me préparer de betekenis “Ik was me al aan het klaarmaken”: op het relevante moment in het verleden was de voorbereiding van de spreker al begonnen. De volledige uiting betekent daarom: “Daarvoor bedank ik je. Ik was me al aan het klaarmaken.”

  7. Laisse-moi me rattraper en choisissant une autre date qui te convient.

    Laat me het goedmaken door een andere datum te kiezen die jou uitkomt.

    Laisse-moi
    laat me
    me rattraper
    het goedmaken
    en choisissant
    door te kiezen
    autre
    andere
    date
    datum
    convient
    uitkomt; past
    Uitgebreide uitleg

    Laisse-moi betekent hier dat de aangesprokene iets moet toestaan aan de spreker: “laat me …”. Laisse is de gebiedende wijs van laisser voor tu; -moi is het beklemtoonde voornaamwoord dat na een bevestigende gebiedende wijs staat. Voorbeeld: Laisse-moi choisir. = “Laat me kiezen.” me rattraper geeft hier de vaste, wederkerende uitdrukking se rattraper weer: proberen een eerdere fout of teleurstelling goed te maken. me hoort bij de spreker als onderwerp van het daaropvolgende infinitief; rattraper is de infinitief. In een andere context kan se rattraper ook “zich herpakken” of “zijn achterstand inhalen” betekenen, maar de vaste vertaling maakt hier “het goedmaken” duidelijk. en choisissant drukt de manier uit: iets doen door iets anders te kiezen. en + het tegenwoordig deelwoord choisissant vormt de constructie en choisissant. Het deelwoord komt van choisir; vergelijk je choisis (“ik kies”) en choisir (“kiezen”). Voorbeeld: Il apprend en pratiquant. = “Hij leert door te oefenen.” autre betekent “andere” en staat hier bij date. Het heeft in het enkelvoud dezelfde vorm bij mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden; in het meervoud wordt het autres. Het contrast is bijvoorbeeld une autre date (“een andere datum”) tegenover d’autres dates (“andere datums”). date betekent hier “datum”, een zelfstandig naamwoord: une date, des dates. Het benoemt het tijdstip dat opnieuw gekozen wordt; het draagt niet zelf de betekenis “andere”—die komt van autre. convient komt van convenir en is hier de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud. In de constructie convenir à quelqu’un betekent het dat iets iemand schikt of uitkomt. te is het voornaamwoord voor de persoon aan wie iets uitkomt; qui is het onderwerp van convient en verwijst hier naar de datum. Voorbeeld: Cette heure me convient. = “Dit tijdstip komt mij uit.” Samen vormt Laisse-moi me rattraper en choisissant une autre date qui te convient de betekenis: “Laat me het goedmaken door een andere datum te kiezen die jou uitkomt.” en choisissant legt uit hoe de spreker het wil goedmaken, en qui te convient beperkt welke andere datum bedoeld is: een datum die voor de aangesprokene geschikt is.

  8. On peut reporter, mais confirme-le-moi s'il te plaît dès que les choses seront plus calmes.

    We kunnen het verzetten, maar bevestig het alsjeblieft zodra het wat rustiger is.

    On peut
    we kunnen
    reporter
    verzetten
    confirme-le-moi
    bevestig het aan mij
    s'il te plaît
    alsjeblieft
    dès que
    zodra
    les choses
    de zaken
    seront
    zullen zijn
    plus calmes
    rustiger
    Uitgebreide uitleg

    On peut betekent hier “we kunnen”. On is een onderwerp dat in deze zin volgens de vertaling naar de betrokken groep verwijst; de vorm van het werkwoord blijft echter de derde persoon enkelvoud. Peut is de vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd: on peut = “men/we kunnen”. Voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld je peux = “ik kan”. reporter betekent hier “verzetten” of “uitstellen”. Het is een infinitief na peut: pouvoir + infinitief drukt uit dat iets mogelijk is. Bijvoorbeeld: On peut changer la date. — “We kunnen de datum veranderen.” confirme-le-moi is een bevel: “bevestig het aan mij”. Confirme komt van confirmer; in deze gebiedende wijs staat het onderwerp niet uitgedrukt. Le verwijst naar wat bevestigd moet worden, namelijk het verzetten, terwijl moi de ontvanger van de bevestiging aanduidt. De twee voornaamwoordelijke elementen staan hier achter het bevel in de volgorde van een bevestigend imperatief. Vergelijk: Confirme-le-moi. — “Bevestig het aan mij.” S'il te plaît is de vaste beleefde toevoeging “alsjeblieft”. Letterlijk bevat deze uitdrukking een vorm van plaire, maar als geheel functioneert ze hier als verzoekformule. Te hoort bij de informele aanspreekvorm tu; bij formele of meervoudige aanspreking is s'il vous plaît gebruikelijk. Dès que betekent “zodra” en leidt een tijdsbepaling in. Het maakt duidelijk dat de bevestiging moet gebeuren op het moment dat de genoemde toestand intreedt. Bijvoorbeeld: Je t'appellerai dès que je serai libre. — “Ik bel je zodra ik vrij ben.” Les choses betekent hier “de zaken” of natuurlijker “de omstandigheden”. Les is het bepaald lidwoord voor meervoud. Het woord chose betekent in de eerste plaats “zaak” of “ding”; in deze context verwijst het als algemene uitdrukking naar de situatie, zonder dat er één specifiek voorwerp wordt benoemd. Seront is de futur simple van être bij een meervoudig onderwerp: ils/elles seront = “zij zullen zijn”. Hier hoort de vorm bij les choses, dat meervoudig is. De toekomstvorm staat in de tijdsbepaling na dès que; het Frans gebruikt daar in deze betekenis de toekomstige tijd, ook al gaat het om een toekomstige voorwaarde. Plus calmes betekent “rustiger”. Calmes is het bijvoeglijk naamwoord calme in het meervoud, in overeenstemming met les choses. Plus maakt de vergrotende trap: calme = “rustig”, plus calme = “rustiger”, le plus calme = “het rustigst”. De uitgang van calme verandert hier niet voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud verschijnt wel -s. Samen betekent de zin: “We kunnen het verzetten, maar bevestig het alsjeblieft aan mij zodra de omstandigheden rustiger zijn.” Eerst wordt de mogelijkheid genoemd (on peut reporter); daarna volgt met mais het verzoek (confirme-le-moi), met dès que... als bepaling van het moment waarop dat verzoek moet worden uitgevoerd.

