Nuttige kooktechnieken | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After a cooking class, two adults discuss useful techniques, feedback on a dish, and growing confidence to host dinner..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Nuttige kooktechnieken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

Luh koer duh kwizien aa ee pluu-zuu-tiel kuh zje nuh luh pã-see. De kookles was nuttiger dan ik had verwacht.
B

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

Kel tek-niek aa-tuu a-priez duh la sjef? Welke techniek heb je van de chef geleerd?
A

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

El noe aa mon-tree ko-mã a-see-zo-nee puh-tee aa puh-tee ee goe-tee soe-vã. Ze liet ons zien hoe we beetje bij beetje kruiden en vaak proeven.
B

C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

See-tuun a-bi-tüüd prak-tiek, paa suhl-mã uun ruh-set. Dat is een praktische gewoonte, niet alleen een recept.
A

J'ai aussi appris à mieux contrôler la taille des portions.

Zjee oo-see a-prie aa meu kon-tro-lee la taaj dee por-see-õ. Ik heb ook geleerd hoe ik de portiegrootte beter kan controleren.
B

Tu as eu des retours sur ton plat ?

Tuu aa uu dee ruh-toer süür tõ plaa? Heb je feedback op je gerecht gekregen?
A

La sauce était réussie, mais j'ai fait cuire les pâtes trop longtemps.

La soos ee-tee ree-ü-see, mee zjee fee kweer lee paat troe long-tã. De saus lukte, maar ik heb de pasta te lang gekookt.
B

C'est facile à améliorer en faisant plus attention au temps de cuisson.

See faa-seel aa a-meh-lyo-ree ã fuh-zã pluu za-tã-sjõ oo tã duh kwizõ. Dat is makkelijk te verbeteren door beter op de tijd te letten.
A

Le cours m'a donné davantage confiance pour inviter des amis à dîner.

Luh koer maa do-nee da-vã-taazj kon-fijãs poer ẽ-vee-tee dee za-mee aa dee-nee. De les gaf me meer zelfvertrouwen om vrienden uit te nodigen voor het avondeten.
B

Alors, ça en valait la peine, même si tu n'as appris que quelques trucs.

A-lor, saa ã va-lee la pen, meem see tuu naa-prie kuh kelk trük. Dan was het de moeite waard, ook al heb je maar een paar dingen geleerd.

