Joggen aanpassen na knieklachten | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: After starting a jogging hobby, two adults discuss sore knees and adjust the routine with rest, stretching, and a slower pace..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Joggen aanpassen na knieklachten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai commencé à faire du jogging, mais j'ai mal aux genoux après chaque course.

Zjee ko-mã-see a fèr dü dzjog-ging, mè zjee mal oo zje-noe a-prè sjak koers. Ik ben begonnen met joggen, maar mijn knieën voelen na elke run pijnlijk aan.
B

Tu augmentes peut-être ton rythme ou ta distance trop vite.

Tü og-mãnt peu-tètr tõ rietm oe ta dis-tãns tro viet. Misschien verhoog je je tempo of afstand te snel.
A

Je voulais progresser rapidement, alors j'ai trop forcé.

Zhe voe-lè pro-gre-see ra-pied-duh-mã, a-lor zjee tro for-see. Ik wilde snel vooruitgaan, dus ik heb mezelf te veel belast.
B

Cela peut entraîner une blessure si ton corps ne s'est pas encore adapté.

Suh-la peu an-truh-nay ün ble-süür sie tõ kor nuh sè pa an-kor a-dap-tay. Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.
A

Est-ce que je devrais alléger le programme et ajouter des étirements ?

Ès-kuh zhe duh-vrè a-lee-zjee luh pro-gram ee a-zjoe-tee dez ee-teer-mã? Moet ik het schema lichter maken en rekoefeningen toevoegen?
B

Des jours de repos et des courses plus courtes donneraient à ton corps le temps de récupérer.

De zjoer duh ruh-poo ee de koers plü koert don-nuh-rè a tõ kor luh tã duh ree-kü-pee-ree. Rustdagen en kortere hardloopsessies zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.
A

Mon objectif devrait peut-être être la régularité, pas la vitesse.

Mõn ob-zjek-tief duh-vrè peut-tètr ètr la ree-gü-la-ree-tee, pa la vee-tès. Misschien moet mijn doel regelmaat zijn, niet snelheid.
B

C'est plus réaliste pour quelqu'un qui commence à courir.

Sè plü ree-a-list poer kèl-kun kee ko-mã-see a koe-rie. Dat is realistischer voor iemand die net begint met hardlopen.
A

Un rythme plus tranquille, avec des pauses pour marcher, serait un meilleur plan.

Un rietm plü trã-kiel, a-vèk de pooz poer mar-sjee, suh-rè un meh-yeur plã. Een rustiger tempo, met wandelpauzes, zou een beter plan zijn.
B

Un loisir devrait être bon pour ta santé, pas lui nuire.

Un lwa-zeer duh-vrè ètr bõ poer ta sã-tee, pa lüi nüier. Een hobby hoort je gezondheid te ondersteunen, niet te schaden.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai commencé à faire du jogging, mais j'ai mal aux genoux après chaque course.

    Ik ben begonnen met joggen, maar mijn knieën voelen na elke run pijnlijk aan.

