Je
“Je” betekent hier “ik” en is de persoon die de actie uitvoert in “Je ne veux prendre”. Het staat vóór het werkwoord, zoals in “Je veux...”, wanneer je over jezelf zegt wat je wilt doen. Je gebruikt het bijvoorbeeld om je eigen plan of voorkeur uit te drukken.
ne
“Ne” maakt hier samen met “qu'un” de beperkende constructie “ne ... que”: de spreker wil slechts één handbagagekoffer meenemen. Het staat vóór het werkwoord in “Je ne veux prendre qu'un bagage cabine”. Je gebruikt “ne ... que” om “alleen maar” aan te geven.
veux
“Veux” betekent hier “wil” in “Je ne veux prendre”. Het is een vorm van “vouloir” en wordt gevolgd door het hele werkwoord “prendre”. Je gebruikt “Je veux + infinitief” om te zeggen wat je wilt doen.
prendre
“Prendre” betekent hier “meenemen” in “prendre qu'un bagage cabine”. Het staat als infinitief na “veux”. Je gebruikt “prendre” bijvoorbeeld met bagage of andere dingen die je meeneemt.
qu'un
“Qu'un” betekent hier “slechts één” en vormt samen met “ne” de constructie “ne ... qu'un bagage cabine”. Het bestaat in deze zin uit “que” en “un”, waarbij de beperking op één tas ligt. Je gebruikt “ne ... qu'un + zelfstandig naamwoord” om precies één ding te kiezen.
bagage
“Bagage” verwijst hier naar de bagage in “un bagage cabine”. Samen met “cabine” duidt het de handbagage aan die in de cabine meegaat. Een bruikbaar patroon is “bagage + nadere bepaling”, zoals in “bagage cabine”.
cabine
“Cabine” betekent hier “cabine” en bepaalt in “bagage cabine” welk soort bagage bedoeld wordt: handbagage voor in de cabine. De combinatie “bagage cabine” is een praktische uitdrukking voor carry-onbagage. Je gebruikt deze uitdrukking bijvoorbeeld bij vliegreizen.
pour
“Pour” geeft hier het doel of de gelegenheid aan: “pour le voyage d'affaires” betekent “voor de zakenreis”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord of naamwoordgroep. Je gebruikt “pour + zelfstandig naamwoord” om aan te geven waarvoor iets bedoeld is.
le
“Le” is hier het bepaalde lidwoord in “le voyage d'affaires” en “le sac”; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als “Le” in “Le contrôle de sécurité”. Het verwijst naar een bepaald mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “le” vóór zo'n bepaald zelfstandig naamwoord.
voyage
“Voyage” betekent hier “reis” in “le voyage d'affaires”. De combinatie met “d'affaires” maakt duidelijk dat het om een zakenreis gaat. Je gebruikt “voyage” voor een reis of verplaatsing naar een andere plaats.
d'affaires
“D'affaires” betekent hier “zakelijk” of “van zaken” in “le voyage d'affaires”. Het specificeert het soort reis. De vaste combinatie “voyage d'affaires” gebruik je voor een reis die met werk of zaken te maken heeft.
Alors
“Alors” betekent hier “dan” of “dus” en verbindt de keuze van de spreker met het daaropvolgende advies: “Alors, prévois...”. Aan het begin van een zin kan het een gevolg of volgende stap introduceren. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je op basis van nieuwe informatie een advies geeft.
prévois
“Prévois” betekent hier “plan” of “houd rekening met” in het advies “prévois d'abord de la place”. Het is een gebiedende vorm van “prévoir”. Je gebruikt “prévois + zelfstandig naamwoord” om iemand aan te raden ergens vooraf ruimte of tijd voor te reserveren.
d'abord
“D'abord” betekent hier “eerst” en geeft de eerste stap in het inpakken aan. In “prévois d'abord de la place” staat het bij de handeling die prioriteit krijgt. Je gebruikt het om de volgorde van handelingen te ordenen.