Woord voor woord

Le Le is hier het bepaalde lidwoord voor cours: de les of cursus. Het staat vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in Le cours de cuisine.
cours Cours betekent hier les of cursus, namelijk de kookles. Het wordt vaak gevolgd door de inhoud met de constructie cours de ..., zoals cours de cuisine.
de De verbindt cours met cuisine en geeft aan waar de les over gaat: een les in koken. Dezelfde combinatie cours de ... kan gebruikt worden voor andere soorten lessen.
cuisine Cuisine betekent hier koken als onderwerp van de les. In cours de cuisine verwijst het naar de kookkunst of het koken, niet alleen naar de keuken als ruimte.
a A is hier de vorm van avoir die helpt om a été te vormen: de kookles is geweest. In de zin staat a samen met het volgende voltooid deelwoord été.
été Été betekent hier geweest en is de vorm van être in a été. Samen geeft a été aan dat de kookles een bepaalde eigenschap had: plus utile.
plus Plus betekent hier meer in de vergelijking plus utile que: nuttiger dan. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en wordt met que verbonden met datgene waarmee vergeleken wordt.
utile Utile betekent hier nuttig en beschrijft cours. In plus utile krijgt het de betekenis nuttiger, omdat plus ervoor staat.
que Que verbindt hier de vergelijking plus utile met de gedachte waarmee wordt vergeleken: nuttiger dan ik dacht. Na que volgt in deze zin de bijzin je ne le pensais.
je Je is hier het onderwerp en betekent ik. Het verwijst naar de persoon die vóór of tijdens de kookles een verwachting had.
ne Ne is hier het ne explétif in een vergelijkende bijzin, zoals in que je ne le pensais. Het drukt hier niet zelfstandig het Nederlandse niet uit, maar hoort bij deze vaste manier om een vergelijking met een eerdere verwachting te formuleren.
pensais Pensais betekent hier dacht en is een vorm van penser bij je. Het verwijst naar de verwachting die de spreker vóór de les had.
Quelle Quelle betekent welke en vraagt hier naar één bepaalde techniek. De vorm Quelle staat vóór het vrouwelijke woord technique.
technique Technique betekent techniek, hier een kooktechniek die tijdens de les is geleerd. Het kan na quelle staan om naar een specifieke techniek te vragen.
as-tu As-tu betekent heb je en vormt hier een vraag door het werkwoord vóór tu te plaatsen. Het patroon as-tu appris ... vraagt welke kennis of vaardigheid iemand heeft opgedaan.
apprise Apprise betekent hier geleerd, in de vraag naar de techniek die iemand heeft geleerd. Het is de vrouwelijke vorm die hier aansluit bij het voorafgaande woord technique; de basisvorm is apprendre.
la La is hier het vrouwelijke bepaalde lidwoord vóór cheffe: de chef-kok. Het staat vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
cheffe Cheffe betekent hier vrouwelijke chef-kok, de persoon die de kookles gaf. Het woord verwijst in deze dialoog naar de vrouwelijke docent.
Elle Elle betekent zij en is het onderwerp van Elle nous a montré. Het verwijst naar de cheffe uit de vorige zin.
nous Nous betekent ons in Elle nous a montré: zij liet ons zien. Het verwijst naar de mensen aan wie de cheffe de techniek uitlegde.
montré Montré betekent getoond of laten zien in Elle nous a montré comment. Het is de voltooide vorm van montrer en staat hier met a.
comment Comment betekent hoe en introduceert hier de manier waarop iets moet gebeuren. De constructie montrer comment + infinitief wordt gebruikt om uit te leggen hoe je iets doet.
assaisonner Assaisonner betekent hier kruiden of op smaak brengen. Het staat na comment en benoemt de handeling die beetje bij beetje moet worden uitgevoerd.
petit à petit Petit à petit betekent hier beetje bij beetje: in kleine stappen. Het eerste petit en het tweede petit verwijzen naar kleine hoeveelheden of stappen, terwijl à de herhaling met elkaar verbindt.
et Et betekent en en verbindt hier twee handelingen: assaisonner en goûter. Het laat zien dat beide handelingen bij dezelfde kookwerkwijze horen.
goûter Goûter betekent hier proeven, dus het eten of de saus testen op smaak. Het staat naast assaisonner als tweede infinitief na comment.
souvent Souvent betekent vaak en geeft aan dat het proeven herhaaldelijk gebeurt. Het staat hier bij goûter om de frequentie van die handeling aan te geven.
C'est C'est betekent hier dat is en verwijst naar de gewoonte die zojuist is beschreven. De constructie C'est + zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt om iets te benoemen of te beoordelen.
une Une betekent een en staat hier vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord habitude. Het introduceert één praktische gewoonte.
habitude Habitude betekent gewoonte, hier de gewoonte om tijdens het koken rustig te kruiden en vaak te proeven. Het woord kan gecombineerd worden met een bijvoeglijk naamwoord, zoals habitude pratique.
pratique Pratique betekent hier praktisch en beschrijft de gewoonte als bruikbaar tijdens het koken. Het staat na habitude en geeft er een beoordeling van.
pas Pas betekent hier niet in de verkorte tegenstelling pas seulement une recette. Het maakt duidelijk dat de gewoonte meer is dan alleen een recept.
seulement Seulement betekent alleen en beperkt hier het woord recette: niet alleen een recept. De combinatie pas seulement wordt gebruikt om aan te geven dat iets niet tot één aspect beperkt blijft.
recette Recette betekent recept, hier een lijst of beschrijving van een gerecht. In pas seulement une recette wordt het tegenover een bredere kookgewoonte geplaatst.
J'ai J'ai betekent ik heb en is de combinatie van je en ai. Hier helpt het om de voltooide vorm J'ai appris te vormen.
aussi Aussi betekent ook en voegt deze geleerde vaardigheid toe aan de eerder genoemde techniek. Het staat vóór appris in J'ai aussi appris.
appris Appris betekent hier geleerd en is de voltooide vorm van apprendre. In J'ai appris à ... introduceert het wat de spreker heeft geleerd te doen.
à À verbindt appris met de volgende handeling in appris à mieux contrôler. Hier leidt het een infinitief in die beschrijft wat iemand heeft geleerd.
mieux Mieux betekent beter en beschrijft hoe de spreker de portiegrootte wil controleren. Het staat vóór contrôler en maakt van de handeling beter controleren.
contrôler Contrôler betekent hier controleren of beheersen, namelijk de grootte van de porties. Het staat als infinitief na appris à.
taille Taille betekent grootte, hier de grootte van de porties. In taille des portions geeft het aan welke eigenschap van de porties wordt gecontroleerd.
