Je
« Je » betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van « Je dois te parler ». Het staat vóór een vervoegde werkwoordsvorm; een nieuw voorbeeld is « Je comprends ».
dois
« dois » betekent hier ‘moet’ en drukt uit dat de spreker iets nodig vindt of verplicht is te doen. Het hoort bij « Je dois te parler »; een nieuw voorbeeld is « Je dois partir ».
te
« te » verwijst hier naar de persoon met wie de spreker wil praten: ‘jou’. In « te parler » staat het voor het werkwoord; een nieuw voorbeeld is « Je veux te répondre ».
parler
« parler » betekent hier ‘praten over’ of ‘vertellen’ in « te parler du sac ». Met « parler de » geef je aan waarover je praat; een nieuw voorbeeld is « parler de son travail ».
du
« du » betekent hier ‘over de’ in « parler du sac ». Het is de vorm die vóór het mannelijke enkelvoudige « sac » staat; gebruik « parler de » met het onderwerp waarover je praat.
sac
« sac » betekent hier ‘tas’ en is het onderwerp waarover de spreker iets wil vertellen. Het staat na « du » in « du sac »; een nieuw voorbeeld is « un sac de voyage ».
que
« que » verwijst hier naar « le sac » en leidt de bijzin « que j'ai emprunté » in: ‘die ik heb geleend’. Het verbindt een zelfstandig naamwoord met extra informatie; een nieuw voorbeeld is « le livre que j'ai lu ».
j'
« j' » betekent hier ‘ik’ en is de verkorte vorm van « je » vóór een klinker, zoals in « j'ai emprunté » en « J'apprécie ». Deze verkorting komt vaak voor vóór een klinker; een nieuw voorbeeld is « j'arrive ».
ai
« ai » betekent hier ‘heb’ en vormt samen met « emprunté » de uitdrukking « j'ai emprunté »: ‘ik heb geleend’. Het staat na « j' »; een nieuw voorbeeld is « j'ai compris ».
emprunté
« emprunté » betekent hier ‘geleend’ in « que j'ai emprunté » en verwijst naar de tas die de spreker eerder heeft geleend. Het staat samen met « j'ai »; een nieuw voorbeeld is « J'ai emprunté un livre ».
Est-ce
« Est-ce » maakt samen met « que » de ja/nee-vraag « Est-ce qu'il lui est arrivé quelque chose ? ». « Est » en « ce » vormen hier samen een vaste vraaginleiding, terwijl « que » de volgende zin inleidt; gebruik de hele constructie om een ja/nee-vraag te beginnen.
qu'
« qu' » is de verkorte vorm van « que » vóór de klinker in « qu'il ». In « Est-ce qu'il lui est arrivé quelque chose » leidt het de zin na de vraaginleiding in; een nieuw voorbeeld is « Je sais qu'il vient ».
il
« il » is hier het formele onderwerp in de constructie « il lui est arrivé quelque chose », waarin wordt gevraagd of er iets is gebeurd. Het verwijst hier niet zelfstandig naar de tas; de hele constructie betekent dat iets iemand of iets is overkomen.
lui
« lui » verwijst hier naar de tas als datgene waaraan iets is gebeurd in « il lui est arrivé quelque chose ». Het staat in de vaste constructie « arriver quelque chose à quelqu'un »; een nieuw voorbeeld is « Il lui est arrivé un problème ».
est
« est » helpt hier samen met « arrivé » de gebeurtenis uit te drukken in « il lui est arrivé quelque chose ». Het staat vóór « arrivé »; gebruik dezelfde structuur om te zeggen dat iemand of iets iets is overkomen.
arrivé
« arrivé » betekent hier ‘gebeurd’ in « il lui est arrivé quelque chose ». Samen met « est » beschrijft het een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden; een nieuw voorbeeld is « Qu'est-il arrivé ? ».
quelque chose
« quelque chose » betekent hier ‘iets’ in « il lui est arrivé quelque chose ». « quelque » en « chose » vormen samen een vaste uitdrukking voor een niet nader genoemd ding of voorval; een nieuw voorbeeld is « J'ai quelque chose à te dire ».
pendant
« pendant » betekent hier ‘tijdens’ en plaatst de gebeurtenis binnen de periode van « ton voyage ». Het wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord, zoals in « pendant ton voyage »; een nieuw voorbeeld is « pendant la réunion ».
ton
« ton » betekent hier ‘jouw’ in « ton voyage ». Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat bij de aangesproken persoon hoort; een nieuw voorbeeld is « ton sac ».
voyage
« voyage » betekent hier ‘reis’ en geeft de periode aan waarin iets met de tas gebeurde. Het staat na « ton » in « ton voyage »; een nieuw voorbeeld is « pendant le voyage ».
