Excusez-moi
Excusez-moi betekent hier ‘pardon’ of ‘neem me niet kwalijk’ en is een beleefde manier om een gesprek te beginnen. In deze uitdrukking draagt Excusez de betekenis ‘excuseer’ bij en moi betekent ‘mij’. Je kunt deze opening gebruiken voordat je iemand beleefd aanspreekt.
ça
Ça betekent hier ‘het’ of ‘dat’ en verwijst naar de situatie waarover de spreker praat. In ‘ça doit être difficile’ en ‘Ça a été compliqué’ is het onderwerp van de zin. Ça staat vaak voor een situatie of gebeurtenis die al uit de context bekend is.
doit
Doit drukt hier uit dat iets waarschijnlijk of duidelijk zo moet zijn: de situatie moet moeilijk zijn. Het hoort bij de constructie waarin de spreker een inschatting geeft over de situatie. Je gebruikt deze vorm vóór een infinitief wanneer je een dergelijke inschatting formuleert.
être
Être betekent hier ‘zijn’ en verbindt de situatie met de beschrijving ‘difficile’. Het staat na doit in ‘ça doit être difficile’. Na een vorm die een inschatting uitdrukt kan être gevolgd worden door een bijvoeglijk naamwoord.
difficile
Difficile beschrijft de situatie als moeilijk of lastig. In ‘difficile de faire la queue’ gaat het om de moeilijkheid van in de rij staan. Deze vorm kan gebruikt worden vóór een handeling die moeilijk is.
de
De betekent hier ‘om te’ en verbindt difficile met de handeling die moeilijk is. In ‘difficile de faire la queue’ leidt de het infinitief faire in. Na een beschrijving van moeilijkheid volgt de handeling dus met de.
faire la queue
Faire la queue betekent als geheel ‘in de rij staan’ of ‘in de rij wachten’. Faire draagt in deze uitdrukking de handeling bij, la betekent ‘de’ en queue betekent ‘rij’; samen vormen ze de vaste uitdrukking. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je beschrijft dat je op je beurt wacht.
avec
Avec betekent hier ‘met’ en geeft aan wat de persoon bij zich heeft tijdens het wachten. Het staat vóór ‘un bébé et une poussette’. Je gebruikt avec vóór een persoon of zaak die samen met iemand aanwezig is.
un
Un betekent hier ‘een’ en staat vóór het enkelvoudige bébé. Het introduceert een baby die nog niet eerder als specifiek onderwerp is genoemd. Je gebruikt un vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord in een niet-specifieke verwijzing.
bébé
Bébé betekent ‘baby’ en verwijst hier naar het kind in de kinderwagen. In de dialoog komt het woord terug als ‘le bébé’ wanneer het kind al bekend is. Je gebruikt bébé wanneer je over een baby spreekt, bijvoorbeeld in een wachtrijsituatie.
et
Et betekent ‘en’ en verbindt hier de twee zaken die samen genoemd worden: een baby en een kinderwagen. Het staat tussen twee gelijkwaardige onderdelen. Je gebruikt et om personen, voorwerpen of handelingen met elkaar te verbinden.
une
Une betekent hier ‘een’ en staat vóór poussette. Het introduceert één kinderwagen in de situatie. Je gebruikt une vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van dit type.
poussette
Poussette betekent ‘kinderwagen’ en is het voorwerp dat de persoon tijdens het wachten probeert stil te houden. In de dialoog staat het eerst als ‘une poussette’ en later als ‘la poussette’. Je gebruikt het woord wanneer je naar een kinderwagen verwijst.
a
A betekent hier ‘heeft’ en helpt samen met été om een eerdere ervaring te beschrijven. In ‘Ça a été compliqué’ zegt de spreker dat het lastig is geweest. Je gebruikt a hier vóór een vorm die de voorafgaande ervaring voltooit.
été
Été betekent hier ‘geweest’ en beschrijft samen met a dat iets eerder zo was. In ‘Ça a été compliqué’ gaat het om een ervaring die tot nu toe lastig is geweest. Je gebruikt été samen met a wanneer je zo’n afgeronde of voorafgaande toestand beschrijft.
compliqué
Compliqué betekent hier ‘ingewikkeld’ of ‘lastig’ en beschrijft hoe het wachten is verlopen. In ‘Ça a été compliqué’ wordt het gebruikt als beschrijving van de situatie. Je kunt deze vorm gebruiken om een situatie of ervaring als lastig te typeren.
