Joggen aanpassen na knieklachten | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After starting a jogging hobby, two adults discuss sore knees and adjust the routine with rest, stretching, and a slower pace..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Joggen aanpassen na knieklachten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai commencé à faire du jogging, mais j'ai mal aux genoux après chaque course.

Zjee ko-mã-see a fèr dü dzjog-ging, mè zjee mal oo zje-noe a-prè sjak koers. Ik ben begonnen met joggen, maar mijn knieën voelen na elke run pijnlijk aan.
B

Tu augmentes peut-être ton rythme ou ta distance trop vite.

Tü og-mãnt peu-tètr tõ rietm oe ta dis-tãns tro viet. Misschien verhoog je je tempo of afstand te snel.
A

Je voulais progresser rapidement, alors j'ai trop forcé.

Zhe voe-lè pro-gre-see ra-pied-duh-mã, a-lor zjee tro for-see. Ik wilde snel vooruitgaan, dus ik heb mezelf te veel belast.
B

Cela peut entraîner une blessure si ton corps ne s'est pas encore adapté.

Suh-la peu an-truh-nay ün ble-süür sie tõ kor nuh sè pa an-kor a-dap-tay. Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.
A

Est-ce que je devrais alléger le programme et ajouter des étirements ?

Ès-kuh zhe duh-vrè a-lee-zjee luh pro-gram ee a-zjoe-tee dez ee-teer-mã? Moet ik het schema lichter maken en rekoefeningen toevoegen?
B

Des jours de repos et des courses plus courtes donneraient à ton corps le temps de récupérer.

De zjoer duh ruh-poo ee de koers plü koert don-nuh-rè a tõ kor luh tã duh ree-kü-pee-ree. Rustdagen en kortere hardloopsessies zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.
A

Mon objectif devrait peut-être être la régularité, pas la vitesse.

Mõn ob-zjek-tief duh-vrè peut-tètr ètr la ree-gü-la-ree-tee, pa la vee-tès. Misschien moet mijn doel regelmaat zijn, niet snelheid.
B

C'est plus réaliste pour quelqu'un qui commence à courir.

Sè plü ree-a-list poer kèl-kun kee ko-mã-see a koe-rie. Dat is realistischer voor iemand die net begint met hardlopen.
A

Un rythme plus tranquille, avec des pauses pour marcher, serait un meilleur plan.

Un rietm plü trã-kiel, a-vèk de pooz poer mar-sjee, suh-rè un meh-yeur plã. Een rustiger tempo, met wandelpauzes, zou een beter plan zijn.
B

Un loisir devrait être bon pour ta santé, pas lui nuire.

Un lwa-zeer duh-vrè ètr bõ poer ta sã-tee, pa lüi nüier. Een hobby hoort je gezondheid te ondersteunen, niet te schaden.