  9. Je t'enverrai un message quand j'en saurai plus.

    Ik stuur je een bericht zodra ik meer weet.

    t'enverrai
    zal je sturen
    message
    bericht
    quand
    zodra
    saurai
    zal weten
    plus
    meer
    Uitgebreide uitleg

    t'enverrai betekent hier «ik zal je sturen». Het is de futur simple van envoyer («sturen»), in de eerste persoon enkelvoud: j'enverrai = «ik zal sturen». t' is de verkorte vorm van het voornaamwoord te («jou») vóór een klinker; het geeft de ontvanger aan. De apostrof maakt van te geen deel van het werkwoord. Voorbeeld: Je t'appellerai demain. — «Ik bel je morgen.» message betekent «bericht». Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un message («een bericht»). Het meervoud is des messages. Voorbeeld: J'ai reçu un message. — «Ik heb een bericht ontvangen.» quand leidt hier een tijdsbepaling in en betekent in deze zin «zodra», dus op het moment dat er meer informatie is. De betekenis is niet een vraag naar een tijdstip. Voorbeeld: Je te répondrai quand je serai prêt. — «Ik antwoord je zodra ik klaar ben.» saurai is de futur simple van savoir («weten»), in de eerste persoon enkelvoud: je saurai = «ik zal weten». In j'en saurai plus betekent en ongeveer «erover» of «daarover», terwijl plus «meer» betekent. Samen betekent j'en saurai plus: «ik zal er meer over weten». Voorbeeld: Quand j'en saurai davantage, je t'écrirai. — «Zodra ik er meer over weet, schrijf ik je.» plus betekent hier «meer» en drukt een grotere hoeveelheid kennis of informatie uit dan nu. In deze uitdrukking staat het na saurai: en savoir plus = «er meer over weten». Het is dus niet zelfstandig het onderwerp of het werkwoord. De delen vormen samen: Je t'enverrai un message («Ik zal je een bericht sturen») + quand j'en saurai plus («zodra ik er meer over weet»). De volledige betekenis is: «Ik stuur je een bericht zodra ik meer weet.» De toekomstige handeling in de tijdsbepaling staat in het Frans hier ook in de futur simple: quand j'en saurai plus.

  10. Je sais que ce changement de dernière minute a perturbé ta soirée.

    Ik weet dat de late wijziging je avond heeft verstoord.

    sais
    weet
    que
    dat
    ce
    deze
    changement
    wijziging
    dernière
    laatste
    minute
    minuut
    perturbé
    verstoord
    ta
    jouw
    soirée
    avond
    Uitgebreide uitleg

