Est-ce que
De vaste vraagconstructie „Est-ce que” maakt van de volgende zin een gewone vraag: hier vraagt de spreker beleefd of hij de koffer mag lenen. „Est-ce” vormt het vragende begin en „que” verbindt dit met de daaropvolgende zin. Deze constructie kun je voor een verzoek of andere vraag vóór een volledige zin gebruiken.
je
„je” betekent hier „ik” en is het onderwerp van „je peux”. Het verwijst naar de persoon die de vraag stelt. Je gebruikt „je” vóór een werkwoord wanneer je iets over jezelf zegt.
peux
„peux” betekent hier „kan” of „mag” en drukt uit dat de spreker toestemming vraagt. Het is de vorm van „pouvoir” die bij „je” hoort en staat vóór „emprunter”. Je gebruikt pouvoir + infinitief om te vragen of te zeggen dat iets mogelijk of toegestaan is.
emprunter
„emprunter” betekent hier iets tijdelijk lenen, namelijk de koffer. Het is de infinitief na „peux” en krijgt „ta valise” als geleend voorwerp. Je gebruikt emprunter + een voorwerp wanneer je iets van iemand leent met de bedoeling het later terug te geven.
ta
„ta” betekent hier „jouw” en verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. Het staat vóór „valise” en geeft aan wie de koffer bezit. Je gebruikt ta vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je tegen één persoon met tu spreekt.
valise
„valise” betekent hier „koffer” en is het voorwerp dat de spreker wil lenen. Het woord staat in „ta valise de taille moyenne”. Je kunt het gebruiken voor een koffer die je meeneemt op reis.
de
„de” maakt hier samen met „taille moyenne” de omschrijving „de taille moyenne”, dus „van gemiddelde grootte”. Het verbindt „taille” met de voorafgaande omschrijving van de koffer. De + zelfstandig naamwoord wordt vaak gebruikt om een eigenschap of soort aan te geven.
taille
„taille” betekent hier „maat” of „grootte” in de uitdrukking „de taille moyenne”. Het geeft aan hoe groot de koffer is. Je kunt taille de + een omschrijving gebruiken om de grootte van iets te beschrijven.
moyenne
„moyenne” betekent hier „gemiddeld” en beschrijft in „de taille moyenne” de maat van de koffer. Het is de vrouwelijke vorm die bij „taille” hoort; de basisvorm is „moyen”. Deze omschrijving gebruik je wanneer iets een middelmatige of gemiddelde grootte heeft.
pour
„pour” betekent hier „voor” en geeft het doel aan: de koffer is bestemd voor de reis van de spreker. Het staat vóór „mon voyage”. Je gebruikt pour + zelfstandig naamwoord om een doel of bestemming aan te geven.
mon
„mon” betekent hier „mijn” en geeft aan dat de reis van de spreker is. Het staat vóór het enkelvoudige mannelijke zelfstandig naamwoord „voyage”. Je gebruikt mon vóór een mannelijk enkelvoudig bezit, bijvoorbeeld bij een reis of voorwerp.
voyage
„voyage” betekent hier „reis” en is het doel waarvoor de koffer wordt geleend. Het staat in „mon voyage la semaine prochaine”. Je gebruikt het voor een verplaatsing of trip naar een andere plaats.
la
„la” is hier het vrouwelijke enkelvoudige bepaalde lidwoord bij „semaine”. Samen met „semaine prochaine” verwijst het naar een specifieke week. Je gebruikt la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
semaine
„semaine” betekent hier „week” in de tijdsaanduiding „la semaine prochaine”. Het verwijst naar de week die na de huidige week komt. Je kunt semaine gebruiken om een periode van zeven dagen aan te duiden.
prochaine
„prochaine” betekent hier „volgende” en beschrijft in „la semaine prochaine” de week na de huidige week. Het is de vrouwelijke vorm die bij „semaine” hoort; de basisvorm is „prochain”. Je gebruikt deze vorm achter semaine om naar de volgende week te verwijzen.