    J'ai
    ik heb
    commencé
    begonnen
    à faire
    doen
    du jogging
    joggen
    j'ai mal
    ik heb pijn
    aux genoux
    aan de knieën
    après
    na
    chaque
    elke
    course
    loop; run
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is the first-person singular present form of avoir: “ik heb”. Here it is the auxiliary in the passé composé, so its complete meaning becomes clear together with commencé, not from J'ai alone. commencé is the past participle of commencer (“beginnen”). The form j'ai commencé expresses that the speaker began something; with avoir, the participle does not agree with the subject here. Example: J'ai commencé lundi. — “Ik ben maandag begonnen.” à faire contains faire, the infinitive (“doen/maken”), introduced by à. The reusable pattern is commencer à + infinitif: “beginnen met ...”. Example: Elle commence à courir. — “Ze begint te lopen.” du jogging names the activity “joggen”. du is the contraction of de and le; in faire du jogging, it forms the usual expression for doing this activity. The whole pattern is faire du + activiteit when the activity is expressed with a masculine noun. j'ai mal is the fixed expression avoir mal, literally structured as “pijn hebben”, meaning “pijn hebben/voelen”. It is different from simply using être (“zijn”). Example: J'ai mal. — “Ik heb pijn.” aux genoux specifies where the pain is. aux is the contraction of à and les, and genoux is the plural of genou (“knie”). The pattern is avoir mal à + lichaamsdeel; with a plural noun, à les becomes aux. Example: J'ai mal aux pieds. — “Ik heb pijn aan mijn voeten.” après means “na” and introduces what comes later in time. It can be followed by a noun, as here, or by another clause: Après le travail, je me repose. — “Na het werk rust ik uit.” chaque means “elke” and presents the members of a group one voor een. It is used with a singular noun: chaque jour, not chaque jours. Example: Je cours chaque semaine. — “Ik loop elke week.” course means “run” in this context. As a noun it can also have other context-dependent meanings, but here the fixed translation identifies a running session. Its plural is courses. The phrase chaque course therefore means “elke run”. Together, J'ai commencé à faire du jogging says “Ik ben begonnen met joggen”. mais introduces a contrast, and j'ai mal aux genoux après chaque course says that the speaker has pain in the knees after every run. The complete utterance is: “Ik ben begonnen met joggen, maar mijn knieën voelen na elke run pijnlijk aan.”

  2. Tu augmentes peut-être ton rythme ou ta distance trop vite.

    Misschien verhoog je je tempo of afstand te snel.

    Tu
    je (informeel)
    augmentes
    verhoogt
    peut-être
    misschien
    rythme
    tempo; ritme
    distance
    afstand
    trop vite
    te snel
    Uitgebreide uitleg

    Tu is de informele enkelvoudsvorm van het Franse persoonlijke voornaamwoord voor “jij”. Het verwijst hier naar de aangesprokene; de zin spreekt dus één persoon informeel aan. In een formele aanspreking of bij meerdere personen zou een andere vorm nodig zijn. augmentes komt van augmenter (“verhogen”, “doen toenemen”). De uitgang -es markeert hier de tegenwoordige tijd bij tu: tu augmentes. Vergelijk: j’augmente en ils augmentent. In deze zin betekent het dat jij je tempo of afstand verhoogt; het zegt niet op zichzelf hoe je dat doet. peut-être betekent “misschien” en maakt de bewering voorzichtig: de spreker presenteert het als een mogelijkheid, niet als zekerheid. Het woord kan ook in andere zinnen een mogelijkheid aangeven, bijvoorbeeld: Peut-être qu’il vient. — “Misschien komt hij.” ton rythme betekent “je tempo”. Rythme is een zelfstandig naamwoord met de betekenis “tempo” of “ritme”; ton is hier de bezittelijke bepaler bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De combinatie verwijst in deze context naar het tempo van de activiteit, niet naar een algemene muzikale betekenis. Een vergelijkbaar patroon is ton rythme de marche — “je wandeltempo”. ou verbindt twee alternatieven: “of”. Het tweede alternatief is ta distance. Franse bezittelijke bepalers stemmen hier af op het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: ton bij rythme, maar ta bij het vrouwelijke enkelvoud distance. De keuze tussen ton en ta wordt dus niet bepaald door het geslacht van de bezitter. ta distance betekent “je afstand”. Distance is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin gaat het om de afstand die jij aflegt of opbouwt binnen de besproken activiteit. Het bezittelijke woord ta drukt de relatie met “jij” uit; het beweert niet dat de afstand noodzakelijk letterlijk eigendom is. augmentes ... trop vite vormt samen de kern: iets wordt “te snel verhoogd”. Trop betekent hier “te”, dus boven een geschikte of gewenste grens; vite betekent “snel”. Vite blijft in deze functie onveranderd en beschrijft de snelheid van de handeling. Vergelijk: Tu augmentes la distance progressivement. — “Je verhoogt de afstand geleidelijk.” De volledige structuur is Tu augmentes peut-être X ou Y trop vite: “Misschien verhoog je X of Y te snel.” X is hier ton rythme en Y is ta distance. Samen betekent de zin: “Misschien verhoog je je tempo of afstand te snel.” De eerdere context ondersteunt een verband met joggen en belasting, maar de zin zelf formuleert alleen de voorzichtige mogelijkheid dat één van deze twee zaken te snel wordt verhoogd.