de
“De” verbindt in “de la place” de handeling met de hoeveelheid ruimte die nodig is. Samen met “la” vormt het hier “de la place”, dus ruimte om iets voor te behouden. Je gebruikt “de la place” bijvoorbeeld wanneer je over beschikbare ruimte spreekt.
la
“La” is hier het bepaalde lidwoord vóór “place”, “tenue”, “réunion” en “poche”. Het verwijst telkens naar een bepaald zelfstandig naamwoord in de zin. Je gebruikt “la” vóór een bepaald vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
place
“Place” betekent hier “ruimte” in “prévois d'abord de la place pour ta tenue”. Het gaat om ruimte in de tas die voor een outfit gereserveerd moet worden. Een bruikbaar patroon is “de la place pour + zelfstandig naamwoord”.
ta
“Ta” betekent hier “jouw” vóór “tenue”: “ta tenue de réunion”. Het geeft aan dat de outfit van de aangesproken persoon is. Je gebruikt “ta + zelfstandig naamwoord” om bezit of verbondenheid met de aangesproken persoon aan te geven.
tenue
“Tenue” betekent hier “outfit” of “kleding” in “ta tenue de réunion”. De bepaling “de réunion” maakt duidelijk dat het om kleding voor de vergadering gaat. Je gebruikt “tenue de + gelegenheid” om een outfit voor een bepaalde gelegenheid te beschrijven.
réunion
“Réunion” betekent hier “vergadering” in “ta tenue de réunion” en “avant la réunion”. Het verwijst naar de zakelijke bijeenkomst waarvoor de kleding wordt ingepakt. Je gebruikt het bijvoorbeeld met “de” om iets voor een vergadering te beschrijven.
et
“Et” betekent “en” en verbindt in de dialoog meerdere zelfstandige naamwoorden, zoals “une réunion et un dîner”. Het voegt twee gelijkwaardige onderdelen samen. Je gebruikt “et” om personen, dingen of activiteiten naast elkaar te noemen.
prends
“Prends” betekent hier “neem” of “pak” in “prends le moins d'affaires supplémentaires possible”. Het is een gebiedende vorm van “prendre”. Je gebruikt het om iemand aan te raden bepaalde dingen mee te nemen of te pakken.
moins
“Moins” geeft hier een zo klein mogelijke hoeveelheid aan in “le moins d'affaires supplémentaires possible”. De volledige constructie betekent dat je zo weinig mogelijk extra spullen moet meenemen. Een bruikbaar patroon is “le moins de + zelfstandig naamwoord + possible”.
supplémentaires
“Supplémentaires” betekent hier “extra” en beschrijft “affaires”: extra spullen naast wat al nodig is. Het staat achter het zelfstandig naamwoord in “affaires supplémentaires”. Je gebruikt het om aanvullende of niet-noodzakelijke dingen aan te duiden.
possible
“Possible” begrenst hier de hoeveelheid in “le moins d'affaires supplémentaires possible”: zo weinig als mogelijk is. Het maakt de aanbeveling praktisch haalbaar in plaats van absoluut. Je gebruikt “... possible” om een maximale of minimale graad aan te geven.
J'ai
“J'ai” betekent hier “ik heb” in “J'ai une réunion et un dîner décontracté au programme”. Het is de vorm van “avoir” bij “je”, geschreven als de samentrekking van “Je” en “ai”. Je gebruikt “J'ai + zelfstandig naamwoord” om iets te noemen dat je hebt of op je programma hebt staan.
une
“Une” introduceert hier één vergadering in “une réunion”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “réunion”. Je gebruikt “une” om naar één niet eerder bepaalde vrouwelijke zaak of persoon te verwijzen.
un
“Un” introduceert hier één diner in “un dîner décontracté”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “dîner”. Je gebruikt “un” om naar één niet eerder bepaalde mannelijke zaak of persoon te verwijzen.
dîner
“Dîner” betekent hier “diner” in “un dîner décontracté”. Het verwijst naar de informele maaltijd die naast de vergadering op het programma staat. Je gebruikt het met een bepaling zoals “décontracté” om het soort diner te beschrijven.
