Je
Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp in Je peux utiliser. De vorm blijft Je voor een werkwoord dat met een medeklinkerklank begint; dezelfde persoon staat later in je ferai attention.
peux
peux betekent hier ‘kan’ of ‘mag’ en drukt uit dat de spreker toestemming vraagt in Je peux utiliser. Het is een vorm van pouvoir; na peux volgt de infinitief utiliser. Je gebruikt dit patroon om te vragen of je iets mag doen: Je peux + infinitief?
utiliser
utiliser betekent hier ‘gebruiken’, namelijk de ladder gebruiken in Je peux utiliser ton échelle. Het is de infinitief na peux en krijgt het voorwerp ton échelle. Hetzelfde werkwoord verschijnt later in l’utiliser en l’utiliserai.
ton
ton betekent hier ‘jouw’ bij de informele enkelvoudige aanspreekvorm in ton échelle. Deze vorm staat vóór échelle, dat met een klinkerklank begint. Het patroon is ton + zelfstandig naamwoord, zoals ton échelle.
échelle
échelle betekent hier ‘ladder’ in ton échelle. Het woord is het voorwerp van utiliser en wordt later opnieuw bedoeld door l’échelle en la. In deze scène gaat het om een ladder die iemand tijdelijk leent.
pour
pour geeft hier het doel aan: de ladder gebruiken om een lamp te vervangen in pour changer une lampe. Voor een doel volgt hier een infinitief. Het patroon is pour + infinitief, zoals pour changer.
changer
changer betekent hier ‘vervangen’ in pour changer une lampe. De infinitief volgt op pour en heeft une lampe als voorwerp. De vorm changer kan in deze scène dus niet alleen ‘veranderen’, maar concreet een lamp vervangen betekenen.
une
une is hier het onbepaalde lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord lampe in une lampe. Het introduceert één lamp zonder die eerder specifiek te identificeren. Het patroon is une + zelfstandig naamwoord, zoals une lampe.
lampe
lampe betekent hier ‘lamp’ in une lampe au plafond. Het is het voorwerp van changer en wordt nader bepaald door au plafond. Je gebruikt het woord hier voor een lamp die aan het plafond zit.
au
au betekent hier ‘aan het’ of ‘op het’ in au plafond. De vorm is de vaste samentrekking van à en le. Het patroon au + plaatsaanduiding geeft hier aan waar de lamp zich bevindt.
plafond
plafond betekent hier ‘plafond’ in une lampe au plafond. De woordgroep au plafond geeft de plaats van de lamp aan. In deze dialoog verwijst het naar het plafond waaraan de lamp moet worden vervangen.
Tu
Tu betekent hier ‘jij’ voor een informele enkelvoudige gesprekspartner in Tu peux. Het is het onderwerp van peux en verwijst naar de buur die toestemming geeft. Dezelfde aanspreekvorm staat later in tu dois.
mais
mais betekent hier ‘maar’ en zet de toestemming in Tu peux tegenover de veiligheidsvoorwaarde die volgt. Het verbindt twee delen met een tegenstelling. In deze dialoog leidt mais de instructie demande à quelqu’un de rester in.
demande
demande betekent hier ‘vraag’ of ‘verzoek’ in demande à quelqu’un de rester. Het is de gebiedende vorm van demander en geeft de gesprekspartner een veiligheidsinstructie. Het patroon is demande à quelqu’un de + infinitief.
à
à verbindt in demande à quelqu’un de rester de handeling met de persoon aan wie het verzoek gericht is. Hier staat het vóór quelqu’un. Het patroon demande à quelqu’un de + infinitief drukt uit dat je iemand vraagt iets te doen.
quelqu’un
quelqu’un betekent hier ‘iemand’ in demande à quelqu’un de rester. Het verwijst naar een niet nader genoemde persoon die in de buurt moet blijven. Je gebruikt het na à wanneer die persoon de ontvanger van het verzoek is.
de
de verbindt in demande à quelqu’un de rester het verzoek met de handeling rester. Hier leidt de de infinitief rester in. Het volledige patroon is iemand vragen om iets te doen: demande à quelqu’un de rester.