  3. Je voulais progresser rapidement, alors j'ai trop forcé.

    Ik wilde snel vooruitgaan, dus ik heb mezelf te veel belast.

    Je voulais
    ik wilde
    progresser
    vooruitgaan
    rapidement
    snel
    alors
    dus
    j'ai
    ik heb
    trop
    te veel
    forcé
    me te hard ingespannen
    Uitgebreide uitleg

    Je voulais betekent hier “ik wilde”. voulais is de imparfait van vouloir voor je. Deze vorm geeft een vroegere bedoeling of wens weer. Het patroon je voulais + infinitief is herbruikbaar: Je voulais comprendre = “Ik wilde het begrijpen”. progresser is een infinitief en betekent hier “vooruitgaan” of “vorderingen maken”. Na voulais staat het volgende werkwoord in de infinitief: Je voulais progresser = “Ik wilde vooruitgaan”. rapidement betekent “snel”. Het is een bijwoord bij progresser en beschrijft hoe snel de spreker vooruitgang wilde maken. Het bijvoeglijk naamwoord is rapide (“snel”); rapidement is de bijwoordelijke vorm. alors verbindt de twee delen hier als “dus” of “daarom” en leidt het gevolg in. In andere contexten kan alors ook “toen” betekenen, maar die betekenis past hier niet. j'ai bestaat uit je en de tegenwoordige vorm ai van avoir. Samen is dit de hulpwerkwoordgroep voor de Franse passé composé, een samengestelde verleden tijd. In j'ai forcé drukt ai dus geen bezit uit. trop betekent hier “te veel” en versterkt de daaropvolgende handeling: de inspanning ging boven een passende grens. In deze context kan dat natuurlijk worden weergegeven als “te hard”. forcé is het voltooid deelwoord van forcer. In deze zin betekent forcer niet “iemand of iets dwingen”, maar “te hard doorgaan” of “zich te veel inspannen”. Met j'ai vormt het j'ai forcé, de passé composé. forcé verandert hier niet volgens het geslacht van de spreker; zowel een man als een vrouw kan j'ai forcé zeggen. Samen betekent Je voulais progresser rapidement “Ik wilde snel vooruitgaan” en betekent alors j'ai trop forcé “dus heb ik mezelf te veel belast” of “dus heb ik me te veel ingespannen”. De imparfait in je voulais geeft de vroegere bedoeling weer; de passé composé in j'ai forcé presenteert de daaropvolgende inspanning als een afgeronde gebeurtenis. De hele zin betekent: “Ik wilde snel vooruitgaan, dus heb ik mezelf te veel belast.”

  4. Cela peut entraîner une blessure si ton corps ne s'est pas encore adapté.

    Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.

    Cela peut
    dat kan
    entraîner
    leiden tot
    une blessure
    een blessure
    si
    als
    ton corps
    je lichaam
    ne s'est pas encore adapté
    zich nog niet heeft aangepast
    Uitgebreide uitleg

