Werkdruk en grenzen op het werk | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At work, one adult talks about burnout and considers clearer workload boundaries and a real break away from the desk..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Werkdruk en grenzen op het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je crois que cette charge de travail commence à m'épuiser.

zje krwar kə sètt sjarzj də travaj komàns a mee-pwie-zee Ik denk dat ik door deze werkdruk opgebrand begin te raken.
B

Est-ce que tu prends de vraies pauses ou est-ce que tu passes simplement d'une tâche à l'autre ?

èss kə tuu pran də vrè pooz oe èss kə tuu passẽ-plə-mà d'une tasj a lotr Neem je echte pauzes, of wissel je alleen tussen taken?
A

Je passe surtout d'une tâche à l'autre, et ça ne ressemble pas vraiment à du repos.

zje pass soer-tuu d'une tasj a lotr, ee sa nə rə-sàbl pa vrè-mà a duu rə-po Ik wissel vooral tussen taken, en dat voelt niet echt als rust.
B

Ça expliquerait pourquoi la pression continue de monter.

sa eks-pli-krè poer-kwà la pres-sjõ kon-tie-nuu də mõ-tee Dat zou verklaren waarom de druk steeds verder oploopt.
A

Je me sens coupable de m'arrêter quand la date limite approche.

zje mə sà koepabl də ma-rè-tee kà la dat li-miet a-prosj Ik voel me schuldig als ik stop terwijl de deadline dichtbij komt.
B

Poser une limite, ce n'est pas de la paresse si cela t'aide à récupérer.

poo-zee uun li-miet, sə nè pa də la pa-rès si sə-la tèd a ree-kuu-pee-ree Een grens stellen is geen luiheid als het je helpt herstellen.
A

Je devrais peut-être dire à mon responsable ce qui est réaliste avant la date limite.

zje də-vrè pö-tètr die-r a mõ res-pon-sabl sə kie è ree-a-list a-và la dat li-miet Misschien moet ik mijn manager vóór de deadline vertellen wat haalbaar is.
B

Dis clairement ce que tu peux finir d'ici là et ce qui demande plus de temps.

die klar-mà sə kə tuu pö fie-nier die-sie la ee sə kie də-mànd pluu də tà Zeg duidelijk wat je tegen die tijd kunt afmaken en wat meer tijd nodig heeft.
A

Aujourd'hui, je vais déjeuner loin de mon bureau.

oo-zjoer-dwie, zje vè dee-zjeun-ee lwan də mõ buu-ro Vandaag eet ik mijn lunch niet aan mijn bureau.
B

C'est une petite étape, mais elle est utile pour retrouver ton énergie.

sètt uun pə-tiet ee-tap, mè èl è uu-tiel poer rə-troe-vee tõn ee-nèr-zjie Dat is een kleine maar nuttige stap om je energie terug te krijgen.

