Schade aan een geleende tas bespreken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After borrowing a bag, one adult explains zipper damage and discusses repair or replacement with the owner..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Schade aan een geleende tas bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je dois te parler du sac que j'ai emprunté.

Zje dwaa te par-lé duu sak ke zjee an-preun-té. Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.
B

Est-ce qu'il lui est arrivé quelque chose pendant ton voyage ?

Ès-kil lwie è-ta-ri-vé kel-ke sjooz pan-dan ton vwa-yazj? Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?
A

La fermeture éclair s'est bloquée et une partie s'est détachée.

La fèrmətür éklèr sè blo-ké é uun par-ti sè dé-ta-sjé. De rits kwam vast te zitten en een deel ervan raakte los.
B

Est-ce que la fermeture éclair était déjà abîmée ?

Ès-ke la fèrmətür éklèr é-tè dé-zjaa a-bi-mé? Was de rits al beschadigd?
B

Ou est-ce qu'elle s'est cassée pendant que tu l'utilisais ?

Oe ès-kèl sè ka-sé pan-dan ke tuu luu-ti-li-zè? Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?
A

La fermeture éclair semblait en bon état avant, alors je veux en assumer la responsabilité.

La fèrmətür san-blè an bon né-ta a-van, a-lor zje veu an-na-suu-mé la rè-spon-sa-bi-li-té. De rits leek eerder in orde, dus ik wil er verantwoordelijkheid voor nemen.
B

J'apprécie ton honnêteté. Elle est peut-être encore réparable.

Zja-pré-si ton o-nè-té. Èl è peut-ètr an-kor ré-pa-rabl. Ik waardeer je eerlijkheid. Hij kan misschien nog gerepareerd worden.
A

Je peux faire réparer le sac ou le remplacer si nécessaire.

Zje peu fèr ré-pa-ré le sak oe le ran-pla-sé si né-se-sèr. Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.
B

Emmenons le sac dans un atelier de réparation avant de décider.

È-me-non le sak dan-zeun a-te-li-é de ré-pa-ra-sjon a-van de dé-si-dé. Laten we de tas naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.
A

Pardon de ne pas te l'avoir dit dès que c'est arrivé.

Par-don de ne pa te la-vwaar di dè-ke sè-ta-ri-vé. Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.
B

Tu en parles maintenant, et c'est utile. On verra ce qu'ils en disent.

Tuu an parl mèn-te-nan, é sè uu-til. On ve-ra se kil-zan diz. Je brengt het nu ter sprake, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.

Uitleg van de zinnen

  1. Je dois te parler du sac que j'ai emprunté.

    Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.

    Je dois
    ik moet
    parler
    praten
    sac
    tas
    emprunté
    geleend
    Uitgebreide uitleg

    Je dois betekent hier dat de spreker iets moet doen. dois is de eerste persoon enkelvoud van devoir in de tegenwoordige tijd: je dois, tu dois, il/elle doit. Na devoir volgt een infinitief, zoals in je dois parler (“ik moet praten”). Het is dus devoir dat de verplichting uitdrukt, niet parler. parler is de infinitief “praten” of “spreken”. In parler de quelque chose betekent het “over iets praten”; de verbindt het onderwerp van het gesprek met parler. Met een persoon gebruikt het Frans bijvoorbeeld parler à quelqu’un: Je parle à Marie betekent “Ik praat met Marie”. In deze zin is te het voornaamwoord voor de aangesproken persoon: te parler betekent “met je praten” of “tegen je praten”. du sac betekent “over de tas”. du is de samentrekking van de + le; het duidt hier geen hoeveelheid aan. sac is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un sac, le sac. Het geslacht verklaart waarom het lidwoord le in du sac voorkomt. emprunté betekent hier “geleend”. Het is het voltooid deelwoord van emprunter, in de betekenis van iets tijdelijk van iemand nemen en later teruggeven. In j’ai emprunté vormt het samen met ai, de eerste persoon enkelvoud van avoir, de passé composé. Met avoir stemt het voltooid deelwoord normaal niet met het onderwerp overeen. Het kan wel overeenstemmen met een lijdend voorwerp dat ervoor staat. Hier verwijst que naar het mannelijke enkelvoud le sac, dus de vorm blijft emprunté; bij een vrouwelijk enkelvoudig voorafgaand lijdend voorwerp zou bijvoorbeeld empruntée staan. que j’ai emprunté is een betrekkelijke bijzin die de tas nader bepaalt. que is hier het lijdend voorwerp van emprunter en verwijst naar le sac; daarom staat het vóór j’ai emprunté. De betekenis is “die ik heb geleend”. Het patroon le livre que j’ai lu betekent bijvoorbeeld “het boek dat ik heb gelezen”. De delen worden zo samengevoegd: Je dois parler = “ik moet praten”, te parler du sac = “met je over de tas praten”, en que j’ai emprunté = “die ik heb geleend”. De volledige betekenis is: “Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.” In natuurlijk Frans kan parler de afhankelijk van de context ook “vertellen over” betekenen.