    sais betekent hier “weet” en is de ik-vorm van savoir in de tegenwoordige tijd: je sais = “ik weet”. Voor kennis van een persoon of plaats gebruikt het Frans vaak connaître, maar voor een feit of mededeling is savoir passend. Voorbeeld: Je sais la réponse. — “Ik weet het antwoord.” que leidt hier de inhoud van het weten in: Je sais que ... = “Ik weet dat ...”. Na que volgt dus een volledige bijzin met een eigen onderwerp en werkwoord. ce is een aanwijzend woord bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord changement: ce changement = “deze wijziging”. Het stemt hier af op changement, niet op de persoon die spreekt. Voor een vrouwelijk enkelvoud staat vaak cette, bijvoorbeeld cette décision — “deze beslissing”. changement betekent “wijziging” en komt van changer (“veranderen”). Het is hier het onderwerp van de bijzin: de wijziging heeft het volgende effect veroorzaakt. Het meervoud is changements. dernière betekent hier “late” in de vaste uitdrukking de dernière minute, letterlijk “van het laatste moment”. dernière is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van dernier en stemt af op het vrouwelijke zelfstandig naamwoord minute. De gewone betekenis van dernier kan ook “laatste” zijn; in deze uitdrukking beschrijft het een gebeurtenis die zeer laat plaatsvindt of wordt meegedeeld. minute betekent “minuut” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une minute, la minute. In de dernière minute maakt het deel uit van de vaste bepaling “op het laatste moment” of, zoals hier natuurlijker, “laat”. perturbé betekent hier “verstoord” en is het voltooid deelwoord van perturber (“verstoren”). Samen met a vormt het de passé composé: a perturbé = “heeft verstoord”. Omdat het hulpwerkwoord hier avoir is, wordt perturbé in deze zin niet aangepast aan changement; de vorm blijft mannelijk enkelvoud. Voorbeeld: Le bruit a perturbé le cours. — “Het lawaai heeft de les verstoord.” ta betekent “jouw” vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Het verwijst hier grammaticaal naar soirée, niet naar het geslacht van de aangesprokene. Vergelijk ton vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld ton message — “jouw bericht”. soirée betekent “avond”, met nadruk op de avond als tijdsduur of gelegenheid; het is vrouwelijk: une soirée. In ta soirée is het de directe bepaling die door de wijziging is verstoord: letterlijk “jouw avond”. De delen worden samen: Je sais que = “Ik weet dat”; ce changement de dernière minute = “de late wijziging”; en a perturbé ta soirée = “je avond heeft verstoord”. De volledige betekenis is dus: “Ik weet dat de late wijziging je avond heeft verstoord.”

  11. J'espère que tout va bien pour ta famille.

    Ik hoop dat alles goed gaat met je familie.

    J'espère
    ik hoop
    tout
    alles
    va bien
    gaat goed
    famille
    familie
    Uitgebreide uitleg

    J'espère betekent hier “ik hoop”. De vorm bevat de elisie van je voor espère; espère is de tegenwoordige tijd van espérer (hopen). Na espérer kan een bijzin met que volgen: J'espère que tu vas bien. = “Ik hoop dat het goed met je gaat.” tout betekent hier “alles”. Als zelfstandig gebruikt voornaamwoord verwijst het naar de volledige, niet nader opgesomde situatie. In tout va staat het als onderwerp in het enkelvoud; daarom staat de persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud. va bien betekent “gaat goed”. va is de derde persoon enkelvoud van aller (gaan); bien beschrijft hoe het gaat. De combinatie aller bien is een veelgebruikte manier om te zeggen dat iemand of iets in goede toestand is. Tout va bien. = “Alles gaat goed.” famille betekent “familie” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In ta famille betekent ta “je/jouw”. Deze bezittelijke bepaler stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord: ta hoort hier bij het vrouwelijke enkelvoud famille. Het verwijst in deze zin naar de familie van de aangesprokene. Het bezittelijke woord drukt bezit of verbondenheid uit, niet een aantal. Samen vormt J'espère que de hoofdzin “Ik hoop dat”, gevolgd door tout va bien pour ta famille — “alles goed gaat met je familie”. De volledige betekenis is dus: “Ik hoop dat alles goed gaat met je familie.”

Grammatica

s'est passé : passé composé de se passer

Qu'est-ce qui s'est passé ?

Kès kie sè pa-see?

Wat is er gebeurd?

Se passer is wederkerend; in de passé composé gebruik je être: s'est passé.

dès que + indicatif

Dès que tu comprends, tu peux te préparer.

Dè kuh tuu kon-pran, tuu peu tuh pre-pa-ree.

Zodra je het begrijpt, kun je je klaarmaken.

Na dès que gebruikt het Frans de indicatif om een moment aan te geven dat zeker volgt.

Frans woordenschat

annuler werkwoord
an-uu-lee annuleren, afzeggen
ce soir bijwoord
suh swar vanavond
comprendre werkwoord
kon-pran-dr begrijpen comprends
décevant bijvoeglijk naamwoord
dee-suh-van teleurstellend
désolé bijvoeglijk naamwoord
de-zo-lee sorry

Je suis vraiment désolé.

plus tôt bijwoord
pluu too eerder
problème familial uitdrukking
pro-blem fa-mie-ljal familieprobleem
programme zelfstandig naamwoord
pro-gramm plan, programma
quitter werkwoord
kie-tee verlaten
se passer werkwoord
suh pa-see gebeuren s'est passé
survenir werkwoord
suur-vuh-nier zich voordoen, ontstaan est survenu
urgent bijvoeglijk naamwoord
uu-rzjan dringend

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

sorry

Antwoord tonendésolé

plan, programma

Antwoord tonenprogramme

annuleren, afzeggen

Antwoord tonenannuler

dringend

Antwoord tonenurgent