La
« La » betekent hier ‘de’ en staat vóór « fermeture éclair » in « La fermeture éclair s'est bloquée ». Het is het bepaald lidwoord vóór dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord; een nieuw voorbeeld is « la porte ».
fermeture éclair
« fermeture éclair » betekent hier ‘rits’. « fermeture » verwijst naar een sluiting en « éclair » is een vast onderdeel van deze benaming; samen benoemen ze het sluitingsmechanisme van de tas. Een nieuw voorbeeld is « La fermeture éclair est cassée ».
s'
« s' » betekent hier ‘zich’ in « s'est bloquée » en is de verkorte vorm vóór een klinker. Het hoort bij het werkwoord om te beschrijven dat de rits zelf vastliep; een nieuw voorbeeld is « La porte s'est ouverte ».
bloquée
« bloquée » betekent hier ‘vastgelopen’ of ‘geblokkeerd’ in « s'est bloquée ». De vorm beschrijft wat er met de rits gebeurde; een nieuw voorbeeld is « La porte est bloquée ».
et
« et » betekent hier ‘en’ en verbindt twee gebeurtenissen: « La fermeture éclair s'est bloquée et une partie s'est détachée ». Gebruik het om twee informatie-eenheden naast elkaar te plaatsen; een nieuw voorbeeld is « Il arrive et il attend ».
une
« une » betekent hier ‘een’ in « une partie ». Het introduceert een niet eerder genoemd deel; een nieuw voorbeeld is « une solution ».
partie
« partie » betekent hier ‘deel’ in « une partie s'est détachée ». Het benoemt een onderdeel van de rits; een nieuw voorbeeld is « une partie du sac ».
détachée
« détachée » betekent hier ‘losgeraakt’ in « une partie s'est détachée ». Het beschrijft dat een deel niet meer vastzit; een nieuw voorbeeld is « La poignée s'est détachée ».
était
« était » betekent hier ‘was’ en beschrijft de toestand van de rits vóór het latere probleem in « était déjà abîmée ». Het wordt gebruikt om een eerdere toestand te beschrijven; een nieuw voorbeeld is « La porte était ouverte ».
déjà
« déjà » betekent hier ‘al’ en vraagt of de rits vóór de reis al beschadigd was. Het staat vóór « abîmée » in « était déjà abîmée »; een nieuw voorbeeld is « Il était déjà parti ».
abîmée
« abîmée » betekent hier ‘beschadigd’ in « était déjà abîmée ». Het beschrijft de toestand van de rits vóór het gebruik; een nieuw voorbeeld is « La couverture est abîmée ».
Ou
« Ou » betekent hier ‘of’ en introduceert een tweede mogelijke verklaring in « Ou est-ce qu'elle s'est cassée... ? ». Gebruik het om alternatieven te verbinden; een nieuw voorbeeld is « Ou tu préfères attendre ? ».
elle
« elle » verwijst hier naar « la fermeture éclair » in « elle s'est cassée ». Het is het vrouwelijke onderwerp van de tweede vraag; een nieuw voorbeeld is « Elle fonctionne encore ».
cassée
« cassée » betekent hier ‘kapotgegaan’ of ‘gebroken’ in « elle s'est cassée ». Het beschrijft dat de rits tijdens het gebruik defect raakte; een nieuw voorbeeld is « La poignée s'est cassée ».
tu
« tu » betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon die de tas gebruikte in « tu l'utilisais ». Het is de aangesproken persoon in een informele rechtstreekse dialoog; een nieuw voorbeeld is « Tu comprends ? ».
l'
« l' » is hier het voornaamwoord voor ‘hem/haar/het’ en verwijst naar de rits in « tu l'utilisais ». Het staat vóór « utilisais » en is verkort vóór de klinker; een nieuw voorbeeld is « Je l'attends ».
utilisais
« utilisais » betekent hier ‘gebruikte’ en beschrijft het gebruik van de tas op het moment dat de rits kapotging. Het staat in « pendant que tu l'utilisais »; een nieuw voorbeeld is « quand tu utilisais cette machine ».
semblait
« semblait » betekent hier ‘leek’ in « semblait en bon état ». De vorm beschrijft een indruk over de eerdere toestand van de rits; een nieuw voorbeeld is « Tout semblait normal ».
en
« en » heeft in « en bon état » de betekenis ‘in’, maar in « en assumer la responsabilité » verwijst het naar de kwestie of schade waar iemand verantwoordelijkheid voor neemt. De precieze betekenis komt dus uit de hele constructie; gebruik « en bon état » om een goede toestand te beschrijven en « en assumer la responsabilité » om verantwoordelijkheid te nemen voor iets.
bon
« bon » betekent hier ‘goed’ in de vaste uitdrukking « en bon état ». Samen met « état » beschrijft het een toestand zonder schade; een nieuw voorbeeld is « en bon état de fonctionnement ».
