Nuttige kooktechnieken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After a cooking class, two adults discuss useful techniques, feedback on a dish, and growing confidence to host dinner..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Nuttige kooktechnieken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

Luh koer duh kwizien aa ee pluu-zuu-tiel kuh zje nuh luh pã-see. De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.
B

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

Kel tek-niek aa-tuu a-priez duh la sjef? Welke techniek heb je van de chef geleerd?
A

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

El noe aa mon-tree ko-mã a-see-zo-nee puh-tee aa puh-tee ee goe-tee soe-vã. Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.
B

C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

See-tuun a-bi-tüüd prak-tiek, paa suhl-mã uun ruh-set. Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.
A

J'ai aussi appris à mieux contrôler la taille des portions.

Zjee oo-see a-prie aa meu kon-tro-lee la taaj dee por-see-õ. Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan controleren.
B

Tu as eu des retours sur ton plat ?

Tuu aa uu dee ruh-toer süür tõ plaa? Heb je feedback op je gerecht gekregen?
A

La sauce était réussie, mais j'ai fait cuire les pâtes trop longtemps.

La soos ee-tee ree-ü-see, mee zjee fee kweer lee paat troe long-tã. De saus lukte, maar ik heb de pasta te lang gekookt.
B

C'est facile à améliorer en faisant plus attention au temps de cuisson.

See faa-seel aa a-meh-lyo-ree ã fuh-zã pluu za-tã-sjõ oo tã duh kwizõ. Dat is makkelijk te verbeteren door beter op de tijd te letten.
A

Le cours m'a donné davantage confiance pour inviter des amis à dîner.

Luh koer maa do-nee da-vã-taazj kon-fijãs poer ẽ-vee-tee dee za-mee aa dee-nee. De les gaf me meer zelfvertrouwen om vrienden uit te nodigen voor het avondeten.
B

Alors, ça en valait la peine, même si tu n'as appris que quelques trucs.

A-lor, saa ã va-lee la pen, meem see tuu naa-prie kuh kelk trük. Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.

Uitleg van de zinnen

  1. Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

    De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.

    cours
    les
    cuisine
    koken
    plus utile
    nuttiger
    pensais
    dacht
    Uitgebreide uitleg

    cours betekent hier “les”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk en enkelvoudig: un cours, le cours. In cours de cuisine is cours het hoofdwoord; de cuisine specificeert het soort les. cuisine betekent hier “koken” als activiteit of vakgebied. Met de vormt het een bruikbare specificatie: cours de + onderwerp, bijvoorbeeld un cours de français — “een les Frans”. plus utile betekent “nuttiger”. utile is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; plus utile is de vergrotende trap in het patroon plus ... que: “nuttiger dan ...”. utile verandert hier niet naar mannelijk of vrouwelijk. Bijvoorbeeld: Ce conseil est plus utile que l’autre. — “Dit advies is nuttiger dan het andere.” a été bestaat uit a, de vorm van avoir voor de derde persoon enkelvoud, en été, het voltooid deelwoord van être. Samen vormen ze hier de passé composé van être. In deze zin wordt de eerdere toestand volgens de vaste vertaling weergegeven als “was”. Het onderwerp is Le cours de cuisine. pensais is de imparfait van penser voor je: je pensais betekent “ik dacht”. De imparfait presenteert die gedachte als achtergrond bij het eerdere oordeel. In je ne le pensais staat de ontkenning rond de vervoegde vorm: ne ... pensais. le is hier een objectpronomen. In deze constructie verwijst het naar de eerder bedoelde inhoud of beoordeling, ongeveer “dat”; het is dus niet het lidwoord bij cours. Als pronomen kan le naar een mannelijk enkelvoudig woord verwijzen, maar in dit gebruik staat het voor een inhoud en moet je het niet als een mannelijk zelfstandig naamwoord opvatten. De combinatie que je ne le pensais maakt de vergelijking af: de structuur is “dan ik dat dacht”. De vaste Nederlandse vertaling geeft die gedachte natuurlijk weer als “dan ik had verwacht”. que leidt het tweede deel van de vergelijking in, terwijl plus in plus utile de hogere graad aangeeft. De volledige opbouw is: Le cours de cuisine — “de kookles” — a été plus utile — “was nuttiger” — que je ne le pensais — “dan ik had verwacht”. De hele zin betekent dus: “De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.”

