Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een verloren portemonnee veilig beschrijven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je ne trouve pas mon portefeuille et la dernière fois que je l'ai eu, c'était au café.
Zje nuh troev pa mõ porteföj ee la dègh-njè-gh fwa kuh zje lee uu, setè oo kafee. Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.Avant d'appeler, prépare une description de ce à quoi ressemble le portefeuille.
Avã daplee, pre-pa-ghee uun des-kghip-sjõ duh suh a kwa ghuh-sãbl luh porteföj. Voordat je belt, maak je een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.C'est un petit portefeuille noir avec un coin usé.
Sè ö̃ puh-tie porteföj nwa-gh avek ö̃ kwẽ uu-zee. Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.Cela devrait aider le personnel à vérifier sans demander de détails privés.
Suh-la duh-vrè è-dee luh pègh-so-nèl a vee-ghie-fiee sã duh-mã-dee duh dee-taj pghie-vee. Dat zou het personeel moeten helpen om te controleren zonder naar privégegevens te vragen.Je vais appeler et expliquer quand j'ai remarqué qu'il avait disparu.
Zje vè zaplee ee eks-pli-kee kã zjee ghuh-mar-kee kil a-vè dis-pa-ghuu. Ik bel en leg uit wanneer ik merkte dat hij weg was.Mentionne quelques objets qui sont à l'intérieur, mais ne donne pas de détails tirés de documents personnels.
Mã-sjon kelk zob-zjee kie sõt a lẽ-tegh-jeugh, mè nuh donn pa duh dee-taj tie-ree duh do-kuu-mã pèr-so-nèl. Noem een paar spullen die erin zitten, maar deel geen gegevens uit persoonlijke documenten.Il y a une photo et une note pliée à l'intérieur.
Il ja uun fo-to ee uun not pliee a lẽ-tegh-jeugh. Er zit een foto en een opgevouwen briefje in.Ces détails devraient suffire à l'identifier sans risque.
See dee-taj duh-vrè suu-fiegh a li-dã-ti-fiee sã ghisk. Die details zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.S'ils l'ont, je peux convenir d'un moment pour aller le chercher.
Sil lõ, zje peu kõ-vuh-niegh dö̃ mo-mã poer a-lee luh sjègh-sjee. Als ze hem hebben, kan ik een moment afspreken om hem op te halen.Appelle maintenant, et je vérifierai encore ton sac pendant que tu attends.
A-pèl mẽtuh-nã, ee zje vee-ghie-fie-ghee ã-ko-gh tõ sak pã-dã kuh tuu a-tã. Bel nu, en ik kijk je tas nog een keer na terwijl je wacht.Uitleg van de zinnen
Je ne trouve pas mon portefeuille et la dernière fois que je l'ai eu, c'était au café.
Ik kan mijn portemonnee niet vinden en ik had hem voor het laatst in het café.
- Je
- ik
- ne trouve pas
- vind niet
- mon portefeuille
- mijn portemonnee
- dernière
- laatste
- fois
- keer
- l'ai eu
- hem gehad
- c'était
- het was
- café
- café
Uitgebreide uitleg
Je is hier het onderwerp: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een eenvoudig voorbeeld: Je cherche mes clés. = “Ik zoek mijn sleutels.” ne trouve pas komt van trouver (“vinden”). trouve is de tegenwoordige tijd bij je; de combinatie ne ... pas maakt de zin ontkennend. In deze vaste uitdrukking staat ne vóór het werkwoord en pas erna. Voorbeeld: Je ne comprends pas. = “Ik begrijp het niet.” mon portefeuille betekent hier “mijn portemonnee”. portefeuille is een zelfstandig naamwoord; mon is het bezittelijk woord dat bij dit enkelvoudige mannelijke zelfstandig naamwoord hoort. Het bezittelijk woord wordt dus afgestemd op het bezeten woord, niet op het geslacht van de eigenaar. Voorbeeld: mon livre = “mijn boek”. dernière betekent hier “laatste”. Dit is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van dernier, omdat het bij fois hoort. De vormkeuze wordt dus bepaald door het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord, niet alleen door de betekenis “last”. Vergelijk: le dernier jour = “de laatste dag”, maar la dernière fois = “de laatste keer”. fois is het zelfstandig naamwoord voor “keer” of “maal”. De vaste combinatie la dernière fois betekent “de laatste keer”. Voorbeeld: C’est la première fois. = “Het is de eerste keer.” l'ai eu betekent hier “het/hem gehad”. Dit is l' als voornaamwoordelijk lijdend voorwerp plus ai eu, de passé composé van avoir (“hebben”): avoir → j'ai eu. In deze context verwijst l' volgens de vaste vertaling naar de portemonnee. eu is het voltooid deelwoord van avoir; het is niet een vorm van trouver. Voorbeeld: Je l'ai eu hier. = “Ik had het gisteren.” c'était komt van être (“zijn”) en is de imparfait-vorm in de constructie c'était (“het was”). Hier wordt daarmee de plaats van het eerdere hebben aangewezen: het was in het café. Voorbeeld: C'était chez moi. = “Het was bij mij thuis.” café is het zelfstandig naamwoord voor “café”. In au café staat à samengetrokken met le: à + le = au, dus “in het café” of “naar het café”, afhankelijk van het werkwoord; hier gaat het om de plaats waar de spreker de portemonnee voor het laatst had. Samen betekent de zin: de spreker kan de eigen portemonnee nu niet vinden en zegt dat de laatste keer dat die de portemonnee had, in het café was. De ontkenning hoort bij trouve, terwijl la dernière fois que je l'ai eu een tijdsbepaling vormt en c'était au café die eerdere plaats benoemt.