    Cela peut betekent hier dat iets tot een mogelijk gevolg kan leiden. Cela is een aanwijzend voornaamwoord voor een zaak of situatie; de concrete referent wordt in deze zin niet verder benoemd. peut is de derde persoon enkelvoud van pouvoir in de tegenwoordige tijd. Na pouvoir volgt een infinitief: cela peut entraîner = “dat kan leiden tot”. entraîner is de infinitief met de betekenis “veroorzaken” of “leiden tot”. Het onderwerp van dit werkwoord is hier cela, terwijl une blessure het gevolg is. Een bruikbaar patroon is X peut entraîner Y — “X kan Y veroorzaken”. Bijvoorbeeld: Le manque de repos peut entraîner une fatigue. = “Gebrek aan rust kan vermoeidheid veroorzaken.” une blessure is een zelfstandig naamwoord voor een lichamelijk letsel of verwonding. blessure is vrouwelijk, wat je ook ziet aan une; het zelfstandig naamwoord zelf blijft in deze vorm enkelvoudig. Het onbepaalde lidwoord geeft hier niet op zichzelf een aantal aan, maar introduceert een niet nader bepaalde blessure. Het meervoud is des blessures. si leidt hier een voorwaardelijke bijzin in en betekent “als”. Het verbindt de mogelijke consequentie met de voorwaarde: X peut ... si ... = “X kan ... als ...”. ton corps betekent “je lichaam”. ton is een bezittelijk bijvoeglijk element voor één bezitter en een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; de vorm is hier afgestemd op corps, niet op het geslacht van de bezitter. corps betekent “lichaam” en heeft in het enkelvoud en meervoud dezelfde geschreven vorm; het lidwoord of een andere bepaler maakt het aantal duidelijk, bijvoorbeeld un corps en des corps. ne s'est pas encore adapté betekent hier “zich nog niet heeft aangepast”. Het werkwoord is s'adapter, “zich aanpassen”; adapté is het voltooid deelwoord. De passé composé wordt gevormd met het hulpwerkwoord être: s'est adapté. Bij dit wederkerende werkwoord verwijst se naar het onderwerp, hier corps. ne ... pas maakt de vorm negatief, en encore voegt het idee “nog” toe. Omdat corps mannelijk enkelvoud is, staat het voltooid deelwoord hier als adapté; bij een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp zou je bijvoorbeeld Elle s'est adaptée zien. In s'est zijn se en est samengevoegd. De hele zin bouwt dus een gevolg-voorwaarde op: Cela peut entraîner une blessure zegt dat dit mogelijk een blessure veroorzaakt, en si ton corps ne s'est pas encore adapté geeft de voorwaarde “als je lichaam zich nog niet heeft aangepast”. Samen betekent de zin: “Dat kan tot een blessure leiden als je lichaam zich nog niet heeft aangepast.”

  5. Est-ce que je devrais alléger le programme et ajouter des étirements ?

    Moet ik het schema lichter maken en rekoefeningen toevoegen?

    Est-ce que
    vraagconstructie
    je devrais
    zou ik moeten
    alléger
    lichter maken
    le programme
    het schema
    ajouter
    toevoegen
    des étirements
    rekoefeningen
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de eropvolgende mededeling een gewone ja-neevraag. Het is een vaste vraagconstructie; bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? — “Kom je?” je devrais komt van devoir (“moeten”) en is hier de conditionnel présent van de eerste persoon enkelvoud. In deze vraag geeft die vorm een voorzichtige aanbeveling of overweging weer: “zou ik moeten…?” Vergelijk je dois — “ik moet” — met je devrais — “ik zou moeten”. alléger is het infinitief van alléger, “lichter maken” of “verlichten”. Na devrais staat het volgende werkwoord in de infinitief: je devrais alléger betekent letterlijk “ik zou lichter moeten maken”. Het werkwoord kan ook figuurlijk iets minder zwaar of veeleisend maken. le programme betekent hier “het schema” of “het programma”. programme is een zelfstandig naamwoord; le is het bepaald lidwoord dat bij dit zelfstandig naamwoord hoort. In deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om het schema dat lichter gemaakt kan worden. ajouter is de infinitief van ajouter, “toevoegen”. De twee infinitieven alléger en ajouter zijn verbonden door et: één voornemen of overweging bevat dus twee handelingen. Bijvoorbeeld: Je devrais ajouter une pause. — “Ik zou een pauze moeten toevoegen.” des étirements betekent “rekoefeningen”. étirements is het meervoud van étirement; des is hier het onbepaalde meervoudige lidwoord. Het verwijst niet naar een vast aantal rekoefeningen, maar naar rekoefeningen in het algemeen of naar enkele rekoefeningen binnen deze context. Samen vormt de zin Est-ce que + je devrais + twee infinitieven: de spreker vraagt of die het schema lichter zou moeten maken en rekoefeningen zou moeten toevoegen. De vaste Nederlandse betekenis is daarom: “Moet ik het schema lichter maken en rekoefeningen toevoegen?”

