Je
« Je » betekent hier « ik » en is degene die de mening of handeling uitdrukt. Het staat vóór een werkwoord, zoals in « Je crois » en « Je passe ». In een gesprek over je eigen situatie gebruik je « Je » om een persoonlijke ervaring of mening te geven.
crois
« crois » betekent hier « denk » of « geloof » in « Je crois ». Het is de vorm van croire die bij « je » hoort. Je kunt « Je crois que » gebruiken om een mening of inschatting in te leiden.
que
« que » leidt in « Je crois que » de inhoud van de gedachte in: « dat ». Na « que » volgt hier een volledige zin, namelijk « cette charge de travail commence à m'épuiser ». In een nieuw voorbeeld kun je zeggen: « Je pense que c'est possible ».
cette
« cette » betekent hier « deze » en wijst naar « charge de travail ». Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om een bepaalde zaak aan te duiden. Je gebruikt « cette » bijvoorbeeld vóór een enkelvoudig vrouwelijk woord zoals « charge ».
charge
« charge » betekent hier « belasting » of « last » in « cette charge de travail ». Samen met « de travail » verwijst het naar de hoeveelheid werk die iemand belast. Je kunt « charge de travail » gebruiken wanneer je over werkdruk spreekt.
de
« de » verbindt in « charge de travail » de last met het werk: « werkbelasting ». Het geeft hier aan waar de « charge » betrekking op heeft. Het patroon « charge de + zelfstandig naamwoord » benoemt een soort of bron van belasting.
travail
« travail » betekent hier « werk » in « charge de travail ». Het specificeert waarvan de « charge » bestaat. Je gebruikt « travail » in veel uitdrukkingen voor werk, zoals « charge de travail ».
commence
« commence » betekent hier « begint » in « commence à m'épuiser ». De vorm komt van commencer en beschrijft dat iets nu een proces in gang zet. Het patroon « commence à + infinitief » geeft aan dat een handeling of ontwikkeling begint.
à
« à » verbindt in « commence à m'épuiser » het begin met de handeling die volgt. Na « commence à » staat hier de infinitief « m'épuiser ». Je kunt « commencer à + infinitief » gebruiken voor iets dat begint te gebeuren.
m'épuiser
« m'épuiser » betekent hier « mij uitputten » of « mij opgebrand laten raken ». De vorm bevat « m' » voor de persoon die de uitwerking ondergaat en « épuiser » voor het uitputten. In « commence à m'épuiser » beschrijf je dat de werkbelasting steeds meer energie kost.
Est-ce que
« Est-ce que » vormt hier de vraag « Neem je echte pauzes...? » zonder de woordvolgorde van een gewone mededeling te veranderen. « Est-ce » maakt de vraagvorm en « que » verbindt die met de rest van de zin; samen moet je de uitdrukking als geheel begrijpen. Je gebruikt « Est-ce que » aan het begin van een directe vraag, bijvoorbeeld in een gesprek met een collega.
tu
« tu » betekent hier « jij » en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat vóór de werkwoordsvorm « prends ». Je gebruikt « tu » in een informele aanspreekvorm, zoals tussen vertrouwde collega’s.
prends
« prends » betekent hier « neemt » in de vraag « tu prends de vraies pauses ». Het is de vorm van prendre die bij « tu » hoort. Het patroon « tu prends + zelfstandig naamwoord » kan worden gebruikt om te vragen of iemand iets neemt of doet.
vraies
« vraies » betekent hier « echte » of « werkelijke » en benadrukt dat de pauzes werkelijk rust geven. Het beschrijft « pauses » en heeft dezelfde meervoudsvorm als dat woord. Je gebruikt « de vraies pauses » wanneer je echte onderbrekingen wilt onderscheiden van alleen van taak wisselen.
pauses
« pauses » betekent hier « pauzes ». In « tu prends de vraies pauses » gaat het om onderbrekingen van het werk die als rust bedoeld zijn. Je kunt « prendre une pause » of in deze dialoog « prendre de vraies pauses » gebruiken om over pauzes nemen te spreken.
ou
« ou » betekent hier « of » en verbindt twee alternatieven in de vraag. Het tweede alternatief is « tu passes simplement d'une tâche à l'autre ». Je gebruikt « ou » om iemand tussen twee mogelijkheden te laten kiezen.
passes
« passes » betekent hier « gaat » of « schakelt » in « tu passes simplement d'une tâche à l'autre ». Het is de vorm van passer die bij « tu » hoort. Het patroon « passer de ... à ... » beschrijft een overgang van de ene activiteit naar de andere.