Avant d'appeler, prépare une description de ce à quoi ressemble le portefeuille.
Voordat je belt, maak je een beschrijving van hoe de portemonnee eruitziet.
- Avant d'appeler
- voordat je belt
- prépare
- maak / bereid voor
- description
- beschrijving
- à quoi ressemble
- hoe iets eruitziet
- portefeuille
- portemonnee
Uitgebreide uitleg
Avant d'appeler betekent hier “voordat je belt”. avant de wordt gevolgd door een infinitief wanneer er geen apart onderwerp in die voorzetselgroep staat; de appeler wordt door klinkerbotsing d'appeler. De infinitief is appeler (“bellen”). Voorbeeld: Avant de partir, ferme la porte. — “Doe de deur dicht voordat je vertrekt.” prépare is de gebiedende wijs voor tu van préparer (“voorbereiden; klaarmaken”). De vorm schrijft het onderwerp niet uit: de aangesprokene is degene die moet voorbereiden. Bij een formele aanspreking of meervoud gebruik je préparez. Voorbeeld: Prépare le document. — “Maak het document klaar.” description is een vrouwelijke zelfstandig naamwoordsvorm voor een beschrijving. Het zelfstandig naamwoord bepaalt dus het geslacht: une description, niet omdat de betekenis zelf vrouwelijk is. Hier wordt de beschrijving nader bepaald door de daaropvolgende inhoud: ze gaat over het uiterlijk van de portemonnee. In à quoi ressemble vraagt à quoi naar datgene waarmee iets wordt vergeleken of naar het uiterlijk ervan; samen betekent deze uitdrukking hier “hoe iets eruitziet”. ressemble is de tegenwoordige tijd van ressembler, bij il/elle/on; het onderwerp van dit werkwoord staat in de volledige bijzin achter deze woordgroep: le portefeuille. Een veelgebruikt patroon is à quoi ressemble + zelfstandig naamwoord? — “hoe ziet ... eruit?” Voorbeeld: À quoi ressemble la maison ? — “Hoe ziet het huis eruit?” portefeuille betekent “portemonnee”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un portefeuille, le portefeuille. In deze zin verwijst de bepaalde vorm le portefeuille, in overeenstemming met de vaste vertaling en de context, naar de portemonnee die niet gevonden wordt. Voorbeeld: Le portefeuille est noir. — “De portemonnee is zwart.” Samen vormt de zin een instructie met de volgorde “voordat je belt, bereid je iets voor”: eerst moet de aangesprokene een beschrijving maken, en die beschrijving betreft hoe de portemonnee eruitziet. De Franse constructie voor hergebruik is Avant de + infinitief, [gebiedende wijs] + ...; de inhoud kan daarna worden gespecificeerd met une description de ce à quoi ressemble + zelfstandig naamwoord.
C'est un petit portefeuille noir avec un coin usé.
Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.