décontracté
“Décontracté” betekent hier “informeel” of “ontspannen” en beschrijft het diner in “un dîner décontracté”. Het onderscheidt deze gelegenheid van de zakelijke vergadering. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een ontspannen maaltijd of sfeer te beschrijven.
au
“Au” betekent hier “op het” in “au programme”. Het is de samentrekking van “à” en “le”. De combinatie “au programme” gebruik je om aan te geven dat iets op de planning of agenda staat.
programme
“Programme” betekent hier “programma” of “planning” in “au programme”. De vergadering en het diner staan daarin gepland. Je gebruikt “au programme” om activiteiten te noemen die gepland zijn.
Emporte
“Emporte” betekent hier “neem mee” in “Emporte des vêtements”. Het is een gebiedende vorm van “emporter”. Je gebruikt “Emporte + zelfstandig naamwoord” om iemand te adviseren iets mee te nemen naar een andere plaats.
des
“Des” introduceert hier meerdere kledingstukken in “des vêtements”. Het geeft een niet nader bepaald meervoud aan. Je gebruikt “des” vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer niet precies wordt aangegeven welke exemplaren bedoeld zijn.
vêtements
“Vêtements” betekent hier “kleding” of “kledingstukken” in “des vêtements qui peuvent convenir”. Het verwijst naar stukken die zowel voor de vergadering als voor het diner geschikt kunnen zijn. Je gebruikt het voor kleding in het algemeen of voor meerdere kledingstukken.
qui
“Qui” verwijst hier terug naar “vêtements” en leidt de beschrijving “qui peuvent convenir aux deux occasions” in. Het verbindt een zelfstandig naamwoord met een bijzin die daar meer over zegt. Een bruikbaar patroon is “zelfstandig naamwoord + qui + werkwoord”.
peuvent
“Peuvent” betekent hier “kunnen” in “qui peuvent convenir”. Het is een vorm van “pouvoir” en staat vóór het infinitief “convenir”. Je gebruikt “peuvent + infinitief” om een mogelijkheid of geschiktheid uit te drukken.
convenir
“Convenir” betekent hier “geschikt zijn” of “passen” in “convenir aux deux occasions”. Het staat als infinitief na “peuvent”. Je gebruikt “convenir à + gelegenheid of persoon” om aan te geven dat iets geschikt is.
aux
“Aux” betekent hier “voor de” in “convenir aux deux occasions”. Het is de samentrekking van “à” en “les”. Je gebruikt “aux” vóór een meervoudige naamwoordgroep na uitdrukkingen zoals “convenir à”.
deux
“Deux” betekent “twee” en bepaalt in “aux deux occasions” hoeveel gelegenheden bedoeld zijn. Het verwijst naar de vergadering en het informele diner. Je gebruikt het vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om een hoeveelheid van twee aan te geven.
occasions
“Occasions” betekent hier “gelegenheden” in “aux deux occasions”. Het verwijst naar de vergadering en het diner waarvoor dezelfde kleding kan dienen. Je gebruikt het om verschillende gebeurtenissen of momenten te benoemen.
Sinon
“Sinon” betekent hier “anders” en introduceert het gevolg wanneer er te veel verschillende kleding wordt meegenomen: “Sinon, le sac sera vite plein”. Het verbindt een waarschuwing met de voorafgaande aanbeveling. Je gebruikt “Sinon” bijvoorbeeld om een ongewenst gevolg te noemen.
sac
“Sac” betekent hier “tas” in “le sac sera vite plein”. Het verwijst naar de handbagage waarin de kleding wordt gepakt. Je gebruikt “sac” voor een tas of bagage waarin je spullen draagt.
sera
“Sera” betekent hier “zal zijn” in “le sac sera vite plein”. Het is een vorm van “être” die een toekomstige toestand uitdrukt. Je gebruikt “sera + bijvoeglijk naamwoord” om een toekomstige toestand te beschrijven.
