Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van Je n'arrive pas à décider. Gebruik Je vóór een werkwoord om over jezelf te spreken, bijvoorbeeld in Je vais prendre mon téléphone.
n'arrive
n'arrive betekent hier ‘er niet in slagen’ in n'arrive pas à décider; de infinitief is arriver. De vorm krijgt samen met pas een ontkennende betekenis: het lukt de spreker niet om te beslissen.
pas
pas maakt n'arrive pas à décider ontkennend: ‘het lukt niet om te beslissen’. Gebruik pas samen met ne vóór en na het vervoegde werkwoord, zoals in Je ne veux pas perdre trop de temps.
à
à verbindt arriver met de handeling die niet lukt in n'arrive pas à décider: ‘erin slagen om te beslissen’. In dit patroon staat à vóór een infinitief.
décider
décider betekent hier ‘beslissen’ in décider quelle version du design fonctionne le mieux. De infinitief volgt op à en krijgt daarna de inhoud van de beslissing: quelle version du design fonctionne le mieux.
quelle
quelle betekent hier ‘welke’ in quelle version du design. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord waarover een keuze wordt gemaakt; gebruik quelle + zelfstandig naamwoord om naar een vrouwelijke keuzeoptie te vragen of te verwijzen.
version
version betekent ‘versie’ in quelle version du design. Het woord benoemt hier een van de mogelijke uitvoeringen van het ontwerp; het kan direct worden gecombineerd met du design.
du
du betekent hier ‘van het’ in du design. Het is de vaste samentrekking van de + le en staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om een relatie of onderdeel aan te geven.
design
design betekent hier ‘ontwerp’ of ‘design’ in du design. Het verwijst naar het ontwerp waarvan verschillende versies worden vergeleken; je kunt version du design gebruiken om die relatie uit te drukken.
fonctionne
fonctionne betekent hier ‘werkt’ in fonctionne le mieux; de infinitief is fonctionner. Het beschrijft welke versie het beste functioneert, en le mieux versterkt deze beoordeling.
le
le hoort in le mieux bij de uitdrukking ‘het beste’. Samen met een bijwoord vormt het hier een superlatieve beoordeling: fonctionne le mieux.
mieux
mieux betekent hier ‘het beste’ in fonctionne le mieux. Het vergelijkt de versies op hun werking; gebruik le mieux na een werkwoord wanneer iets als beste wordt beoordeeld.
Sortons
Sortons betekent hier ‘laten we naar buiten gaan’ in Sortons quelques minutes; de infinitief is sortir. Dit is een uitnodiging aan de gesprekspartner om samen even weg te gaan.
quelques
quelques betekent hier ‘een paar’ of ‘enkele’ in quelques minutes. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord en geeft een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid aan.
minutes
minutes betekent hier ‘minuten’ in quelques minutes. Het geeft de korte duur van het uitstapje aan; quelques minutes is een veelgebruikt patroon voor ‘een paar minuten’.
et
et betekent ‘en’ en verbindt in Sortons quelques minutes et discutons-en ensemble twee voorstellen. Gebruik et om gelijkwaardige handelingen of zinsdelen met elkaar te verbinden.
discutons-en
discutons-en betekent hier ‘laten we het bespreken’. Discutons draagt het voorstel om samen te praten en en verwijst naar de kwestie waarover al gesproken wordt; de volledige vorm voorkomt dat het onderwerp opnieuw wordt herhaald.
ensemble
ensemble betekent hier ‘samen’ in discutons-en ensemble. Het maakt duidelijk dat beide gesprekspartners de kwestie gezamenlijk bespreken; het staat hier na de werkwoordelijke uitdrukking.
L'air
L'air betekent hier ‘de lucht’ in L'air frais. De apostrof laat zien dat le vóór de klinker van air wordt verkort; gebruik l' op dezelfde manier vóór een klinkerklank.
frais
frais betekent hier ‘fris’ in L'air frais. Het beschrijft de lucht die mogelijk helpt bij het nadenken; in deze woordgroep staat het bij het zelfstandig naamwoord air.
pourrait
pourrait betekent hier ‘zou kunnen’ in L'air frais pourrait aider; de infinitief is pouvoir. De vorm drukt een mogelijkheid uit, niet een zekerheid; hij staat vóór de infinitief aider.
aider
aider betekent hier ‘helpen’ in pourrait aider. Het benoemt het mogelijke effect van de frisse lucht op het nadenken; na pourrait blijft het werkwoord in de infinitief.
mais
mais betekent ‘maar’ en introduceert in mais je ne veux pas perdre trop de temps een bezwaar bij het voorstel. Gebruik mais om een tegenstelling of beperking aan het voorafgaande toe te voegen.