- C'est
- het is
- petit
- klein
- portefeuille
- portemonnee
- noir
- zwart
- avec
- met
- coin
- hoek
- usé
- versleten
Uitgebreide uitleg
C'est is de vaste vorm van ce est: ce is hier een aanwijzend voornaamwoord en est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). In deze zin vormt het de neutrale beschrijving “het is”. Een bruikbaar patroon is C'est + zelfstandig naamwoord(groep): C'est une clé. — “Het is een sleutel.” petit betekent hier “klein” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord petit; bij een vrouwelijk enkelvoudig woord is de vorm petite, bijvoorbeeld in une petite clé — “een kleine sleutel”. De vorm moet dus overeenkomen met het woord dat hij beschrijft, niet met het voornaamwoord in C'est. portefeuille is een mannelijk zelfstandig naamwoord voor “portemonnee”. Het onbepaalde lidwoord un staat erbij, maar drukt hier niet zelfstandig een aantal uit; het introduceert één niet nader bepaalde portemonnee als onderwerp van de beschrijving. Samen met petit krijg je un petit portefeuille — “een kleine portemonnee”. noir betekent “zwart” en beschrijft eveneens portefeuille. De mannelijke enkelvoudsvorm is hier noir; bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de overeenkomstige vorm noire, bijvoorbeeld une voiture noire — “een zwarte auto”. In un petit portefeuille noir beschrijven petit en noir hetzelfde mannelijke enkelvoudige woord. avec is een voorzetsel met de betekenis “met”. Het voegt een kenmerk of iets dat erbij hoort toe: un sac avec une poche — “een tas met een zak.” coin betekent hier “hoek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un coin. In deze beschrijving gaat het om een hoek of punt van de portemonnee; de precieze vorm van de hoek wordt niet verder gespecificeerd. usé betekent hier “versleten”. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord usé; de vrouwelijke enkelvoudsvorm is usée, bijvoorbeeld une couverture usée — “een versleten deken”. Hier beschrijft usé coin, niet portefeuille, omdat het direct in de groep un coin usé staat. De delen bouwen de zin als volgt op: C'est (“Het is”) + un petit portefeuille noir (“een kleine zwarte portemonnee”) + avec un coin usé (“met een versleten hoek”). De volledige betekenis is dus: “Het is een kleine zwarte portemonnee met een versleten hoek.”
Cela devrait aider le personnel à vérifier sans demander de détails privés.
Dat zou het personeel moeten helpen om te controleren zonder naar privégegevens te vragen.
- Cela
- dat
- devrait
- zou moeten
- aider
- helpen
- personnel
- personeel
- vérifier
- controleren
- sans
- zonder
- demander
- vragen
- détails
- details
- privés
- privé
Uitgebreide uitleg
Cela is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”. De vorm geeft geen meervoud of grammaticaal geslacht aan; de concrete referent wordt door de vaste vertaling en deze zin niet verder benoemd. devrait is de vorm van devoir voor de derde persoon enkelvoud in de conditionnel présent. In deze zin drukt het, samen met Cela, een verwachting of waarschijnlijkheid uit: “zou moeten”. Vergelijk: Il devrait venir. — “Hij zou moeten komen.” aider betekent “helpen” en staat hier in de infinitief na devrait. Het bruikbare patroon is aider quelqu’un à + infinitif: iemand helpen om iets te doen. Voorbeeld: Elle aide son frère à apprendre. — “Zij helpt haar broer leren.” personnel is hier een zelfstandig naamwoord voor het personeel als groep. Het staat in het enkelvoud, ook al verwijst het naar meerdere personeelsleden; het is niet het bijvoeglijk naamwoord “persoonlijk” in deze zin. Voorbeeld: Le personnel arrive tôt. — “Het personeel komt vroeg.” vérifier betekent “controleren” of “nakijken”. Het is de infinitief na à in het patroon aider ... à vérifier; à verbindt de geholpen handeling met aider. Voorbeeld: Nous allons vérifier la liste. — “We gaan de lijst controleren.” sans betekent “zonder” en staat hier vóór een infinitief. Het patroon sans + infinitif betekent dat iets gebeurt zonder de genoemde handeling uit te voeren. Voorbeeld: Il part sans prévenir. — “Hij vertrekt zonder te waarschuwen.” demander betekent “vragen”. Na sans blijft het in de infinitief: sans demander betekent “zonder te vragen”. In deze zin bepaalt het volgende de-deel wat er gevraagd zou worden. détails is het meervoud van détail, “detail”. Het voorzetsel de in demander de détails leidt hier het gevraagde aan: naar details vragen. Voorbeeld: Elle demande des détails. — “Zij vraagt om details.” privés is het bijvoeglijk naamwoord privé in het mannelijk meervoud. Het stemt af met détails, dat mannelijk meervoud is: détail privé → détails privés. De vorm privé kan ook andere vormen hebben, afhankelijk van geslacht en getal, bijvoorbeeld une information privée — “privé-informatie” of “een privé-inlichting”. Samen betekent Cela devrait aider le personnel à vérifier dat “dat” het personeel waarschijnlijk zal helpen om iets te controleren. sans demander de détails privés voegt toe dat dit controleren gebeurt zonder naar privégegevens te vragen. De volledige betekenis is dus: “Dat zou het personeel moeten helpen om te controleren zonder naar privégegevens te vragen.”