  6. Des jours de repos et des courses plus courtes donneraient à ton corps le temps de récupérer.

    Rustdagen en kortere hardloopsessies zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.

    jours
    dagen
    repos
    rust
    courses
    hardloopsessies
    plus courtes
    kortere
    donneraient
    zouden geven
    corps
    lichaam
    temps
    tijd
    récupérer
    herstellen
    Uitgebreide uitleg

    jours betekent hier “dagen” en staat in het meervoud; het enkelvoud is jour. In des jours is des het meervoudige onbepaalde lidwoord. Het zegt op zichzelf niet hoeveel dagen het precies zijn. repos betekent “rust”. In jours de repos bepaalt de repos welk soort dagen bedoeld wordt: rustdagen. Repos heeft in deze vaste uitdrukking dezelfde geschreven vorm in het enkelvoud en meervoud. courses betekent hier, volgens de vertaling, hardloopsessies of looptrainingen. Het woord kan in andere contexten ook andere betekenissen hebben, maar hier gaat het niet om boodschappen doen. De vorm is vrouwelijk meervoud; het enkelvoud is course. plus courtes betekent “kortere”. Courtes is de vrouwelijke meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord court en stemt af op courses; het is dus niet courses dat de vorm van het bijvoeglijk naamwoord bepaalt als zelfstandig naamwoordelijk “basiswoord”. De vergelijking is court → plus court/plus courte → plus courts/plus courtes. Een gebruikelijk tegenovergesteld bijvoeglijk naamwoord is long. Voorbeeld: Cette séance est plus courte. — “Deze sessie is korter.” donneraient is de vorm van het werkwoord donner (“geven”) in de conditionnel présent, derde persoon meervoud. In deze zin drukt die vorm een mogelijk gevolg uit: de rustdagen en kortere sessies zouden het lichaam tijd geven. De uitgang -aient hoort hier bij een meervoudig onderwerp. Vergelijk: donneront is de futur simple van donner en betekent “zullen geven”; die vorm presenteert het geven als toekomstig, niet automatisch als stelliger. corps betekent “lichaam”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud heeft dezelfde geschreven vorm: un corps — “een lichaam”, des corps — “lichamen”. In à ton corps is ton het bezittelijk woord voor “jouw” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De constructie donner quelque chose à quelqu’un betekent “iets aan iemand geven”; hier is le temps wat gegeven wordt en à ton corps de ontvanger. temps betekent hier “tijd”, meer bepaald de tijd die beschikbaar is om te herstellen. In le temps de récupérer is le temps de een bruikbaar patroon: “de tijd om ...”. Temps wordt in deze betekenis vaak zonder verandering geschreven in het enkelvoud en meervoud; het lidwoord en de context maken het verschil duidelijk. Voorbeeld: J’ai le temps de lire. — “Ik heb tijd om te lezen.” récupérer is het infinitief “herstellen” of “recupereren”. Na le temps de volgt het infinitief: le temps de récupérer = “de tijd om te herstellen”. De uitdrukking verwijst hier naar lichamelijk herstel na de inspanning, niet naar het terughalen van een voorwerp. Voorbeeld: Il lui faut du temps pour récupérer. — “Hij/zij heeft tijd nodig om te herstellen.” Samen vormen des jours de repos et des courses plus courtes het meervoudige onderwerp: rustdagen en kortere hardloopsessies. donneraient verbindt dat onderwerp met het mogelijke gevolg. à ton corps geeft aan voor wie de tijd bestemd is, en le temps de récupérer benoemt waarvoor die tijd dient. De hele zin betekent daarom: “Rustdagen en kortere hardloopsessies zouden je lichaam tijd geven om te herstellen.”