  2. Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

    Welke techniek heb je van de chef geleerd?

    Quelle
    welke
    technique
    techniek
    as-tu
    heb je
    apprise
    geleerd
    de
    van
    cheffe
    chef
    Uitgebreide uitleg

    Quelle staat vóór het zelfstandig naamwoord en betekent hier ‘welke’. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het vragende bijvoeglijke woord quel: quel (mannelijk enkelvoud), quelle (vrouwelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud), quelles (vrouwelijk meervoud). De vorm wordt hier bepaald door technique, niet door de persoon die iets heeft geleerd. technique betekent hier ‘techniek’ en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une technique, des techniques. Een bruikbaar patroon is quelle + zelfstandig naamwoord? voor ‘welke …?’ Nieuw voorbeeld: Quelle recette préfères-tu ? — ‘Welk recept heeft je voorkeur?’ as-tu bestaat uit de vorm as van avoir en het onderwerppronomen tu, met inversie voor een vraag. as is de vorm van avoir bij tu in de tegenwoordige tijd. Met een voltooid deelwoord vormt dit een passé composé; in deze zin is het volledige werkwoordelijke deel as-tu apprise. In een mededeling staat dezelfde persoonsvorm meestal als tu as. apprise is het voltooid deelwoord van apprendre, ‘leren’, en betekent hier ‘geleerd’. De vorm is apprise omdat het voorafgaande directe object quelle technique vrouwelijk enkelvoud is en vóór het werkwoordelijke deel staat; bij avoir kan het voltooid deelwoord dan met dat object overeenkomen. De nuttige reeks is apprendre — appris — apprise. Nieuw voorbeeld: La compétence que tu as apprise est utile. — ‘De vaardigheid die je hebt geleerd is nuttig.’ Bij een mannelijk enkelvoudig voorafgaand direct object staat bijvoorbeeld le geste que tu as appris — ‘de handeling die je hebt geleerd’. de geeft hier de bron aan: ‘van’. In het patroon apprendre quelque chose de quelqu’un leert iemand iets van een persoon. Dit is een ander patroon dan bijvoorbeeld apprendre quelque chose à quelqu’un, waarin à de persoon kan aanduiden aan wie iets wordt geleerd. cheffe betekent hier ‘chef’ en is een vrouwelijke vorm. Ook chef kan in het Frans voor een vrouwelijke chef worden gebruikt; cheffe maakt die vrouwelijke verwijzing explicieter. In de bron staat de volledige woordgroep de la cheffe: la is het vrouwelijke bepaalde lidwoord na de. Samen vormen Quelle technique (‘Welke techniek’), as-tu apprise (‘heb je geleerd’) en de la cheffe (‘van de chef’) de vraag ‘Welke techniek heb je van de chef geleerd?’ De vraag vraagt naar de techniek die de aangesprokene van die chef heeft geleerd.

  3. Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

    Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.

    Elle
    zij
    nous
    ons
    a montré
    heeft laten zien
    comment
    hoe
    assaisonner
    kruiden
    petit à petit
    beetje bij beetje
    goûter
    proeven
    souvent
    vaak
    Uitgebreide uitleg