Woord voor woord

J'ai In «J'ai commencé» betekent «J'ai» hier ‘ik ben’ en markeert het de handeling van de eerste persoon. Samen met commencé vormt het de uitdrukking voor ‘ik ben begonnen’.
commencé «commencé» betekent hier ‘begonnen’ in «J'ai commencé à faire du jogging». Het is de vorm van commencer die na J'ai wordt gebruikt; de activiteit volgt met à faire.
à In «commencé à faire» verbindt «à» het werkwoord voor beginnen met de activiteit die daarna volgt: ‘beginnen om te doen’. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is commencer à + activiteit.
faire In «faire du jogging» draagt «faire» bij aan de uitdrukking voor joggen of aan joggen doen. Het staat hier als infinitief na à; de combinatie faire du jogging benoemt de activiteit.
du In «faire du jogging» is «du» het lidwoord dat bij deze activiteit hoort. Het maakt deel uit van de vaste combinatie faire du jogging, waarmee je de activiteit benoemt.
jogging «jogging» benoemt hier de sportactiviteit joggen. In «faire du jogging» staat het als de activiteit die iemand doet.
mais «mais» betekent hier ‘maar’ en introduceert een tegenstelling tussen beginnen met joggen en pijn aan de knieën. Het verbindt «J'ai commencé à faire du jogging» met «j'ai mal aux genoux».
mal «mal» verwijst hier naar pijn in «j'ai mal aux genoux». De volledige uitdrukking avoir mal à + lichaamsdeel betekent dat je pijn hebt aan dat lichaamsdeel.
aux In «mal aux genoux» betekent «aux» ‘aan de’ en hoort het bij het meervoudige lichaamsdeel genoux. Het is de samengevoegde vorm van à en les; het patroon is avoir mal aux + lichaamsdeel.
genoux «genoux» betekent hier ‘knieën’ en verwijst naar de pijnlijke lichaamsdelen. Het is het meervoud van genou; in de dialoog staat het in «mal aux genoux».
après «après» betekent hier ‘na’ en plaatst de pijn in de tijd na elke hardloopsessie. Het staat voor een zelfstandig naamwoord in «après chaque course».
chaque «chaque» betekent hier ‘elke’ en verwijst naar iedere afzonderlijke hardloopsessie. Het staat in «chaque course» voor een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
course «course» betekent in deze context ‘hardloopsessie’ of ‘loop’. In «après chaque course» verwijst het naar elke afzonderlijke keer dat de spreker loopt.
Tu «Tu» betekent hier ‘jij’ en spreekt één persoon rechtstreeks aan. Het is het onderwerp van «Tu augmentes peut-être ton rythme ou ta distance».
augmentes «augmentes» betekent hier ‘verhoogt’ in «Tu augmentes peut-être ton rythme ou ta distance». Het is de vorm van augmenter die bij Tu hoort; het werkwoord krijgt rythme of distance als object.
peut-être «peut-être» betekent hier ‘misschien’ en maakt de uitspraak voorzichtig: de ander verhoogt het tempo of de afstand mogelijk te snel. Het staat in «Tu augmentes peut-être...» na het werkwoord.
ton «ton» betekent hier ‘jouw’ in «ton rythme». Deze vorm staat voor het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord rythme; hetzelfde bezittelijke patroon zie je bij een persoonlijk bezit vóór een zelfstandig naamwoord.
rythme «rythme» betekent hier ‘tempo’ of de snelheid waarmee iemand loopt. Het is één van de twee dingen die in «Tu augmentes peut-être ton rythme ou ta distance» verhoogd kunnen worden.
ou «ou» betekent hier ‘of’ en verbindt twee mogelijke objecten van augmentes: «ton rythme» en «ta distance». Het geeft een keuze of alternatief tussen die twee.
ta «ta» betekent hier ‘jouw’ in «ta distance». Deze vorm staat voor het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord distance.
distance «distance» betekent hier ‘afstand’, namelijk de afstand van een hardloopsessie. Het is naast rythme het object van augmentes.
trop «trop» betekent hier ‘te’ in «trop vite» en geeft aan dat de snelheid hoger ligt dan verstandig is. Het versterkt hier het bijwoord vite tot ‘te snel’.
vite «vite» betekent hier ‘snel’ en beschrijft hoe snel de afstand of het tempo wordt verhoogd. In «trop vite» vormt het samen met trop de betekenis ‘te snel’.
Je «Je» betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van «Je voulais progresser rapidement». Aan het begin van de zin staat een hoofdletter; dezelfde vorm verschijnt later als «j'ai» met een kleine letter.
voulais «voulais» betekent hier ‘wilde’ in «Je voulais progresser rapidement». Het is de vorm van vouloir bij Je en staat voor de infinitief progresser.
progresser «progresser» betekent hier ‘vooruitgaan’ of ‘verbeteren’. Het staat als infinitief na voulais in «Je voulais progresser rapidement».
rapidement «rapidement» betekent hier ‘snel’ of ‘snel vooruit’ en beschrijft hoe de spreker wilde verbeteren. Het staat bij het werkwoord progresser in «progresser rapidement».
alors «alors» betekent hier ‘dus’ en leidt de gevolgtrekking in dat de spreker zich te hard inspande. Het verbindt «Je voulais progresser rapidement» met «j'ai trop forcé».
