J'aimerais
« J'aimerais » betekent hier dat de spreker graag iets zou willen doen: een studieruimte reserveren. Het is de vorm van aimer in een beleefde formulering en wordt gevolgd door een infinitief, zoals in « J'aimerais réserver ». Gebruik dit patroon om beleefd een wens of verzoek uit te drukken.
réserver
« réserver » betekent hier een studieruimte vastleggen. Het is de infinitief na « J'aimerais » in « J'aimerais réserver ». Gebruik « réserver + iets » voor een kamer, plaats of andere reservering.
une
« une » betekent hier « een » en staat voor het vrouwelijke zelfstandig naamwoord in « une salle ». In « Il y en a une » betekent het « er is er één » en verwijst het naar een ruimte. Gebruik « une + vrouwelijk zelfstandig naamwoord » om één niet-bepaalde zaak aan te duiden.
salle
« salle » betekent hier « zaal » of « ruimte », namelijk de studieruimte in « une salle d'étude ». In de bibliotheekcontext gaat het om een ruimte die gereserveerd kan worden. Gebruik het samen met een bepaling, zoals « une salle calme ».
d'étude
« d'étude » betekent hier « voor studie » en bepaalt het soort ruimte in « une salle d'étude ». Het is de samentrekking van de en étude. Gebruik « salle d'étude » voor een ruimte die bedoeld is om te studeren.
pour
« pour » geeft hier het doel of de bestemming aan in « pour un projet de groupe » en « pour quatre personnes ». In « pour deux heures » geeft het de duur aan. Gebruik « pour + zelfstandig naamwoord » om doel, gebruikers of duur te specificeren.
un
« un » betekent hier « een » voor het mannelijke zelfstandig naamwoord in « un projet ». Het introduceert één niet nader bepaald project. Gebruik « un + mannelijk zelfstandig naamwoord » wanneer je naar één zaak verwijst.
projet
« projet » betekent hier « project », namelijk het groepsproject waarvoor de ruimte nodig is. In « un projet de groupe » geeft « de groupe » aan dat het project bij een groep hoort. Gebruik « projet de + activiteit of groep » om een project nader te omschrijven.
de
« de » heeft hier verschillende functies: in « De quelle taille » maakt het deel uit van de vraag naar de grootte, en in « projet de groupe » legt het een verband met de groep. In « de disponible » hoort het bij de uitdrukking waarin één beschikbare ruimte wordt aangeduid. Let daarom op de volledige woordgroep rond « de ».
groupe
« groupe » betekent hier « groep », in « un projet de groupe ». Het geeft aan dat meerdere mensen samen aan het project werken. Gebruik « de groupe » om een activiteit of object met een groep te verbinden.
quelle
« quelle » betekent hier « welke » of « wat voor » en staat in « De quelle taille » bij het vrouwelijke woord taille. Het vraagt naar een bepaald kenmerk, namelijk de grootte. Gebruik « quelle + vrouwelijk zelfstandig naamwoord » in een vraag.
taille
« taille » betekent hier « grootte » in de vraag « De quelle taille doit être la salle ? ». De vraag wil weten hoe groot de ruimte moet zijn. Gebruik « de quelle taille » om naar de grootte van iets te vragen.
doit
« doit » betekent hier « moet » of « hoort te zijn » in « doit être la salle ». Het is een vorm van devoir en wordt gevolgd door de infinitief « être ». Gebruik « doit être + beschrijving » om een vereiste of gewenste eigenschap te vragen of te noemen.
être
« être » betekent hier « zijn » in « doit être la salle ». Het staat als infinitief na « doit » en verbindt de ruimte met de gevraagde grootte. Gebruik « doit être + eigenschap » voor een vereiste toestand of beschrijving.
la
« la » staat hier als bepaald lidwoord in « la salle » en « la clé » en verwijst naar een bekende vrouwelijke zaak. In « Récupérez-la » en « rendez-la » is « -la » een voornaamwoord voor die sleutel. Let dus op de positie: vóór een zelfstandig naamwoord is het een lidwoord, na een bevestigende opdracht staat het aan het werkwoord vast.