  2. Est-ce qu'il lui est arrivé quelque chose pendant ton voyage ?

    Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?

    Est-ce qu'il
    vraagformule: is het zo dat…?
    lui est arrivé
    is ermee gebeurd
    quelque chose
    iets
    pendant
    tijdens
    voyage
    reis
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce qu'il is de vraagformule Est-ce que ... ? met de elisie que → qu' vóór il. In il lui est arrivé quelque chose is il een onpersoonlijk grammaticaal onderwerp; het verwijst niet naar degene of de zaak die iets ondergaat. De formule maakt van de daaropvolgende mededeling een ja-neevraag. lui est arrivé bevat de derde-persoonsvorm van arriver met het indirecte voornaamwoord lui. Arriver betekent vaak “aankomen”, maar in de constructie quelque chose arrive à ... betekent het “overkomen” of “gebeuren met ...”. Est arrivé is de passé composé: arriver wordt hier met être gevormd. In deze vaste zin geven de Nederlandse vertaling en de context aan dat de betrokken zaak de tas is; lui vervangt dus de indirecte verwijzing naar die betrokken zaak in deze lezing. Voorbeeld: Il lui est arrivé un accident. — “Er is hem een ongeluk overkomen.” quelque chose is een onbepaald voornaamwoord en betekent hier “iets”: een niet nader genoemde gebeurtenis. Een nuttig contrast is rien (“niets”): Il ne lui est rien arrivé. — “Er is hem niets overkomen.” pendant geeft de periode aan waarin iets gebeurt en betekent “tijdens” of “gedurende”. Hier staat het vóór de naamwoordgroep ton voyage. Voorbeeld: J’ai dormi pendant le trajet. — “Ik heb tijdens de rit geslapen.” voyage is het zelfstandig naamwoord “reis”. De vorm zelf is niet bezittelijk; ton in ton voyage geeft aan dat het om de reis van de aangesprokene gaat. Voorbeeld: Bon voyage ! — “Goede reis!” Samen vraagt Est-ce qu'il lui est arrivé quelque chose of er iets met de tas is gebeurd. pendant ton voyage beperkt de gebeurtenis tot de reis van de aangesprokene. De volledige betekenis is: “Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?”

  3. La fermeture éclair s'est bloquée et une partie s'est détachée.

    De rits kwam vast te zitten en een deel ervan raakte los.

    fermeture éclair
    rits
    s'est bloquée
    kwam vast te zitten
    partie
    deel
    s'est détachée
    raakte los
    Uitgebreide uitleg

    fermeture éclair betekent hier ‘rits’. Het is een vaste Franse woordgroep. fermeture is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor het lidwoord la. Voor een ander zelfstandig naamwoord kun je bijvoorbeeld une fermeture éclair (‘een rits’) gebruiken. s'est bloquée komt van se bloquer, ‘vast komen te zitten’. Dit is de passé composé: s'est bevat de verkorte vorm van se plus het hulpwerkwoord être, en bloquée is het voltooid deelwoord. Omdat het onderwerp la fermeture éclair vrouwelijk enkelvoud is, krijgt bloquée de uitgang -ée. Vergelijk: Le mécanisme s'est bloqué (‘Het mechanisme kwam vast te zitten’). De vorm s' is de verkorting van se vóór een klinker. partie betekent ‘deel’. Het is een zelfstandig naamwoord van het vrouwelijk geslacht; het is niet een vrouwelijke vorm van een ander zelfstandig naamwoord. In une partie is une een onbepaald lidwoord. Het drukt hier niet op zichzelf een bepaald aantal delen uit. Partie kan ook een gedeelte van een voorwerp aanduiden. s'est détachée komt van se détacher, ‘loskomen’ of ‘losraken’. Ook dit is een wederkerige vorm in de passé composé met être. Détachée krijgt -ée omdat het onderwerp une partie vrouwelijk enkelvoud is. Bijvoorbeeld: La poignée s'est détachée. — ‘De handgreep is losgeraakt.’ Samen betekent de zin: La fermeture éclair s'est bloquée (‘De rits kwam vast te zitten’) et une partie s'est détachée (‘en een deel ervan raakte los’). Het tweede onderwerp is une partie; s'est détachée beschrijft dat dit deel losraakte. De vertaling maakt duidelijk dat het deel bij de rits hoort.

