Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Je plek in de rij laten bewaren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Est-ce que je peux te demander un petit service pendant qu'on fait la queue ?
ès kuh zjuh peu tuh duh-mã-dee-r eun puh-tie sèr-vies pã-dã kõ fè la keu? Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?Dis-moi ce dont tu as besoin, je pourrai peut-être t'aider.
die-mwa suh kõ tuu-a bə-zwẽ, zjuh poo-rè peu-tètr tè-dee. Vertel me wat je nodig hebt, dan kan ik misschien helpen.Est-ce que tu peux garder ma place dans la file pendant que je vais chercher de l'eau ?
ès kuh tuu peu gar-dee ma plas dã la fiel pã-dã kuh zjuh vè sjèr-sjee duh loo? Kun je mijn plek in de rij vrijhouden terwijl ik wat water haal?Je peux le faire si tu restes près de la file.
zjuh peu luh fèèr sie tuu rèst prè duh la fiel. Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.Je peux rester là où tu peux me voir et garder un œil sur la file.
zjuh peu rè-stee la oe tuu peu muh vwar ee gar-dee eun nuh-j syr la fiel. Ik kan blijven staan op een plek waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.Ça aide, parce que les gens peuvent s'inquiéter si quelqu'un disparaît.
sa èd, pars-kuh lee zjã peuv s'ẽ-kjee-tee sie kel-keun dies-pa-rètr. Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.Je ne veux pas que quelqu'un ait l'impression que je passe devant les autres.
zjuh nuh veu pa kuh kel-keun è lẽ-prè-sjõ kuh zjuh pas duh-vã lee-zotr. Ik wil niet dat iemand het gevoel krijgt dat ik voordring.Si quelqu'un demande, je peux expliquer que tu es resté près de la file.
sie kel-keun duh-mãd, zjuh peu eks-plee-kee kuh tuu è rè-stee prè duh la fiel. Als iemand het vraagt, kan ik uitleggen dat je in de buurt bent gebleven.J'apprécie ton aide. Je vais faire vite.
zja-prè-sjee tõ nèd. Zjuh vè fèèr viet. Ik waardeer de hulp. Ik zal snel terug zijn.Reviens juste avant que la file avance beaucoup.
ruh-vjẽ zjuust a-vã kuh la fiel a-vãs boo-koo. Kom gewoon terug voordat de rij veel verder opschuift.Uitleg van de zinnen
Est-ce que je peux te demander un petit service pendant qu'on fait la queue ?
Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?
- Est-ce que
- vraaginleiding
- je peux
- ik kan / mag ik
- te demander
- je vragen
- petit
- klein
- service
- gunst
- pendant qu'on
- terwijl we
- fait la queue
- in de rij staan
Uitgebreide uitleg
Est-ce que staat aan het begin als een vaste manier om van een mededelende zin een ja-neevraag te maken. Het draagt hier de vraagfunctie; de woordvolgorde blijft verder grotendeels die van een gewone zin. Bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens ? = “Kom je?” je peux komt van het werkwoord pouvoir (“kunnen”, en in een verzoek vaak “mogen”). peux is de tegenwoordige tijd voor je; de volledige reeks is je peux, tu peux, il/elle peut. In deze zin betekent je peux door de vraagvorm natuurlijk “mag ik”. te demander betekent letterlijk “jou vragen”. demander is de infinitief “vragen”; te is het voornaamwoord voor de persoon aan wie iets gevraagd wordt. Na pouvoir staat de infinitief: je peux demander = “ik kan/mag vragen”. Voorbeelden: Je peux entrer ? = “Mag ik binnenkomen?” en Je peux te poser une question ? = “Mag ik je een vraag stellen?” petit is het bijvoeglijk naamwoord “klein”. Hier staat het in de mannelijke enkelvoudsvorm, omdat het bij service hoort; service is in het Frans mannelijk. De vrouwelijke enkelvoudsvorm is petite, zoals in une petite erreur = “een kleine fout”. In de vaste zin verzacht petit service de formulering: het gaat om “een kleine gunst”, niet noodzakelijk om een letterlijk klein voorwerp. service is het zelfstandig naamwoord “gunst” in deze context. Het kan ook “dienst” betekenen, maar hier bepaalt demander un service de betekenis “een gunst vragen”. Het onbepaalde lidwoord un markeert hier een niet nader bepaalde gunst; het beweert op zichzelf geen geteld aantal in de Nederlandse zin. pendant qu'on betekent “terwijl we”. pendant que leidt een bijzin in en on is hier de gebruikelijke gesproken vorm voor “we”; het kan in andere contexten ook een onbepaald “men” betekenen. De apostrof in qu'on is de verplichte samentrekking van que voor een klinker. fait la queue is de vaste uitdrukking faire la queue, “in de rij staan”. fait is de vorm van faire bij on: on fait. Het is dus niet het werkwoord être (“zijn”). Bijvoorbeeld: Nous faisons la queue. = “Wij staan in de rij.” In de vaste zin wordt on fait gebruikt omdat het onderwerp on is, ook al verwijst on hier naar “we”. Samen vormt Est-ce que je peux te demander un petit service de beleefde vraag “Mag ik je om een kleine gunst vragen?”. pendant qu'on fait la queue bepaalt wanneer dat gebeurt: “terwijl we in de rij staan”. De hele zin betekent dus: “Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?”