vite
“Vite” betekent hier “snel” in “sera vite plein”: de tas zal snel vol zijn. Het beschrijft hoe snel die toestand ontstaat. Je gebruikt “vite” om snelheid of een korte tijdsduur aan te geven.
plein
“Plein” betekent hier “vol” en beschrijft de toekomstige toestand van “le sac” in “sera vite plein”. Het geeft aan dat er geen of bijna geen ruimte meer over is. Je gebruikt “être plein” of “sera plein” om een volle tas of container te beschrijven.
peur
“Peur” betekent hier “angst” in de vaste uitdrukking “J'ai peur que ma chemise se froisse”. De uitdrukking geeft aan dat de spreker bezorgd is over wat er met het overhemd kan gebeuren. Je gebruikt “avoir peur que + bijzin” om een vrees of bezorgdheid uit te drukken.
que
“Que” leidt hier de bijzin in “J'ai peur que ma chemise se froisse”. Het verbindt de angst met datgene waarvoor de spreker bang is. Je gebruikt “avoir peur que + bijzin” om uit te leggen wat iemand vreest.
ma
“Ma” betekent hier “mijn” vóór “chemise”: “ma chemise”. Het geeft aan dat het overhemd van de spreker is. Je gebruikt “ma + zelfstandig naamwoord” om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
chemise
“Chemise” betekent hier “overhemd” in “ma chemise se froisse”. Het is het kledingstuk dat vóór de vergadering niet mag kreuken. Je gebruikt het bijvoorbeeld met een werkwoord dat beschrijft wat er met het overhemd gebeurt.
se
“Se” hoort hier bij “se froisse” en laat zien dat het overhemd zelf de toestand van kreuken ondergaat. Het is dus niet de spreker die iets kreukt. Je gebruikt “se” in een werkwoordsvorm wanneer het onderwerp de beschreven handeling of verandering zelf ondergaat.
froisse
“Froisse” betekent hier “kreukt” in “ma chemise se froisse”. De vorm hoort bij “se froisser”, waarbij het overhemd de toestand van kreuken ondergaat. Je gebruikt deze uitdrukking bijvoorbeeld wanneer kleding tijdens het inpakken of reizen kreukt.
avant
“Avant” betekent hier “voor” in “avant la réunion”. Het geeft aan dat het kreuken plaatsvindt vóór de vergadering. Je gebruikt “avant + zelfstandig naamwoord” om een tijdstip of gebeurtenis aan te geven die eerder plaatsvindt.
Roule
“Roule” betekent hier “rol op” in het advies “Roule-la soigneusement”. Het is een gebiedende vorm van “rouler”, waarbij “la” naar het overhemd verwijst. Je gebruikt “Roule-la” wanneer je iemand vraagt een genoemd voorwerp op te rollen.
soigneusement
“Soigneusement” betekent “zorgvuldig” en beschrijft in “Roule-la soigneusement” hoe het overhemd moet worden opgerold. Het geeft de gewenste manier van uitvoeren aan. Je gebruikt het na een werkwoord om aan te geven dat iets nauwkeurig of voorzichtig gebeurt.
puis
“Puis” betekent hier “daarna” en ordent de tweede handeling in “puis sors-la de ton sac”. Eerst wordt het overhemd opgerold en daarna uit de tas gehaald. Je gebruikt “puis” om opeenvolgende stappen te verbinden.
sors
“Sors” betekent hier “haal eruit” in “sors-la de ton sac”. Het is een gebiedende vorm van “sortir”, met “la” als verwijzing naar het overhemd. Je gebruikt “sors + voorwerp + de + plaats” om iemand te vragen iets ergens uit te halen.
ton
“Ton” betekent hier “jouw” vóór “sac”: “ton sac”. Het geeft aan dat de tas van de aangesproken persoon is. Je gebruikt “ton + zelfstandig naamwoord” om bezit bij de aangesproken persoon aan te geven.
dès que
“Dès que” betekent als geheel “zodra” in “dès que tu arrives à l'hôtel”. “Dès” geeft het onmiddellijke begin aan en “que” leidt de tijdsbepalende bijzin in. Je gebruikt “dès que + bijzin” voor een handeling die direct na een andere gebeurtenis plaatsvindt.