des Des is hier de combinatie van de en les en betekent van de in taille des portions. Het verbindt taille met het meervoudige zelfstandig naamwoord portions.
portions Portions betekent porties, dus afzonderlijke hoeveelheden eten. In taille des portions gaat het om de grootte van die hoeveelheden.
Tu Tu betekent jij en is hier het onderwerp van de vraag. Het verwijst naar de persoon die het gerecht tijdens de les heeft gemaakt.
as As is hier de vorm van avoir bij tu en helpt samen met eu om te vragen of iemand iets heeft gekregen: Tu as eu des retours. Het staat vóór het voltooid deelwoord eu.
eu Eu betekent gehad of gekregen in Tu as eu des retours. Het is de voltooide vorm van avoir en krijgt zijn betekenis hier uit de combinatie as eu.
retours Retours betekent hier feedback of reacties op het gerecht. In des retours sur ... verwijst het naar opmerkingen over een bepaald onderwerp.
sur Sur betekent hier over en geeft aan waar de feedback betrekking op heeft. De constructie des retours sur + onderwerp wordt gebruikt voor feedback over iets.
ton Ton betekent jouw en staat hier vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord plat. Het geeft aan dat het gerecht van de aangesprokene is.
plat Plat betekent hier gerecht, het eten dat iemand tijdens de kookles heeft bereid. Het staat na ton in ton plat: jouw gerecht.
sauce Sauce betekent saus, hier een onderdeel van het gerecht dat goed gelukt was. In La sauce vormt het samen met het lidwoord de saus.
était Était betekent hier was en beschrijft de toestand van de saus. Het is een vorm van être; in La sauce était réussie wordt daarmee het resultaat van de saus beschreven.
réussie Réussie betekent hier geslaagd of goed gelukt en beschrijft sauce. De vorm sluit aan bij het vrouwelijke woord sauce; de basisvorm is réussir.
mais Mais betekent maar en leidt hier een tegenstelling in. De saus was goed gelukt, maar de pasta was te lang gekookt.
fait Fait is hier de vorm van faire in de combinatie fait cuire. Samen met cuire betekent faire cuire eten koken of gaar maken; de betekenis komt dus uit de hele combinatie.
cuire Cuire betekent hier koken of gaar maken en staat in de combinatie faire cuire les pâtes. Die combinatie beschrijft dat de spreker de pasta heeft gekookt.
les Les is het meervoudige bepaalde lidwoord vóór pâtes: de pasta. Het verwijst naar de pasta als het gerecht of ingrediënt waarover al wordt gesproken.
pâtes Pâtes betekent pasta. In faire cuire les pâtes is het de hoeveelheid pasta die gekookt is.
trop Trop betekent hier te of te veel en geeft aan dat de duur een grens overschreed. In trop longtemps versterkt het de betekenis van longtemps.
longtemps Longtemps betekent lang of lange tijd en beschrijft de duur van het koken. Samen met trop betekent trop longtemps te lang.
facile Facile betekent hier gemakkelijk en beoordeelt het verbeteren van de kookfout. In C'est facile à améliorer staat het vóór de infinitiefconstructie.
améliorer Améliorer betekent verbeteren, hier de kooktechniek of het resultaat. Het staat na facile à in de constructie facile à améliorer.
en En betekent hier door en introduceert de manier waarop iets verbeterd kan worden. De constructie en faisant ... geeft aan dat verbetering ontstaat door een bepaalde handeling uit te voeren.
faisant Faisant betekent hier doend of door te doen en staat na en in en faisant. Het is de vorm van faire die de handeling beschrijft waarmee beter op de kooktijd wordt gelet.
attention Attention betekent hier aandacht in de vaste combinatie faire attention à: aandacht besteden aan of opletten bij iets. In deze zin gaat het om aandacht voor de kooktijd.
au Au is de combinatie van à en le en betekent hier aan de of op de. In faire attention au temps verbindt het aandacht met temps.
temps Temps betekent hier tijd, meer bepaald de tijdsduur van het koken. In temps de cuisson gaat het om de tijd die nodig is om iets te koken.
cuisson Cuisson betekent hier kooktijd of bereidingstijd. In temps de cuisson verwijst het naar de tijd waarin het eten wordt gekookt.
m'a M'a betekent hier heeft mij en is de combinatie van me en a. In m'a donné is het de persoon die de extra zekerheid heeft gekregen.
donné Donné betekent hier gegeven en staat in m'a donné confiance: heeft mij vertrouwen gegeven. Het is de voltooide vorm van donner.
davantage Davantage betekent hier meer en geeft aan dat het vertrouwen is toegenomen. Het staat vóór confiance in davantage confiance.
confiance Confiance betekent hier vertrouwen of zelfvertrouwen. In donner confiance gaat het om iemand meer zekerheid geven om iets te durven doen.
pour Pour betekent hier om te en introduceert het doel van het toegenomen vertrouwen. Pour inviter ... geeft aan wat de spreker nu durft te doen.
inviter Inviter betekent uitnodigen, hier vrienden uitnodigen voor een avondmaaltijd. Het staat als infinitief na pour.
amis Amis betekent vrienden en is het meervoudige object van inviter. In inviter des amis gaat het om mensen uitnodigen met wie je bevriend bent.
dîner Dîner betekent hier dineren of avondeten. In inviter des amis à dîner benoemt het de activiteit waarvoor de vrienden worden uitgenodigd.
Alors Alors betekent hier dan of dus en trekt een conclusie uit wat de ander heeft verteld. Het leidt de beoordeling in ça en valait la peine in.
ça Ça betekent hier dat of het en verwijst naar de kookles en de ervaring als geheel. In ça en valait la peine is het de zaak die de moeite waard was.
en valait la peine En valait la peine betekent hier was de moeite waard. En verwijst binnen de uitdrukking naar de besproken ervaring, valait komt van valoir en geeft het idee van waarde, la is het lidwoord bij peine en peine betekent moeite of last.
même si Même si betekent hier ook al of zelfs als en leidt een toegevende bijzin in. Même voegt het idee van zelfs toe en si betekent als; samen wordt de beperkte leerwinst geen reden om de waarde van de les te ontkennen.
n'as N'as combineert n' met as en staat hier in n'as appris que quelques trucs. Samen met que vormt het de beperkende constructie alleen een paar dingen geleerd, dus n'as ... que betekent hier niet simpelweg hebt niet.
quelques Quelques betekent enkele of een paar en geeft een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het staat vóór het meervoudige woord trucs in quelques trucs.
trucs Trucs betekent hier dingen of trucjes, namelijk een paar nuttige zaken die tijdens de kookles zijn geleerd. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord en komt in de gebruikelijke combinatie quelques trucs voor.