  7. Mon objectif devrait peut-être être la régularité, pas la vitesse.

    Misschien moet mijn doel regelmaat zijn, niet snelheid.

    objectif
    doel
    devrait
    zou moeten
    peut-être
    misschien
    être
    zijn
    régularité
    regelmaat
    pas
    niet
    vitesse
    snelheid
    Uitgebreide uitleg

    objectif betekent hier “doel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is objectifs. In deze zin wordt het voorafgegaan door mon: mon objectif = “mijn doel”. devrait is de derde persoon enkelvoud van devoir in de conditionnel présent. Hier drukt die vorm een voorzichtige aanbeveling uit: “zou moeten”. Vergelijk doit (“moet”) voor een stelliger formulering. Voorbeeld: Il devrait partir demain. — “Hij zou morgen moeten vertrekken.” peut-être betekent “misschien” en maakt de uitspraak minder stellig. Het verandert de persoon of tijd van het werkwoord niet. Voorbeeld: Peut-être qu’il viendra. — “Misschien komt hij.” être is de infinitief van “zijn”. Na devrait staat deze infinitief: devrait être = “zou moeten zijn”. De infinitief blijft être, terwijl devrait de vervoegde vorm is. Voorbeeld: Cela devrait être simple. — “Dat zou eenvoudig moeten zijn.” régularité betekent hier “regelmaat” of “consistentie”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In la régularité staat la omdat het hier om een bepaalde, benoemde doelstelling gaat; het vrouwelijke geslacht helpt het juiste lidwoord te kiezen, maar bepaalt niet op zichzelf de bepaaldheid. In deze context gaat het om regelmaat bij het hardlopen. Voorbeeld: La régularité aide beaucoup. — “Regelmaat helpt veel.” pas betekent hier “niet”. In pas la vitesse maakt het deel uit van een verkorte tegenstelling: “niet snelheid”. De volledige standaardontkenning staat vaak als ne ... pas, maar hier wordt pas gebruikt in een contrast na de komma. Voorbeeld: Je choisis la qualité, pas la quantité. — “Ik kies kwaliteit, niet kwantiteit.” vitesse betekent “snelheid”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, en la vitesse betekent hier “de snelheid”. Het zelfstandig naamwoord blijft in het meervoud vitesses; het lidwoord verandert dan bijvoorbeeld in les: les vitesses = “de snelheden”. Samen vormen mon objectif devrait peut-être être en la régularité, pas la vitesse de betekenis: “Misschien moet mijn doel regelmaat zijn, niet snelheid.” De zin stelt dus voorzichtig regelmaat als doel tegenover snelheid; pas la vitesse geeft aan dat snelheid niet het bedoelde doel is.

  8. C'est plus réaliste pour quelqu'un qui commence à courir.

    Dat is realistischer voor iemand die net begint met hardlopen.

    C'est
    Dat is
    plus réaliste
    realistischer
    quelqu'un
    iemand
    commence
    begint
    courir
    hardlopen
    Uitgebreide uitleg