Dis-moi ce dont tu as besoin, je pourrai peut-être t'aider.
Vertel me wat je nodig hebt, dan kan ik misschien helpen.
- Dis-moi
- Vertel me
- ce dont tu as besoin
- wat je nodig hebt
- je pourrai
- ik zal kunnen
- peut-être
- misschien
- t'aider
- je helpen
Uitgebreide uitleg
Dis-moi betekent hier “vertel me”. Dis is de gebiedende wijs van dire (“zeggen/vertellen”) voor tu; moi is de beklemtoonde vorm van me na de gebiedende wijs. In een bevestigende gebiedende wijs staat het objectpronomen erachter en wordt het met een koppelteken verbonden. Voorbeeld: Écoute-moi. — “Luister naar me.” ce dont tu as besoin betekent “wat je nodig hebt”. dont verwijst hier naar iets dat met de wordt verbonden: avoir besoin de quelque chose betekent “iets nodig hebben”. ce dont betekent letterlijk ongeveer “datgene waarvan”, maar in deze constructie vertaal je het natuurlijk als “wat”. tu as besoin is de vorm van avoir besoin voor tu. Voorbeeld: Dis-moi ce dont tu as besoin. — “Vertel me wat je nodig hebt.” je pourrai betekent hier “ik zal kunnen”. pourrai is de toekomende tijd van pouvoir (“kunnen”) bij je; de basisvorm is dus pouvoir, niet pour. De vorm drukt uit dat de mogelijkheid op een later moment geldt. Voorbeeld: Je pourrai venir demain. — “Ik zal morgen kunnen komen.” peut-être betekent “misschien”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Het maakt de mogelijkheid minder zeker, zonder op zichzelf aan te geven waarom iets mogelijk is. Voorbeeld: Peut-être qu'il viendra. — “Misschien komt hij.” In t'aider staat t' voor te (“jou”) vóór de klinker van aider; de apostrof is elisie. aider is de infinitief “helpen”, en t'aider betekent “jou helpen”. Het pronomen is hier het lijdend voorwerp van aider. Voorbeeld: Je veux t'aider. — “Ik wil je helpen.” Samen bestaat de zin uit de gebiedende wijs Dis-moi, de inhoud die verteld moet worden (ce dont tu as besoin), en daarna een mogelijke toekomstige hulp: je pourrai peut-être t'aider. De volledige betekenis is: “Vertel me wat je nodig hebt, dan kan ik misschien helpen.”
Est-ce que tu peux garder ma place dans la file pendant que je vais chercher de l'eau ?
Kun je mijn plek in de rij vrijhouden terwijl ik wat water haal?