    Elle is the subject pronoun for one female person; here the translation identifies the actor as “zij”. Its form is feminine singular, while elles is the plural form. Example: Elle cuisine. — “Zij kookt.” nous is an object pronoun meaning “ons” here: the people who received the demonstration. The same form can also be a subject pronoun meaning “wij”, as in Nous goûtons. — “Wij proeven.” Its role is determined by its position and by the verb. a montré comes from the base verb montrer, “tonen” or “laten zien”. It is the passé composé: the auxiliary a is the third-person singular present form of avoir, and montré is the past participle. Together with Elle, it means “heeft laten zien” here. The past participle of this verb is montré; it is not based on a neighboring noun. Example: Il a montré la technique. — “Hij heeft de techniek laten zien.” comment introduces the way in which something is done: “hoe”. Here it introduces the infinitive actions that were demonstrated. This is the reusable pattern montrer comment + infinitief: “laten zien hoe je …”. assaisonner is the infinitive “kruiden” or “op smaak brengen”. It names the action without marking a person or tense; the surrounding construction supplies the meaning “hoe we kruiden”. Example: Je sais assaisonner une soupe. — “Ik weet hoe ik een soep moet kruiden.” petit à petit is a fixed expression meaning “beetje bij beetje” or “geleidelijk”. It describes a gradual process, not a small physical object. Example: La sauce épaissit petit à petit. — “De saus wordt geleidelijk dikker.” goûter is the infinitive “proeven”. It is coordinated with assaisonner, so the demonstrated method contains both actions: kruiden and proeven. Example: Il faut goûter la sauce. — “Je moet de saus proeven.” souvent is an adverb meaning “vaak”. It modifies goûter here and says that the tasting happens frequently. It does not itself mark tense or person. Example: Nous goûtons souvent la sauce. — “Wij proeven de saus vaak.” Samen vormen de delen Elle nous a montré comment ... de betekenis “Zij heeft ons laten zien hoe ...”. Daarna volgen twee infinitieven: assaisonner petit à petit beschrijft geleidelijk kruiden, en goûter souvent beschrijft vaak proeven. De volledige zin betekent daarom: “Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.” De formulering past bij een uitleg van een praktische kookmethode.

  4. C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

    Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.

    C'est
    Dat is
    habitude
    gewoonte
    pratique
    praktisch
    pas seulement
    niet alleen
    recette
    recept
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de samentrekking van ce en est: “dat is”. Ce is hier een aanwijzend voornaamwoord; het verwijst naar wat als geheel wordt beoordeeld, zonder dat de vorm zelf een specifiek zelfstandig naamwoord met geslacht of aantal noemt. Est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”). Voor hergebruik: C'est une bonne idée. — “Dat is een goed idee.” habitude betekent hier “gewoonte”: een manier van handelen die men herhaaldelijk volgt. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor une habitude. Het bepaalde lidwoord is l'habitude, bijvoorbeeld in C'est une habitude. — “Dat is een gewoonte.” pratique beschrijft hier habitude als “praktisch” of “bruikbaar”. Het bijvoeglijk naamwoord staat na het zelfstandig naamwoord en is hier vrouwelijk enkelvoud. De vorm blijft bij mannelijk enkelvoud eveneens pratique; in het meervoud wordt het pratiques. Bijvoorbeeld: une solution pratique — “een praktische oplossing.” pas seulement geeft de beperking “niet alleen”. In deze zin vormt het een verkorte contrastieve toevoeging bij une recette: de beschreven zaak is niet uitsluitend een recept. In een volledige standaardontkenning staat vaak ne ... pas, maar in zulke contrastieve aanvullingen kan pas seulement zonder voorafgaand ne voorkomen. Bijvoorbeeld: Ce n'est pas seulement utile. — “Het is niet alleen nuttig.” recette betekent hier “recept”, in de betekenis van kookinstructies. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une recette, la recette. Bijvoorbeeld: Je lis une recette. — “Ik lees een recept.” Samen betekent C'est une habitude pratique “Dat is een praktische gewoonte”. pas seulement une recette voegt de tegenstelling toe: het is niet alleen een recept. De volledige zin betekent dus: “Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.”

  5. J'ai aussi appris à mieux contrôler la taille des portions.

    Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan controleren.