Quand
« Quand » betekent hier « wanneer » en opent de vraag « Quand voulez-vous l'utiliser ? ». Het vraagt naar het tijdstip waarop de ruimte gebruikt zal worden. Gebruik « quand + zin » om naar een tijdstip te vragen.
voulez-vous
« voulez-vous » betekent hier « wilt u » en is een beleefde vraagvorm met « vous ». Het staat vóór de infinitief in « voulez-vous l'utiliser ». Gebruik « voulez-vous + infinitief » om beleefd naar een wens of plan te vragen.
l'utiliser
« l'utiliser » betekent hier « hem of haar gebruiken », waarbij « l' » naar de ruimte verwijst en « utiliser » de handeling benoemt. De vorm staat na « voulez-vous » in « Quand voulez-vous l'utiliser ? ». Gebruik een objectvoornaamwoord vóór de infinitief, zoals in « l'utiliser ».
Nous
« Nous » betekent hier « wij » in « Nous avons besoin d'une salle » en « Nous garderons la salle propre ». Het is het onderwerp van de handeling en verwijst naar de groep van de spreker. Gebruik « nous + werkwoord » om over jezelf samen met anderen te spreken.
avons
« avons » betekent in « Nous avons besoin d'une salle » niet simpelweg bezit, maar maakt deel uit van de vaste uitdrukking « avoir besoin de »: iets nodig hebben. Het is de vorm van avoir bij « nous ». Gebruik « nous avons besoin de + zelfstandig naamwoord » om een behoefte uit te drukken.
besoin
« besoin » betekent hier « behoefte » binnen de uitdrukking « avoir besoin d'une salle ». Samen met « avons » geeft het aan dat de groep een ruimte nodig heeft. Gebruik « avoir besoin de + iets » voor wat je nodig hebt.
d'une
« d'une » betekent hier « van een » binnen « avons besoin d'une salle ». Het is de samentrekking van de en une en verbindt de uitdrukking « avoir besoin » met de benodigde zaak. Gebruik « avoir besoin d'une + vrouwelijk zelfstandig naamwoord ».
calme
« calme » betekent hier « rustig » en beschrijft de ruimte in « une salle calme ». Het geeft aan dat de groep een stille omgeving nodig heeft. Gebruik « zelfstandig naamwoord + calme » om een rustige persoon, plaats of zaak te beschrijven.
cet
« cet » betekent hier « deze » in « cet après-midi ». Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige woord après-midi. Gebruik « cet + mannelijk enkelvoudig woord » wanneer het volgende woord met een klinkerklank begint.
après-midi
« après-midi » betekent hier « middag » in « cet après-midi », dus de middag van vandaag. Het bepaalt wanneer de ruimte nodig of beschikbaar is. Gebruik « cet après-midi » om naar vanmiddag te verwijzen.
personnes
« personnes » betekent hier « personen » of « mensen » in « pour quatre personnes ». Het geeft het aantal gebruikers van de ruimte aan. Gebruik « pour + getal + personnes » om voor wie iets bedoeld is te specificeren.
Il
« Il » maakt in « Il y en a une de disponible » deel uit van de constructie waarmee het bestaan van iets wordt meegedeeld. Samen met « y en a » betekent de hele uitdrukking dat er een beschikbare ruimte is. Gebruik « Il y a » of de uitgebreidere vorm « Il y en a » om aanwezigheid aan te geven.
y
« y » verwijst hier binnen « Il y en a une » naar de plaats of de daar beschikbare ruimte. Het hoort bij de constructie « Il y en a » en krijgt zijn betekenis door de hele uitdrukking. Gebruik « il y a » om te zeggen dat iets ergens aanwezig is.
en
« en » verwijst hier in « Il y en a une » naar een ruimte uit de context. Samen met « une » betekent de uitdrukking dat er één beschikbare ruimte is. Gebruik « en » om in zo'n constructie naar een eerder genoemde zaak of hoeveelheid te verwijzen.
a
« a » is hier een vorm van avoir in « Il y en a une de disponible ». Binnen « Il y en a » helpt het om aan te geven dat er één beschikbare ruimte is. Gebruik deze vorm samen met « il y en a », niet als losstaande vertaling van « er is ».
disponible
« disponible » betekent hier « beschikbaar » in « une de disponible ». Het beschrijft de ruimte die op dat moment gereserveerd kan worden. Gebruik « être disponible » of « de disponible » in een context waarin iets vrij of beschikbaar is.
heures
« heures » betekent hier « uur » in de tijdsduur « pour deux heures ». Het geeft aan hoe lang de ruimte beschikbaar is. Gebruik « pour + getal + heures » om een duur uit te drukken.