Woord voor woord

Je « Je » betekent hier « ik » en is degene die de mening of handeling uitdrukt. Het staat vóór een werkwoord, zoals in « Je crois » en « Je passe ». In een gesprek over je eigen situatie gebruik je « Je » om een persoonlijke ervaring of mening te geven.
crois « crois » betekent hier « denk » of « geloof » in « Je crois ». Het is de vorm van croire die bij « je » hoort. Je kunt « Je crois que » gebruiken om een mening of inschatting in te leiden.
que « que » leidt in « Je crois que » de inhoud van de gedachte in: « dat ». Na « que » volgt hier een volledige zin, namelijk « cette charge de travail commence à m'épuiser ». In een nieuw voorbeeld kun je zeggen: « Je pense que c'est possible ».
cette « cette » betekent hier « deze » en wijst naar « charge de travail ». Het staat vóór een zelfstandig naamwoord om een bepaalde zaak aan te duiden. Je gebruikt « cette » bijvoorbeeld vóór een enkelvoudig vrouwelijk woord zoals « charge ».
charge « charge » betekent hier « belasting » of « last » in « cette charge de travail ». Samen met « de travail » verwijst het naar de hoeveelheid werk die iemand belast. Je kunt « charge de travail » gebruiken wanneer je over werkdruk spreekt.
de « de » verbindt in « charge de travail » de last met het werk: « werkbelasting ». Het geeft hier aan waar de « charge » betrekking op heeft. Het patroon « charge de + zelfstandig naamwoord » benoemt een soort of bron van belasting.
travail « travail » betekent hier « werk » in « charge de travail ». Het specificeert waarvan de « charge » bestaat. Je gebruikt « travail » in veel uitdrukkingen voor werk, zoals « charge de travail ».
commence « commence » betekent hier « begint » in « commence à m'épuiser ». De vorm komt van commencer en beschrijft dat iets nu een proces in gang zet. Het patroon « commence à + infinitief » geeft aan dat een handeling of ontwikkeling begint.
à « à » verbindt in « commence à m'épuiser » het begin met de handeling die volgt. Na « commence à » staat hier de infinitief « m'épuiser ». Je kunt « commencer à + infinitief » gebruiken voor iets dat begint te gebeuren.
m'épuiser « m'épuiser » betekent hier « mij uitputten » of « mij opgebrand laten raken ». De vorm bevat « m' » voor de persoon die de uitwerking ondergaat en « épuiser » voor het uitputten. In « commence à m'épuiser » beschrijf je dat de werkbelasting steeds meer energie kost.
Est-ce que « Est-ce que » vormt hier de vraag « Neem je echte pauzes...? » zonder de woordvolgorde van een gewone mededeling te veranderen. « Est-ce » maakt de vraagvorm en « que » verbindt die met de rest van de zin; samen moet je de uitdrukking als geheel begrijpen. Je gebruikt « Est-ce que » aan het begin van een directe vraag, bijvoorbeeld in een gesprek met een collega.
tu « tu » betekent hier « jij » en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat vóór de werkwoordsvorm « prends ». Je gebruikt « tu » in een informele aanspreekvorm, zoals tussen vertrouwde collega’s.
prends « prends » betekent hier « neemt » in de vraag « tu prends de vraies pauses ». Het is de vorm van prendre die bij « tu » hoort. Het patroon « tu prends + zelfstandig naamwoord » kan worden gebruikt om te vragen of iemand iets neemt of doet.
vraies « vraies » betekent hier « echte » of « werkelijke » en benadrukt dat de pauzes werkelijk rust geven. Het beschrijft « pauses » en heeft dezelfde meervoudsvorm als dat woord. Je gebruikt « de vraies pauses » wanneer je echte onderbrekingen wilt onderscheiden van alleen van taak wisselen.
pauses « pauses » betekent hier « pauzes ». In « tu prends de vraies pauses » gaat het om onderbrekingen van het werk die als rust bedoeld zijn. Je kunt « prendre une pause » of in deze dialoog « prendre de vraies pauses » gebruiken om over pauzes nemen te spreken.
ou « ou » betekent hier « of » en verbindt twee alternatieven in de vraag. Het tweede alternatief is « tu passes simplement d'une tâche à l'autre ». Je gebruikt « ou » om iemand tussen twee mogelijkheden te laten kiezen.
passes « passes » betekent hier « gaat » of « schakelt » in « tu passes simplement d'une tâche à l'autre ». Het is de vorm van passer die bij « tu » hoort. Het patroon « passer de ... à ... » beschrijft een overgang van de ene activiteit naar de andere.