    J'ai
    ik heb
    aussi
    ook
    appris
    geleerd
    mieux
    beter
    contrôler
    controleren
    taille
    grootte
    portions
    porties
    Uitgebreide uitleg

    J'ai bestaat uit je (ik) en ai, de tegenwoordige vorm van avoir voor de eerste persoon enkelvoud. Hier is ai het hulpwerkwoord in de passé composé; samen met appris drukt het uit dat het leren al heeft plaatsgevonden. Bijvoorbeeld: J'ai compris. — Ik heb het begrepen. aussi betekent hier ook en voegt deze geleerde vaardigheid toe aan iets dat al eerder genoemd is. appris is het voltooid deelwoord van apprendre (leren). De keten is apprendre → j'apprends (ik leer) → j'ai appris (ik heb geleerd). In apprendre à volgt een infinitief met à: J'apprends à cuisiner. — Ik leer koken. mieux is de vergrotende vorm van bien (goed): bien → mieux (beter). Het staat hier vóór contrôler en beschrijft dat het controleren beter gebeurt; contrôler zelf is hier niet verbogen. contrôler is een infinitief en betekent hier controleren. Na apprendre à blijft het werkwoord in de infinitief. Bijvoorbeeld: Elle apprend à mieux écouter. — Zij leert beter te luisteren. taille is een zelfstandig naamwoord met de betekenis grootte. In la taille de ... gaat het om de grootte van wat daarna wordt genoemd. La hoort bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; taille zelf toont geen meervoud. portions is het meervoud van portion (portie). De uitgang -s markeert hier het meervoud, terwijl de uitspraak doorgaans niet verandert. In deze zin staat des portions voor de porties; des is hier de samentrekking van de en les, niet de onbepaalde meervoudsbepaler des. Samen vormt la taille des portions de woordgroep de grootte van de porties. De constructie apprendre à mieux contrôler betekent leren om beter te controleren. De hele zin betekent daarom: Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan controleren. De Franse formulering gebruikt daarvoor letterlijk leren om beter te controleren; de Nederlandse vertaling geeft dezelfde bedoeling natuurlijk weer.

  6. Tu as eu des retours sur ton plat ?

    Heb je feedback op je gerecht gekregen?

    Tu as
    je hebt
    eu
    gekregen
    des retours
    feedback
    sur
    over
    ton
    je
    plat
    gerecht
    Uitgebreide uitleg

    Tu as is de vorm van avoir bij tu (je/jij). Hier werkt die als hulpwerkwoord in de passé composé; het betekent op zichzelf niet simpelweg ‘je hebt’ in de uiteindelijke tijdsbetekenis. Vergelijk: tu as appris = ‘je hebt geleerd’. Bij een andere persoon verandert het hulpwerkwoord: j’ai, il/elle a, nous avons. eu is het voltooid deelwoord van avoir: avoir → eu. Samen met tu as vormt het tu as eu, letterlijk de passé composé van ‘hebben’: ‘je hebt gehad’ of, afhankelijk van het volgende naamwoord, ‘je hebt gekregen’. Het voltooid deelwoord eu blijft hier hetzelfde bij tu; de persoonsinformatie zit in as. des retours betekent hier ‘feedback’. retour kan ook een terugkeer of terugkoppeling aanduiden, maar in deze context gaat het om ontvangen reacties of opmerkingen. des is het meervoudige onbepaalde lidwoord; het zegt hier dat er feedback is, zonder een exact aantal te noemen. Een bruikbaar contrast is un retour = ‘één feedbackreactie’ of ‘feedback’ in het enkelvoud en des retours = ‘feedbackreacties’ of ‘feedback’ in het meervoud. sur is een voorzetsel dat hier de inhoud of het onderwerp van de feedback inleidt: ‘over’. Het staat vóór ton plat, dus des retours sur ton plat betekent ‘feedback over je gerecht’. Het kan in andere contexten ook ruimtelijke betekenissen hebben, maar die passen hier niet. ton is een bezittelijk woord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier naar de aangesprokene: ‘je/jouw’. De vorm is daarom ton plat; bij een vrouwelijk enkelvoudig naamwoord wordt doorgaans ta gebruikt, en bij een meervoudig naamwoord tes. De keuze voor ton volgt dus niet alleen uit bezit, maar ook uit het grammaticale geslacht en getal van plat. plat is een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en betekent hier ‘gerecht’. Het kan ook ‘schotel’ betekenen, afhankelijk van de context. In ton plat krijgt het de betekenis ‘je gerecht’; ton stemt ermee overeen in mannelijk enkelvoud. Voorbeeld: Le plat est réussi. = ‘Het gerecht is geslaagd.’ Als geheel is Tu as eu des retours sur ton plat ? een vraag in de passé composé: tu as eu + des retours + sur ton plat. De bedoelde betekenis is: ‘Heb je feedback over je gerecht gekregen?’ De vraag vraagt of de aangesprokene zulke feedback heeft ontvangen; het exacte aantal reacties wordt niet genoemd.