forcé «forcé» betekent hier dat de spreker zich te hard heeft ingespannen in «j'ai trop forcé». Het is de vorm van forcer na j'ai; trop geeft aan dat de inspanning overdreven was.
Cela «Cela» betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de eerder genoemde te snelle verhoging van tempo of afstand. Het is het onderwerp van «Cela peut entraîner une blessure».
peut «peut» betekent hier ‘kan’ en drukt een mogelijke consequentie uit. In «Cela peut entraîner une blessure» staat het voor de infinitief entraîner.
entraîner «entraîner» betekent hier ‘leiden tot’ of ‘veroorzaken’. In «peut entraîner une blessure» krijgt het de mogelijke uitkomst une blessure als object.
une «une» betekent hier ‘een’ en staat voor het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord blessure. Samen vormen ze «une blessure», een niet nader bepaalde blessure.
blessure «blessure» betekent hier ‘blessure’ als mogelijke consequentie van te zware inspanning. Het staat in «entraîner une blessure» als datgene wat kan worden veroorzaakt.
si «si» betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in waaronder een blessure kan ontstaan. Het staat voor de bijzin «si ton corps ne s'est pas encore adapté».
corps «corps» betekent hier ‘lichaam’ en is het onderwerp van de aanpassing in «ton corps ne s'est pas encore adapté». Het staat na ton in de bezitsuitdrukking ton corps.
ne «ne» is hier het eerste deel van de ontkenning in «ne s'est pas encore adapté». De volledige ontkenning ontstaat samen met pas en betekent dat het lichaam nog niet aangepast is.
s'est «s'est» draagt in «ne s'est pas encore adapté» de betekenis ‘zich heeft’ bij het lichaam dat zich aanpast. Het bestaat hier uit de wederkerende vorm se en est; de volledige betekenis ontstaat samen met adapté.
encore «encore» betekent hier ‘nog’ in «ne s'est pas encore adapté». Samen met ne en pas vormt het de betrouwbare uitdrukking voor ‘nog niet’.
adapté «adapté» betekent hier ‘aangepast’ in «ne s'est pas encore adapté». Het is de vorm van adapter die samen met s'est een aanpassing van het lichaam uitdrukt.
Est-ce que «Est-ce que» is als geheel een vaste vraaginleiding voor een ja-neevraag in «Est-ce que je devrais alléger le programme et ajouter des étirements ?». Binnen deze inleiding vormt «Est-ce» het vragende element en verbindt «que» de vraaginleiding met de daaropvolgende zin.
devrais «devrais» betekent hier ‘zou moeten’ en maakt van de vraag een verzoek om advies: «Est-ce que je devrais alléger le programme et ajouter des étirements ?». Het is de vorm van devoir bij Je en staat voor de infinitieven alléger en ajouter.
alléger «alléger» betekent hier ‘lichter maken’ of ‘verminderen’ en verwijst naar het minder zwaar maken van het programma. Het staat als infinitief na devrais en krijgt le programme als object.
le «le» betekent hier ‘het’ of ‘de’ en bepaalt het specifieke programma in «le programme». Het staat voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
programme «programme» betekent hier ‘programma’ of ‘schema’ voor de joggingroutine. Het is het object van alléger in «alléger le programme».
ajouter «ajouter» betekent hier ‘toevoegen’. Het staat als tweede infinitief na devrais en vormt samen met «des étirements» het voorgestelde onderdeel van de aangepaste routine.
des «des» betekent hier ‘enkele’ of ‘wat’ en is het meervoudige onbepaalde lidwoord in «des étirements». Het staat voor het meervoudige zelfstandig naamwoord étirements; aan het begin van een zin verschijnt dezelfde vorm als «Des».
étirements «étirements» betekent hier ‘rekoefeningen’. Het is het object van ajouter in «ajouter des étirements» en verwijst naar oefeningen die aan het programma worden toegevoegd.
jours «jours» betekent hier ‘dagen’ in «Des jours de repos». Het meervoud benoemt meerdere rustdagen binnen de routine.
de «de» verbindt in «jours de repos» het woord voor dagen met het soort dagen dat bedoeld wordt. De hele uitdrukking betekent ‘rustdagen’ of letterlijk ‘dagen van rust’.
repos «repos» betekent hier ‘rust’ in «jours de repos». Het specificeert dat de genoemde dagen bedoeld zijn om niet te trainen en te herstellen.
courses «courses» betekent hier ‘hardloopsessies’ in «des courses plus courtes». Het meervoud verwijst naar meerdere loopsessies die korter kunnen worden gemaakt.
courtes «courtes» betekent hier ‘kortere’ in «des courses plus courtes». Het is de vrouwelijke meervoudsvorm van court en past bij het vrouwelijke meervoud courses.
donneraient «donneraient» betekent hier ‘zouden geven’ in «donneraient à ton corps le temps de récupérer». Het is de vorm van donner bij het meervoudige onderwerp «Des jours de repos et des courses plus courtes».