rester
rester betekent hier ‘blijven’ in de instructie demande à quelqu’un de rester. De infinitief volgt op de constructie met de en beschrijft wat de andere persoon moet doen. De bedoeling is dat die persoon nabij blijft tijdens het gebruik van de ladder.
près
près betekent hier ‘dichtbij’ in près de toi. Het geeft de nabijheid aan van de persoon die toezicht houdt. Het vaste patroon is près de + persoon of plaats, zoals près de toi.
toi
toi betekent hier ‘jou’ in près de toi. Dit is de beklemtoonde vorm na de voorzetselgroep près de. De uitdrukking près de toi betekent dat iemand dicht bij de aangesprokene blijft.
pendant
pendant geeft hier de tijdsduur aan in pendant que tu l’utilises: ‘terwijl’. Samen met que verbindt het twee gelijktijdige handelingen. In deze dialoog blijft iemand nabij tijdens het gebruik van de ladder.
que
que maakt in pendant que tu l’utilises de bijzin die gelijktijdigheid uitdrukt. Samen met pendant betekent pendant que ‘terwijl’. Het verbindt hier l’utilises met de handeling die op hetzelfde moment plaatsvindt.
l’utilises
l’utilises betekent hier ‘je gebruikt hem’ of ‘je gebruikt het’ in pendant que tu l’utilises. l’ is het voornaamwoord voor het gebruikte voorwerp en utilises is de vorm bij tu van utiliser. De apostrof verbindt l’ met utilises, dat met een klinker begint.
Mon
Mon betekent hier ‘mijn’ bij frère in Mon frère. Het geeft aan dat de broer van de spreker de onderkant kan vasthouden. Het patroon is mon + zelfstandig naamwoord, zoals Mon frère.
frère
frère betekent hier ‘broer’ in Mon frère. Het is het onderwerp van peut tenir en voert dus de handeling uit. In de scène helpt de broer door de onderkant van de ladder vast te houden.
peut
peut betekent hier ‘kan’ in Mon frère peut tenir. Het is een vorm van pouvoir bij een derde persoon enkelvoudig onderwerp, Mon frère. Na peut volgt de infinitief tenir om de mogelijke handeling te noemen.
tenir
tenir betekent hier ‘vasthouden’ in peut tenir le bas. De infinitief volgt op peut en heeft le bas als voorwerp. De bedoelde handeling is de onderkant stevig vasthouden zodat de ladder stabiel blijft.
le
le is hier het bepaalde lidwoord bij bas in le bas. Het maakt van bas de specifieke onderkant waarover de spreker praat. Het patroon le + zelfstandig naamwoord staat hier voor een bepaald onderdeel van de ladder.
bas
bas betekent hier ‘onderkant’ of ‘onderste deel’ in tenir le bas. Het verwijst naar het onderste deel van de ladder dat de broer vasthoudt. In deze context gaat het niet om een algemene richting, maar om een specifiek deel van het voorwerp.
l’échelle
l’échelle betekent hier ‘de ladder’ in pour que l’échelle reste stable. l’ is de verkorte vorm van het bepaalde lidwoord vóór échelle. De ladder is het onderwerp van reste en moet stabiel blijven.
reste
reste betekent hier ‘blijft’ in l’échelle reste stable. Het is een vorm van rester met l’échelle als onderwerp. Het patroon reste + bijvoeglijk naamwoord beschrijft dat iets in een bepaalde toestand blijft, zoals reste stable.
stable
stable betekent hier ‘stabiel’ of ‘stevig in positie’ in l’échelle reste stable. Het beschrijft de toestand waarin de ladder moet blijven terwijl de broer de onderkant vasthoudt. De vorm stable staat hier na reste.