    C'est is de vaste vorm van ce + est: ce wijst hier als onderwerp naar een idee of situatie, en est is de derde persoon enkelvoud van être in de tegenwoordige tijd. In combinatie krijgt dit de betekenis “dat is”. plus réaliste betekent hier “realistischer”. Réaliste is het basisadjectief; plus + adjectief vormt de vergrotende trap: plus réaliste = “realistischer”. De vergelijking met iets anders wordt hier niet uitgedrukt met que; die vergelijking blijft uit de context begrepen. Réaliste heeft in het enkelvoud dezelfde spelling voor mannelijk en vrouwelijk; in het meervoud wordt het réalistes. quelqu'un is een onbepaald voornaamwoord voor één niet nader genoemde persoon: “iemand”. Het bestaat uit quelqu' en un, waarbij de apostrof de uitspraak en spelling vóór de klinker in un verbindt. Voor een onbepaalde zaak gebruik je bijvoorbeeld quelque chose (“iets”), niet quelqu'un. qui leidt de bijzin in en is daar het onderwerp van commence. Het verwijst naar de persoon die met quelqu'un wordt aangeduid; het verandert niet van vorm voor mannelijk of vrouwelijk. commence komt van commencer (“beginnen”) en is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: “begint”. De infinitief is commencer; vergelijk bijvoorbeeld je commence (“ik begin”) en ils commencent (“zij beginnen”). In commencer à + infinitief geeft het werkwoord aan waarmee iemand begint. courir is de infinitief “hardlopen” of algemener “rennen”. Na commence à blijft het werkwoord in de infinitief: commence à courir = “begint met hardlopen”. Samen vormen de delen: C'est plus réaliste (“Dat is realistischer”) + pour quelqu'un (“voor iemand”) + qui commence à courir (“die begint met hardlopen”). De volledige betekenis is dus: “Dat is realistischer voor iemand die net begint met hardlopen.”

  9. Un rythme plus tranquille, avec des pauses pour marcher, serait un meilleur plan.

    Een rustiger tempo, met wandelpauzes, zou een beter plan zijn.

    rythme
    tempo
    plus tranquille
    rustiger
    pauses
    pauzes
    marcher
    wandelen
    serait
    zou zijn
    meilleur
    beter
    plan
    plan
    Uitgebreide uitleg

    rythme betekent hier tempo of ritme. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is rythmes. In deze zin gaat het om de snelheid en regelmaat van de activiteit, niet om een muziekritme. Voorbeeld: Le rythme est régulier. — Het tempo is regelmatig. plus tranquille betekent rustiger. tranquille is een bijvoeglijk naamwoord; plus maakt er een vergelijkende vorm van: plus tranquille = rustiger dan iets anders. Het bijvoeglijk naamwoord blijft hier gelijk; plus draagt de vergelijking. Voorbeeld: Cette allure est plus tranquille. — Dit tempo is rustiger. pauses betekent pauzes. Het enkelvoud is pause, en de uitgang -s markeert hier het meervoud. In avec des pauses betekent des dat er pauzes zijn, zonder zelf een precies aantal te noemen. marcher betekent wandelen of lopen. Dit is de infinitiefvorm. Na pour geeft de infinitief het doel aan: pour marcher = om te wandelen. Voorbeeld: Je m'arrête pour marcher. — Ik stop om te wandelen. serait komt van être en is de vorm van de conditionnel présent voor il, elle of on. Hier drukt die vorm een voorgestelde of voorwaardelijke beoordeling uit: het tempo zou een plan zijn. De vorm is dus niet de gewone tegenwoordige tijd est (is). Voorbeeld: Ce serait utile. — Dat zou nuttig zijn. meilleur betekent beter in de betekenis van van betere kwaliteit of geschikter. Het is de onregelmatige vergelijkende vorm van bon: bon → meilleur; het is niet gevormd met plus. Het zelfstandig naamwoord plan is mannelijk enkelvoud, daarom staat hier de vorm meilleur; andere combinaties kunnen bijvoorbeeld meilleure, meilleurs of meilleures hebben. plan betekent plan. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is plans. In un meilleur plan betekent het een geschikter of beter plan, niet noodzakelijk een gedetailleerd schema. Samen vormen Un rythme plus tranquille en serait un meilleur plan de kern: een rustiger tempo zou een beter plan zijn. avec des pauses pour marcher voegt toe dat dat tempo wandelpauzes bevat; pour marcher legt het doel van de pauzes uit. De hele zin betekent daarom: ‘Een rustiger tempo, met wandelpauzes, zou een beter plan zijn.’