état
« état » betekent hier ‘staat’ of ‘toestand’ in « en bon état ». De combinatie met « en bon » beschrijft hoe iets eraan toe is; een nieuw voorbeeld is « vérifier l'état du sac ».
avant
« avant » betekent hier ‘eerder’ of ‘ervoor’ in « en bon état avant ». Het verwijst naar een moment vóór de reis of het gebruik; een nieuw voorbeeld is « avant le départ ».
alors
« alors » betekent hier ‘dus’ en verbindt de eerdere beoordeling met de beslissing in « alors je veux en assumer la responsabilité ». Het kan een gevolg of conclusie inleiden; een nieuw voorbeeld is « Alors, on commence ? ».
veux
« veux » betekent hier ‘wil’ en drukt de bedoeling van de spreker uit in « je veux en assumer la responsabilité ». Het wordt gevolgd door een infinitief; een nieuw voorbeeld is « Je veux aider ».
assumer
« assumer » betekent hier ‘op zich nemen’ in « en assumer la responsabilité ». Het wordt gebruikt met « la responsabilité » wanneer iemand verantwoordelijkheid voor een kwestie aanvaardt; een nieuw voorbeeld is « assumer la responsabilité d'une erreur ».
responsabilité
« responsabilité » betekent hier ‘verantwoordelijkheid’ in « assumer la responsabilité ». De uitdrukking gaat over het aanvaarden van verantwoordelijkheid voor de schade; een nieuw voorbeeld is « prendre ses responsabilités ».
apprécie
« apprécie » betekent hier ‘waardeer’ in « J'apprécie ton honnêteté ». Het krijgt als aanvulling wat je waardeert, hier « ton honnêteté »; een nieuw voorbeeld is « J'apprécie ton aide ».
honnêteté
« honnêteté » betekent hier ‘eerlijkheid’ en is datgene wat B waardeert in « ton honnêteté ». Het kan na een bezittelijk woord staan, zoals in deze uitdrukking; een nieuw voorbeeld is « Merci pour ton honnêteté ».
peut-être
« peut-être » betekent hier ‘misschien’ en maakt de mogelijkheid uit « Elle est peut-être encore réparable » minder zeker. « peut » en « être » vormen samen deze vaste uitdrukking voor mogelijkheid; een nieuw voorbeeld is « Peut-être demain ».
encore
« encore » betekent hier ‘nog’ in « encore réparable »: reparatie is misschien nog steeds mogelijk. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord « réparable »; een nieuw voorbeeld is « Il est encore temps ».
réparable
« réparable » betekent hier ‘te repareren’ of ‘repareerbaar’ en beschrijft de mogelijke toestand van de tas of rits. Het staat na « être » in « Elle est peut-être encore réparable »; een nieuw voorbeeld is « Ce vêtement est réparable ».
peux
« peux » betekent hier ‘kan’ in « Je peux faire réparer le sac ». Het drukt uit dat de spreker de mogelijkheid heeft om iets te regelen en wordt gevolgd door een infinitief; een nieuw voorbeeld is « Je peux venir ».
faire
« faire » betekent hier ‘laten doen’ in « faire réparer le sac ». In deze constructie zorgt de spreker ervoor dat iemand anders de tas repareert; een nieuw voorbeeld is « faire nettoyer la voiture ».
réparer
« réparer » betekent hier ‘repareren’ in « faire réparer le sac ». Na « faire » benoemt het wat er met de tas moet gebeuren; een nieuw voorbeeld is « réparer une fermeture ».
le
« le » betekent hier ‘hem’ of ‘het’ als lijdend voorwerp in « le remplacer » en verwijst naar « le sac ». Het staat vóór de infinitief « remplacer »; een nieuw voorbeeld is « Je vais le chercher ».
remplacer
« remplacer » betekent hier ‘vervangen’ in « le remplacer ». Het voornaamwoord « le » geeft aan wat vervangen wordt, namelijk de tas; een nieuw voorbeeld is « remplacer une pièce ».
si
« si » betekent hier ‘als’ in « si nécessaire » en introduceert de voorwaarde waaronder vervanging nodig zou zijn. De korte uitdrukking « si nécessaire » betekent ‘als dat nodig is’; een nieuw voorbeeld is « Je viendrai si nécessaire ».
nécessaire
« nécessaire » betekent hier ‘nodig’ in « si nécessaire ». Het beschrijft wat eventueel nodig zal blijken; een nieuw voorbeeld is « C'est nécessaire pour le travail ».