Grammatica

même si + indicatif

Même si le plat est réussi, je contrôle le temps de cuisson.

Meem see luh plaa eh ree-ü-see, zjuh kon-trool luh tã duh kwizõ.

Ook al is het gerecht geslaagd, ik controleer de kooktijd.

Na « même si » gebruik je de indicatief om een echte of mogelijke voorwaarde uit te drukken.

valoir la peine de + infinitif

Ça vaut la peine d'inviter la cheffe à dîner.

Saa voo la pen dẽ-vee-tee la sjef aa dee-nee.

Het is de moeite waard om de chef-kokkin uit te nodigen voor het diner.

« Valoir la peine de » wordt gevolgd door een infinitief; vóór een klinker wordt « de » « d’ ».

Frans woordenschat

apprendre werkwoord
a-prãdr leren apprise

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

assaisonner werkwoord
a-see-zo-nee kruiden

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

cheffe zelfstandig naamwoord
sjef chef-kokkin

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

cours zelfstandig naamwoord
koer cursus

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

cuisine zelfstandig naamwoord
kwizien keuken; koken

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

goûter werkwoord
goe-tee proeven

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

habitude zelfstandig naamwoord
a-bi-tüüd gewoonte

C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

montrer werkwoord
mon-tree laten zien; tonen montré

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

petit à petit bijwoord
puh-tee aa puh-tee beetje bij beetje; geleidelijk

Elle nous a montré comment assaisonner petit à petit et goûter souvent.

pratique bijvoeglijk naamwoord
prak-tiek praktisch

C'est une habitude pratique, pas seulement une recette.

technique zelfstandig naamwoord
tek-niek techniek

Quelle technique as-tu apprise de la cheffe ?

utile bijvoeglijk naamwoord
uu-tiel nuttig

Le cours de cuisine a été plus utile que je ne le pensais.

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

keuken; koken

Antwoord tonencuisine

techniek

Antwoord tonentechnique

kruiden

Antwoord tonenassaisonner

leren

Antwoord tonenapprise