- Est-ce que
- vraagmarkering
- peux
- kunt
- garder
- vrijhouden
- place
- plek
- file
- rij
- pendant que
- terwijl
- vais
- ga
- chercher
- halen
- eau
- water
Uitgebreide uitleg
Est-ce que is een vaste manier om in het Frans een gewone mededelende zin in een vraag te veranderen. Het voegt hier de vraagbetekenis toe zonder de volgorde van onderwerp en werkwoord om te keren. Patroon: Est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ?. peux komt van pouvoir en is de tegenwoordige tijd bij tu: tu peux = je kunt / jij kunt. Het drukt hier mogelijkheid of bereidheid uit in de vraag. Vergelijk: je peux = ik kan, il/elle peut = hij/zij kan. De vorm peux hoort bij tu, niet bij garder. garder is een infinitief en betekent hier een plek behouden of voor iemand vrijhouden. Na pouvoir staat de volgende handeling in de infinitief: tu peux garder ... = je kunt ... vrijhouden. Voorbeeld: Tu peux garder mon sac ? — Kun je mijn tas vasthouden? place is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier een plek of plaats. In ma place betekent het bezittelijk woord ma “mijn” bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. De hele woordgroep verwijst volgens de vertaling naar de plek van de spreker in de rij. file is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een rij mensen of wachtenden. In dans la file betekent het letterlijk “in de rij”; la is hier het bepaalde lidwoord bij file. Het woord file kan in andere contexten ook een rij of lijn van andere dingen aanduiden, maar hier gaat het om de wachtrij. pendant que is een voegwoord met de betekenis “terwijl” en verbindt twee gelijktijdige handelingen. Daarna volgt een volledige bijzin met een onderwerp en een vervoegd werkwoord. Patroon: pendant que + onderwerp + werkwoord. vais komt van aller en is de tegenwoordige tijd bij je: je vais = ik ga. In deze zin staat het met chercher; samen beschrijven ze dat de spreker ergens water gaat halen. Dit is hier vooral een beweging met een doel, niet alleen de losse betekenis “ik ben van plan”. Vergelijk: Je vais chercher le livre. — Ik ga het boek halen. chercher is een infinitief en betekent “zoeken” of, zoals hier, “gaan halen”. In vais chercher volgt het op de vervoegde vorm van aller. De betekenis “halen” ontstaat hier doordat de spreker ergens naartoe gaat om water te verkrijgen. eau is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor water. In de l'eau staat de voor een niet nader bepaalde hoeveelheid, en de l' ontstaat door de elisie vóór de klinker van eau. Het betekent hier “wat water” of eenvoudig “water”; het stelt geen precies aantal vast. Voorbeeld: Je bois de l'eau. — Ik drink water. De zin is opgebouwd als: Est-ce que + tu peux + garder ma place dans la file + pendant que + je vais chercher de l'eau. Samen vraagt de spreker dus of de aangesprokene de plek van de spreker in de rij wil behouden terwijl de spreker water gaat halen. De vraagvorm maakt van dit verzoek een vraag naar de mogelijkheid of bereidheid van de ander.
Je peux le faire si tu restes près de la file.
Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.
- Je peux
- ik kan
- faire
- doen
- restes
- blijft
- près de
- dicht bij
- file
- rij
Uitgebreide uitleg
Je peux betekent hier dat de spreker iets kan of in staat is iets te doen. peux is de vorm van pouvoir voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: je peux. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux venir = “Ik kan komen”. faire is de infinitief van “doen” of “maken”. Hier verwijst le faire naar de handeling die eerder in de context is genoemd, namelijk de plek in de rij vrijhouden. De combinatie peux faire geeft dus “kan doen”; faire verandert niet mee met de persoon omdat peux de vervoegde vorm draagt. restes komt van rester, “blijven”. Het is de tegenwoordige tijd voor tu: tu restes. In si tu restes ... beschrijft de tegenwoordige tijd de voorwaarde “als je blijft”. Een bruikbaar patroon is si + tegenwoordige tijd: Si tu restes ici, je peux te voir. = “Als je hier blijft, kan ik je zien.” près de is een vaste voorzetselcombinatie met de betekenis “dicht bij” of “in de buurt van”. Het daaropvolgende zelfstandig naamwoord wordt ermee verbonden: près de la gare = “dicht bij het station”. file betekent hier “rij”, in de zin van een rij mensen. In la file laat la zien dat dit zelfstandig naamwoord in het Frans vrouwelijk is. Het woord kan ook in andere soorten rijen worden gebruikt, bijvoorbeeld une file de voitures = “een rij auto’s”. Samen bestaat de zin uit Je peux le faire (“Dat kan ik doen”) en de voorwaarde si tu restes près de la file (“als je dicht bij de rij blijft”). Het object le verwijst naar de bedoelde handeling uit de context. De volledige betekenis is daarom: “Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.”
Je peux rester là où tu peux me voir et garder un œil sur la file.
Ik kan blijven staan op een plek waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.