simplement « simplement » betekent hier « gewoon » of « alleen maar » en beperkt de handeling tot het wisselen van taken. Het zegt dat de persoon niet werkelijk pauzeert. Je kunt een bijwoord zoals « simplement » gebruiken om een handeling als beperkt of eenvoudig te beschrijven.
d'une « d'une » betekent hier « van de ene » in het patroon « d'une tâche à l'autre ». Het is de samentrekking van « de » en « une » en introduceert de eerste taak. Het volledige patroon « passer d'une tâche à l'autre » gebruik je voor het afwisselen tussen twee activiteiten.
tâche « tâche » betekent hier « taak ». In « d'une tâche à l'autre » is het de ene concrete werkactiviteit waar iemand van weggaat. Je kunt « tâche » gebruiken wanneer je afzonderlijke opdrachten of werkzaamheden benoemt.
l'autre « l'autre » betekent hier « de andere » en verwijst naar de tweede taak. Samen met « d'une tâche à » maakt het de uitdrukking « van de ene taak naar de andere ». Je gebruikt « l'autre » wanneer de tweede optie al uit de context bekend is.
passe « passe » betekent hier « gaat » of « schakelt » in « Je passe surtout d'une tâche à l'autre ». Het is de vorm van passer die bij « je » hoort. Je kunt « passer d'une tâche à l'autre » gebruiken om je eigen wisselen tussen werkzaamheden te beschrijven.
surtout « surtout » betekent hier « vooral » en geeft aan dat het wisselen tussen taken de belangrijkste activiteit is. Het versterkt hier « Je passe ». Je gebruikt « surtout » om één onderdeel van een situatie extra te benadrukken.
et « et » betekent hier « en » en verbindt de handeling met het gevolg ervan. Na « et » volgt « ça ne ressemble pas vraiment à du repos ». Je gebruikt « et » om twee samenhangende mededelingen te verbinden.
ça « ça » betekent hier « dat » of « het » en verwijst naar het voortdurend wisselen tussen taken. In « ça ne ressemble pas vraiment à du repos » is « ça » het onderwerp van de beoordeling. Je gebruikt « ça » in gesproken taal om naar een situatie of handeling te verwijzen.
ne « ne » is hier het eerste deel van de ontkenning in « ça ne ressemble pas vraiment à du repos ». Het krijgt zijn betekenis samen met « pas », niet zelfstandig. Je gebruikt de combinatie « ne ... pas » om te zeggen dat iets niet zo is.
ressemble « ressemble » betekent hier « lijkt » in « ça ne ressemble pas vraiment à du repos ». Het is de vorm van ressembler die bij « ça » hoort. Het patroon « ressembler à + zelfstandig naamwoord » gebruik je om te zeggen waarop iets lijkt.
pas « pas » voltooit hier de ontkenning « ne ressemble pas »: « lijkt niet ». Het hoort samen met « ne » en moet niet los als « stap » worden vertaald. In een nieuwe zin kun je « Ce n'est pas ... » gebruiken om iets te ontkennen.
vraiment « vraiment » betekent hier « echt » of « werkelijk » en verzacht of nuanceert de beoordeling « lijkt niet echt op rust ». Het staat bij « ne ressemble pas ». Je kunt « vraiment » gebruiken om te benadrukken hoe sterk of werkelijk een beoordeling is.
du « du » introduceert in « du repos » een niet nader bepaalde hoeveelheid rust. In deze zin betekent « ne ressemble pas à du repos » dat de situatie niet als rust aanvoelt. Je gebruikt « du » hier vóór een onbepaalde hoeveelheid van « repos ».
repos « repos » betekent hier « rust ». In « ça ne ressemble pas vraiment à du repos » wordt het gebruikt als de toestand die het taakwisselen niet oplevert. Je kunt « repos » gebruiken wanneer je over herstel of een echte onderbreking spreekt.
expliquerait « expliquerait » betekent hier « zou verklaren » en geeft een mogelijke verklaring voor de oplopende druk. Het is de voorwaardelijke vorm van expliquer en maakt de uitspraak minder absoluut. Je kunt « Ça expliquerait pourquoi ... » gebruiken om een waarschijnlijke reden te geven.
pourquoi « pourquoi » betekent hier « waarom » en leidt de reden in die verklaard wordt. Na « pourquoi » volgt « la pression continue de monter ». Je gebruikt « pourquoi » om naar een oorzaak of verklaring te vragen of die te benoemen.
la « la » betekent hier « de » en staat vóór « pression ». Het verwijst naar een specifieke druk die in de situatie al duidelijk is. Je gebruikt « la » vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer het om iets bepaalds gaat.