simplement
« simplement » betekent hier « gewoon » of « alleen maar » en beperkt de handeling tot het wisselen van taken. Het zegt dat de persoon niet werkelijk pauzeert. Je kunt een bijwoord zoals « simplement » gebruiken om een handeling als beperkt of eenvoudig te beschrijven.
d'une
« d'une » betekent hier « van de ene » in het patroon « d'une tâche à l'autre ». Het is de samentrekking van « de » en « une » en introduceert de eerste taak. Het volledige patroon « passer d'une tâche à l'autre » gebruik je voor het afwisselen tussen twee activiteiten.
tâche
« tâche » betekent hier « taak ». In « d'une tâche à l'autre » is het de ene concrete werkactiviteit waar iemand van weggaat. Je kunt « tâche » gebruiken wanneer je afzonderlijke opdrachten of werkzaamheden benoemt.
l'autre
« l'autre » betekent hier « de andere » en verwijst naar de tweede taak. Samen met « d'une tâche à » maakt het de uitdrukking « van de ene taak naar de andere ». Je gebruikt « l'autre » wanneer de tweede optie al uit de context bekend is.
passe
« passe » betekent hier « gaat » of « schakelt » in « Je passe surtout d'une tâche à l'autre ». Het is de vorm van passer die bij « je » hoort. Je kunt « passer d'une tâche à l'autre » gebruiken om je eigen wisselen tussen werkzaamheden te beschrijven.
surtout
« surtout » betekent hier « vooral » en geeft aan dat het wisselen tussen taken de belangrijkste activiteit is. Het versterkt hier « Je passe ». Je gebruikt « surtout » om één onderdeel van een situatie extra te benadrukken.
et
« et » betekent hier « en » en verbindt de handeling met het gevolg ervan. Na « et » volgt « ça ne ressemble pas vraiment à du repos ». Je gebruikt « et » om twee samenhangende mededelingen te verbinden.
ça
« ça » betekent hier « dat » of « het » en verwijst naar het voortdurend wisselen tussen taken. In « ça ne ressemble pas vraiment à du repos » is « ça » het onderwerp van de beoordeling. Je gebruikt « ça » in gesproken taal om naar een situatie of handeling te verwijzen.
ne
« ne » is hier het eerste deel van de ontkenning in « ça ne ressemble pas vraiment à du repos ». Het krijgt zijn betekenis samen met « pas », niet zelfstandig. Je gebruikt de combinatie « ne ... pas » om te zeggen dat iets niet zo is.
ressemble
« ressemble » betekent hier « lijkt » in « ça ne ressemble pas vraiment à du repos ». Het is de vorm van ressembler die bij « ça » hoort. Het patroon « ressembler à + zelfstandig naamwoord » gebruik je om te zeggen waarop iets lijkt.
pas
« pas » voltooit hier de ontkenning « ne ressemble pas »: « lijkt niet ». Het hoort samen met « ne » en moet niet los als « stap » worden vertaald. In een nieuwe zin kun je « Ce n'est pas ... » gebruiken om iets te ontkennen.
vraiment
« vraiment » betekent hier « echt » of « werkelijk » en verzacht of nuanceert de beoordeling « lijkt niet echt op rust ». Het staat bij « ne ressemble pas ». Je kunt « vraiment » gebruiken om te benadrukken hoe sterk of werkelijk een beoordeling is.
du
« du » introduceert in « du repos » een niet nader bepaalde hoeveelheid rust. In deze zin betekent « ne ressemble pas à du repos » dat de situatie niet als rust aanvoelt. Je gebruikt « du » hier vóór een onbepaalde hoeveelheid van « repos ».
repos
« repos » betekent hier « rust ». In « ça ne ressemble pas vraiment à du repos » wordt het gebruikt als de toestand die het taakwisselen niet oplevert. Je kunt « repos » gebruiken wanneer je over herstel of een echte onderbreking spreekt.
expliquerait
« expliquerait » betekent hier « zou verklaren » en geeft een mogelijke verklaring voor de oplopende druk. Het is de voorwaardelijke vorm van expliquer en maakt de uitspraak minder absoluut. Je kunt « Ça expliquerait pourquoi ... » gebruiken om een waarschijnlijke reden te geven.
pourquoi
« pourquoi » betekent hier « waarom » en leidt de reden in die verklaard wordt. Na « pourquoi » volgt « la pression continue de monter ». Je gebruikt « pourquoi » om naar een oorzaak of verklaring te vragen of die te benoemen.
la
« la » betekent hier « de » en staat vóór « pression ». Het verwijst naar een specifieke druk die in de situatie al duidelijk is. Je gebruikt « la » vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer het om iets bepaalds gaat.