  7. La sauce était réussie, mais j'ai fait cuire les pâtes trop longtemps.

    De saus lukte, maar ik heb de pasta te lang gekookt.

    sauce
    saus
    était
    was
    réussie
    geslaagd
    j'ai
    ik heb
    fait cuire
    gekookt
    pâtes
    pasta
    trop longtemps
    te lang
    Uitgebreide uitleg

    sauce betekent hier “saus”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: une sauce (een saus), la sauce (de saus). Voorbeeld: La sauce est bonne. — “De saus is lekker.” était is de derde persoon enkelvoud van être in de imparfait. Hier beschrijft die tijd een toestand in het verleden. De vorm était verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk; bij deze vorm zijn persoon en getal van het onderwerp relevant. Voorbeeld: Le plat était prêt. — “Het gerecht was klaar.” réussie betekent hier “geslaagd” of “goed gelukt”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van het voltooid deelwoord van réussir, hier gebruikt als beschrijvend woord bij sauce. De vorm stemt daarom overeen met het vrouwelijke enkelvoud: réussi bij een mannelijk enkelvoudig woord, réussie bij een vrouwelijk enkelvoudig woord. Voorbeeld: La recette est réussie. — “Het recept is goed gelukt.” j'ai bestaat uit het onderwerpelijk voornaamwoord je en de tegenwoordige tijd van avoir in de eerste persoon enkelvoud. In j'ai fait cuire is ai het hulpwerkwoord van de passé composé; vóór een klinker wordt je verkort tot j'. fait cuire vormt met faire plus een infinitief de constructie faire cuire quelque chose: iets koken of laten garen. In deze zin betekent de constructie dat de spreker de pasta heeft gekookt; fait is het voltooid deelwoord van faire en cuire blijft de infinitief. Voorbeeld: Je fais cuire le riz. — “Ik kook de rijst.” pâtes betekent hier “pasta”. Het is de meervoudsvorm van pâte; het meervoud wordt schriftelijk met -s gevormd, die in deze vorm niet wordt uitgesproken. Het lidwoord les markeert hier een meervoudige nominale groep; de zin noemt geen exact aantal. Voorbeeld: Les pâtes sont prêtes. — “De pasta is klaar.” trop longtemps betekent “te lang”. trop geeft aan dat de duur een passende of gewenste grens overschrijdt; longtemps is een bijwoord voor een lange duur. Samen beschrijven ze hoe lang het koken duurde. Voorbeeld: Il a attendu trop longtemps. — “Hij heeft te lang gewacht.” De eerste hoofdzin combineert La sauce, était en réussie: de saus wordt als geslaagd beschreven in het verleden. mais leidt daarna het contrast in. In j'ai fait cuire les pâtes trop longtemps zegt de spreker dat die persoon de pasta te lang heeft gekookt. Samen betekent de volledige uiting: de saus was geslaagd, maar de spreker heeft de pasta te lang gekookt. De imparfait beschrijft de toestand van de saus, terwijl de passé composé het koken als een afgeronde gebeurtenis presenteert.