pression « pression » betekent hier « druk », in de context vooral mentale of werkdruk. Het is het onderwerp van « continue de monter ». Je kunt « la pression monte » gebruiken om te beschrijven dat de druk toeneemt.
continue « continue » betekent hier « blijft doorgaan » in « continue de monter ». Het is de vorm van continuer die bij « la pression » hoort. Het patroon « continuer de + infinitief » beschrijft een handeling of ontwikkeling die verdergaat.
monter « monter » betekent hier « stijgen » of « oplopen » bij « la pression ». Het beschrijft dat de druk steeds hoger wordt, niet dat iemand letterlijk ergens naartoe gaat. Je kunt « la pression continue de monter » gebruiken voor een druk die geleidelijk toeneemt.
me « me » betekent hier « me » in « Je me sens coupable ». Het verwijst naar de persoon die de toestand ervaart. Je gebruikt « se sentir » met « me » wanneer je over je eigen gevoel spreekt.
sens « sens » betekent hier « voel » in « Je me sens coupable ». Het is de vorm van se sentir die bij « je » hoort en beschrijft een persoonlijke ervaring. Het patroon « se sentir + bijvoeglijk naamwoord » gebruik je om een gevoel of toestand te benoemen.
coupable « coupable » betekent hier « schuldig » in « Je me sens coupable ». Het beschrijft hoe de spreker zich voelt wanneer die stopt. Je kunt « se sentir coupable de + infinitief » gebruiken om schuldgevoel over een handeling uit te drukken.
m'arrêter « m'arrêter » betekent hier « stoppen » of « mezelf onderbreken » in « coupable de m'arrêter ». De vorm bevat « m' » voor de persoon die stopt en « arrêter » voor het stoppen. Je gebruikt « se sentir coupable de + infinitief » om te zeggen dat je je schuldig voelt over stoppen of een andere handeling.
quand « quand » betekent hier « wanneer » of « als » en leidt het moment in waarop de spreker zich schuldig voelt. Daarna volgt « la date limite approche ». Je gebruikt « quand » om een tijdstip of gebeurtenis als voorwaarde voor een gevoel of handeling te noemen.
date « date » betekent hier « datum » in « la date limite ». Samen met « limite » verwijst het naar de uiterste datum voor het werk. Je kunt « date » gebruiken in tijdsaanduidingen en in de vaste uitdrukking « date limite ».
limite « limite » betekent hier « limiet » in « date limite », dus de uiterste grens in de tijd. Het specificeert welke soort datum bedoeld wordt. « Date limite » is een bruikbare uitdrukking voor een deadline.
approche « approche » betekent hier « nadert » in « la date limite approche ». Het is de vorm van approcher die bij « la date limite » hoort. Je kunt « une date approche » gebruiken wanneer een belangrijke datum dichterbij komt.
Poser « Poser » betekent hier « stellen » of « vastleggen » in « Poser une limite ». De infinitief staat aan het begin van de zin en benoemt de handeling als onderwerp. Het patroon « poser une limite » gebruik je wanneer je een grens voor jezelf of anderen vaststelt.
une « une » betekent hier « een » en introduceert « limite ». Het verwijst naar één grens die iemand kan stellen. Je gebruikt « une » vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord zoals « limite ».
ce « ce » betekent hier « dat » of « het » in « ce n'est pas de la paresse ». Het verwijst naar de hele handeling « Poser une limite ». Je gebruikt « ce » in « ce n'est pas ... » om een eerdere handeling of situatie te beoordelen.
n'est « n'est » betekent hier « is niet » in « ce n'est pas de la paresse ». Het bevat « ne » en de vorm « est » van être; met « pas » vormt het de ontkenning. Je gebruikt « ce n'est pas ... » om een beoordeling of gelijkstelling te ontkennen.
paresse « paresse » betekent hier « luiheid ». In « ce n'est pas de la paresse » wordt het gebruikt als een negatieve beoordeling die de spreker afwijst. Je kunt « de la paresse » gebruiken wanneer je luiheid als eigenschap of gedrag benoemt.
si « si » betekent hier « als » of « wanneer » en leidt de voorwaarde in waaronder een grens geen luiheid is. Daarna volgt « cela t'aide à récupérer ». Je gebruikt « si » om een voorwaarde te verbinden met een gevolg of beoordeling.
cela « cela » betekent hier « dat » of « het » en verwijst naar « poser une limite ». Het is het onderwerp van « t'aide à récupérer ». Je gebruikt « cela » om iets uit de vorige zin iets formeler opnieuw aan te duiden.