  4. Est-ce que la fermeture éclair était déjà abîmée ?

    Was de rits al beschadigd?

    Est-ce que
    maakt een ja-neevraag
    la fermeture éclair
    de rits
    était
    was
    déjà
    al
    abîmée
    beschadigd
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de mededelende zin een neutrale ja-neevraag. Het staat aan het begin van de vraag; er volgt geen omkering zoals in sommige andere Franse vraagvormen. Voorbeeld: Est-ce que tu viens ? = „Kom je?” la fermeture éclair betekent hier „de rits”. Fermeture éclair is een vaste Franse benaming voor een ritssluiting; het vrouwelijke lidwoord la hoort bij deze woordgroep. Voorbeeld: La fermeture éclair est cassée. = „De rits is kapot.” était is de imparfait-vorm van être („zijn”) voor de derde persoon enkelvoud: il/elle était. De imparfait plaatst een toestand in het verleden, zonder die toestand als een afgeronde gebeurtenis te presenteren. Het werkwoord verandert hier niet naar mannelijk of vrouwelijk; était blijft dezelfde vorm bij il en elle. déjà betekent hier „al” of „reeds”: de vraag gaat erom of de toestand op dat eerdere moment al bestond. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Il était déjà fermé. = „Het was al dicht.” abîmée betekent hier „beschadigd”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van abîmé, omdat het bij la fermeture éclair hoort. De uitgang -e markeert hier de vrouwelijke vorm; het deelwoordachtige bijvoeglijk naamwoord staat na être: être abîmé(e). Voorbeeld: La veste est abîmée. = „De jas is beschadigd.” Bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld Le sac est abîmé. Samen vormen la fermeture éclair était déjà abîmée de mededeling „de rits was al beschadigd”. Met Est-ce que ervoor wordt dat de volledige vraag: „Was de rits al beschadigd?” De vraag onderzoekt dus of de beschadigde toestand al aanwezig was; ze stelt niet zelf vast wanneer of waardoor de schade is ontstaan.

  5. Ou est-ce qu'elle s'est cassée pendant que tu l'utilisais ?

    Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?

    Ou
    of
    est-ce qu'elle s'est cassée
    ze is kapotgegaan / ze is stukgegaan
    pendant que tu l'utilisais
    terwijl je haar gebruikte
    Uitgebreide uitleg

    De zin betekent: “Of is ze kapotgegaan terwijl je haar gebruikte?” «Est-ce que» maakt een vraag, «s'est cassée» is de vrouwelijke vorm van “kapotgaan”, en «tu l'utilisais» betekent “je gebruikte haar”.

  6. La fermeture éclair semblait en bon état avant, alors je veux en assumer la responsabilité.

    De rits leek eerder in orde, dus ik wil er verantwoordelijkheid voor nemen.