  8. C'est facile à améliorer en faisant plus attention au temps de cuisson.

    Dat is makkelijk te verbeteren door beter op de tijd te letten.

    C'est
    dat is
    facile
    makkelijk
    améliorer
    verbeteren
    en faisant
    door ... te doen
    plus
    meer
    attention
    aandacht
    temps
    tijd
    cuisson
    bereiding
    Uitgebreide uitleg

    C’est betekent hier “dat is”. Het is de vaste combinatie van ce (“dat”, als onderwerp) en est, de tegenwoordige tijd van être voor de derde persoon enkelvoud. In een andere zin kan bijvoorbeeld C’est utile. betekenen: “Dat is nuttig.” Het specifieke waarnaar ce verwijst, wordt in deze zin niet verder benoemd. facile betekent hier “makkelijk” en beschrijft hoe iets kan worden uitgevoerd. Na een bijvoeglijk naamwoord kan à met een infinitief aangeven wat gemakkelijk of moeilijk is: facile à comprendre = “makkelijk te begrijpen”. Hier hoort facile bij à améliorer. améliorer is de infinitief “verbeteren”. De infinitief staat na à in de constructie facile à + infinitief: “makkelijk om te verbeteren” of natuurlijker “makkelijk te verbeteren”. Het onderwerp van deze handeling wordt in de Franse zin niet afzonderlijk genoemd. en faisant bestaat uit en plus faisant, de vorm van faire (“doen, maken”) die in deze constructie het middel of de manier uitdrukt. en + vorm op -ant betekent vaak “door ... te doen” of “terwijl ... wordt gedaan”. In en faisant plus attention is de bedoelde handeling dus: door meer aandacht te besteden. Voorbeeld: Il apprend en pratiquant. — “Hij leert door te oefenen.” plus betekent hier “meer”. Het verhoogt de hoeveelheid aandacht in plus d’attention of, zoals in deze vaste combinatie, faire plus attention: “meer aandacht besteden”. Het is dus niet zelf het werkwoord; faisant draagt de handeling. attention is het zelfstandig naamwoord “aandacht”. De combinatie faire attention betekent letterlijk ongeveer “aandacht doen”, maar wordt idiomatisch gebruikt voor “opletten” of “aandacht besteden”. faire plus attention maakt daarvan “beter opletten” of “meer aandacht besteden”. Voorbeeld: Fais attention à la marche. — “Let op de opstap.” temps betekent hier “tijd”. In temps de cuisson verwijst het naar de benodigde of bedoelde tijd van het koken of bereiden, niet naar een algemene tijdsaanduiding. cuisson is het zelfstandig naamwoord voor “het koken” of “de bereiding”. Samen vormen temps de cuisson de herbruikbare woordgroep “bereidingstijd” of “kooktijd”. Het voorzetsel de verbindt het soort tijd met de activiteit: temps de cuisson, “tijd van bereiding”. Samen betekent facile à améliorer “makkelijk te verbeteren”. en faisant plus attention au temps de cuisson zegt hoe dat kan: door beter op de kooktijd te letten. De volledige zin betekent daarom: “Dat is makkelijk te verbeteren door beter op de tijd te letten.”

  9. Le cours m'a donné davantage confiance pour inviter des amis à dîner.

    De les gaf me meer zelfvertrouwen om vrienden uit te nodigen voor het avondeten.

    cours
    les
    m'a donné
    gaf me
    davantage
    meer
    confiance
    zelfvertrouwen
    inviter
    uitnodigen
    amis
    vrienden
    dîner
    dineren
    Uitgebreide uitleg