J'essaie
J’essaie betekent ‘ik probeer’ en geeft aan dat de spreker moeite doet om de kinderwagen en de baby rustig te houden. De apostrof verbindt je met essaie in deze exacte vorm. Je gebruikt J’essaie vaak vóór de handeling die je probeert uit te voeren.
garder
Garder betekent hier ‘houden’ en beschrijft dat de spreker de kinderwagen stil en de baby rustig probeert te houden. Het staat na essaie de en vóór de zaken die in een bepaalde toestand moeten blijven. Je kunt garder gebruiken wanneer je iets of iemand in een bepaalde toestand wilt houden.
immobile
Immobile betekent ‘stil’ of ‘onbeweeglijk’ en beschrijft hier de gewenste toestand van de kinderwagen. Het hoort bij de handeling om de poussette zo te houden. Je gebruikt dit woord wanneer iets niet beweegt of niet moet bewegen.
le
Le betekent hier ‘de’ en staat vóór bébé, dat in de dialoog inmiddels bekend is. Het verwijst dus naar de specifieke baby in de situatie. Je gebruikt le vóór een bekend of specifiek mannelijk zelfstandig naamwoord.
calme
Calme betekent hier ‘rustig’ en beschrijft de toestand waarin de spreker de baby probeert te houden. Het staat na garder en hoort bij le bébé. Je gebruikt calme om een persoon of situatie als rustig te beschrijven.
pendant
Pendant betekent hier ‘tijdens’ en maakt in ‘pendant que’ duidelijk dat twee handelingen gelijktijdig plaatsvinden. De spreker probeert de baby rustig te houden tijdens het wachten. Je gebruikt pendant vóór een tijdsaanduiding of samen met que vóór een volledige bijzin.
que
Que vormt hier samen met pendant de verbinding ‘terwijl’ en leidt de bijzin over het wachten in. Het verbindt de hoofdhandeling met de handeling die tegelijkertijd plaatsvindt. Na pendant que volgt de persoon die de gelijktijdige handeling uitvoert.
nous
Nous betekent in ‘nous attendons’ ‘wij’, maar in ‘nous aiderait’ betekent het ‘ons’. De precieze betekenis hangt hier af van de rol die nous in de zin heeft. Je gebruikt nous om naar de spreker samen met anderen te verwijzen, als uitvoerder of als ontvanger van een handeling.
attendons
Attendons betekent hier ‘wachten’ en zegt dat de spreker en de baby op dit moment wachten. De vorm hoort bij nous in ‘nous attendons’. Je gebruikt deze vorm wanneer nous de handeling van wachten uitvoert.
Voulez
Voulez betekent hier ‘wilt’ en maakt deel uit van een beleefde vraag naar iemands wens. In ‘Voulez-vous passer devant moi ?’ vraagt de spreker of de ander vóór hem of haar wil gaan. Je gebruikt Voulez aan het begin van een beleefde vraag met vous.
vous
Vous betekent hier ‘u’ en richt de vraag beleefd tot de andere persoon. In deze dialoog komt het ook voor in ‘Vous êtes sûr ?’ en ‘devant vous’. Je gebruikt vous om één persoon beleefd of meerdere personen tegelijk aan te spreken.
passer
Passer betekent hier ‘voorbijgaan’ of ‘voorgaan’. In ‘passer devant moi’ gaat het specifiek om vóór iemand in de rij gaan. Je gebruikt passer met devant wanneer je aangeeft dat iemand vóór een andere persoon of plaats beweegt.
devant
Devant betekent hier ‘voor’ in de betekenis van een plaats of positie vóór iemand anders. In ‘passer devant moi’ geeft het aan dat de ander vóór de spreker mag gaan. Je gebruikt devant vóór de persoon of plaats waar iemand vóór komt.
moi
Moi betekent hier ‘mij’ en staat na devant om aan te geven vóór wie de ander mag gaan. Het is de beklemtoonde vorm die na deze voorzetselconstructie gebruikt wordt. Je gebruikt moi na een voorzetsel wanneer je naar jezelf verwijst.