t'aide « t'aide » betekent hier « je helpt je » of in deze zin « het helpt je ». De vorm bevat « t' » voor de persoon die hulp ontvangt en « aide » van aider voor « cela ». Het patroon « aider quelqu'un à + infinitief » gebruik je om te beschrijven waarbij iemand geholpen wordt.
récupérer « récupérer » betekent hier « herstellen » of « weer op krachten komen ». In « t'aide à récupérer » gaat het om herstel na werkdruk. Je kunt « aider à récupérer » gebruiken wanneer een handeling bijdraagt aan lichamelijk of mentaal herstel.
devrais « devrais » betekent hier « zou moeten » in « Je devrais peut-être dire ... ». Het is de voorwaardelijke vorm van devoir bij « je » en drukt een voorzichtig advies aan jezelf uit. Je kunt « Je devrais + infinitief » gebruiken om een voorgenomen of aanbevolen handeling te benoemen.
peut-être « peut-être » betekent hier « misschien » en maakt het voornemen minder stellig. Het staat in « Je devrais peut-être dire ... » bij de voorgestelde handeling. Je gebruikt « peut-être » wanneer je een mogelijkheid of voorzichtig idee wilt uitdrukken.
dire « dire » betekent hier « zeggen » of « vertellen » in « dire à mon responsable ». Het is de infinitief na « devrais ». Het patroon « dire quelque chose à quelqu'un » gebruik je om aan te geven wat je tegen iemand zegt.
mon « mon » betekent hier « mijn » en hoort bij « responsable ». Het geeft aan dat de verantwoordelijke de manager van de spreker is. Je gebruikt « mon » vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord zoals « responsable ».
responsable « responsable » betekent hier « manager » of « leidinggevende ». In « dire à mon responsable » is het de persoon aan wie de werkbelasting wordt uitgelegd. Je kunt « responsable » gebruiken om in een werkomgeving naar een leidinggevende te verwijzen.
qui « qui » betekent hier samen met « ce » « wat » of « datgene wat ». In « ce qui est réaliste » is « ce qui » het onderwerp van « est ». Het patroon « ce qui + werkwoord » gebruik je voor een onbekende of algemeen bedoelde zaak die iets doet of is.
est « est » betekent hier « is » in « ce qui est réaliste ». Het is de vorm van être die hoort bij « ce qui ». Je gebruikt « est » om een eigenschap of beoordeling aan het onderwerp toe te kennen.
réaliste « réaliste » betekent hier « realistisch » of « haalbaar ». Het beschrijft wat de spreker vóór de deadline aan de manager wil meedelen. Je kunt « ce qui est réaliste » gebruiken om te praten over wat werkelijk uitvoerbaar is.
avant « avant » betekent hier « vóór » en geeft aan dat het gesprek plaatsvindt vóór de deadline. Het staat vóór « la date limite ». Je gebruikt « avant + zelfstandig naamwoord » om een tijdsgrens aan te geven.
Dis « Dis » betekent hier « zeg » of « vertel » en is een directe aansporing aan « tu ». Het is de gebiedende vorm van dire in « Dis clairement ». Je gebruikt « Dis ... » om iemand rechtstreeks te vragen iets te zeggen of uit te leggen.
clairement « clairement » betekent hier « duidelijk » en beschrijft hoe de boodschap gegeven moet worden. Het hoort bij « Dis ». Je kunt « dire clairement » gebruiken wanneer je wilt dat informatie begrijpelijk en zonder onduidelijkheid wordt meegedeeld.
peux « peux » betekent hier « kunt » in « tu peux finir ». Het is de vorm van pouvoir die bij « tu » hoort. Het patroon « tu peux + infinitief » gebruik je om iemands mogelijkheid of capaciteit te benoemen.
finir « finir » betekent hier « afmaken » in « tu peux finir ». Het is de infinitief na « peux » en heeft als object het eerder bedoelde werk. Je kunt « pouvoir + infinitief » gebruiken om te zeggen wat iemand kan afronden.
d'ici « d'ici » betekent hier « vóór » of « uiterlijk tegen » een bepaald moment. Samen met « là » vormt het « d'ici là », dat verwijst naar de eerder genoemde deadline. Je gebruikt « d'ici là » om een tijdslimiet aan te geven vóór een moment dat al uit de context bekend is.
« là » betekent hier « dan » in de uitdrukking « d'ici là ». Het verwijst naar het moment van de deadline, niet naar een plaats. Je gebruikt « d'ici là » wanneer je zegt wat vóór dat genoemde moment moet gebeuren.