tu
“Tu” betekent hier “jij” en is het onderwerp in “tu arrives à l'hôtel”. Het verwijst naar de persoon tegen wie het advies wordt gegeven. Je gebruikt “tu” wanneer je één persoon informeel aanspreekt.
arrives
“Arrives” betekent hier “aankomt” in “tu arrives à l'hôtel”. Het is een vorm van “arriver” bij “tu”. Je gebruikt “arriver à + plaats” om te zeggen dat iemand op een bestemming aankomt.
à
“À” geeft hier de bestemming of locatie aan in “arrives à l'hôtel” en “à l'aéroport”. Het staat vóór een plaats waar iemand aankomt of waar iets gebeurt. Je gebruikt “arriver à + plaats” om een aankomstbestemming te noemen.
l'hôtel
“L'hôtel” betekent hier “het hotel” in “arrives à l'hôtel”. Het lidwoord is voor de klinker in “hôtel” verkort tot “l'”. Je gebruikt bijvoorbeeld “arriver à l'hôtel” om de aankomst bij het hotel te beschrijven.
Est
“Est” betekent op zichzelf “is”, maar staat hier in de vaste vraagopening “Est-ce que”. Het helpt om van de mededeling over opladers en documenten een vraag te maken. Je gebruikt “Est-ce que” om een gewone ja-neevraag te beginnen.
ce
“Ce” heeft hier geen zelfstandige betekenis als “dit” of “dat”, maar maakt deel uit van de vraagconstructie “Est-ce que”. Samen met “Est” en “que” leidt het een vraag in. Je gebruikt “Est-ce que” vóór de inhoud van een directe vraag.
les
“Les” is hier het meervoudige bepaalde lidwoord in “les chargeurs et les documents”. Het verwijst naar de specifieke opladers en documenten die in de context bedoeld zijn. Je gebruikt “les” vóór bepaalde meervoudige zelfstandige naamwoorden.
chargeurs
“Chargeurs” betekent hier “opladers” in “les chargeurs et les documents”. Het verwijst naar de opladers die tijdens de reis nodig kunnen zijn. Je gebruikt het bijvoorbeeld samen met een plaatsbepaling zoals “dans la poche avant”.
documents
“Documents” betekent hier “documenten” in “les chargeurs et les documents”. Het gaat om documenten die gemakkelijk bereikbaar moeten zijn. Je gebruikt het voor papieren of digitale stukken die je bij je hebt.
doivent
“Doivent” betekent hier “moeten” in “les chargeurs et les documents doivent aller”. Het is een vorm van “devoir” bij het meervoudige onderwerp. Je gebruikt “doivent + infinitief” om een noodzaak, verwachting of geschikte plaats aan te geven.
aller
“Aller” betekent hier niet alleen “gaan”, maar in “doivent aller dans la poche avant” ook “ergens in moeten komen”. Het staat als infinitief na “doivent”. Je gebruikt “aller dans + plaats” om aan te geven waar iets geplaatst moet worden.
dans
“Dans” betekent hier “in” en geeft aan dat de opladers en documenten zich in de voorste zak moeten bevinden. Het staat vóór de plaats “la poche avant”. Je gebruikt “dans + container of ruimte” om een locatie binnenin aan te geven.
poche
“Poche” betekent hier “zak” of “vak” in “la poche avant”. In de context gaat het om een vak aan de voorkant van de tas. Je gebruikt “poche” met een nadere bepaling zoals “avant” om een specifiek vak aan te duiden.