pression
« pression » betekent hier « druk », in de context vooral mentale of werkdruk. Het is het onderwerp van « continue de monter ». Je kunt « la pression monte » gebruiken om te beschrijven dat de druk toeneemt.
continue
« continue » betekent hier « blijft doorgaan » in « continue de monter ». Het is de vorm van continuer die bij « la pression » hoort. Het patroon « continuer de + infinitief » beschrijft een handeling of ontwikkeling die verdergaat.
monter
« monter » betekent hier « stijgen » of « oplopen » bij « la pression ». Het beschrijft dat de druk steeds hoger wordt, niet dat iemand letterlijk ergens naartoe gaat. Je kunt « la pression continue de monter » gebruiken voor een druk die geleidelijk toeneemt.
me
« me » betekent hier « me » in « Je me sens coupable ». Het verwijst naar de persoon die de toestand ervaart. Je gebruikt « se sentir » met « me » wanneer je over je eigen gevoel spreekt.
sens
« sens » betekent hier « voel » in « Je me sens coupable ». Het is de vorm van se sentir die bij « je » hoort en beschrijft een persoonlijke ervaring. Het patroon « se sentir + bijvoeglijk naamwoord » gebruik je om een gevoel of toestand te benoemen.
coupable
« coupable » betekent hier « schuldig » in « Je me sens coupable ». Het beschrijft hoe de spreker zich voelt wanneer die stopt. Je kunt « se sentir coupable de + infinitief » gebruiken om schuldgevoel over een handeling uit te drukken.
m'arrêter
« m'arrêter » betekent hier « stoppen » of « mezelf onderbreken » in « coupable de m'arrêter ». De vorm bevat « m' » voor de persoon die stopt en « arrêter » voor het stoppen. Je gebruikt « se sentir coupable de + infinitief » om te zeggen dat je je schuldig voelt over stoppen of een andere handeling.
quand
« quand » betekent hier « wanneer » of « als » en leidt het moment in waarop de spreker zich schuldig voelt. Daarna volgt « la date limite approche ». Je gebruikt « quand » om een tijdstip of gebeurtenis als voorwaarde voor een gevoel of handeling te noemen.
date
« date » betekent hier « datum » in « la date limite ». Samen met « limite » verwijst het naar de uiterste datum voor het werk. Je kunt « date » gebruiken in tijdsaanduidingen en in de vaste uitdrukking « date limite ».
limite
« limite » betekent hier « limiet » in « date limite », dus de uiterste grens in de tijd. Het specificeert welke soort datum bedoeld wordt. « Date limite » is een bruikbare uitdrukking voor een deadline.
approche
« approche » betekent hier « nadert » in « la date limite approche ». Het is de vorm van approcher die bij « la date limite » hoort. Je kunt « une date approche » gebruiken wanneer een belangrijke datum dichterbij komt.
Poser
« Poser » betekent hier « stellen » of « vastleggen » in « Poser une limite ». De infinitief staat aan het begin van de zin en benoemt de handeling als onderwerp. Het patroon « poser une limite » gebruik je wanneer je een grens voor jezelf of anderen vaststelt.
une
« une » betekent hier « een » en introduceert « limite ». Het verwijst naar één grens die iemand kan stellen. Je gebruikt « une » vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord zoals « limite ».
ce
« ce » betekent hier « dat » of « het » in « ce n'est pas de la paresse ». Het verwijst naar de hele handeling « Poser une limite ». Je gebruikt « ce » in « ce n'est pas ... » om een eerdere handeling of situatie te beoordelen.
n'est
« n'est » betekent hier « is niet » in « ce n'est pas de la paresse ». Het bevat « ne » en de vorm « est » van être; met « pas » vormt het de ontkenning. Je gebruikt « ce n'est pas ... » om een beoordeling of gelijkstelling te ontkennen.
paresse
« paresse » betekent hier « luiheid ». In « ce n'est pas de la paresse » wordt het gebruikt als een negatieve beoordeling die de spreker afwijst. Je kunt « de la paresse » gebruiken wanneer je luiheid als eigenschap of gedrag benoemt.
si
« si » betekent hier « als » of « wanneer » en leidt de voorwaarde in waaronder een grens geen luiheid is. Daarna volgt « cela t'aide à récupérer ». Je gebruikt « si » om een voorwaarde te verbinden met een gevolg of beoordeling.
cela
« cela » betekent hier « dat » of « het » en verwijst naar « poser une limite ». Het is het onderwerp van « t'aide à récupérer ». Je gebruikt « cela » om iets uit de vorige zin iets formeler opnieuw aan te duiden.