Cela
« Cela » betekent hier « dat » en verwijst naar de beschikbare periode van twee uur. In « Cela nous donne assez de temps » is het onderwerp van « donne ». Gebruik « cela » om naar een eerder genoemde situatie of mededeling te verwijzen.
donne
« donne » betekent hier « geeft » in « Cela nous donne assez de temps ». De situatie levert de groep voldoende tijd op. Gebruik « iets donne iemand + tijd of mogelijkheid » om een gevolg of voordeel uit te drukken.
assez
« assez » betekent hier « genoeg » in « assez de temps ». Het geeft aan dat de beschikbare tijd voldoende is voor de geplande activiteiten. Gebruik « assez de + zelfstandig naamwoord » om voldoende hoeveelheid aan te duiden.
temps
« temps » betekent hier « tijd » in « assez de temps pour revoir les diapositives ». Het gaat om de beschikbare duur voor het groepsproject. Gebruik « assez de temps pour + infinitief » om te zeggen dat er genoeg tijd is om iets te doen.
revoir
« revoir » betekent hier « opnieuw bekijken » of « doornemen » van de dia's. Het is een infinitief na « pour » in « pour revoir les diapositives ». Gebruik « pour revoir + object » om een doel van de beschikbare tijd te noemen.
les
« les » is hier het bepaald lidwoord voor het meervoud in « les diapositives ». Het verwijst naar de bekende dia's van het project. Gebruik « les + meervoudig zelfstandig naamwoord » voor meerdere bepaalde zaken.
diapositives
« diapositives » betekent hier « dia's » in « revoir les diapositives ». Het zijn de presentatieonderdelen die de groep wil doornemen. Gebruik « revoir les diapositives » voor het gezamenlijk nakijken van een presentatie.
et
« et » betekent hier « en » en verbindt de twee geplande activiteiten in « revoir les diapositives et décider ». Het maakt duidelijk dat beide handelingen binnen de beschikbare tijd gebeuren. Gebruik « infinitief et infinitief » om twee acties te verbinden.
décider
« décider » betekent hier « beslissen » wie elk onderdeel zal presenteren. Het is de tweede infinitief in « pour revoir les diapositives et décider ». Gebruik « décider qui + werkwoord » om een beslissing over een persoon of rol uit te drukken.
qui
« qui » betekent hier « wie » in « décider qui présentera chaque partie ». Het introduceert de persoon over wie de beslissing gaat. Gebruik « décider qui + werkwoord » wanneer je wilt bepalen welke persoon iets zal doen.
présentera
« présentera » betekent hier « zal presenteren » in « qui présentera chaque partie ». Het is de toekomstige vorm van présenter bij de persoon die in « qui » wordt bedoeld. Gebruik « qui présentera + onderdeel » om vast te leggen wie een onderdeel van een presentatie doet.
chaque
« chaque » betekent hier « elk » of « ieder » in « chaque partie ». Het verwijst naar de onderdelen één voor één en staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Gebruik « chaque + enkelvoudig zelfstandig naamwoord » om elk afzonderlijk element aan te duiden.
partie
« partie » betekent hier « onderdeel » in « chaque partie ». Het verwijst naar elk afzonderlijk deel van de presentatie. Gebruik « chaque partie » wanneer verschillende delen afzonderlijk worden toegewezen.
Je
« Je » betekent hier « ik » in « Je vais réserver la salle ». Het is het onderwerp van de handeling van de bibliotheekmedewerker. Gebruik « je + werkwoord » om over jezelf te spreken.
vais
« vais » betekent hier « ga » in de nabije-toekomstconstructie « Je vais réserver ». Het is een vorm van aller en wordt gevolgd door een infinitief. Gebruik « je vais + infinitief » voor een handeling die je gaat uitvoeren.
avec
« avec » betekent hier « met » in « avec votre compte de bibliothèque ». Het geeft het account aan waarmee de reservering wordt uitgevoerd. Gebruik « avec + zelfstandig naamwoord » om het gebruikte middel of de betrokken zaak te noemen.
votre
« votre » betekent hier « uw » in « votre compte ». Het is een bezittelijk woord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord en past bij de beleefde aanspreekvorm « vous ». Gebruik « votre + enkelvoudig zelfstandig naamwoord » om iets van de aangesprokene aan te duiden.
compte
« compte » betekent hier « account » in « votre compte de bibliothèque ». Het gaat om het bibliotheekaccount waaronder de reservering wordt vastgelegd. Gebruik « compte de + instelling of dienst » om het soort account te preciseren.
bibliothèque
« bibliothèque » betekent hier « bibliotheek » in « compte de bibliothèque ». Het specificeert bij welke instelling het account hoort. Gebruik « bibliothèque » voor de instelling of de plaats waar de ruimte en sleutel beheerd worden.