Ça
Ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ in Ça devrait aider. Het verwijst naar de voorgestelde hulp van de broer. Ça staat als onderwerp vóór devrait en vat die vooraf genoemde situatie samen.
devrait
devrait betekent hier ‘zou moeten’ in Ça devrait aider. Het drukt een verwachting uit dat de voorgestelde maatregel zal helpen, zonder absolute zekerheid. Het is een vorm van devoir; na devrait volgt de infinitief aider.
aider
aider betekent hier ‘helpen’ in Ça devrait aider. De infinitief volgt op devrait en noemt het verwachte resultaat. Het onderwerp Ça verwijst naar het vasthouden van de ladder door de broer.
est
est betekent hier ‘is’ in L’échelle est solide. Het is een vorm van être met l’échelle als onderwerp en solide als beschrijving. De zin geeft een positieve eigenschap van de ladder, maar kondigt daarna toch voorzichtigheid aan.
dois
dois betekent hier ‘moet’ of ‘hoort te’ in tu dois quand même faire attention. Het is een vorm van devoir bij tu en drukt een noodzakelijke veiligheidsmaatregel uit. Na dois volgt de constructie faire attention.
quand
quand betekent hier ‘wanneer’ in quand j’aurai fini. Het verbindt de terugkeer van de ladder met het moment waarop de spreker klaar is. Het patroon quand + bijzin geeft een tijdsmoment aan.
même
même betekent hier ‘toch’ of ‘zelfs’ in quand même faire attention. Het benadrukt dat voorzichtigheid nodig blijft, hoewel de ladder solide is. Samen met si vormt même later de uitdrukking même si, ‘ook al’ of ‘zelfs als’.
faire attention
faire attention betekent hier ‘voorzichtig zijn’ of ‘opletten’ in dois quand même faire attention. Het is een vaste uitdrukking: faire draagt de handeling van aandacht besteden aan, en attention benoemt die aandacht. De uitdrukking kan na dois staan en verschijnt later in ferai attention.
n’en
n’en bestaat hier uit n’ en en in Je n’en ai besoin que pour un court moment. en verwijst naar de ladder, terwijl n’ deel is van de ontkennings- en beperkingsconstructie ne...que. Samen met ai besoin que betekent de zin dat de spreker de ladder alleen korte tijd nodig heeft.
ai
ai betekent hier ‘heb’ in Je n’en ai besoin que pour un court moment. Het is een vorm van avoir bij je en hoort bij de vaste uitdrukking avoir besoin de. Met en verwijst ai besoin naar behoefte aan de ladder.
besoin
besoin betekent hier ‘behoefte’ in avoir besoin, dat in de dialoog ‘nodig hebben’ betekent. In Je n’en ai besoin que pour un court moment gaat het om de behoefte aan de ladder. Het patroon is avoir besoin de iets, waarbij en hier de plaats van de ladder inneemt.
un
un is hier het onbepaalde lidwoord bij moment in un court moment. Het introduceert een korte tijdsperiode. Het patroon un + zelfstandig naamwoord staat hier samen met court.
court
court betekent hier ‘kort’ in un court moment. Het beschrijft de duur van de periode waarin de ladder nodig is. De vorm staat vóór moment in de woordgroep un court moment.
moment
moment betekent hier ‘moment’ of ‘korte periode’ in pour un court moment. De uitdrukking geeft aan hoe lang de spreker de ladder nodig heeft. In deze scène gaat het om tijdelijk gebruik, niet om blijvend bezit.
et
et betekent hier ‘en’ en verbindt de beperkte gebruiksduur met de belofte voorzichtig te zijn in et je ferai attention. Het voegt een tweede mededeling aan de eerste toe. Hier worden twee toezeggingen van de spreker verbonden.
ferai attention
ferai attention betekent hier ‘ik zal voorzichtig zijn’ of ‘ik zal opletten’. ferai is de toekomstige vorm van faire en attention benoemt de aandacht; samen vormen ze de vaste uitdrukking faire attention in de toekomst. De volledige vorm Je ferai attention is een toezegging over zorgvuldig gedrag.