- Je peux
- Ik kan
- rester
- blijven
- là où
- op de plek waar
- tu peux
- je kunt
- voir
- zien
- garder un œil
- in de gaten houden
- file
- rij
Uitgebreide uitleg
Je peux betekent hier “ik kan”. peux is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”) bij je; bij tu heeft dezelfde werkwoordsvorm de vorm peux, zoals in tu peux verderop. Na pouvoir volgt een infinitief: Je peux rester = “ik kan blijven”. rester betekent “blijven” of “blijven staan”, afhankelijk van de situatie. Het is de infinitief; na peux verandert het niet in persoon. Voorbeeld: Je peux rester ici. — “Ik kan hier blijven.” là où betekent “op de plek waar” of korter “waar”. Het verbindt de plaats met de bijzin tu peux me voir: rester là où... = “blijven op de plek waar...”. tu peux betekent “je kunt”. Hier is peux opnieuw een vorm van pouvoir, nu bij tu; het onderwerp is dus de aangesproken persoon, niet de spreker. In tu peux me voir volgt weer een infinitief. voir betekent “zien”. Het is de infinitief na peux. me is het voornaamwoord voor de persoon die spreekt en is hier het lijdend voorwerp: me voir = “mij zien”. Voorbeeld: Tu peux me voir. — “Je kunt me zien.” garder un œil is een vaste uitdrukking met de betekenis “een oogje houden” of “in de gaten houden”. In de volledige constructie garder un œil sur + iets betekent sur waarop de aandacht gericht blijft. un œil betekent letterlijk “een oog”, maar de hele uitdrukking moet als vaste combinatie worden geleerd. file betekent “rij”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier la file (“de rij”). In sur la file is de rij datgene waarop men toezicht houdt. Voorbeeld: Je garde un œil sur la porte. — “Ik houd de deur in de gaten.” De twee infinitieven rester en garder zijn met et verbonden en delen het onderwerp je: de spreker kan dus op een geschikte plek blijven en tegelijk de rij in de gaten houden. là où tu peux me voir beperkt die plek: het gaat om een plek waar de aangesproken persoon de spreker kan zien. Samen betekent de zin: “Ik kan blijven staan op een plek waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.”
Ça aide, parce que les gens peuvent s'inquiéter si quelqu'un disparaît.
Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.
- Ça
- dat/het
- aide
- helpt
- parce que
- omdat
- les gens
- mensen
- peuvent
- kunnen
- s'inquiéter
- zich zorgen maken
- si
- als
- quelqu'un
- iemand
- disparaît
- verdwijnt
Uitgebreide uitleg
Ça betekent hier “dat” of “het”. Het is een aanwijzend voornaamwoord; wat het precies aanduidt, wordt in de vaste zin niet benoemd. aide betekent hier “helpt”. Het is de tegenwoordige tijd van aider (“helpen”), derde persoon enkelvoud: j'aide, tu aides, il/elle/ça aide. Voorbeeld: Ça aide beaucoup. — “Dat helpt veel.” parce que leidt de redengevende bijzin in: “omdat/want”. Het verbindt hier de uitspraak dat iets helpt met de reden daarvoor. Voorbeeld: Je reste ici parce que c'est plus simple. — “Ik blijf hier omdat dat eenvoudiger is.” les gens betekent “de mensen” of natuurlijker “mensen”. gens is een zelfstandig naamwoord voor mensen en staat hier in het meervoud; les is het bepaald lidwoord voor dit meervoud. Het is niet hetzelfde als één persoon: daarvoor staat later quelqu'un. peuvent is de tegenwoordige tijd van pouvoir (“kunnen”), derde persoon meervoud: ils/elles peuvent. Na pouvoir volgt een infinitief: peuvent s'inquiéter = “kunnen zich zorgen maken”. Voorbeeld: Ils peuvent attendre. — “Ze kunnen wachten.” s'inquiéter betekent “zich zorgen maken” of “ongerust worden”. Het is een pronominaal werkwoord: het voornaamwoord verandert mee met het onderwerp, hier les gens: je m'inquiète, ils s'inquiètent. De apostrof in s'inquiéter ontstaat door elisie vóór de klinker aan het begin van inquiéter. Voorbeeld: Elle s'inquiète pour son ami. — “Zij maakt zich zorgen om haar vriend.” si betekent hier “als” en introduceert een voorwaarde of situatie waarin de hoofdgedachte geldt. Het is niet het Nederlandse “of” in een indirecte vraag. Voorbeeld: Je viens si tu m'appelles. — “Ik kom als je me belt.” quelqu'un betekent “iemand”. Het is een enkelvoudig onbepaald voornaamwoord: het noemt geen specifieke persoon. Daarom staat de persoonsvorm daarna in het enkelvoud. De vorm bevat de apostrof in quelqu'un; die spelling hoort bij dit woord en moet niet als twee losse woorden worden behandeld. disparaît betekent hier “verdwijnt”. Het is de tegenwoordige tijd van disparaître, derde persoon enkelvoud: il/elle disparaît, met de circumflex op î. Voorbeeld: Le train disparaît dans le tunnel. — “De trein verdwijnt in de tunnel.” Samen vormen de delen: Ça + aide + parce que + les gens peuvent s'inquiéter + si quelqu'un disparaît. De volledige betekenis is: “Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.” De bijzin met si geeft de situatie aan die de bezorgdheid kan veroorzaken; quelqu'un is daarin het onbepaalde onderwerp van disparaît.