ne
ne is hier het eerste deel van de ontkenning in je ne veux pas perdre trop de temps. Samen met pas maakt het duidelijk dat de spreker iets niet wil; ne staat vóór het vervoegde werkwoord.
veux
veux betekent hier ‘wil’ in je ne veux pas perdre trop de temps; de infinitief is vouloir. De vorm drukt de wens van de spreker uit en wordt gevolgd door een infinitief voor de handeling die hij niet wil uitvoeren.
perdre
perdre betekent hier ‘verliezen’ in perdre trop de temps. Het staat als infinitief na veux en wordt gebruikt met tijd als datgene wat verloren kan gaan.
trop
trop betekent hier ‘te veel’ in trop de temps. Het geeft aan dat de gewenste hoeveelheid tijd wordt overschreden; gebruik trop de vóór een zelfstandig naamwoord.
de
de hoort in trop de temps bij de hoeveelheidsuitdrukking ‘te veel tijd’. Na trop staat de om aan te geven waarvan de hoeveelheid wordt bedoeld.
temps
temps betekent hier ‘tijd’ in perdre trop de temps. Het is datgene wat de spreker niet te veel wil verliezen; de vaste combinatie perdre du temps betekent tijd verliezen.
On
On betekent hier ‘we’ in On peut simplement faire le tour du pâté de maisons. Hoewel on ook algemener ‘men’ kan betekenen, verwijst het hier naar de twee gesprekspartners; gebruik On + werkwoord om in gesproken Frans ‘we’ uit te drukken.
peut
peut betekent hier ‘kan’ in On peut simplement faire le tour; de infinitief is pouvoir. Met On vormt peut een voorstel over wat de gesprekspartners kunnen doen en het wordt gevolgd door een infinitief.
simplement
simplement betekent hier ‘gewoon’ of ‘eenvoudigweg’ in On peut simplement faire le tour. Het beperkt het voorstel tot een eenvoudige handeling; het staat hier vóór de infinitief.
faire
faire betekent hier ‘doen’ in faire le tour du pâté de maisons. In deze vaste combinatie betekent het samen met le tour ‘een rondje maken/lopen’; na peut staat faire als infinitief.
tour
tour betekent hier ‘rondje’ in faire le tour du pâté de maisons. Het verwijst naar een ronde langs het huizenblok; faire le tour de + plaats geeft aan dat je eromheen gaat.
pâté
pâté is hier onderdeel van pâté de maisons en verwijst in die uitdrukking naar een huizenblok. De volledige combinatie pâté de maisons benoemt het blok waar men omheen loopt; pâté staat dus niet los van de rest van de uitdrukking.
maisons
maisons betekent hier ‘huizen’ en vormt samen met pâté de maisons de uitdrukking voor ‘huizenblok’. Het bepaalt welk soort blok met pâté wordt bedoeld.
se
se betekent hier ‘zich’ in se concentrer sur la décision principale. Het hoort bij de wederkerende uitdrukking se concentrer sur en verwijst naar degene die zijn aandacht richt.
concentrer
concentrer betekent hier ‘richten’ in se concentrer sur la décision principale. Samen met se en sur betekent de uitdrukking ‘zich richten op’; gebruik se concentrer sur + onderwerp.
sur
sur betekent hier ‘op’ in se concentrer sur la décision principale. Het introduceert datgene waarop de aandacht wordt gericht; het volgt op se concentrer.
la
la betekent hier ‘de’ in la décision principale. Het is het lidwoord vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord décision en staat samen met het bijvoeglijk naamwoord principale.
décision
décision betekent ‘beslissing’ in la décision principale. Het is het onderwerp waarop de wandeling en het gesprek zich moeten richten; je kunt het combineren met se concentrer sur.
principale
principale betekent hier ‘belangrijkste’ of ‘hoofd-’ in la décision principale. Het beperkt de aandacht tot de centrale beslissing en staat bij décision.