t'aide
« t'aide » betekent hier « je helpt je » of in deze zin « het helpt je ». De vorm bevat « t' » voor de persoon die hulp ontvangt en « aide » van aider voor « cela ». Het patroon « aider quelqu'un à + infinitief » gebruik je om te beschrijven waarbij iemand geholpen wordt.
récupérer
« récupérer » betekent hier « herstellen » of « weer op krachten komen ». In « t'aide à récupérer » gaat het om herstel na werkdruk. Je kunt « aider à récupérer » gebruiken wanneer een handeling bijdraagt aan lichamelijk of mentaal herstel.
devrais
« devrais » betekent hier « zou moeten » in « Je devrais peut-être dire ... ». Het is de voorwaardelijke vorm van devoir bij « je » en drukt een voorzichtig advies aan jezelf uit. Je kunt « Je devrais + infinitief » gebruiken om een voorgenomen of aanbevolen handeling te benoemen.
peut-être
« peut-être » betekent hier « misschien » en maakt het voornemen minder stellig. Het staat in « Je devrais peut-être dire ... » bij de voorgestelde handeling. Je gebruikt « peut-être » wanneer je een mogelijkheid of voorzichtig idee wilt uitdrukken.
dire
« dire » betekent hier « zeggen » of « vertellen » in « dire à mon responsable ». Het is de infinitief na « devrais ». Het patroon « dire quelque chose à quelqu'un » gebruik je om aan te geven wat je tegen iemand zegt.
mon
« mon » betekent hier « mijn » en hoort bij « responsable ». Het geeft aan dat de verantwoordelijke de manager van de spreker is. Je gebruikt « mon » vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord zoals « responsable ».
responsable
« responsable » betekent hier « manager » of « leidinggevende ». In « dire à mon responsable » is het de persoon aan wie de werkbelasting wordt uitgelegd. Je kunt « responsable » gebruiken om in een werkomgeving naar een leidinggevende te verwijzen.
qui
« qui » betekent hier samen met « ce » « wat » of « datgene wat ». In « ce qui est réaliste » is « ce qui » het onderwerp van « est ». Het patroon « ce qui + werkwoord » gebruik je voor een onbekende of algemeen bedoelde zaak die iets doet of is.
est
« est » betekent hier « is » in « ce qui est réaliste ». Het is de vorm van être die hoort bij « ce qui ». Je gebruikt « est » om een eigenschap of beoordeling aan het onderwerp toe te kennen.
réaliste
« réaliste » betekent hier « realistisch » of « haalbaar ». Het beschrijft wat de spreker vóór de deadline aan de manager wil meedelen. Je kunt « ce qui est réaliste » gebruiken om te praten over wat werkelijk uitvoerbaar is.
avant
« avant » betekent hier « vóór » en geeft aan dat het gesprek plaatsvindt vóór de deadline. Het staat vóór « la date limite ». Je gebruikt « avant + zelfstandig naamwoord » om een tijdsgrens aan te geven.
Dis
« Dis » betekent hier « zeg » of « vertel » en is een directe aansporing aan « tu ». Het is de gebiedende vorm van dire in « Dis clairement ». Je gebruikt « Dis ... » om iemand rechtstreeks te vragen iets te zeggen of uit te leggen.
clairement
« clairement » betekent hier « duidelijk » en beschrijft hoe de boodschap gegeven moet worden. Het hoort bij « Dis ». Je kunt « dire clairement » gebruiken wanneer je wilt dat informatie begrijpelijk en zonder onduidelijkheid wordt meegedeeld.
peux
« peux » betekent hier « kunt » in « tu peux finir ». Het is de vorm van pouvoir die bij « tu » hoort. Het patroon « tu peux + infinitief » gebruik je om iemands mogelijkheid of capaciteit te benoemen.
finir
« finir » betekent hier « afmaken » in « tu peux finir ». Het is de infinitief na « peux » en heeft als object het eerder bedoelde werk. Je kunt « pouvoir + infinitief » gebruiken om te zeggen wat iemand kan afronden.
d'ici
« d'ici » betekent hier « vóór » of « uiterlijk tegen » een bepaald moment. Samen met « là » vormt het « d'ici là », dat verwijst naar de eerder genoemde deadline. Je gebruikt « d'ici là » om een tijdslimiet aan te geven vóór een moment dat al uit de context bekend is.
là
« là » betekent hier « dan » in de uitdrukking « d'ici là ». Het verwijst naar het moment van de deadline, niet naar een plaats. Je gebruikt « d'ici là » wanneer je zegt wat vóór dat genoemde moment moet gebeuren.