    cours betekent hier “les” of “cursus”: een onderwijseenheid of les. Het meervoud heeft dezelfde spelling als het enkelvoud; het lidwoord maakt het verschil: le cours = de les, les cours = de lessen. Voorbeeld: Le cours commence à neuf heures. = De les begint om negen uur. m'a donné bevat a donné, de passé composé van donner (“geven”), met m' als verkorte vorm van me (“mij”) vóór een klinker. In donner confiance à quelqu'un betekent het geheel “iemand vertrouwen geven” of “iemand zelfvertrouwen geven”; m' verwijst hier naar de spreker. De vorm a donné is derde persoon enkelvoud, passend bij le cours als onderwerp. Voorbeeld: Cette expérience m'a donné du courage. = Deze ervaring heeft me moed gegeven. davantage is een bijwoord dat “meer” betekent. Het versterkt hier confiance: de les gaf de spreker meer zelfvertrouwen. Het kan vaak voor een zelfstandig naamwoord met de staan, zoals in davantage de temps = meer tijd. confiance is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor “vertrouwen” of, in deze combinatie, “zelfvertrouwen”. De vaste uitdrukking avoir confiance betekent “vertrouwen hebben”; donner confiance betekent “vertrouwen geven”. Voorbeeld: J'ai confiance en elle. = Ik heb vertrouwen in haar. inviter is de infinitief “uitnodigen”. Na pour geeft een infinitief hier het doel aan: pour inviter = om uit te nodigen. De infinitief verandert niet mee met de persoon; bijvoorbeeld Je veux inviter Léa. = Ik wil Léa uitnodigen. amis is het meervoud van ami, “vriend”. Het meervoud wordt gevormd met -s; die uitgang wordt in deze vorm niet uitgesproken. des amis betekent “vrienden” zonder een bepaald aantal vast te leggen. Voorbeeld: J'invite des amis. = Ik nodig vrienden uit. dîner is hier de infinitief “dineren” en staat na à in de constructie inviter quelqu'un à dîner: iemand uitnodigen voor het diner of avondeten. Dit is niet hetzelfde als het zelfstandig naamwoord le dîner, “het diner/avondeten”; het lidwoord en de vorm in de zin maken het verschil. Voorbeeld: Nous allons dîner. = We gaan dineren. Samen betekent Le cours m'a donné davantage confiance dat de les de spreker meer zelfvertrouwen heeft gegeven. pour inviter des amis à dîner legt uit waarvoor dat zelfvertrouwen nuttig is: om vrienden uit te nodigen voor het avondeten. De volledige betekenis is dus: “De les gaf me meer zelfvertrouwen om vrienden uit te nodigen voor het avondeten.”

  10. Alors, ça en valait la peine, même si tu n'as appris que quelques trucs.

    Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.

    Alors
    dan
    ça
    dat / het
    en valait la peine
    de moeite waard zijn
    même si
    ook al
    tu
    jij
    n' … que
    maar / slechts
    appris
    geleerd
    quelques
    een paar / enkele
    trucs
    dingen
    Uitgebreide uitleg