Garde
“Garde” betekent hier “bewaar” of “houd” in “Garde-y les affaires”. Het is een gebiedende vorm van “garder”; “y” verwijst naar de voorzak. Je gebruikt “Garde + voorwerp” om iemand te vragen iets op een bepaalde plaats te houden of te bewaren.
y
“Y” betekent hier “daar” of “daarin” en verwijst naar de voorzak die in de vorige vraag genoemd wordt. In “Garde-y les affaires” voorkomt het dat die plaats opnieuw volledig moet worden genoemd. Je gebruikt “y” om naar een eerder genoemde plaats te verwijzen.
affaires
“Affaires” betekent hier “spullen” of “bezittingen” in “les affaires que tu dois avoir rapidement sous la main”. Het verwijst naar de dingen die snel bereikbaar moeten zijn. Je gebruikt “affaires” bijvoorbeeld met een bijvoeglijke bepaling of bijzin om de spullen nader te beschrijven.
dois
“Dois” betekent hier “moet” in “que tu dois avoir”. Het is een vorm van “devoir” bij “tu” en drukt uit dat de spullen snel beschikbaar moeten zijn. Je gebruikt “tu dois + infinitief” om iemand iets als noodzakelijk of nodig voor te stellen.
avoir
“Avoir” betekent hier “hebben” in de uitdrukking “avoir rapidement sous la main”. Het staat als infinitief na “dois”. Je gebruikt “avoir + voorwerp + sous la main” om te zeggen dat iets direct beschikbaar is.
rapidement
“Rapidement” betekent hier “snel” in “avoir rapidement sous la main”. Het geeft aan dat de spullen zonder veel tijdverlies beschikbaar moeten zijn. Je gebruikt het bij een werkwoord om aan te geven dat iets snel gebeurt of geregeld wordt.
sous la main
“Sous la main” betekent als geheel “bij de hand” in “avoir rapidement sous la main”. “Sous” betekent hier “onder”, “la” is het lidwoord bij “main” en “main” betekent “hand”; samen vormen ze de vaste uitdrukking voor directe beschikbaarheid. Je gebruikt “avoir quelque chose sous la main” wanneer iets gemakkelijk en snel bereikbaar is.
ainsi que
“Ainsi que” betekent hier “samen met” of “evenals” in “ainsi qu'une copie de secours”. “Ainsi” en “que” vormen samen een verbindende uitdrukking die nog een element toevoegt. Je gebruikt “zelfstandig naamwoord + ainsi que + zelfstandig naamwoord” om een extra onderdeel toe te voegen.
qu'une
“Qu'une” betekent hier niet “slechts één”, maar maakt deel uit van “ainsi qu'une copie”: “evenals een kopie”. Het is de samentrekking van “que” en “une” na “ainsi”. Je gebruikt “ainsi qu'une + zelfstandig naamwoord” om één extra zaak aan een opsomming toe te voegen.
copie
“Copie” betekent hier “kopie” in “une copie de secours”. Het gaat om een extra exemplaar van de agenda voor het geval dat nodig is. Je gebruikt “copie de + document” om aan te geven waarvan iets een kopie is.
secours
“Secours” betekent hier “reserve” of “back-up” in “copie de secours”. Het beschrijft de kopie als een reserve-exemplaar. Je gebruikt de combinatie “copie de secours” voor een kopie die beschikbaar blijft voor noodgevallen of verlies.
l'ordre
“L'ordre” betekent letterlijk “de orde”, maar betekent in de vaste uitdrukking “l'ordre du jour” de agenda van een vergadering. Het lidwoord is verkort tot “l'” vóór de klinker in “ordre”. Je gebruikt “l'ordre du jour” om de agenda of bespreekpunten van een vergadering aan te duiden.
du
“Du” betekent hier “van de” in “l'ordre du jour”. Het is de samentrekking van “de” en “le”. Je gebruikt “du + zelfstandig naamwoord” om een relatie of bepaling met een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord uit te drukken.
jour
“Jour” betekent hier “dag” in de vaste uitdrukking “l'ordre du jour”. In die volledige uitdrukking verwijst het niet naar een gewone dagplanning, maar naar de agenda van een vergadering. Je gebruikt “l'ordre du jour” voor de onderwerpen die tijdens een vergadering worden behandeld.