temps «temps» betekent hier ‘tijd’ in «le temps de récupérer». In de volledige constructie donner le temps de + infinitief krijgt iemand tijd om iets te doen.
récupérer «récupérer» betekent hier ‘herstellen’ na inspanning. Het staat als infinitief na «le temps de» in «le temps de récupérer».
Mon «Mon» betekent hier ‘mijn’ in «Mon objectif». Deze vorm staat voor het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord objectif.
objectif «objectif» betekent hier ‘doel’ voor de joggingroutine. Het is het onderwerp van «Mon objectif devrait peut-être être la régularité».
devrait «devrait» betekent hier ‘zou moeten’ in «Mon objectif devrait peut-être être la régularité». Het is de vorm van devoir bij het enkelvoudige onderwerp objectif en staat voor être.
être «être» betekent hier ‘zijn’ en verbindt het doel met wat dat doel zou moeten zijn: «être la régularité». Het staat als infinitief na devrait.
la «la» betekent hier ‘de’ en bepaalt het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord régularité. In «la régularité» gaat het om een bepaald soort doel: regelmaat.
régularité «régularité» betekent hier ‘regelmaat’ of ‘consistentie’ als doel van de training. Het staat na être in «être la régularité» en wordt tegenover vitesse geplaatst.
vitesse «vitesse» betekent hier ‘snelheid’. In «pas la vitesse» wordt snelheid genoemd als iets wat niet het belangrijkste doel zou moeten zijn.
C'est «C'est» betekent hier ‘dat is’ en geeft een beoordeling van het voorgestelde doel. In «C'est plus réaliste pour quelqu'un qui commence à courir» verwijst het naar de voorafgaande keuze voor regelmaat.
réaliste «réaliste» betekent hier ‘realistisch’ en beoordeelt de haalbaarheid van het doel voor een beginnende loper. Het staat in «C'est plus réaliste» na de koppelvorm C'est.
pour «pour» betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie iets realistisch is: «pour quelqu'un qui commence à courir». Een bruikbaar patroon uit de dialoog is être réaliste pour + persoon.
quelqu'un «quelqu'un» betekent hier ‘iemand’ en verwijst naar een niet nader genoemde persoon. In «pour quelqu'un qui commence à courir» wordt die persoon nader omschreven door de bijzin met qui.
qui «qui» betekent hier ‘die’ en verwijst terug naar quelqu'un. Het leidt de beschrijving «qui commence à courir» in en is daar het onderwerp van commence.
commence «commence» betekent hier ‘begint’ in «qui commence à courir». Het is de vorm van commencer bij quelqu'un en staat voor de infinitief courir.
courir «courir» betekent hier ‘rennen’ of ‘hardlopen’. Het staat als infinitief in «commence à courir» en benoemt de activiteit waarmee iemand begint.
Un «Un» betekent hier ‘een’ in «Un rythme plus tranquille». Het is het onbepaalde lidwoord voor het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord rythme; midden in een zin verschijnt dezelfde vorm als «un».
tranquille «tranquille» betekent hier ‘rustig’ of ‘gemakkelijk’ en beschrijft het voorgestelde tempo. In «Un rythme plus tranquille» betekent plus tranquille ‘een rustiger tempo’.
avec «avec» betekent hier ‘met’ en voegt de wandelpauzes toe aan het voorgestelde tempo. Het staat voor het zelfstandig naamwoord in «avec des pauses pour marcher».
pauses «pauses» betekent hier ‘pauzes’ of onderbrekingen tijdens het lopen. In «des pauses pour marcher» worden deze pauzes bedoeld om te wandelen.
marcher «marcher» betekent hier ‘wandelen’. Het staat als infinitief na pour in «pauses pour marcher» en geeft het doel van de pauzes aan.
serait «serait» betekent hier ‘zou zijn’ en presenteert het voorstel voorzichtig als een mogelijk beter plan. In «serait un meilleur plan» verbindt het een tempo met de beoordeling plan.
meilleur «meilleur» betekent hier ‘beter’ in «un meilleur plan» en drukt een voorkeur uit voor dit plan boven het eerdere plan. Het is de vergelijkende vorm die bij bon hoort.
plan «plan» betekent hier ‘plan’ voor de aangepaste joggingroutine. In «un meilleur plan» wordt het wandelpauzes combineren met een rustiger tempo als een beter plan beoordeeld.
loisir «loisir» betekent hier ‘hobby’ of ‘vrijetijdsbesteding’. Het is het onderwerp van «Un loisir devrait être bon pour ta santé».
bon «bon» betekent hier ‘goed’ of ‘gunstig’ in «bon pour ta santé». De volledige uitdrukking bon pour + zelfstandig naamwoord geeft aan dat iets gunstig is voor datgene.
santé «santé» betekent hier ‘gezondheid’ in «pour ta santé». Het is datgene waarvoor de hobby goed zou moeten zijn.
lui «lui» betekent hier ‘daaraan’ en verwijst terug naar ta santé in «pas lui nuire». Omdat nuire met à wordt gebruikt, vervangt lui hier à ta santé.
nuire «nuire» betekent hier ‘schaden’ in «pas lui nuire». Het staat als infinitief tegenover être in de zin; het patroon nuire à + iets wordt hier gerealiseerd als lui nuire.