Cela
Cela betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het voorgestelde rondje lopen in Cela me donnerait une pause. Het staat als onderwerp vóór een werkwoord; gebruik Cela + werkwoord om naar een eerder genoemd idee te verwijzen.
me
me betekent hier ‘mij’ in Cela me donnerait une pause. Het geeft aan wie de pauze zou krijgen; dit voornaamwoord staat vóór het werkwoord in de combinatie Cela me donnerait.
donnerait
donnerait betekent hier ‘zou geven’ in Cela me donnerait une pause; de infinitief is donner. Het beschrijft een mogelijk gevolg van het voorstel en staat met me vóór het zelfstandig naamwoord une pause.
une
une betekent hier ‘een’ in une pause. Het staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord pause om één pauze aan te duiden.
pause
pause betekent ‘pauze’ in me donnerait une pause. Het benoemt de korte onderbreking die de wandeling kan geven zonder het probleem helemaal los te laten.
sans
sans betekent hier ‘zonder’ in sans laisser complètement tomber le problème. Het introduceert de manier waarop de pauze plaatsvindt; sans wordt hier gevolgd door een infinitief.
laisser tomber
laisser tomber betekent hier ‘laten vallen’ of figuurlijk ‘opgeven/loslaten’ in laisser complètement tomber le problème. Laisser draagt het idee van laten en tomber dat van vallen; samen vormen ze de uitdrukking om iets volledig los te laten. Gebruik laisser tomber + zelfstandig naamwoord voor datgene wat je opgeeft.
complètement
complètement betekent hier ‘helemaal’ of ‘volledig’ in laisser complètement tomber le problème. Het versterkt de uitdrukking laisser tomber en maakt duidelijk dat het probleem niet volledig wordt opgegeven.
problème
problème betekent ‘probleem’ in laisser complètement tomber le problème. Het is de kwestie die men tijdens de pauze niet helemaal wil loslaten; het staat hier als object na laisser tomber.
Parfois
Parfois betekent ‘soms’ in Parfois, marcher rend la décision plus facile. Het geeft aan dat de uitspraak niet altijd, maar bij bepaalde gelegenheden geldt; het kan aan het begin van een zin staan.
marcher
marcher betekent hier ‘lopen’ in marcher rend la décision plus facile. Het benoemt het lopen als handeling die volgens de spreker het beslissen makkelijker maakt; de infinitief staat hier als onderwerp van de zin.
rend
rend betekent hier ‘maakt’ in marcher rend la décision plus facile; de infinitief is rendre. De constructie rendre + object + bijvoeglijk naamwoord beschrijft dat iets een toestand of beoordeling verandert.
plus
plus betekent hier ‘meer’ en vormt met facile de vergelijking plus facile: ‘gemakkelijker’. Gebruik plus vóór een bijvoeglijk naamwoord om een sterkere mate aan te geven.
facile
facile betekent hier ‘gemakkelijk’ in plus facile. Samen met plus beschrijft het dat de beslissing gemakkelijker aanvoelt door het lopen; het staat na la décision als resultaat van rend.
vais
vais betekent hier ‘ga’ in Je vais prendre mon téléphone; de infinitief is aller. Je vais + infinitief verwijst naar een handeling die de spreker nu van plan is uit te voeren.
prendre
prendre betekent hier ‘nemen’ of ‘meenemen’ in prendre mon téléphone. Het staat na vais en krijgt mon téléphone als object; gebruik prendre + voorwerp wanneer je dat voorwerp meeneemt.
mon
mon betekent hier ‘mijn’ in mon téléphone. Het geeft aan dat de telefoon van de spreker is en staat direct vóór het zelfstandig naamwoord.
téléphone
téléphone betekent ‘telefoon’ in mon téléphone. Het is het voorwerp dat de spreker tijdens de wandeling meeneemt voor het geval de maquette moet worden bekeken.
au cas où
au cas où betekent als geheel ‘voor het geval dat’ in au cas où nous aurions besoin de regarder la maquette. Au geeft de vaste verbinding aan, cas verwijst naar een mogelijke situatie en où verbindt die situatie met de volgende bijzin. Gebruik au cas où + bijzin wanneer je rekening houdt met iets dat misschien nodig zal zijn.
nous
nous betekent hier ‘wij’ in nous aurions besoin de regarder la maquette. Het is het onderwerp van de mogelijke handeling en verwijst naar beide gesprekspartners; gebruik nous vóór een werkwoord wanneer ‘wij’ de handeling uitvoeren.
aurions besoin de
aurions besoin de betekent hier ‘nodig zouden hebben om te’ in nous aurions besoin de regarder la maquette. Aurions draagt de mogelijke betekenis van avoir, besoin betekent ‘behoefte’ en de leidt de handeling in die nodig zou zijn. Het herbruikbare patroon is avoir besoin de + zelfstandig naamwoord of infinitief.
regarder
regarder betekent hier ‘bekijken’ in besoin de regarder la maquette. Het staat na de en benoemt wat men eventueel moet doen; gebruik regarder + voorwerp voor wat je bekijkt.
maquette
maquette betekent hier ‘maquette’ of ‘mock-up’ in regarder la maquette. Het verwijst naar de ontwerpversie die men eventueel tijdens de wandeling controleert; regarder la maquette is een direct herbruikbare combinatie.