Je vais appeler et expliquer quand j'ai remarqué qu'il avait disparu.
Ik bel en leg uit wanneer ik merkte dat hij weg was.
- Je vais
- ik ga …
- appeler
- bellen
- expliquer
- uitleggen
- quand
- wanneer; toen
- j'ai remarqué
- ik merkte
- avait disparu
- was verdwenen
Uitgebreide uitleg
Je vais staat hier samen met een infinitief en vormt de nabije toekomst: “ik ga …”. vais is de eerste persoon enkelvoud van aller; in deze constructie draagt het vooral de toekomstige betekenis, terwijl het volgende werkwoord de handeling noemt. appeler betekent hier “bellen”. Het is de infinitief na vais: Je vais appeler = “Ik ga bellen”. De infinitief verandert niet mee met de persoon; de persoon staat in vais. expliquer betekent “uitleggen”. Het staat naast appeler als tweede infinitief die bij Je vais hoort: Je vais appeler et expliquer = “Ik ga bellen en uitleggen”. Het onderwerp blijft hetzelfde; er wordt niet een nieuw onderwerp ingevoerd. Wat precies wordt uitgelegd, staat in deze zin niet als afzonderlijk object. quand leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “wanneer/toen”. Het verbindt de hoofdhandeling met het moment dat in de bijzin wordt genoemd. Een bruikbaar patroon is quand + zin, bijvoorbeeld: Je partirai quand tu arriveras. — “Ik vertrek wanneer je aankomt.” j'ai remarqué betekent hier “ik merkte”. j' is de verkorte vorm van je voor een klinker; ai remarqué is de passé composé van remarquer in de eerste persoon enkelvoud: avoir in de tegenwoordige tijd (ai) plus het voltooid deelwoord remarqué. De vorm zegt hier dat het opmerken als een afgeronde gebeurtenis wordt voorgesteld. avait disparu betekent “was verdwenen”. De basisvorm is disparaître; avait is de imparfait-vorm van avoir voor de derde persoon enkelvoud, met het voltooid deelwoord disparu. Samen vormen ze de plus-que-parfait. Die tijd plaatst het verdwijnen vóór het latere moment van j'ai remarqué: eerst was hij verdwenen, daarna merkte ik dat op. Het Nederlandse hij volgt hier de expliciete betekenis van de vertaling; de Franse vorm il is het onderwerp van avait disparu. De hele zin bouwt dus op als Je vais [appeler et expliquer] quand [j'ai remarqué qu'il avait disparu]: “Ik ga bellen en uitleggen wanneer ik merkte dat hij weg was.” De bijzin geeft het moment van het opmerken, en binnen die bijzin wordt met avait disparu aangegeven dat het verdwijnen al eerder had plaatsgevonden.
Mentionne quelques objets qui sont à l'intérieur, mais ne donne pas de détails tirés de documents personnels.
Noem een paar spullen die erin zitten, maar deel geen gegevens uit persoonlijke documenten.