  10. Un loisir devrait être bon pour ta santé, pas lui nuire.

    Een hobby hoort je gezondheid te ondersteunen, niet te schaden.

    loisir
    hobby
    devrait
    zou moeten
    bon
    goed
    santé
    gezondheid
    nuire
    schaden
    Uitgebreide uitleg

    loisir betekent hier “hobby” of vrijetijdsbesteding. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: un loisir. Het bijvoeglijk naamwoord en het lidwoord stemmen ermee overeen, zoals in un loisir agréable — “een aangename hobby”. Het onbepaalde lidwoord un stelt op zichzelf geen specifiek aantal vast. devrait is de derde persoon enkelvoud van devoir in de conditionnel présent. In deze zin drukt het uit wat passend of wenselijk is: “zou moeten” of “hoort te”. De vorm hangt hier samen met het onderwerp un loisir; devrait is niet de verleden tijd. Vergelijk un loisir devrait aider — “een hobby zou moeten helpen”. bon is het bijvoeglijk naamwoord “goed”. Het staat in de mannelijke enkelvoudsvorm en beschrijft loisir: un loisir est bon. In de combinatie bon pour betekent het “goed voor” iets. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is bonne, bijvoorbeeld une activité bonne pour la santé — “een activiteit die goed is voor de gezondheid”. santé betekent “gezondheid”. In ta santé betekent het “je gezondheid”: ta is het bezittelijk bepalend woord bij dit vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord. De vorm ta verwijst niet naar het geslacht van de bezitter; het is de vorm die vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. nuire is de infinitief van het werkwoord “schaden” of “kwaad doen”. Het wordt typisch gebruikt met à: nuire à quelque chose betekent “iets schaden”. In deze zin staat het na devrait, waardoor de infinitief nodig is. Het voornaamwoord lui in lui nuire vervangt hier à ta santé, dus de combinatie betekent “haar/het schaden” en verwijst inhoudelijk naar je gezondheid. De ontkenning pas maakt hiervan “niet schaden”. De volledige structuur is Un loisir devrait être bon pour ta santé, pas lui nuire. Eerst wordt gezegd dat een hobby goed voor je gezondheid zou moeten zijn: Un loisir devrait être bon pour ta santé. Daarna wordt met pas een tegengestelde, verkorte infinitiefconstructie toegevoegd: pas lui nuire, “niet haar/het schaden”. Samen betekent de zin: “Een hobby hoort je gezondheid te ondersteunen, niet te schaden.”

Grammatica

commencer à + infinitif

commencer à courir

ko-mã-see a koe-rie

beginnen met hardlopen

Na « commencer à » volgt een infinitief. Het voorzetsel « à » blijft vóór het werkwoord staan.

avoir mal à + lichaamsdeel

avoir mal aux genoux

a-vwaar mal oo zje-noe

kniepijn hebben

« aux » is de samentrekking van « à les ». Gebruik « avoir mal à » om pijn in een lichaamsdeel uit te drukken.

Frans woordenschat

augmentes werkwoord
og-mãnt verhoogt
avoir mal aux genoux uitdrukking
a-vwaar mal oo zje-noe kniepijn hebben

J'ai mal aux genoux après chaque course.

course zelfstandig naamwoord
koers hardloopsessie

après chaque course

distance zelfstandig naamwoord
dis-tãns afstand
entraîner werkwoord
ã-trè-nay leiden tot
faire du jogging uitdrukking
fèr dü dzjog-ging joggen

J'ai commencé à faire du jogging.

genoux zelfstandig naamwoord
zje-noe knieën
progresser werkwoord
pro-gre-see vooruitgaan
rapidement bijwoord
ra-pied-duh-mã snel
rythme zelfstandig naamwoord
rietm tempo
trop forcé uitdrukking
tro for-see te veel belast
vite bijwoord
viet snel

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hardloopsessie

Antwoord tonencourse

tempo

Antwoord tonenrythme

snel

Antwoord tonenvite

vooruitgaan

Antwoord tonenprogresser