Oui
„Oui” betekent „ja” en bevestigt hier dat de spreker de koffer mag lenen. Het staat aan het begin van het antwoord, vóór de waarschuwing met „mais”. Je gebruikt Oui om positief op een vraag of voorstel te reageren.
mais
„mais” betekent „maar” en leidt hier een beperking of waarschuwing in: de koffer mag worden geleend, maar het handvat moet voorzichtig worden behandeld. Het verbindt de toestemming met de voorwaarde erna. Je gebruikt mais om twee tegengestelde of beperkte mededelingen te verbinden.
fais
„fais” betekent hier niet simpelweg „doe”, maar vormt samen met „attention à” de aansporing „fais attention à la poignée”: let goed op het handvat. Het is de gebiedende vorm van „faire” voor de aangesproken persoon. De herbruikbare constructie is fais attention à + datgene waarop iemand moet letten.
attention
„attention” betekent letterlijk „aandacht”, maar krijgt samen met „fais” en „à la poignée” de betekenis „let op het handvat” of „wees voorzichtig met het handvat”. Het benoemt waarop de oplettendheid gericht is. De uitdrukking fais attention à gebruik je om iemand voor iets te waarschuwen.
à
„à” geeft in „fais attention à la poignée” aan waarop de aandacht gericht moet zijn. Het verbindt „attention” met „la poignée”. Je gebruikt à na fais attention om de persoon of zaak te noemen waarop iemand moet letten.
poignée
„poignée” betekent hier „handvat” en is het onderdeel van de koffer waarvoor de waarschuwing geldt. Het staat na „à” in „à la poignée”. Je kunt het gebruiken voor een handvat waarmee je iets vasthoudt of optilt.
car
„car” betekent hier „want” of „omdat” en geeft de reden voor de waarschuwing. Het leidt de uitleg in dat het handvat een beetje kwetsbaar is. Je gebruikt car om een reden of verklaring aan een mededeling toe te voegen.
elle
„elle” betekent hier „zij” of „het” en verwijst naar het vrouwelijke woord „poignée”. Het is het onderwerp van „elle est un peu fragile”. Je gebruikt elle om naar een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
est
„est” betekent hier „is” en beschrijft de toestand van het handvat. Het is de vorm van „être” die bij „elle” hoort. Je gebruikt être + een bijvoeglijke beschrijving om te zeggen hoe iets is.
un
„un” draagt in de vaste hoeveelheiduitdrukking „un peu” bij aan de betekenis „een beetje”. Samen verzacht het de uitspraak dat het handvat kwetsbaar is. Je gebruikt un peu vóór een bijvoeglijke beschrijving om een kleine mate aan te geven.
peu
„peu” betekent hier „weinig” of „een beetje” in „un peu fragile”. Het maakt „fragile” minder sterk: het handvat is slechts enigszins kwetsbaar. Je gebruikt un peu + bijvoeglijke beschrijving om een beperkte mate uit te drukken.
fragile
„fragile” betekent hier „kwetsbaar” en beschrijft het handvat. In „elle est un peu fragile” staat het na „est” als beschrijving van de toestand. Je kunt het gebruiken voor iets dat gemakkelijk beschadigd raakt of breekt.
garderai
„garderai” betekent hier „zal onthouden” in de uitdrukking „Je garderai cela à l’esprit”. Het is een toekomstige vorm van „garder” bij de spreker en verwijst naar de waarschuwing over het handvat. Je gebruikt garder + een voorwerp wanneer je iets bewaart of in gedachten houdt.
cela
„cela” betekent hier „dat” en verwijst naar de voorafgaande waarschuwing over het kwetsbare handvat. In „garderai cela à l’esprit” is het datgene wat de spreker zal onthouden. Je gebruikt cela om naar een eerder genoemde zaak of situatie te verwijzen.
et
„et” betekent „en” en verbindt hier twee voornemens van de spreker: de waarschuwing onthouden en de koffer niet te vol vullen. Het koppelt de twee werkwoordelijke delen van de zin. Je gebruikt et om gelijkwaardige informatie of handelingen te verbinden.