- Mentionne
- noem
- quelques
- enkele
- objets
- voorwerpen
- sont à l'intérieur
- erin zitten
- ne donne pas
- geef niet
- détails
- details
- tirés de
- afkomstig uit
- documents
- documenten
- personnels
- persoonlijke
Uitgebreide uitleg
Mentionne is de gebiedende wijs van mentionner voor tu: “noem”. Het onderwerp tu staat hier niet uitgeschreven. Voorbeeld: Mentionne deux exemples. — “Noem twee voorbeelden.” quelques betekent “een paar/enkele”, zonder een exact aantal vast te leggen. Het staat vóór objets, een meervoudig zelfstandig naamwoord: “voorwerpen/spullen”. Het enkelvoud is objet. Voorbeeld: quelques livres — “een paar boeken”. objets is hier het lijdend voorwerp van mentionne. Het woord kan in andere contexten ook algemener “objecten” betekenen; hier past de betekenis “spullen/voorwerpen”. In sont à l'intérieur is sont de tegenwoordige tijd van être bij een meervoudig onderwerp, hier objets: “zitten erin”. à l'intérieur geeft de plaats “aan de binnenkant/erin” aan. Voorbeeld: Les clés sont à l'intérieur. — “De sleutels zitten erin.” ne donne pas is een negatieve gebiedende wijs van donner: “geef niet/deel niet”. In het Frans omringt ne ... pas het werkwoord; in deze opdracht wordt het onderwerp niet genoemd. donner des détails is een gebruikelijke combinatie voor “details geven/delen”. Voorbeeld: Ne donne pas ton adresse. — “Geef je adres niet.” détails betekent “details” en staat in het meervoud. Het is het lijdend voorwerp van donne; het verbod gaat dus over het delen van details, niet over het noemen van enkele voorwerpen. tirés de komt van tirer de, letterlijk “getrokken uit”, en betekent hier “afkomstig uit”. tirés is een voltooid deelwoord dat als bijvoeglijke bepaling bij détails staat: mannelijk meervoud, zoals détails. Voorbeeld: des informations tirées d'un rapport — “gegevens afkomstig uit een rapport.” documents betekent “documenten” en is het meervoud van document. Met de vormt het de bron: tirés de documents — “afkomstig uit documenten”. personnels is het bijvoeglijk naamwoord personnel in het mannelijk meervoud; het stemt af op documents: “persoonlijke documenten”. De vrouwelijke vormen zijn personnelle en personnelles. Voorbeeld: une note personnelle — “een persoonlijke notitie.” De hele zin bestaat uit twee opdrachten. Eerst vraagt Mentionne quelques objets qui sont à l'intérieur om enkele spullen te noemen die erin zitten. Daarna beperkt mais ne donne pas de détails tirés de documents personnels die opdracht: noem geen details die afkomstig zijn uit persoonlijke documenten.
Il y a une photo et une note pliée à l'intérieur.
Er zit een foto en een opgevouwen briefje in.
- Il y a
- er is / er zijn
- photo
- foto
- note
- briefje; notitie
- pliée
- opgevouwen
- à l'intérieur
- binnenin
Uitgebreide uitleg
Il y a is een vaste Franse constructie om aanwezigheid uit te drukken: “er is” of “er zijn”. De vorm blijft hetzelfde bij enkelvoud en meervoud. Voorbeeld: Il y a deux photos. = “Er zijn twee foto’s.” Het onbepaalde lidwoord une bij photo is vrouwelijk enkelvoud; het drukt hier geen nadruk op een geteld aantal uit. photo betekent hier “foto”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, wat je ziet aan une photo. Voorbeeld: J’ai une photo. = “Ik heb een foto.” note betekent hier “briefje” of “notitie”. Ook dit zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: une note. De vertaling “briefje” past bij de concrete betekenis in deze zin; note kan in andere contexten ook een notitie of aantekening zijn. pliée betekent “opgevouwen”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van plié, het voltooid deelwoord van plier (“opvouwen”), hier gebruikt als beschrijving van note. Daarom staat er pliée: de uitgang -e stemt overeen met het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord note. Voorbeeld: La feuille est pliée. = “Het vel papier is opgevouwen.” à l’intérieur is een vaste plaatsaanduiding met de betekenis “binnenin” of “erin”. Het geeft aan waar de genoemde voorwerpen zich bevinden. Voorbeeld: Le document est à l’intérieur. = “Het document zit erin.” Samen vormen une photo et une note pliée de twee genoemde dingen: een foto en een opgevouwen briefje. Il y a introduceert hun aanwezigheid, en à l’intérieur plaatst ze binnenin iets dat uit de context bekend is. De hele zin betekent dus: “Er zit een foto en een opgevouwen briefje in.”
Ces détails devraient suffire à l'identifier sans risque.
Die details zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.