Emmenons
« Emmenons » betekent hier ‘laten we brengen’ in « Emmenons le sac dans un atelier de réparation ». Het is een aansporing aan de gesprekspartners om samen iets mee te nemen; een nieuw voorbeeld is « Emmenons les enfants au parc ».
dans
« dans » betekent hier ‘naar’ of ‘in’ in « dans un atelier de réparation » en geeft de bestemming aan. Het wordt gevolgd door de plaats waarheen de tas wordt gebracht; een nieuw voorbeeld is « entrer dans le magasin ».
un
« un » betekent hier ‘een’ in « un atelier ». Het introduceert een niet nader bepaalde werkplaats; een nieuw voorbeeld is « un magasin ».
atelier
« atelier » betekent hier ‘werkplaats’ in « un atelier de réparation ». Het benoemt de plaats waar de tas onderzocht of gerepareerd kan worden; een nieuw voorbeeld is « un atelier de couture ».
de
« de » betekent hier niet eenvoudig ‘van’, maar verbindt « atelier » met « réparation » in « un atelier de réparation ». De combinatie benoemt het soort werkplaats; een nieuw voorbeeld is « une boutique de vêtements ».
réparation
« réparation » betekent hier ‘reparatie’ in « un atelier de réparation ». Het benoemt het doel of soort werk van de werkplaats; een nieuw voorbeeld is « demander une réparation ».
décider
« décider » betekent hier ‘beslissen’ in « avant de décider ». Na « avant de » staat een infinitief voor een handeling die nog moet gebeuren; een nieuw voorbeeld is « avant de partir ».
Pardon
« Pardon » is hier een verontschuldiging in « Pardon de ne pas te l'avoir dit ». De uitdrukking wordt gebruikt om spijt of excuses uit te drukken; een nieuw voorbeeld is « Pardon pour le retard ».
ne
« ne » is hier het eerste deel van de ontkenning in « ne pas te l'avoir dit ». Het krijgt zijn ontkennende betekenis samen met « pas »; gebruik beide rond de werkwoordelijke groep.
pas
« pas » is hier het tweede deel van de ontkenning in « ne pas te l'avoir dit ». « ne » en « pas » maken samen duidelijk dat de spreker het niet heeft verteld; een nieuw voorbeeld is « ne pas comprendre ».
avoir
« avoir » betekent hier ‘hebben’ als hulpwerkwoord in « l'avoir dit ». Samen met « dit » verwijst het naar iets dat al gezegd had moeten zijn; een nieuw voorbeeld is « après avoir fini ».
dit
« dit » betekent hier ‘gezegd’ in « te l'avoir dit ». Samen met « avoir » verwijst het naar het vertellen van de informatie aan de ander; een nieuw voorbeeld is « avoir dit la vérité ».
dès que
« dès que » betekent hier ‘zodra’ in « dès que c'est arrivé ». « dès » geeft het onmiddellijke begin aan en « que » leidt de daaropvolgende gebeurtenis in; gebruik de hele uitdrukking voor twee gebeurtenissen waarbij de tweede direct na de eerste plaatsvindt.
c'
« c' » betekent hier ‘het’ in « c'est arrivé » en is de verkorte vorm van « ce » vóór de klinker in « est ». Het verwijst naar wat er is gebeurd; een nieuw voorbeeld is « C'est important ».
utile
« utile » betekent hier ‘nuttig’ of ‘helpend’ in « c'est utile ». Het beschrijft dat het nu vertellen van de kwestie helpt; een nieuw voorbeeld is « Cette information est utile ».
On
« On » betekent hier ‘we’ in « On verra ce qu'ils en disent », hoewel de vorm letterlijk ook een algemener ‘men’ kan aanduiden. In deze dialoog verwijst het naar de gesprekspartners samen; een nieuw voorbeeld is « On peut attendre ».
verra
« verra » betekent hier ‘zal zien’ in « On verra ce qu'ils en disent ». Het verwijst naar wat later zal blijken nadat de reparatiewerkplaats heeft gekeken; een nieuw voorbeeld is « On verra demain ».
ce
« ce » betekent hier ‘datgene wat’ in de constructie « ce qu'ils en disent ». Samen met « que » verwijst het naar de inhoud van wat zij zeggen; een nieuw voorbeeld is « Je comprends ce que tu veux ».
ils
« ils » betekent hier ‘zij’ en verwijst naar de mensen in de reparatiewerkplaats in « ce qu'ils en disent ». Het is het onderwerp van « disent »; een nieuw voorbeeld is « Ils arrivent demain ».
disent
« disent » betekent hier ‘zeggen’ in « ce qu'ils en disent ». Het beschrijft de reactie of beoordeling die de mensen in de werkplaats zullen geven; een nieuw voorbeeld is « Ils disent la vérité ».