j’éviterai
„j’éviterai” betekent hier „ik zal vermijden” en verwijst naar het voornemen om de koffer niet te vol te vullen. Het is een toekomstige vorm van „éviter”; „je” wordt vóór de klinker in éviter verkort tot „j’”. Je gebruikt éviter de + infinitief om te zeggen dat je iets probeert niet te doen.
trop
„trop” betekent hier „te veel” in „trop la remplir”. Het geeft aan dat de koffer niet bovenmatig gevuld moet worden. Je gebruikt trop bij een handeling wanneer de hoeveelheid of intensiteit een grens overschrijdt.
remplir
„remplir” betekent hier „vullen” en heeft „la” als voorwerp: de spreker zal de koffer niet te vol vullen. Het is de infinitief na „éviter de”. Je gebruikt remplir + een voorwerp wanneer je iets met inhoud vult.
Il y a
De vaste constructie „Il y a” betekent hier „er is” of „er zit” en introduceert de kras op de zijkant. In „Il y a aussi une rayure” vult „Il” de onderwerpplaats, „y” verwijst naar de aanwezigheid en „a” maakt deel uit van de constructie. Je gebruikt Il y a + zelfstandig naamwoord om te zeggen dat iets aanwezig is.
aussi
„aussi” betekent hier „ook” en voegt de informatie over de kras toe aan wat al over de koffer is gezegd. Het staat vóór „une rayure”. Je gebruikt aussi om extra, gelijksoortige informatie toe te voegen.
une
„une” is hier het vrouwelijke enkelvoudige onbepaalde lidwoord bij „rayure”. In „une rayure” introduceert het een kras die nog niet eerder genoemd is. Je gebruikt une vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
rayure
„rayure” betekent hier „kras” en is de beschadiging die op de koffer zit. Het staat in „une rayure sur le côté”. Je kunt het gebruiken voor een zichtbaar spoor of beschadiging op een oppervlak.
sur
„sur” betekent hier „op” of „aan” en geeft de plaats van de kras aan: „sur le côté”. Het verbindt „une rayure” met de plaats waar die zich bevindt. Je gebruikt sur om aan te geven dat iets zich op een oppervlak of deel bevindt.
le
„le” is hier het mannelijke enkelvoudige bepaalde lidwoord bij „côté”. In „le côté” gaat het om de specifieke zijkant van de koffer. Je gebruikt le vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
côté
„côté” betekent hier „zijkant” en geeft aan waar de kras zich bevindt. Het staat in „sur le côté”. Je kunt het gebruiken om een zijde of zijkant van een voorwerp aan te duiden.
Tu
„Tu” betekent hier „jij” en is het onderwerp van de vraag „Tu veux que je prenne une photo”. Het verwijst naar de persoon aan wie de spreker iets vraagt. Je gebruikt tu wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt in een informele relatie.
veux
„veux” betekent hier „wilt” en vraagt of de aangesprokene het goed vindt dat de spreker een foto maakt. Het is de vorm van „vouloir” die bij „tu” hoort. In de constructie Tu veux que ... wordt gevraagd of iemand wil dat een andere persoon iets doet.
que
„que” betekent hier „dat” en leidt in „Tu veux que je prenne une photo” de bijzin met de gewenste handeling in. Het verbindt „veux” met het onderwerp „je” en het werkwoord „prenne”. Je gebruikt vouloir que + persoon + werkwoord om een wens of verzoek over de handeling van iemand anders uit te drukken.
prenne
„prenne” betekent hier „neem” in de betekenis „een foto maak”. Het is de vorm van „prendre” die volgt na „Tu veux que” en bij het onderwerp „je” hoort. Je gebruikt vouloir que + je prenne wanneer iemand vraagt of wenst dat jij iets doet.
photo
„photo” betekent hier „foto” en is het voorwerp dat de spreker vóór gebruik van de koffer wil maken. Het staat in „une photo”. Je kunt het gebruiken voor een afbeelding die je met een camera of telefoon maakt.
avant
„avant” betekent hier „voordat” en geeft aan dat de foto eerder wordt gemaakt dan het gebruik van de koffer. Het staat in de constructie „avant de l’utiliser”. Je gebruikt avant de + infinitief wanneer dezelfde of een genoemde handeling vóór een andere handeling plaatsvindt.