n'aurai
“N'aurai” betekent hier “zal niet hebben” in “je n'aurai pas besoin d'ouvrir”. Het is de vorm van “avoir” bij “je” met de ontkenningsvorm “n'” en een toekomstige betekenis. Je gebruikt “je n'aurai pas besoin de + infinitief” om te zeggen dat je iets niet zult hoeven doen.
pas
“Pas” vormt hier samen met “n'” de ontkenning in “je n'aurai pas besoin”. Het maakt duidelijk dat de spreker geen behoefte heeft om de hele tas te openen. Je gebruikt “ne ... pas” om een werkwoordelijke uitdrukking te ontkennen.
besoin
“Besoin” betekent hier “behoefte” in de vaste uitdrukking “avoir besoin de”. In “n'aurai pas besoin d'ouvrir” geeft de volledige uitdrukking aan dat openen niet nodig zal zijn. Je gebruikt “avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of infinitief” om noodzaak of behoefte uit te drukken.
d'ouvrir
“D'ouvrir” betekent hier “te openen” in “pas besoin d'ouvrir tout le sac”. Het bestaat uit “de” en de infinitief “ouvrir”, waarbij “de” voor een klinker wordt verkort tot “d'”. Je gebruikt “besoin de + infinitief” om te zeggen welke handeling nodig of niet nodig is.
tout
“Tout” betekent hier “de hele” in “tout le sac”. Samen met “le” benadrukt het dat de volledige tas bedoeld is, niet slechts een deel ervan. Je gebruikt “tout + bepaald lidwoord + zelfstandig naamwoord” om iets als geheel aan te duiden.
l'aéroport
“L'aéroport” betekent hier “de luchthaven” in “à l'aéroport”. Het lidwoord is verkort tot “l'” vóór de klinker in “aéroport”. Je gebruikt “à l'aéroport” om een handeling op of bij de luchthaven te plaatsen.
contrôle
“Contrôle” betekent hier “controle” in “le contrôle de sécurité”. Het verwijst naar de controle die reizigers op de luchthaven ondergaan. Je gebruikt “contrôle de + soort controle” om het type controle te benoemen.
sécurité
“Sécurité” betekent hier “veiligheid” in “le contrôle de sécurité”. Samen met “contrôle” verwijst het naar de veiligheidscontrole op de luchthaven. Je gebruikt de combinatie “contrôle de sécurité” voor deze specifieke controle.
plus
“Plus” geeft hier een hogere graad aan in “plus facile”: de veiligheidscontrole zal gemakkelijker zijn. De vergelijking ontstaat door “plus” samen met het bijvoeglijk naamwoord “facile” te gebruiken. Je gebruikt “plus + bijvoeglijk naamwoord” om “meer” of een hogere mate uit te drukken.
facile
“Facile” betekent hier “gemakkelijk” in “plus facile”. Samen met “plus” beschrijft het de veiligheidscontrole als gemakkelijker dan zonder deze voorbereiding. Je gebruikt “facile” om aan te geven dat iets weinig moeite of problemen kost.
si
“Si” betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in “si ces affaires sont à portée de main”. Het verbindt de bereikbaarheid van de spullen met het gevolg voor de veiligheidscontrole. Je gebruikt “si + bijzin” om een voorwaarde te formuleren.
ces
“Ces” betekent hier “deze” of “die” en verwijst in “ces affaires” terug naar de eerder genoemde spullen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “affaires”. Je gebruikt “ces + meervoudig zelfstandig naamwoord” om bepaalde dingen aan te wijzen of ernaar terug te verwijzen.
sont
“Sont” betekent hier “zijn” in “ces affaires sont à portée de main”. Het is een vorm van “être” bij het meervoudige onderwerp “ces affaires”. Je gebruikt “zijn + plaats- of toestandbepaling” om te beschrijven waar iets zich bevindt of in welke toestand het is.
à portée de main
“À portée de main” betekent als geheel “binnen handbereik”. “À” geeft de positie of bereikbaarheid aan, “portée” verwijst naar bereik, “de” verbindt dit met “main” en “main” betekent “hand”. Je gebruikt “être à portée de main” wanneer iets dichtbij en direct bereikbaar is.