C'est
C’est betekent hier ‘dat is’ of ‘het is’ en leidt de waardering van de ander in. In ‘C’est très gentil de votre part’ beschrijft de spreker het aanbod als vriendelijk. Je gebruikt C’est vóór een beschrijving of beoordeling.
très
Très betekent ‘heel’ of ‘erg’ en versterkt hier de beoordeling gentil. Het maakt duidelijk dat de spreker het gebaar bijzonder vriendelijk vindt. Je gebruikt très vóór een bijvoeglijk naamwoord om de intensiteit te verhogen.
gentil
Gentil betekent hier ‘aardig’ of ‘vriendelijk’ en beschrijft het aanbod om iemand voor te laten gaan. In ‘C’est très gentil de votre part’ gaat het om een vriendelijke daad van de aangesprokene. Je gebruikt gentil om iemands gedrag of gebaar positief te beoordelen.
votre
Votre betekent hier ‘uw’ en staat vóór part in de beleefde uitdrukking ‘de votre part’. Het verwijst naar de kant of bijdrage van de aangesproken persoon. Je gebruikt votre vóór een zelfstandig naamwoord wanneer iets bij vous hoort.
part
Part betekent hier niet eenvoudigweg een fysieke kant, maar draagt in ‘de votre part’ de betekenis ‘van uw kant’. De volledige uitdrukking verwijst naar het vriendelijke gebaar van de andere persoon. Je gebruikt deze uitdrukking om een handeling of houding van iemand beleefd te benoemen.
êtes
Êtes betekent hier ‘bent’ en vormt met vous de vraag of de persoon zeker is. In ‘Vous êtes sûr ?’ beschrijft het de toestand of overtuiging van de aangesprokene. Je gebruikt êtes met vous vóór een beschrijving van die persoon.
sûr
Sûr betekent hier ‘zeker’ en vraagt of de ander werkelijk achter het aanbod staat. In ‘Vous êtes sûr ?’ en ‘J’en suis sûr’ gaat het om zekerheid over de voorgestelde hulp. Je gebruikt sûr na een vorm van être om zekerheid uit te drukken.
J'en
J’en betekent in ‘J’en suis sûr’ ‘ik ben daarvan zeker’. J’ verwijst naar de spreker en en verwijst naar het zojuist genoemde aanbod. Je gebruikt deze combinatie om zekerheid uit te drukken over iets dat al ter sprake is gekomen.
suis
Suis betekent hier ‘ben’ en vormt samen met J’en en sûr de uitspraak dat de spreker zeker is. Het is de vorm die bij je hoort in ‘J’en suis sûr’. Je gebruikt suis vóór een beschrijving van je toestand of overtuiging.
Je
Je betekent ‘ik’ en is het onderwerp van de uitspraken over de spreker. Het staat vóór het werkwoord, zoals in de uitspraak over niet gehaast zijn en de wachttijd. Je gebruikt Je wanneer je jezelf als uitvoerder of ervaarder van de handeling noemt.
ne
Ne is hier een deel van de ontkenning en werkt samen met pas in ‘Je ne suis pas pressé’. Het geeft aan dat de beschreven toestand niet geldt. Je gebruikt ne vóór het werkwoord en pas verderop in dezelfde ontkennende zin.
pas
Pas vormt samen met ne de ontkenning in ‘Je ne suis pas pressé’. Samen betekenen ze dat de spreker niet gehaast is. Je gebruikt pas in deze ontkenning na het werkwoord.
pressé
Pressé betekent hier ‘gehaast’ en beschrijft de toestand van de spreker. Door de ontkenning zegt ‘Je ne suis pas pressé’ dat de spreker geen haast heeft. Je gebruikt pressé na être om aan te geven dat iemand haast heeft of juist niet.
a l'air
A l’air betekent als geheel ‘lijkt’ of ‘ziet eruit’. In ‘Ça a l’air difficile à gérer’ beoordeelt de spreker de situatie op basis van hoe die eruitziet; a betekent ‘heeft’ en l’air betekent ‘de indruk of het uiterlijk’. Je gebruikt deze uitdrukking vóór een beschrijving van de indruk die iets maakt.