Prends
Prends betekent hier ‘neem’ in Prends le temps qu’il te faut. Het is de gebiedende vorm van prendre en geeft de ander toestemming om voldoende tijd te gebruiken. Het patroon is Prends le temps + bijzin.
temps
temps betekent hier ‘tijd’ in Prends le temps qu’il te faut. Het staat in de vaste uitdrukking prendre le temps, tijd nemen voor een handeling. In deze scène moedigt de spreker veilig en niet gehaast werken aan.
qu’il
qu’il bestaat hier uit que en il in le temps qu’il te faut. Het leidt de bijzin in die uitlegt hoeveel tijd nodig is. In deze context verwijst il naar de onpersoonlijke uitdrukking il faut, niet naar een genoemde man.
te
te betekent hier ‘jou’ in qu’il te faut. Het geeft aan voor wie de tijd nodig is: de tijd die jij nodig hebt. Het staat vóór faut in de vaste uitdrukking il te faut, ‘je hebt nodig’ of ‘het is voor jou nodig’.
faut
faut betekent hier ‘nodig is’ in qu’il te faut. Het is de onpersoonlijke vorm van falloir en vormt met il en te de uitdrukking il te faut. De volledige bijzin bepaalt welke tijd de aangesprokene moet nemen.
Évite
Évite betekent hier ‘vermijd’ in Évite de l’utiliser dehors. Het is de gebiedende vorm van éviter en geeft een veiligheidsverbod of advies. Na Évite volgt de constructie de + infinitief, hier de l’utiliser.
l’utiliser
l’utiliser betekent hier ‘het gebruiken’ in Évite de l’utiliser dehors. l’ verwijst naar de ladder en utiliser is de infinitief na de. De constructie Évite de l’utiliser zegt dat je het gebruik van de ladder in die situatie moet vermijden.
dehors
dehors betekent hier ‘buiten’ in l’utiliser dehors. Het geeft de plaats aan waar het gebruik vermeden moet worden. De waarschuwing geldt specifiek voor buitengebruik wanneer de grond nat is.
si
si betekent hier ‘als’ in si le sol est mouillé. Het introduceert de voorwaarde waaronder je de ladder buiten niet moet gebruiken. Hetzelfde woord leidt later de voorwaarde si je ne suis pas chez moi in.
sol
sol betekent hier ‘grond’ in le sol est mouillé. In deze buitensituatie verwijst het naar de ondergrond waarop de ladder staat. De woordgroep beschrijft de toestand die het gebruik onveilig maakt.
mouillé
mouillé betekent hier ‘nat’ in le sol est mouillé. Het beschrijft de toestand van de grond en vormt samen met est de mededeling dat de grond nat is. Die toestand is de voorwaarde in si le sol est mouillé.
l’utiliserai
l’utiliserai betekent hier ‘ik zal het gebruiken’ in Je l’utiliserai à l’intérieur. l’ verwijst naar de ladder en utiliserai is de toekomstige vorm bij je van utiliser. De vorm drukt de toezegging uit dat de ladder binnen wordt gebruikt.
l’intérieur
l’intérieur betekent hier ‘binnen’ of ‘het interieur’ in à l’intérieur. Samen met à vormt het de plaatsaanduiding ‘binnen’. In de dialoog contrasteert à l’intérieur met het eerder genoemde dehors.
la
la is hier het voornaamwoord ‘haar’ of ‘het’ in Je la rapporterai en je la laisserai. Het verwijst naar de vrouwelijke ladder, niet naar een lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord. Als lijdend voornaamwoord staat la vóór de vervoegde werkwoordsvorm.
rapporterai
rapporterai betekent hier ‘ik zal terugbrengen’ in Je la rapporterai. Het is de toekomstige vorm bij je van rapporter en la verwijst naar de ladder. De vorm drukt de belofte uit dat de ladder wordt teruggebracht zodra het werk klaar is.
j’aurai
j’aurai betekent hier ‘ik zal hebben’ in quand j’aurai fini. Het bestaat uit je en de toekomstige vorm aurai van avoir. Samen met fini vormt het de tijdsaanduiding voor het moment waarop de spreker klaar zal zijn.
fini
fini betekent hier ‘klaar’ of ‘af’ in quand j’aurai fini. Samen met j’aurai vormt het de uitdrukking ‘wanneer ik klaar zal zijn’ of letterlijk ‘wanneer ik klaar zal hebben’. Het geeft aan wanneer de ladder wordt teruggebracht.
ne
ne is hier het eerste deel van de ontkenning in je ne suis pas chez moi. Het hoort samen met pas en maakt de mededeling ‘ik ben niet thuis’. In deze dialoog staat ne vóór de werkwoordsvorm suis.