demande
« demande » betekent hier « vraagt » of « vereist » in « ce qui demande plus de temps ». Het is de vorm van demander die bij « ce qui » hoort. Je kunt « demander plus de temps » gebruiken voor werk waarvoor extra tijd nodig is.
plus
« plus » betekent hier « meer » in « plus de temps ». Het geeft aan dat de hoeveelheid tijd groter is dan beschikbaar of aanvankelijk voorzien. Je gebruikt « plus de + zelfstandig naamwoord » om een grotere hoeveelheid te benoemen.
temps
« temps » betekent hier « tijd » in « demande plus de temps ». Het gaat om de extra tijd die nodig is om iets af te maken. Je kunt « avoir besoin de plus de temps » of in deze dialoog « demander plus de temps » gebruiken.
Aujourd'hui
« Aujourd'hui » betekent hier « vandaag » en plaatst de voorgenomen lunch in de huidige dag. Het staat aan het begin van de zin als tijdsaanduiding. Je gebruikt « Aujourd'hui » om een handeling aan de dag van vandaag te koppelen.
vais
« vais » betekent hier « ga » in de nabije-toekomstconstructie « je vais déjeuner ». Het is de vorm van aller die bij « je » hoort. Het patroon « je vais + infinitief » gebruik je om een plan of voorgenomen handeling uit te drukken.
déjeuner
« déjeuner » betekent hier « lunchen » of « de lunch gebruiken ». Het is de infinitief na « vais » in « je vais déjeuner ». Je kunt « aller déjeuner » gebruiken om een plan om te gaan lunchen te benoemen.
loin
« loin » betekent hier « ver weg » in « loin de mon bureau ». Het beschrijft dat de lunch niet bij het bureau wordt genomen. Het patroon « loin de + plaats of persoon » gebruik je om afstand tot iets aan te geven.
bureau
« bureau » betekent hier « bureau » als werkplek. In « loin de mon bureau » geeft het de plaats aan waar de spreker normaal werkt. Je kunt « mon bureau » gebruiken om naar je eigen werkplek of bureau te verwijzen.
C'est
« C'est » betekent hier « dat is » of « het is » en beoordeelt de stap die zojuist genoemd is. Het verwijst naar « déjeuner loin de mon bureau ». Je gebruikt « C'est ... » om een situatie of handeling te benoemen en er meteen een beoordeling aan te koppelen.
petite
« petite » betekent hier « kleine » en beschrijft « étape ». Het benadrukt dat de verandering beperkt is, zonder haar als onbelangrijk te beoordelen. Je kunt « une petite étape » gebruiken voor een bescheiden begin of verandering.
étape
« étape » betekent hier « stap » in de zin van een handeling die bijdraagt aan herstel. « Une petite étape » verwijst naar de lunch weg van het bureau. Je kunt « une étape vers ... » gebruiken om een stap in de richting van een doel te beschrijven.
mais
« mais » betekent hier « maar » en maakt een tegenstelling tussen klein en nuttig. Het verbindt « une petite étape » met « elle est utile ». Je gebruikt « mais » om een beperking tegenover een positieve of andere eigenschap te plaatsen.
elle
« elle » verwijst hier naar « une petite étape » en betekent « die » of « ze ». Het is het onderwerp van « est utile ». Je gebruikt « elle » om naar een eerder genoemd vrouwelijk zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
utile
« utile » betekent hier « nuttig ». De lunch weg van het bureau wordt als een kleine maar helpende stap beoordeeld. Je kunt « être utile pour + infinitief » gebruiken om te zeggen waarvoor iets nuttig is.
pour
« pour » betekent hier « om ... te » in « utile pour retrouver ton énergie ». Het geeft het doel of het nuttige gevolg van de stap aan. Je kunt « utile pour + infinitief » gebruiken om het doel van iets te benoemen.
retrouver
« retrouver » betekent hier « terugkrijgen » of « herwinnen » in « retrouver ton énergie ». Het gaat om energie die na rust opnieuw beschikbaar wordt. Je kunt « retrouver + zelfstandig naamwoord » gebruiken wanneer je iets terugwint dat je eerder had.
ton
« ton » betekent hier « jouw » en hoort bij « énergie ». Het verwijst naar de energie van de aangesproken persoon. Je gebruikt « ton » vóór een enkelvoudig mannelijk woord; vóór « énergie » staat het hier in deze vaste vorm vóór een klinker.
énergie
« énergie » betekent hier « energie », in de zin van de kracht om verder te gaan. « Retrouver ton énergie » betekent dat je die kracht terugkrijgt. Je kunt deze uitdrukking gebruiken na rust of herstel wanneer je je weer energiek voelt.