à
À betekent hier ‘om te’ en verbindt difficile met de handeling gérer. In ‘difficile à gérer’ beschrijft het dat iets moeilijk te regelen of te hanteren is. Je gebruikt à in deze positie vóór een infinitief die zegt wat moeilijk of mogelijk is.
gérer
Gérer betekent hier ‘regelen’ of ‘omgaan met’ en verwijst naar het onder controle houden van de situatie met de baby en kinderwagen. Het staat na à in ‘difficile à gérer’. Je gebruikt gérer wanneer je een situatie, taak of probleem probeert te organiseren of hanteren.
ferait
Ferait betekent hier ‘zou maken’ en beschrijft een mogelijk gevolg van de aangeboden hulp. In ‘Ça ferait vraiment la différence’ zegt de spreker dat de hulp een groot effect zou hebben. Je gebruikt deze vorm om een hypothetisch of afhankelijk gevolg te beschrijven.
vraiment
Vraiment betekent ‘echt’ en versterkt hier het belang van het verschil dat de hulp zou maken. Het maakt de waardering nadrukkelijker. Je gebruikt vraiment om te benadrukken dat iets werkelijk of in sterke mate geldt.
différence
Différence betekent hier ‘verschil’ en is het effect dat de aangeboden hulp zou hebben. In ‘faire la différence’ draagt het woord samen met faire de betekenis ‘een echt verschil maken’. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer een handeling merkbaar invloed heeft op de situatie.
n'aurai
N’aurai betekent hier ‘zal hebben’ en staat in de ontkennende beperking van ‘Je n’aurai qu’à attendre’. De vorm geeft aan wat de spreker in de toekomst hoeft te doen. Je gebruikt deze vorm samen met qu’à wanneer je wilt zeggen dat iemand slechts één handeling hoeft uit te voeren.
qu'à
Qu’à draagt hier samen met n’aurai de betekenis ‘alleen maar te’ of ‘slechts te’. In ‘Je n’aurai qu’à attendre’ wordt de toekomstige inspanning beperkt tot wachten. Je gebruikt deze combinatie vóór een infinitief om aan te geven dat iets het enige is wat nodig zal zijn.
attendre
Attendre betekent hier ‘wachten’ en is de enige handeling die de spreker nog hoeft te doen. Het staat na qu’à in ‘Je n’aurai qu’à attendre’. Je gebruikt attendre wanneer iemand op een persoon, gebeurtenis of beurt wacht.
peu
Peu betekent hier in ‘un peu’ ‘een beetje’ en geeft aan dat de extra wachttijd klein is. Het staat samen met plus in ‘un peu plus longtemps’. Je gebruikt un peu om een kleine hoeveelheid of beperkte mate aan te geven.
plus
Plus betekent hier ‘meer’ en maakt met longtemps duidelijk dat de spreker langer zal wachten. Het geeft een vergelijking met de oorspronkelijke wachttijd. Je gebruikt plus vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord wanneer je een hogere mate of langere duur aangeeft.
longtemps
Longtemps betekent ‘lang’ of ‘lange tijd’ en verwijst hier naar de duur van het wachten. In ‘un peu plus longtemps’ betekent het dat de spreker iets langer wacht. Je gebruikt longtemps om de duur van een handeling te beschrijven.
aiderait
Aiderait betekent hier ‘zou helpen’ en beschrijft het verwachte voordeel van vóórgaan. In ‘nous aiderait’ is de persoon in kwestie het onderwerp dat hulp zou krijgen. Je gebruikt deze vorm om een mogelijke hulp of een mogelijk gunstig effect te beschrijven.
avant
Avant betekent hier ‘voordat’ en plaatst het wachten vóór het moment waarop de baby onrustiger wordt. In ‘avant que’ leidt het een bijzin over een toekomstige of nog niet gerealiseerde gebeurtenis in. Je gebruikt avant que vóór een volledige bijzin om de volgorde van gebeurtenissen aan te geven.
devienne
Devienne betekent hier ‘wordt’ en beschrijft de verandering naar een onrustigere toestand. Na ‘avant que’ past deze vorm bij een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden. Je gebruikt devienne in een bijzin na avant que wanneer je zegt dat iemand of iets een bepaalde toestand krijgt.
agité
Agité betekent hier ‘onrustig’ en beschrijft de toestand waarin de baby mogelijk terechtkomt. In ‘devienne plus agité’ gaat het om een toename van die onrust. Je gebruikt agité na een werkwoord dat een verandering van toestand beschrijft.