    La fermeture éclair
    de rits
    semblait
    leek
    en bon état
    in goede staat
    avant
    eerder
    alors
    dus
    je veux
    ik wil
    en
    ervoor
    assumer
    op zich nemen
    la responsabilité
    de verantwoordelijkheid
    Uitgebreide uitleg

    La fermeture éclair betekent hier “de rits”. fermeture éclair is een Franse vrouwelijke zelfstandig-naamwoordgroep; daarom staat het lidwoord la. Het meervoud is les fermetures éclair. semblait komt van sembler (“lijken”) en is hier de imparfait. De vorm beschrijft een vroegere toestand of indruk: de rits leek toen in goede staat. Voorbeelden: Il semblait fatigué. — “Hij leek moe.” Elle semble prête. — “Ze lijkt klaar.” en bon état is een vaste manier om te zeggen dat iets in goede staat verkeert. bon is de mannelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord bon (“goed”) en stemt hier overeen met état, dat mannelijk is. De tegenovergestelde uitdrukking is en mauvais état — “in slechte staat”. avant betekent hier “eerder” of “daarvoor” en verwijst naar een eerder moment, zonder precies te zeggen wanneer dat was. Het kan in andere zinsverbanden ook een ruimtelijke of temporele betekenis hebben; de precieze interpretatie volgt uit de context. alors verbindt de twee delen als “dus” of “daarom”: de eerdere indruk van de staat van de rits leidt tot wat de spreker vervolgens wil doen. Een herbruikbaar patroon is ..., alors ... — “..., dus ...”. je veux betekent “ik wil”. veux is de tegenwoordige tijd van vouloir (“willen”) bij je; de infinitief is vouloir. Na je veux volgt vaak een infinitief: Je veux comprendre. — “Ik wil het begrijpen.” veux is dus de vervoegde vorm, niet de infinitief. en verwijst hier naar de rits en betekent in combinatie met het volgende werkwoord ongeveer “ervoor” of “voor dat ding”. Het vervangt een eerder genoemde zaak in de constructie assumer la responsabilité de quelque chose. De vaste vertaling bevestigt hier de betekenis “er verantwoordelijkheid voor”. In andere Franse constructies kan en een andere functie hebben; de betekenis volgt uit de combinatie en de context. assumer is de infinitief van “op zich nemen” of “aanvaarden”. In assumer la responsabilité vormt het samen met het zelfstandig naamwoord de uitdrukking “verantwoordelijkheid op zich nemen”. Na je veux blijft het werkwoord in de infinitief: Je veux assumer ... — “Ik wil ... op mij nemen.” la responsabilité betekent “de verantwoordelijkheid”. Het is een vrouwelijke zelfstandig-naamwoordgroep, herkenbaar aan la. In assumer la responsabilité is dit wat de spreker op zich wil nemen. Voorbeeld: Elle assume la responsabilité de son choix. — “Zij neemt de verantwoordelijkheid voor haar keuze op zich.” Samen bouwen de delen de betekenis als volgt op: La fermeture éclair semblait en bon état avant zegt dat de rits eerder in goede staat leek. alors maakt daarvan de aanleiding voor het volgende deel. je veux drukt de wil van de spreker uit, en en assumer la responsabilité betekent dat de spreker de verantwoordelijkheid ervoor op zich wil nemen. De volledige betekenis is dus: “De rits leek eerder in orde, dus ik wil er verantwoordelijkheid voor nemen.”

  7. J'apprécie ton honnêteté. Elle est peut-être encore réparable.

    Ik waardeer je eerlijkheid. Hij kan misschien nog gerepareerd worden.

    J'apprécie
    ik waardeer
    honnêteté
    eerlijkheid
    Elle
    zij; het
    peut-être
    misschien
    encore
    nog
    réparable
    herstelbaar
    Uitgebreide uitleg

    J'apprécie komt van apprécier en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: “ik waardeer”. De apostrof hoort bij de vorm je vóór een klinker. Voorbeeld: J'apprécie ton aide. = “Ik waardeer je hulp.” honnêteté betekent hier “eerlijkheid”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In ton honnêteté staat ton niet om een mannelijke betekenis aan te geven: vóór een klinker gebruikt het Frans hier ton in plaats van ta. Elle is een vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud en staat hier als onderwerp. In de aangeleverde context kan het verwijzen naar la fermeture éclair (“de rits”); het Franse vrouwelijke grammaticale geslacht hoeft niet overeen te komen met het Nederlandse voornaamwoord. Daarom is hij in de vaste vertaling geen tegenspraak. De vorm elle zegt wel iets over de Franse grammaticale vorm, niet zelfstandig over de natuurlijke sekse van het bedoelde voorwerp. peut-être betekent “misschien” en drukt onzekerheid uit. Voorbeeld: Il vient peut-être. = “Hij komt misschien.” encore betekent hier “nog”: de mogelijkheid bestaat nog steeds. In andere contexten kan het ook “opnieuw” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. réparable komt van réparer (“repareren”) en betekent “herstelbaar” of “te repareren”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De enkelvoudsvormen voor mannelijk en vrouwelijk hebben dezelfde spelling: réparable; in het meervoud is de vorm réparables. Voorbeeld: Cette fermeture est réparable. = “Deze sluiting is herstelbaar.” Samen betekent J'apprécie ton honnêteté “Ik waardeer je eerlijkheid”. Elle est peut-être encore réparable betekent “Hij kan misschien nog gerepareerd worden”, waarbij het Franse onderwerp vrouwelijk is en in de context bij de rits kan aansluiten. est ... réparable beschrijft een mogelijke toestand; peut-être maakt die mogelijkheid onzeker en encore geeft aan dat zij nog bestaat.