    Alors betekent hier “dan” of “dus” en sluit aan bij wat vooraf is gezegd. Het kan ook een gesprek openen met de betekenis “nou”. Voorbeeld: Alors, on commence. = “Dan beginnen we.” ça is een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat” of “het”; het verwijst hier naar de eerder genoemde situatie of uitkomst, zonder dat de zin zelf een specifieker zelfstandig naamwoord noemt. Ça is de gewone neutrale vorm in dit soort zinnen; cela is formeler. Voorbeeld: Ça m’aide. = “Dat helpt me.” en valait la peine is de vaste uitdrukking valoir la peine, “de moeite waard zijn”. En hoort bij deze uitdrukking en betekent hier niet zelfstandig “ervan” in de Nederlandse vertaling. Valait is de imparfait van valoir bij ça: valoir → ça vaut (tegenwoordige tijd) → ça valait (imparfait). De imparfait geeft hier de beoordeling van de situatie in het verleden weer. Voorbeeld: Ce travail vaut la peine. = “Dit werk is de moeite waard.” même si betekent “ook al” of “zelfs als”. Het leidt een voorwaarde of toegeving in: het volgende feit verandert de hoofdbeoordeling niet. Na si staat hier een gewone vervoegde werkwoordsvorm, niet de voorwaardelijke wijs. Voorbeeld: Je viens, même s'il pleut. = “Ik kom, ook al regent het.” tu is het informele enkelvoudige “jij”. Het is hier het onderwerp van de bijzin. Frans gebruikt voor dit onderwerp tu, terwijl de meervoudige of beleefde vorm vous zou zijn. Voorbeeld: Tu comprends. = “Jij begrijpt het.” n' ... que vormt samen de beperkende constructie ne ... que, met de betekenis “alleen maar” of “slechts”. In deze zin is ne vóór de klinker van as tot n' verkort; que staat vóór het beperkte element quelques trucs. Deze constructie is geen gewone volledige ontkenning: ze beperkt wat geleerd is tot een klein aantal dingen. Voorbeeld: Je ne bois que de l'eau. = “Ik drink alleen water.” appris betekent hier “geleerd”. Het is het voltooid deelwoord van apprendre; de relevante vormreeks is apprendre → appris. In de volledige zin wordt het gecombineerd met as: tu as appris, “jij hebt geleerd”. Met ne ... que wordt dat tu n'as appris que .... Voorbeeld: Elle a appris le français. = “Zij heeft Frans geleerd.” quelques betekent “enkele” of “een paar”: een klein, niet nader bepaald aantal. Het staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord en verandert in deze vorm niet naar mannelijk of vrouwelijk. Het is niet hetzelfde als quelques-uns, dat zelfstandig gebruikt kan worden. Voorbeeld: quelques minutes = “enkele minuten”. trucs betekent hier “dingen” of, informeler, “trucjes”. Het is het meervoud van truc. In deze zin gaat het volgens de vertaling om een paar dingen die geleerd zijn; de informele woordkeuze maakt niet precies duidelijk om welke dingen het gaat. Voorbeeld: J'ai appris des trucs utiles. = “Ik heb nuttige dingen geleerd.” Samen betekent ça en valait la peine dat de eerder bedoelde situatie de moeite waard was. même si tu n'as appris que quelques trucs voegt toe dat dit zo blijft, ook al heeft de aangesproken persoon slechts een paar dingen geleerd. De volledige betekenis is dus: “Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.”

Grammatica

même si + indicatif

Même si le plat est réussi, je contrôle le temps de cuisson.

Meem see luh plaa eh ree-ü-see, zjuh kon-trool luh tã duh kwizõ.

Ook al is het gerecht geslaagd, ik controleer de kooktijd.

Na « même si » gebruik je de indicatief om een echte of mogelijke voorwaarde uit te drukken.

valoir la peine de + infinitif

Ça vaut la peine d'inviter la cheffe à dîner.

Saa voo la pen dẽ-vee-tee la sjef aa dee-nee.

Het is de moeite waard om de chef-kokkin uit te nodigen voor het diner.

« Valoir la peine de » wordt gevolgd door een infinitief; vóór een klinker wordt « de » « d’ ».

Frans woordenschat

apprendre werkwoord
a-prãdr leren apprise

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

assaisonner werkwoord
a-see-zo-nee kruiden

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

cheffe zelfstandig naamwoord
sjef chef-kokkin

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

cours zelfstandig naamwoord
koer cursus

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

cuisine zelfstandig naamwoord
kwizien keuken; koken

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

goûter werkwoord
goe-tee proeven

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

habitude zelfstandig naamwoord
a-bi-tüüd gewoonte

C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

montrer werkwoord
mon-tree laten zien; tonen montré

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

petit à petit bijwoord
puh-tee aa puh-tee beetje bij beetje; geleidelijk

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

pratique bijvoeglijk naamwoord
prak-tiek praktisch

C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

technique zelfstandig naamwoord
tek-niek techniek

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

utile bijvoeglijk naamwoord
uu-tiel nuttig

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

keuken; koken

Antwoord tonencuisine

techniek

Antwoord tonentechnique

kruiden

Antwoord tonenassaisonner

leren

Antwoord tonenapprise