Grammatica

commencer à + infinitif

commencer à courir

ko-mã-see a koe-rie

beginnen met hardlopen

Na « commencer à » volgt een infinitief. Het voorzetsel « à » blijft vóór het werkwoord staan.

avoir mal à + lichaamsdeel

avoir mal aux genoux

a-vwaar mal oo zje-noe

kniepijn hebben

« aux » is de samentrekking van « à les ». Gebruik « avoir mal à » om pijn in een lichaamsdeel uit te drukken.

Frans woordenschat

augmentes werkwoord
og-mãnt verhoogt
avoir mal aux genoux uitdrukking
a-vwaar mal oo zje-noe kniepijn hebben

J'ai mal aux genoux après chaque course.

course zelfstandig naamwoord
koers hardloopsessie

après chaque course

distance zelfstandig naamwoord
dis-tãns afstand
entraîner werkwoord
ã-trè-nay leiden tot
faire du jogging uitdrukking
fèr dü dzjog-ging joggen

J'ai commencé à faire du jogging.

genoux zelfstandig naamwoord
zje-noe knieën
progresser werkwoord
pro-gre-see vooruitgaan
rapidement bijwoord
ra-pied-duh-mã snel
rythme zelfstandig naamwoord
rietm tempo
trop forcé uitdrukking
tro for-see te veel belast
vite bijwoord
viet snel

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hardloopsessie

Antwoord tonencourse

tempo

Antwoord tonenrythme

snel

Antwoord tonenvite

vooruitgaan

Antwoord tonenprogresser