l’utiliser
„l’utiliser” betekent hier „hem/het gebruiken” en verwijst naar het gebruiken van de koffer. „l’” is het voornaamwoord voor de koffer en „utiliser” betekent gebruiken; samen staat het na „avant de”. Je gebruikt avant de l’utiliser om te zeggen dat iets gebeurt voordat je een voorwerp gebruikt.
permettrait
„permettrait” betekent hier „zou mogelijk maken” of „zou ervoor zorgen dat”, namelijk dat beiden de toestand van de koffer duidelijk kunnen zien. Het is een vorm van „permettre” die een verwacht of voorgesteld gevolg uitdrukt. De herbruikbare structuur is permettre à iemand de + infinitief, zoals in „permettrait à chacun de nous de voir clairement son état”.
chacun
„chacun” betekent hier „ieder” en benadrukt dat elke persoon afzonderlijk de toestand van de koffer kan zien. Het staat in „à chacun de nous”. Je gebruikt chacun de + een groep om de leden van die groep één voor één te bedoelen.
nous
„nous” betekent hier „ons” in „à chacun de nous” en verwijst naar de twee betrokken personen. Het maakt duidelijk van wie ieder afzonderlijk deel uitmaakt. Je gebruikt nous na een voorzetsel wanneer je naar ons als groep of naar ons als ontvangers verwijst.
voir
„voir” betekent hier „zien” en beschrijft wat ieder van beiden dankzij de foto kan doen. Het is de infinitief in „de voir clairement son état”. Je gebruikt voir + een voorwerp wanneer je iets waarneemt of bekijkt.
clairement
„clairement” betekent hier „duidelijk” en zegt hoe de toestand van de koffer zichtbaar wordt. Het beschrijft de manier waarop beiden die toestand kunnen zien. Je gebruikt het bij een werkwoord om aan te geven dat iets zonder onduidelijkheid gebeurt.
son
„son” betekent hier „zijn” of „haar”, maar verwijst in „son état” naar de toestand van de koffer: „zijn toestand” of „de toestand ervan”. Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord „état”. Je gebruikt son vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid aan te geven.
état
„état” betekent hier „staat” of „toestand” en verwijst naar de conditie van de koffer op het moment van de foto. Het staat in „son état”. Je kunt état gebruiken om de toestand of conditie van een voorwerp te beschrijven.
rendrai
„rendrai” betekent hier „zal teruggeven” of „zal terugbrengen” en verwijst naar het terugbezorgen van de koffer. Het is een toekomstige vorm van „rendre” bij de spreker en staat vóór „la”. Je gebruikt rendre + een voorwerp wanneer je iets aan de eigenaar teruggeeft.
lendemain
„lendemain” betekent hier „volgende dag” in „le lendemain de mon retour”: de dag na de terugkeer. Het bepaalt wanneer de koffer wordt teruggegeven. Je gebruikt lendemain de + een gebeurtenis om de dag erna aan te duiden.
retour
„retour” betekent hier „terugkeer” en verwijst naar het moment waarop de spreker van de reis terugkomt. In „mon retour” is het de gebeurtenis waarna de koffer wordt teruggegeven. Je kunt retour gebruiken om het terugkomen of de terugreis aan te duiden.
Essuie
„Essuie” betekent hier „veeg af” en is een directe instructie om de wielen schoon te maken. Het is de gebiedende vorm van „essuyer” voor de aangesproken persoon en krijgt „les roues” als voorwerp. Je gebruikt essuyer + een voorwerp wanneer je dat voorwerp met een doek of iets dergelijks schoonmaakt.
les
„les” is hier het meervoudige bepaalde lidwoord bij „roues”. In „les roues” verwijst het naar de wielen van de koffer als bekende onderdelen. Je gebruikt les vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar specifieke zaken verwijst.
roues
„roues” betekent hier „wielen” en zijn de onderdelen die moeten worden afgeveegd. Het staat als meervoudig voorwerp na „Essuie”. Je kunt roues gebruiken voor de draaiende wielen waarmee de koffer wordt verplaatst.