J'espère
J’espère betekent ‘ik hoop’ en leidt de wens van de spreker in dat iemand hem of haar ooit dezelfde hulp zou aanbieden. De apostrof verbindt je met espère in deze exacte vorm. Je gebruikt J’espère om een verwachting of wens uit te drukken, vaak gevolgd door een bijzin.
quelqu'un
Quelqu’un betekent ‘iemand’ en verwijst naar een niet nader genoemde persoon. In ‘quelqu’un me proposerait’ is die persoon degene die de hulp zou aanbieden. Je gebruikt quelqu’un wanneer de identiteit van de persoon niet belangrijk of niet bekend is.
me
Me betekent hier ‘mij’ en verwijst naar de persoon die de hulp zou ontvangen. In ‘me proposerait’ staat het vóór het werkwoord omdat de spreker de ontvanger van het aanbod is. Je gebruikt me vóór een werkwoord wanneer de handeling op jezelf gericht is of wanneer jij iets ontvangt.
proposerait
Proposerait betekent hier ‘zou aanbieden’ en beschrijft wat iemand in een vergelijkbare situatie voor de spreker zou kunnen doen. Het staat in ‘me proposerait la même aide’ vóór wat wordt aangeboden. Je gebruikt deze vorm om een mogelijk of gewenst aanbod te beschrijven.
même
Même betekent hier ‘dezelfde’ en verwijst naar hulp van hetzelfde soort als de hulp die nu wordt aangeboden. In ‘la même aide’ staat het vóór aide en beperkt het de betekenis daarvan. Je gebruikt même om aan te geven dat iets overeenkomt met iets dat al genoemd is.
aide
Aide betekent hier ‘hulp’ en verwijst naar het aanbod om iemand voor te laten gaan. In ‘la même aide’ wordt die hulp vergeleken met de huidige hulp. Je gebruikt aide wanneer iemand steun of praktische hulp van een ander ontvangt.
en
En betekent in ‘Je vous en remercie’ ‘ervoor’ of ‘daarvoor’ en verwijst naar de ontvangen hulp. Het voorkomt dat die hulp opnieuw volledig genoemd moet worden. Je gebruikt deze vaste beleefde uitdrukking om iemand voor iets te bedanken dat al bekend is.
remercie
Remercie betekent hier ‘bedank’ en maakt samen met ‘Je vous en’ een beleefde dankbetuiging. De spreker bedankt de andere persoon voor de aangeboden hulp. Je gebruikt ‘Je vous en remercie’ wanneer je iemand formeel bedankt voor iets dat net genoemd of gedaan is.
L'attente
L’attente betekent hier ‘het wachten’ of ‘de wachttijd’ en is het onderwerp van de uitspraak over stress. Het woord verwijst naar de periode waarin de personen in de rij staan. Je gebruikt L’attente wanneer je de wachttijd als een zelfstandig onderwerp bespreekt.
est
Est betekent hier ‘is’ en verbindt l’attente met de beschrijving stressante. De zin zegt daardoor hoe de wachttijd nu wordt ervaren. Je gebruikt est vóór een bijvoeglijk naamwoord om een toestand of eigenschap te beschrijven.
beaucoup
Beaucoup betekent hier ‘veel’ en versterkt de vermindering die door moins wordt uitgedrukt. In ‘beaucoup moins stressante’ betekent het dat de wachttijd veel minder stressvol is. Je gebruikt beaucoup vóór een vergelijking om het verschil groter te maken.
moins
Moins betekent hier ‘minder’ en geeft aan dat de wachttijd minder stressvol is dan eerder. Het staat vóór stressante en vormt daarmee de vergelijking. Je gebruikt moins wanneer je een lagere mate of intensiteit beschrijft.
stressante
Stressante betekent hier ‘stressvol’ en beschrijft de wachttijd. In ‘beaucoup moins stressante’ wordt gezegd dat de wachttijd door de hulp veel minder spanning veroorzaakt. Je gebruikt stressante om een situatie of ervaring als stressvol te typeren.
comme
Comme betekent hier ‘zo’ in de vaste uitdrukking ‘comme ça’. De uitdrukking verwijst naar de manier waarop de situatie door het aanbod is veranderd. Je gebruikt comme ça om te verwijzen naar een manier of toestand die uit de context duidelijk is.