- Ces
- deze
- détails
- details
- devraient
- zouden moeten
- suffire
- genoeg zijn; volstaan
- l'identifier
- hem identificeren
- sans risque
- zonder risico
Uitgebreide uitleg
Ces betekent hier “deze” en staat bij détails. Het is een aanwijzend woord in het meervoud; het verwijst naar de bedoelde details. Vergelijk voor een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord ce en voor een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord cette. détails betekent “details”. Het woord staat in het meervoud, zoals ook blijkt uit ces. Het enkelvoud is détail. Voorbeeld: Un détail est important. — “Eén detail is belangrijk.” devraient is de vorm van devoir voor de derde persoon meervoud in de conditionnel présent. Hier drukt die vorm uit dat iets naar verwachting of volgens de spreker genoeg zou moeten zijn. De infinitief is devoir; het onderwerp is Ces détails, niet suffire. Voorbeeld: Ils devraient venir. — “Ze zouden moeten komen.” suffire is een infinitief en betekent “genoeg zijn” of “volstaan”. Na devraient staat deze infinitief: devraient suffire betekent dat iets genoeg zou moeten zijn. Ces détails is ook de inhoudelijke onderwerpsgroep bij suffire. Voorbeeld: Cela devrait suffire. — “Dat zou genoeg moeten zijn.” l'identifier bestaat uit het objectpronomen l' en de infinitief identifier. identifier betekent “identificeren”. l' is hier de vóór een klinker verkorte vorm van het objectpronomen le; volgens de vaste vertaling verwijst het naar “hem” en is het het lijdend voorwerp van identifier. De apostrof markeert de weggelaten klinker van le; l' is hier dus geen lidwoord. Voorbeeld: Je peux l'identifier. — “Ik kan hem identificeren.” sans risque betekent “zonder risico”. sans betekent “zonder” en risque betekent “risico”. In deze zin beschrijft de woordgroep dat het identificeren veilig of zonder risico zou gebeuren. Samen vormen Ces détails devraient suffire de beoordeling dat deze details genoeg zouden moeten zijn. à l'identifier geeft aan waarvoor ze genoeg zijn: “om hem te identificeren”. sans risque voegt de omstandigheid toe: “zonder risico” of “veilig”. De volledige betekenis is: “Deze details zouden genoeg moeten zijn om hem veilig te identificeren.”
S'ils l'ont, je peux convenir d'un moment pour aller le chercher.
Als ze hem hebben, kan ik een moment afspreken om hem op te halen.
- S'ils
- als ze
- l'ont
- hem hebben
- je peux
- ik kan
- convenir
- afspreken
- moment
- moment
- aller
- gaan
- le
- hem
- chercher
- ophalen
Uitgebreide uitleg
S'ils is de samentrekking van si (“als”) en ils (“ze”). Voor een voorwaarde staat si hier voor een gewone mededelende zin: S'ils l'ont betekent “als ze hem hebben”. De apostrof komt doordat si voor een klinker in ils zijn eindklank verliest. Voorbeeld: S'ils viennent, je reste. — “Als ze komen, blijf ik.” l'ont bestaat uit het voornaamwoord l' en ont, de vorm van avoir (“hebben”) bij ils. l' is hier een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp en betekent volgens de vertaling “hem”; de apostrof is verplicht voor ont. Het is dus niet ils le ont, maar ils l'ont. Voorbeeld: Ils l'ont trouvé. — “Ze hebben hem gevonden.” je peux komt van pouvoir (“kunnen”). peux is de tegenwoordige tijd bij je; het betekent hier dat de spreker de mogelijkheid heeft om iets te regelen, niet dat het al gebeurd is. Vergelijk je peux met ils peuvent (“ze kunnen”); het onderwerp bepaalt de vorm. Voorbeeld: Je peux venir demain. — “Ik kan morgen komen.” convenir is een infinitief en betekent hier “afspreken” of “overeenkomen”. In de constructie convenir de volgt wat men afspreekt: convenir d'un moment is “een moment afspreken”. De combinatie je peux convenir gebruikt na pouvoir de infinitief, zonder extra vervoeging van convenir. Voorbeeld: Nous pouvons convenir d'une date. — “We kunnen een datum afspreken.” moment is een zelfstandig naamwoord voor een moment of tijdstip. In d'un moment staat un als onbepaald lidwoord; dat geeft hier geen noodzakelijk exact aantal aan, maar introduceert een nog niet nader bepaald moment. d'un is de samentrekking van de en un. Voorbeeld: Choisissons un moment calme. — “Laten we een rustig moment kiezen.” aller is de infinitief van “gaan”. Na pour kan deze infinitief het doel aangeven: pour aller betekent “om te gaan”. In deze zin maakt aller samen met chercher de doelhandeling “om hem op te halen”. Voorbeeld: Je viens pour aider. — “Ik kom om te helpen.” le is hier een mannelijk enkelvoudig lijdendvoorwerpsvoornaamwoord en betekent “hem”. Het staat vóór de infinitief chercher: le chercher, niet na die infinitief. De vorm le drukt het grammaticale geslacht en getal van het bedoelde voorwerp uit; de zin noemt niet wie of wat dat precies is. chercher is de infinitief van “zoeken”. In aller le chercher krijgt het, door de combinatie met aller en het bedoelde object, de contextuele betekenis “hem ophalen”: letterlijk gaat de spreker om hem te zoeken/vinden en mee te nemen. Voorbeeld: Je vais chercher mon frère. — “Ik ga mijn broer ophalen.” Samen vormt S'ils l'ont de voorwaarde “als ze hem hebben”. Daarna geeft je peux convenir d'un moment aan dat de spreker dan een moment kan afspreken, en pour aller le chercher geeft het doel van dat moment aan: om hem op te halen. De volledige betekenis is dus: “Als ze hem hebben, kan ik een moment afspreken om hem op te halen.”