Vous
« Vous » betekent hier « u » in « Vous pouvez annuler en ligne ». Het is de beleefde aanspreekvorm voor de klant bij de balie. Gebruik « vous + werkwoord » wanneer je een gesprekspartner beleefd aanspreekt.
pouvez
« pouvez » betekent hier « kunt » in « Vous pouvez annuler ». Het is een vorm van pouvoir en geeft de mogelijkheid aan om iets te doen. Gebruik « vous pouvez + infinitief » om een mogelijkheid of toegestane handeling te noemen.
annuler
« annuler » betekent hier « annuleren », namelijk de reservering online annuleren. Het is de infinitief na « pouvez » in « Vous pouvez annuler en ligne ». Gebruik « pouvoir + annuler » om aan te geven dat iemand iets kan annuleren.
ligne
« ligne » betekent hier niet een fysieke lijn, maar maakt deel uit van « en ligne », dat « online » betekent. Het beschrijft hoe de annulering kan worden uitgevoerd. Gebruik de vaste uitdrukking « en ligne » voor handelingen via internet.
si
« si » betekent hier « als » of « wanneer » in « si vos plans changent ». Het introduceert de voorwaarde waaronder annuleren mogelijk is. Gebruik « si + zin » om een voorwaarde te formuleren.
vos
« vos » betekent hier « uw » vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in « vos plans ». Het verwijst naar de plannen van de aangesproken persoon of personen. Gebruik « vos + meervoudig zelfstandig naamwoord » voor iets dat van de aangesprokene is.
plans
« plans » betekent hier « plannen » in « si vos plans changent ». Het gaat om de plannen die kunnen veranderen en daardoor tot annulering kunnen leiden. Gebruik « plans » om voorgenomen activiteiten of afspraken aan te duiden.
changent
« changent » betekent hier « veranderen » in « si vos plans changent ». Het is een vorm van changer bij « vos plans ». Gebruik « si + onderwerp + changent » om een voorwaarde over veranderende plannen uit te drukken.
Est-ce que
« Est-ce que » is hier de vraagconstructie in « Est-ce qu'on récupère la clé ? ». « Est-ce » opent de vraag en « que » leidt de daaropvolgende zin in; vóór « on » wordt « que » verkort tot « qu' » in « Est-ce qu'on ». Gebruik deze constructie om een ja-neevraag te vormen.
qu'on
« qu'on » bestaat hier uit de verkorte vorm van que en « on ». In « Est-ce qu'on récupère » betekent « on » in deze context « we » en vraagt de spreker of de groep de sleutel ophaalt. Gebruik « Est-ce qu'on + werkwoord » om te vragen of wij iets doen.
récupère
« récupère » betekent hier « ophaalt » of « terugkrijgt » in « récupère la clé ». Het is de vorm van récupérer in de vraag over het ophalen van de sleutel. Gebruik « récupérer + direct object » voor iets dat je op een plaats ophaalt.
clé
« clé » betekent hier « sleutel » in « la clé ». Het is het voorwerp dat aan de balie wordt opgehaald en later teruggebracht. Gebruik « récupérer la clé » en « rendre la clé » voor deze twee handelingen.
à
« à » betekent hier « bij » in « à ce comptoir » en geeft de plaats aan waar de sleutel wordt opgehaald. Het staat vóór een plaatsaanduiding. Gebruik « à + plaats » om te zeggen waar iets gebeurt.
ce
« ce » betekent hier « deze » in « ce comptoir ». Het staat vóór het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord comptoir. Gebruik « ce + mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord » om iets specifieks aan te wijzen.
comptoir
« comptoir » betekent hier « balie » of « toonbank » in « à ce comptoir ». Het verwijst naar de plek waar de sleutel wordt opgehaald. Gebruik « à ce comptoir » om naar deze specifieke balie te verwijzen.
Récupérez-la
« Récupérez-la » betekent hier « haal hem op » en verwijst naar de sleutel. Het is een bevestigende opdracht met het objectvoornaamwoord « -la » achter de werkwoordsvorm, verbonden met een koppelteken. Gebruik deze vorm wanneer je iemand beleefd of tegen meerdere personen zegt dat zij iets moeten ophalen.
ici
« ici » betekent hier « hier » en verwijst naar de balie waar de sleutel wordt opgehaald. In « Récupérez-la ici » bepaalt het waar de handeling plaatsvindt. Gebruik « werkwoord + ici » om een handeling aan de huidige plaats te koppelen.
puis
« puis » betekent hier « daarna » of « vervolgens ». In « puis rendez-la » ordent het de tweede handeling na het ophalen van de sleutel. Gebruik « puis + werkwoord » om opeenvolgende instructies te verbinden.