  8. Je peux faire réparer le sac ou le remplacer si nécessaire.

    Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.

    Je peux
    ik kan
    faire réparer
    laten repareren
    sac
    tas
    remplacer
    vervangen
    si nécessaire
    indien nodig
    Uitgebreide uitleg

    Je peux bevat peux, de ik-vorm van pouvoir in de tegenwoordige tijd: je peux = “ik kan”. Dit werkwoord drukt hier mogelijkheid of beschikbare handelingsruimte uit. Andere basisvormen zijn bijvoorbeeld tu peux en il/elle peut; de vorm verandert dus mee met het onderwerp. faire réparer betekent hier “laten repareren”. faire staat als infinitief bij peux, en réparer is een tweede infinitief. De constructie faire + infinitief laat zien dat de spreker de reparatie laat uitvoeren, in plaats van zelf noodzakelijkerwijs de reparatie uit te voeren. Vergelijk: Je fais réparer le vélo. — “Ik laat de fiets repareren.” le sac betekent “de tas”. sac is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord le markeert hier een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In het eerste deel is de tas het voorwerp van de reparatie: faire réparer le sac = “de tas laten repareren”. remplacer is de infinitief “vervangen”. In le remplacer verwijst le volgens de vaste betekenis naar de tas; samen betekent dit “hem vervangen”, hier natuurlijker vertaald als “de tas vervangen”. De infinitief blijft dezelfde vorm na peux: Je peux remplacer le sac. — “Ik kan de tas vervangen.” si nécessaire betekent “indien nodig” of “als dat nodig is”. si leidt hier een voorwaardelijke bijzin in, en nécessaire beschrijft dat de handeling nodig is. De uitdrukking bepaalt niet op zichzelf wie of wat precies nodig is; in deze zin slaat zij op de keuze om tot vervanging over te gaan. De structuur is: Je peux + faire réparer le sac + ou + le remplacer + si nécessaire. De spreker kan dus de tas laten repareren of hem vervangen wanneer vervanging nodig blijkt. Het onderwerp van beide handelingsmogelijkheden blijft je; ou verbindt de twee alternatieven. De volledige betekenis is: “Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.”

  9. Emmenons le sac dans un atelier de réparation avant de décider.

    Laten we de tas naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.

    Emmenons
    laten we brengen
    sac
    tas
    atelier
    werkplaats
    réparation
    reparatie
    avant de
    voordat
    décider
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Emmenons betekent hier: laten we de tas meenemen/brengen. Het is de gebiedende wijs voor nous van emmener (iemand of iets ergens naartoe brengen). In een voorstel gebruikt het Frans de vorm van de eerste persoon meervoud: Emmenons ... = “laten we ...”. Voorbeeld: Allons-y. — “Laten we gaan.” le sac betekent “de tas”. Sac is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord le. Het meervoud is les sacs. Voorbeeld: Le sac est lourd. — “De tas is zwaar.” un atelier betekent “een werkplaats”. Atelier is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Un introduceert hier een niet nader bepaalde werkplaats; het drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Voorbeeld: C'est un atelier moderne. — “Dat is een moderne werkplaats.” de réparation betekent “voor reparatie” of, in deze samenstelling, “reparatie-”. Réparation is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en hangt samen met réparer (“repareren”). In un atelier de réparation specificeert het wat voor soort werkplaats het is: een werkplaats waar reparaties worden uitgevoerd. avant de betekent “voordat” wanneer er daarna een infinitief komt. Hier leidt het de infinitief décider in: avant de décider = “voordat we beslissen”. Bij een expliciet onderwerp met een vervoegd werkwoord gebruikt het Frans doorgaans avant que plus een bijzin; dat is een ander patroon. Voorbeeld: Réfléchis avant de répondre. — “Denk na voordat je antwoordt.” décider betekent “beslissen”. Dit is de infinitiefvorm. In avant de décider blijft het werkwoord in de infinitief, omdat het onderwerp van beide handelingen hier hetzelfde voorstel van de spreker omvat: “laten we brengen voordat we beslissen”. De tegenwoordige vorm voor nous is nous décidons (“wij beslissen”). Samen vormen de delen: Emmenons le sac = “laten we de tas brengen”, dans un atelier de réparation = “naar een reparatiewerkplaats” en avant de décider = “voordat we beslissen”. De volledige zin betekent dus: “Laten we de tas naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.”