rentrer
„rentrer” betekent hier „naar binnen brengen” en verwijst naar het binnenzetten van de koffer nadat de wielen zijn afgeveegd. Het is de infinitief in „avant de la rentrer”, waarbij „la” naar de koffer verwijst. Je gebruikt rentrer + een voorwerp wanneer je dat voorwerp naar binnen brengt.
ferai
„ferai” betekent hier „zal doen” in „Je ferai ça dehors”. Het verwijst naar de eerder genoemde handeling, het afvegen van de wielen, en is een toekomstige vorm van „faire”. Je gebruikt faire ça om naar een eerder genoemde handeling te verwijzen zonder die opnieuw te noemen.
ça
„ça” betekent hier „dat” en verwijst naar het afvegen van de wielen. In „Je ferai ça dehors” is het de handeling die de spreker buiten zal uitvoeren. Je gebruikt ça in alledaagse taal om naar een genoemde zaak, situatie of handeling te verwijzen.
dehors
„dehors” betekent hier „buiten” en geeft aan waar de spreker de wielen zal afvegen. Het staat bij „ferai ça”. Je gebruikt dehors om een plaats buiten een gebouw of ruimte aan te duiden.
rapporter
„rapporter” betekent hier „terugbrengen” en verwijst naar het terugbrengen van de koffer naar de eigenaar. Het is de infinitief in „avant de la rapporter”, waarbij „la” naar de koffer verwijst. Je gebruikt rapporter + een voorwerp wanneer je iets terug naar een persoon of plaats brengt.
Dis
„Dis” betekent hier „zeg” of „vertel” en vormt samen met „moi” de aansporing „Dis-moi”: laat het me weten. Het is de gebiedende vorm van „dire” voor de aangesproken persoon. Je gebruikt dis-moi si + een bijzin om iemand te vragen je te informeren wanneer een bepaalde situatie optreedt.
moi
„moi” betekent hier „mij” en noemt de persoon aan wie de informatie moet worden verteld. In „Dis-moi” staat het als beklemtoond voornaamwoord achter de gebiedende vorm. Je gebruikt een gebiedende vorm + moi om te zeggen dat iemand iets aan jou moet vertellen.
si
„si” betekent hier „als” en leidt de voorwaarde in waaronder de aangesprokene iets moet laten weten. In „Dis-moi si la poignée te pose des problèmes” introduceert het de mogelijke situatie met het handvat. Je gebruikt si + een volledige zin om een voorwaarde of mogelijke situatie aan te geven.
te
„te” betekent hier „jou” of „aan jou” en verwijst naar de persoon die problemen met het handvat kan ondervinden. In „te pose des problèmes” is het onderdeel van de constructie „iemand problemen bezorgen”. Je gebruikt te wanneer de aangesproken persoon de ontvanger of ondervinder van het probleem is.
pose
„pose” betekent hier „bezorgt” of „veroorzaakt” in „la poignée te pose des problèmes”. Het onderwerp is „la poignée”, die problemen veroorzaakt voor de aangesprokene. Je gebruikt poser des problèmes à iemand om te zeggen dat iets iemand moeilijkheden bezorgt.
des
„des” is hier het meervoudige onbepaalde lidwoord bij „problèmes” en verwijst naar enkele niet nader bepaalde problemen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord. Je gebruikt des wanneer je meervoudige zaken noemt zonder ze als specifieke, bekende zaken aan te duiden.
problèmes
„problèmes” betekent hier „problemen” en verwijst naar moeilijkheden die het handvat tijdens de reis kan veroorzaken. Het staat in de constructie „te pose des problèmes”. Je kunt problèmes gebruiken voor praktische moeilijkheden of storingen die iemand ervaart.
pendant
„pendant” betekent hier „tijdens” en geeft de periode aan waarin de problemen kunnen optreden: „pendant le voyage”. Het staat vóór „le voyage”. Je gebruikt pendant + zelfstandig naamwoord om aan te geven dat iets binnen een bepaalde periode gebeurt.