Garde
Garde betekent hier ‘houd’ in Garde un rythme tranquille; de infinitief is garder. Het is een directe instructie aan één gesprekspartner om het tempo rustig te houden.
un
un betekent hier ‘een’ in un rythme tranquille. Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord rythme en introduceert één rustig tempo.
rythme
rythme betekent hier ‘tempo’ in un rythme tranquille. Het gaat om de snelheid van de wandeling; het kan samen met een bijvoeglijk naamwoord een gewenst tempo beschrijven.
tranquille
tranquille betekent hier ‘rustig’ in un rythme tranquille. Het beschrijft het tempo dat men tijdens de wandeling moet aanhouden zodat de wandeling geen extra taak wordt.
pour
pour betekent hier ‘zodat’ in pour que cela ne devienne pas une tâche de plus. Samen met que leidt het een doel of gewenst gevolg in; gebruik pour que + bijzin om uit te leggen waarvoor iets gebeurt.
que
que hoort hier bij pour que en leidt de bijzin cela ne devienne pas une tâche de plus in. De combinatie pour que betekent ‘zodat’ en verbindt het rustige tempo met het beoogde gevolg.
devienne
devienne betekent hier ‘wordt’ in cela ne devienne pas une tâche de plus; de infinitief is devenir. Het beschrijft een mogelijke verandering en staat na pour que in deze bijzin.
tâche
tâche betekent ‘taak’ in une tâche de plus. Het benoemt iets wat men niet aan de wandeling wil toevoegen; de uitdrukking de plus geeft aan dat het om nog een extra taak gaat.
Après
Après betekent hier ‘na’ in Après une courte promenade. Het plaatst de terugkeer en de keuze later dan de wandeling; gebruik après + zelfstandig naamwoord om een volgorde aan te geven.
courte
courte betekent hier ‘korte’ in une courte promenade. Het beschrijft de beperkte duur van de wandeling en staat vóór promenade.
promenade
promenade betekent ‘wandeling’ in Après une courte promenade. Het benoemt de korte activiteit waarna de gesprekspartners terugkomen en een richting kiezen.
pourrons
pourrons betekent hier ‘zullen kunnen’ in nous pourrons revenir et choisir une direction; de infinitief is pouvoir. Het verwijst naar wat de gesprekspartners daarna kunnen doen; het staat vóór de infinitieven revenir en choisir.
revenir
revenir betekent hier ‘terugkomen’ in pourrons revenir et choisir une direction. Het benoemt de handeling na de wandeling en wordt als infinitief gebruikt na pourrons.
choisir
choisir betekent hier ‘kiezen’ in revenir et choisir une direction. Het is de tweede handeling die daarna mogelijk is; choisir krijgt une direction als datgene wat wordt gekozen.
direction
direction betekent hier ‘richting’ in choisir une direction. Het verwijst naar de ene ontwerpkeuze of koers die men na de wandeling wil vastleggen.
remise à zéro
remise à zéro betekent als geheel ‘reset’ of ‘herstart’ in Une courte remise à zéro. Remise verwijst naar het opnieuw instellen, à naar ‘naar’ en zéro naar ‘nul’; samen beschrijven ze een korte mentale terugstelling voordat men verdergaat. Gebruik une remise à zéro voor een bewuste herstart van een situatie of denkproces.
éviter
éviter betekent hier ‘voorkomen’ of ‘besparen’ in nous éviter de trop réfléchir pendant encore une heure. Het geeft aan dat de korte herstart kan verhinderen dat de gesprekspartners nog lang blijven nadenken; gebruik éviter + de + infinitief voor een handeling die je voorkomt.
réfléchir
réfléchir betekent hier ‘nadenken’ in de trop réfléchir. Met trop krijgt het de betekenis ‘te veel nadenken’ of ‘overmatig blijven nadenken’; de infinitief volgt na de.
pendant
pendant betekent hier ‘gedurende’ in pendant encore une heure. Het geeft de duur aan waarin het te veel nadenken zou doorgaan; gebruik pendant + tijdsduur om te zeggen hoelang iets duurt.
encore
encore betekent hier ‘nog’ in encore une heure. Het voegt een extra uur toe boven op de tijd die al verstreken of overwogen is; encore + tijdsduur is een bruikbaar patroon voor een verdere duur.
heure
heure betekent ‘uur’ in encore une heure. Het benoemt de extra tijd die men door een korte herstart hoopt te besparen; une heure geeft één uur aan.