  10. Pardon de ne pas te l'avoir dit dès que c'est arrivé.

    Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.

    Pardon
    sorry
    ne pas
    niet
    dit
    verteld
    dès que
    zodra
    arrivé
    gebeurd
    Uitgebreide uitleg

    Pardon is hier een korte verontschuldiging: “sorry”. Het kan zelfstandig staan, of gevolgd worden door de plus een infinitief om te zeggen waarvoor iemand zich verontschuldigt. Voorbeeld: Pardon de vous déranger. — “Sorry dat ik u stoor.” ne pas vormt de ontkenning bij een infinitief. In de ne pas ... betekent het dus “niet ...”. In een vervoegde zin staan ne en pas gewoonlijk rond het vervoegde werkwoord, maar bij een infinitief staan ze samen ervoor: ne pas venir — “niet komen”. dit is het voltooid deelwoord van dire (“zeggen”, in deze context “vertellen”). Het is een onregelmatige vorm: dire → dit, zoals in J’ai dit la vérité. — “Ik heb de waarheid verteld.” In te l’avoir dit staat dit bij het infinitief avoir: samen vormen ze een voltooide infinitief, “het je verteld hebben”. te betekent hier “jou/je”, en l’ verwijst naar “het”, zoals de Nederlandse vertaling bevestigt. dès que is een vaste voegwoordelijke combinatie met de betekenis “zodra”. Het leidt hier de tijdsbepaling in die aangeeft wanneer het vertellen had moeten gebeuren. Voorbeeld: Je t’appelle dès que j’arrive. — “Ik bel je zodra ik aankom.” arrivé is het voltooid deelwoord van arriver (“aankomen”, en in c’est arrivé: “gebeuren”). De uitdrukking c’est arrivé betekent hier “het gebeurde”; c’ verwijst naar de gebeurtenis waarover wordt gesproken. Met être gebruikt het Frans hier een voltooid deelwoord: C’est arrivé hier. — “Het gebeurde gisteren.” De structuur Pardon de ne pas te l’avoir dit betekent “Sorry dat ik het je niet heb verteld”. Daarna specificeert dès que c’est arrivé het moment: “zodra het gebeurde”. Samen betekent de hele zin: “Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.”

  11. Tu en parles maintenant, et c'est utile. On verra ce qu'ils en disent.

    Je brengt het nu ter sprake, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.

    Tu
    jij
    en
    erover
    parles
    praat
    maintenant
    nu
    c'est
    dat is
    utile
    nuttig
    On
    we
    verra
    zal zien
    ce qu'
    wat
    ils
    zij
    disent
    zeggen
    Uitgebreide uitleg