Appelle maintenant, et je vérifierai encore ton sac pendant que tu attends.
Bel nu, en ik kijk je tas nog een keer na terwijl je wacht.
- Appelle
- bel
- maintenant
- nu
- je
- ik
- vérifierai
- zal nakijken
- encore
- nog een keer
- ton
- jouw
- sac
- tas
- pendant que
- terwijl
- tu
- jij
- attends
- wacht
Uitgebreide uitleg
Appelle is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van appeler (bellen). De vorm heeft geen uitgesproken onderwerp nodig: Appelle ! betekent “Bel!”. In de tegenwoordige tijd staat bij tu tu appelles; de gebiedende wijs heeft hier de vorm appelle. maintenant betekent “nu” en bepaalt wanneer de oproep moet gebeuren. je is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het is het onderwerp van vérifierai. vérifierai komt van vérifier (“nakijken” of “controleren”) en is de futur simple in de eerste persoon enkelvoud: “ik zal nakijken”. De uitgang -ai draagt hier de combinatie van persoon en toekomstige tijd. Bijvoorbeeld: Je vérifierai le document. — “Ik zal het document nakijken.” encore betekent in deze zin “nog een keer” of “opnieuw”. De precieze betekenis komt uit de combinatie met het controleren: de spreker zal de tas opnieuw nakijken. ton is een bezittelijk bijvoeglijk woord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het betekent hier “jouw”; het stemt af op sac, niet op het geslacht van de bezitter. Vergelijk: ta voiture — “jouw auto” — en tes livres — “jouw boeken”. sac betekent “tas”. Het is hier het lijdend voorwerp van vérifier: wat de spreker zal nakijken. pendant que leidt een bijzin in en betekent “terwijl”. Het verbindt de handeling van het nakijken met een handeling die op hetzelfde moment plaatsvindt. tu is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “jij”. Het is het onderwerp van attends in de bijzin. attends komt van attendre (“wachten”) en is de tegenwoordige tijd in de tweede persoon enkelvoud: “jij wacht”. Bijvoorbeeld: Tu attends ici. — “Jij wacht hier.” Samen vormt Appelle maintenant een aansporing: “Bel nu”. Daarna zegt je vérifierai encore ton sac wat de spreker zal doen: “ik zal je tas nog een keer nakijken”. pendant que tu attends geeft aan dat dit gebeurt terwijl de aangesproken persoon wacht. De volledige betekenis is dus: “Bel nu, en ik zal je tas nog een keer nakijken terwijl je wacht.”
Grammatica
avant de + infinitif
Avant d'appeler, prépare une description.
Avã daplee, pre-pa-gh uun des-kghip-sjõ.Voordat je belt, bereid je een beschrijving voor.
Na « avant de » staat in het Frans een infinitief, niet een vervoegd werkwoord.
sans + nom zonder lidwoord
sans risque
Sã ghiskzonder risico
Na « sans » staat vaak een zelfstandig naamwoord zonder onbepaald of bepaald lidwoord.
Frans woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
voorbereiden
Antwoord tonen
préparevinden
Antwoord tonen
trouvebeschrijving
Antwoord tonen
descriptionbellen