demande « demande » betekent hier « vraagt » of « vereist » in « ce qui demande plus de temps ». Het is de vorm van demander die bij « ce qui » hoort. Je kunt « demander plus de temps » gebruiken voor werk waarvoor extra tijd nodig is.
plus « plus » betekent hier « meer » in « plus de temps ». Het geeft aan dat de hoeveelheid tijd groter is dan beschikbaar of aanvankelijk voorzien. Je gebruikt « plus de + zelfstandig naamwoord » om een grotere hoeveelheid te benoemen.
temps « temps » betekent hier « tijd » in « demande plus de temps ». Het gaat om de extra tijd die nodig is om iets af te maken. Je kunt « avoir besoin de plus de temps » of in deze dialoog « demander plus de temps » gebruiken.
Aujourd'hui « Aujourd'hui » betekent hier « vandaag » en plaatst de voorgenomen lunch in de huidige dag. Het staat aan het begin van de zin als tijdsaanduiding. Je gebruikt « Aujourd'hui » om een handeling aan de dag van vandaag te koppelen.
vais « vais » betekent hier « ga » in de nabije-toekomstconstructie « je vais déjeuner ». Het is de vorm van aller die bij « je » hoort. Het patroon « je vais + infinitief » gebruik je om een plan of voorgenomen handeling uit te drukken.
déjeuner « déjeuner » betekent hier « lunchen » of « de lunch gebruiken ». Het is de infinitief na « vais » in « je vais déjeuner ». Je kunt « aller déjeuner » gebruiken om een plan om te gaan lunchen te benoemen.
loin « loin » betekent hier « ver weg » in « loin de mon bureau ». Het beschrijft dat de lunch niet bij het bureau wordt genomen. Het patroon « loin de + plaats of persoon » gebruik je om afstand tot iets aan te geven.
bureau « bureau » betekent hier « bureau » als werkplek. In « loin de mon bureau » geeft het de plaats aan waar de spreker normaal werkt. Je kunt « mon bureau » gebruiken om naar je eigen werkplek of bureau te verwijzen.
C'est « C'est » betekent hier « dat is » of « het is » en beoordeelt de stap die zojuist genoemd is. Het verwijst naar « déjeuner loin de mon bureau ». Je gebruikt « C'est ... » om een situatie of handeling te benoemen en er meteen een beoordeling aan te koppelen.
petite « petite » betekent hier « kleine » en beschrijft « étape ». Het benadrukt dat de verandering beperkt is, zonder haar als onbelangrijk te beoordelen. Je kunt « une petite étape » gebruiken voor een bescheiden begin of verandering.
étape « étape » betekent hier « stap » in de zin van een handeling die bijdraagt aan herstel. « Une petite étape » verwijst naar de lunch weg van het bureau. Je kunt « une étape vers ... » gebruiken om een stap in de richting van een doel te beschrijven.
mais « mais » betekent hier « maar » en maakt een tegenstelling tussen klein en nuttig. Het verbindt « une petite étape » met « elle est utile ». Je gebruikt « mais » om een beperking tegenover een positieve of andere eigenschap te plaatsen.
elle « elle » verwijst hier naar « une petite étape » en betekent « die » of « ze ». Het is het onderwerp van « est utile ». Je gebruikt « elle » om naar een eerder genoemd vrouwelijk zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
utile « utile » betekent hier « nuttig ». De lunch weg van het bureau wordt als een kleine maar helpende stap beoordeeld. Je kunt « être utile pour + infinitief » gebruiken om te zeggen waarvoor iets nuttig is.
pour « pour » betekent hier « om ... te » in « utile pour retrouver ton énergie ». Het geeft het doel of het nuttige gevolg van de stap aan. Je kunt « utile pour + infinitief » gebruiken om het doel van iets te benoemen.
retrouver « retrouver » betekent hier « terugkrijgen » of « herwinnen » in « retrouver ton énergie ». Het gaat om energie die na rust opnieuw beschikbaar wordt. Je kunt « retrouver + zelfstandig naamwoord » gebruiken wanneer je iets terugwint dat je eerder had.
ton « ton » betekent hier « jouw » en hoort bij « énergie ». Het verwijst naar de energie van de aangesproken persoon. Je gebruikt « ton » vóór een enkelvoudig mannelijk woord; vóór « énergie » staat het hier in deze vaste vorm vóór een klinker.
énergie « énergie » betekent hier « energie », in de zin van de kracht om verder te gaan. « Retrouver ton énergie » betekent dat je die kracht terugkrijgt. Je kunt deze uitdrukking gebruiken na rust of herstel wanneer je je weer energiek voelt.