    Tu is de informele tweede persoon enkelvoud: “jij”. Het onderwerp is hier degene die iets ter sprake brengt. De formele of meervoudige tegenhanger is vous, maar die staat niet in deze zin. en verwijst hier naar de zaak waarover gesproken wordt. In combinatie met parler de vervangt en de constructie de + iets: Tu en parles betekent dus “Je brengt het ter sprake” of letterlijker “Je praat erover”. Het is niet hetzelfde als het plaatsaanduidende en in bijvoorbeeld en France. parles is de vorm van het werkwoord parler bij tu in de tegenwoordige tijd: je parle, tu parles, il/elle parle. De uitgang -es hoort hier bij de vervoeging; de slotletter wordt in de uitspraak doorgaans niet gehoord. Parler de quelque chose betekent “over iets praten”; met en wordt dat “erover praten”. maintenant betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Tu en parles maintenant betekent samen “Je brengt het nu ter sprake”. c'est bestaat uit ce en de derde persoon enkelvoud van être, est: letterlijk “dat is”. In c'est utile verwijst ce naar de voorafgaande situatie of handeling als geheel, niet naar een afzonderlijk benoemd zelfstandig naamwoord. utile betekent hier “nuttig” of “helpend”. Het bijvoeglijk naamwoord staat na est en beschrijft de voorafgaande situatie. Een bruikbaar patroon is C'est utile. — “Dat is nuttig.” On is grammaticaal een derde persoon enkelvoud, maar betekent in deze zin “we” als aanduiding voor de spreker en anderen. Daarom staat het werkwoord daarna in de vorm voor een derde persoon enkelvoud. In formeler geschreven Frans kan nous dezelfde groep explicieter als “wij” aanduiden. verra is de futur simple van voir (“zien”), bij il/elle/on: voir → il verra, on verra. Het betekent hier “zal zien”. De vorm drukt een toekomstige beoordeling of vaststelling uit; On verra betekent “We zullen zien”. ce qu' is de samengevoegde schrijfwijze van ce que vóór een klinker. Het introduceert hier datgene wat men zal zien: “wat”. Het volledige patroon voir ce que ... betekent “zien wat ...”. ils is een persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud: “zij/ze”. Het duidt grammaticaal op een mannelijke of gemengde groep; de precieze personen worden in de aangeleverde zin niet verder benoemd. disent is de vorm van dire (“zeggen”) bij ils/elles in de tegenwoordige tijd: ils disent — “zij zeggen”. In ce qu'ils en disent verwijst het tweede en opnieuw naar de zaak waarover gesproken wordt: “wat ze ervan zeggen”. De constructie presenteert hun uitspraak als iets waar later naar gekeken zal worden, zonder de inhoud ervan al vast te leggen. De zin wordt zo opgebouwd: Tu en parles maintenant (“Je brengt het nu ter sprake”), daarna et c'est utile (“en dat is nuttig”). Vervolgens On verra (“We zullen zien”) en ce qu'ils en disent (“wat ze ervan zeggen”). Samen betekent de hele uiting: “Je brengt het nu ter sprake, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.”

Grammatica

se bloquer → s'est bloquée (passé composé)

La fermeture éclair s'est bloquée.

La fèrmətür éklèr sè blo-ké.

De rits is vast komen te zitten.

Bij een pronominaal werkwoord in de passé composé gebruik je être; het voltooid deelwoord past zich aan het onderwerp aan.

faire + infinitif

Je décide de faire réparer le sac.

Zje dé-sied de fèr ré-pa-ré le sak.

Ik besluit de tas te laten repareren.

faire + infinitief betekent dat je iets door iemand anders laat doen; hier: de tas laten repareren.

Frans woordenschat

abîmé bijvoeglijk naamwoord
a-bi-mé beschadigd abîmée

line_004

arriver werkwoord
a-ri-vé gebeuren est arrivé

line_002

emprunter werkwoord
an-preun-té lenen emprunté

line_001

fermeture éclair zelfstandig naamwoord
fèrmətür éklèr rits

line_003

partie zelfstandig naamwoord
par-ti deel

line_003

sac zelfstandig naamwoord
sak tas

line_001

se bloquer werkwoord
se blo-ké vast komen te zitten s'est bloquée

line_003

se casser werkwoord
se ka-sé breken s'est cassée

line_005

se détacher werkwoord
se dé-ta-sjé losraken s'est détachée

line_003

sembler werkwoord
san-blé lijken semblait

line_006

utiliser werkwoord
uu-ti-li-zé gebruiken utilisais

line_005

voyage zelfstandig naamwoord
vwa-yazj reis

line_002

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lenen

Antwoord tonenemprunté

reis

Antwoord tonenvoyage

deel

Antwoord tonenpartie

beschadigd

Antwoord tonenabîmée