rendez-la
« rendez-la » betekent hier « breng hem terug » en verwijst naar de sleutel. Het is een opdracht met « la » achter de werkwoordsvorm van rendre, verbonden met een koppelteken. Gebruik « rendez-la » wanneer je iemand zegt dat een vrouwelijke zaak moet worden teruggebracht.
avant
« avant » betekent hier « vóór » in « avant le début ». Het geeft de tijdsgrens aan waarvoor de sleutel moet worden teruggebracht. Gebruik « avant + zelfstandig naamwoord » om een deadline of voorafgaand moment aan te duiden.
le
« le » is hier het bepaald lidwoord vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord in « le début ». Het verwijst naar het specifieke begin van de volgende reservering. Gebruik « le + mannelijk zelfstandig naamwoord » voor een bepaalde zaak.
début
« début » betekent hier « begin » in « le début de la prochaine réservation ». Het benoemt het moment waarop de volgende reservering start. Gebruik « le début de + gebeurtenis » om het begin van iets aan te duiden.
prochaine
« prochaine » betekent hier « volgende » in « la prochaine réservation ». Het is de vrouwelijke vorm van prochain en past bij réservation. Gebruik « la prochaine + vrouwelijk zelfstandig naamwoord » om de eerstvolgende gebeurtenis of zaak aan te duiden.
réservation
« réservation » betekent hier « reservering » of « boeking » in « la prochaine réservation ». Het gaat om de boeking die na die van de groep begint. Gebruik « réservation » voor het vastgelegde gebruik van een ruimte of dienst.
garderons
« garderons » betekent hier « zullen houden » in « Nous garderons la salle propre ». Het is de toekomstige vorm van garder bij « nous » en beschrijft de afspraak om de ruimte schoon te houden. Gebruik « garder + object + bijvoeglijk naamwoord » om een zaak in een bepaalde toestand te houden.
propre
« propre » betekent hier « schoon » in « garderons la salle propre ». Het beschrijft de toestand waarin de groep de ruimte achterlaat. Gebruik « garder + object + propre » om te zeggen dat iets schoon gehouden wordt.
partirons
« partirons » betekent hier « zullen vertrekken » in « nous partirons à l'heure ». Het is de toekomstige vorm van partir bij « nous ». Gebruik « partir à l'heure » om te zeggen dat je op het afgesproken moment vertrekt.
l'heure
« l'heure » maakt deel uit van de vaste uitdrukking « à l'heure », die hier « op tijd » betekent. De hele uitdrukking beschrijft dat de groep vertrekt volgens de afgesproken timing. Gebruik « partir à l'heure » wanneer je op tijd wilt vertrekken.
Comme
« Comme » betekent hier samen met « ça » « op die manier » in « Comme ça ». Het verwijst naar de afspraak om de ruimte schoon en op tijd vrij te maken. Gebruik « Comme ça, + zin » om een gevolg of doel van een handeling in te leiden.
ça
« ça » betekent hier « zo » of « op die manier » binnen « Comme ça ». Samen met « Comme » verwijst het naar de zojuist beschreven manier van handelen. Gebruik « Comme ça » om een gevolg of gewenste situatie te verbinden met een eerdere handeling.
suivant
« suivant » betekent hier « volgende » in « le groupe suivant ». Het beschrijft de groep die na de huidige groep gebruikmaakt van de ruimte. Gebruik « le groupe suivant » of « zelfstandig naamwoord + suivant » om de volgende in een reeks aan te duiden.
peut
« peut » betekent hier « kan » in « peut commencer ». Het is een vorm van pouvoir en geeft de mogelijkheid aan om te beginnen. Gebruik « peut + infinitief » om te zeggen dat iemand iets kan doen.
commencer
« commencer » betekent hier « beginnen » in « peut commencer ». Het is de infinitief na « peut » en verwijst naar de start van het gebruik van de ruimte. Gebruik « pouvoir + commencer » om aan te geven dat iemand kan beginnen.
sans
« sans » betekent hier « zonder » in « sans attendre ». Het geeft aan dat de volgende groep niet eerst hoeft te wachten. Gebruik « sans + infinitief » om te zeggen dat iets gebeurt zonder een andere handeling.
attendre
« attendre » betekent hier « wachten » in « sans attendre ». Het is de infinitief na « sans » en verwijst naar wachten op de vorige groep. Gebruik « sans attendre » voor een handeling die zonder voorafgaand wachten gebeurt.