Grammatica

passer de … à …

tu passes simplement d'une tâche à l'autre

tuu passẽ-plə-mà duun tasj a lotr

je wisselt gewoon van de ene taak naar de andere

De vaste combinatie de … à … geeft een overgang tussen twee taken of situaties aan.

ne … pas + verbe

ne ressemble pas à

nə rə-sàbl pa a

lijkt niet op

Voor een ontkenning staat ne vóór het werkwoord en pas erna; à blijft bij ressembler à.

Frans woordenschat

charge de travail zelfstandig naamwoord
sjarzj də travaj werkdruk cette charge de travail

Cette charge de travail commence à m'épuiser.

continuer werkwoord
kon-tie-nuu-ee doorgaan continue

La pression continue de monter.

coupable bijvoeglijk naamwoord
koe-pabl schuldig

Je me sens coupable de m'arrêter.

passer de ... à ... uitdrukking
pass-ee də ... a ... wisselen tussen ... tu passes simplement d'une tâche à l'autre

Tu passes simplement d'une tâche à l'autre.

pause zelfstandig naamwoord
pooz pauze pauses

tu prends de vraies pauses

prendre une pause uitdrukking
pran-dr uun pooz een pauze nemen tu prends de vraies pauses

Est-ce que tu prends de vraies pauses ?

pression zelfstandig naamwoord
pres-sjõ druk

La pression continue de monter.

repos zelfstandig naamwoord
rə-po rust

Ça ne ressemble pas vraiment à du repos.

ressembler à werkwoord
rə-sàbl-ee a lijken op ne ressemble pas à

Ça ne ressemble pas vraiment à du repos.

s'épuiser werkwoord
see-pwie-zee opgebrand raken m'épuiser

Cette charge de travail commence à m'épuiser.

tâche zelfstandig naamwoord
tasj taak

d'une tâche à l'autre

vrai bijvoeglijk naamwoord
vrè echt vraies

de vraies pauses

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

echt

Antwoord tonenvraies

pauze

Antwoord tonenpauses

taak

Antwoord tonentâche

rust

Antwoord tonenrepos