suis
suis betekent hier ‘ben’ in je ne suis pas chez moi. Het is een vorm van être bij je en beschrijft waar de spreker zich bevindt. Met ne en pas wordt gezegd dat de spreker niet thuis is.
pas
pas is hier het tweede deel van de ontkenning in je ne suis pas chez moi. Samen met ne maakt het de zin negatief. De volledige uitdrukking betekent dat de spreker niet thuis is.
chez
chez betekent hier ‘bij de woning van’ of ‘thuis bij’ in chez moi en chez toi. Het wordt gebruikt met een beklemtoond persoonlijk voornaamwoord om naar iemands huis of plaats te verwijzen. In deze dialoog staat chez moi tegenover chez toi.
moi
moi betekent hier ‘mij’ of ‘mijn plaats’ in chez moi. Na chez verwijst het naar het huis of de plaats van de spreker. De uitdrukking chez moi betekent hier ‘bij mij thuis’.
laisse
laisse betekent hier ‘laat’ in laisse-la à côté de ma porte. Het is de gebiedende vorm van laisser en geeft een concrete instructie over waar de ladder moet worden neergezet. In laisse-la staat het voornaamwoord la direct achter het werkwoord met een koppelteken.
côté
côté betekent hier ‘kant’ in à côté de ma porte. Samen met à en de vormt het de vaste plaatsaanduiding ‘naast’. Het patroon à côté de + zelfstandig naamwoord geeft aan waar iets moet worden achtergelaten.
ma
ma betekent hier ‘mijn’ bij porte in ma porte. Het bepaalt de deur van de persoon die spreekt. Het patroon ma + zelfstandig naamwoord staat hier binnen à côté de ma porte.
porte
porte betekent hier ‘deur’ in à côté de ma porte. De woordgroep geeft de plaats aan waar de ladder moet worden achtergelaten. Het gaat om de deur van de buur, niet om een willekeurige deur.
D’accord
D’accord betekent hier ‘oké’ of ‘afgesproken’. De spreker gebruikt het om in te stemmen met de instructie over het terugzetten van de ladder. Het is een zelfstandige reactie vóór de verdere toezegging.
laisserai
laisserai betekent hier ‘ik zal laten staan’ of ‘ik zal achterlaten’ in je la laisserai à côté de ta porte. Het is de toekomstige vorm bij je van laisser en la verwijst naar de ladder. De vorm belooft wat de spreker zal doen als de buur niet thuis is.
ta
ta betekent hier ‘jouw’ bij porte in ta porte. Het verwijst naar de deur van de informeel aangesproken persoon. Het patroon ta + zelfstandig naamwoord staat hier binnen à côté de ta porte.
n’es
n’es bestaat uit ne en es in si tu n’es pas chez toi. Samen met pas vormt het de ontkenning ‘je bent niet’ voor tu. De vorm es hoort bij être en staat hier in de voorwaardelijke bijzin.
Concentre-toi
Concentre-toi betekent hier ‘concentreer je’ in Concentre-toi sur la sécurité. Het is een gebiedende vorm met het wederkerende voornaamwoord toi achter het werkwoord. De volledige constructie geeft de communicatieve instructie om de aandacht op veiligheid te richten.
sur
sur betekent hier ‘op’ in Concentre-toi sur la sécurité. Het voorzetsel volgt op de constructie se concentrer sur en noemt waarop de aandacht gericht moet zijn. Hier is dat la sécurité.
sécurité
sécurité betekent hier ‘veiligheid’ in sur la sécurité. Het is het onderwerp waarop de spreker de aandacht wil richten. In deze scène betekent dat veilig werken, ook wanneer het langer duurt.
prend
prend betekent hier ‘duurt’ of letterlijk ‘neemt’ in ça prend plus de temps. Het is een vorm van prendre met ça als onderwerp. Het patroon prendre du temps beschrijft hoeveel tijd een handeling kost.
plus
plus betekent hier ‘meer’ in ça prend plus de temps. Samen met prend en de tijdsaanduiding geeft het aan dat de veilige werkwijze extra tijd kan kosten. Het patroon prendre plus de temps betekent ‘meer tijd kosten’.