Je ne veux pas que quelqu'un ait l'impression que je passe devant les autres.
Ik wil niet dat iemand het gevoel krijgt dat ik voordring.
- Je ne veux pas
- Ik wil niet
- quelqu'un
- iemand
- ait l'impression
- de indruk heeft
- je passe devant
- voordringt; voor anderen gaat
- les autres
- de anderen
Uitgebreide uitleg
Je ne veux pas betekent hier “ik wil niet”. veux is de vorm van vouloir voor je in de tegenwoordige tijd; ne ... pas maakt de zin ontkennend. Een veel bruikbaar patroon is Je veux ... tegenover Je ne veux pas .... Voorbeeld: Je ne veux pas attendre. — “Ik wil niet wachten.” quelqu'un betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor één niet nader genoemde persoon. Het kan bijvoorbeeld het onderwerp zijn in Quelqu'un arrive. — “Iemand komt eraan.” De vorm zegt niet wie die persoon is. ait l'impression bestaat uit ait, de vorm van avoir voor il/elle/on in de tegenwoordige aanvoegende wijs, en l'impression, “de indruk”. Na vouloir que wordt in het Frans de aanvoegende wijs gebruikt: Je veux que ... / Je ne veux pas que .... Hier is quelqu'un het onderwerp van ait, ook al is het een onbepaald voornaamwoord. Het patroon avoir l'impression que ... betekent “de indruk hebben dat ...”. Voorbeeld: Elle a l'impression qu'il est tard. — “Ze heeft de indruk dat het laat is.” je passe devant betekent hier dat ik vóór iemand anders langsga of voor iemand anders terechtkom. passe is de vorm van passer voor je in de tegenwoordige tijd. In combinatie met devant krijgt passer de ruimtelijke betekenis “voorbijgaan” of “ervoorlangs gaan”; in deze context, bevestigd door de vertaling, gaat het om voordringen. Voorbeeld: Je passe devant la porte. — “Ik loop langs de deur.” les autres betekent “de anderen”. les is het bepaald meervoudslidwoord en autres is het meervoud van autre, “ander”. Het verwijst hier naar de andere mensen tegenover wie de spreker vóór zou kunnen gaan staan. Voorbeeld: Je respecte les autres. — “Ik respecteer de anderen.” Samen vormt de zin het patroon Je ne veux pas que + onderwerp + aanvoegende wijs: de spreker wil niet dat iemand de indruk krijgt dat de spreker vóór de anderen gaat. In de gegeven betekenis: “Ik wil niet dat iemand het gevoel krijgt dat ik voordring.”
Si quelqu'un demande, je peux expliquer que tu es resté près de la file.
Als iemand het vraagt, kan ik uitleggen dat je in de buurt bent gebleven.
- Si quelqu'un demande
- Als iemand het vraagt
- je peux
- ik kan
- expliquer
- uitleggen
- tu es resté
- je bent gebleven
- près de
- in de buurt van
- la file
- de rij
Uitgebreide uitleg
Si quelqu'un demande betekent hier: “Als iemand ernaar vraagt.” si leidt een voorwaardelijke bijzin in. quelqu'un is een onbepaald voornaamwoord voor een persoon; het verwijst hier niet naar een specifiek genoemde persoon. demande is de tegenwoordige tijd van demander bij de derde persoon enkelvoud. Het grammaticale onderwerp is quelqu'un; wat die persoon vraagt, blijft in deze bijzin ongenoemd. Voorbeeld: Si quelqu'un demande, réponds. — “Als iemand ernaar vraagt, antwoord dan.” je peux komt van pouvoir (“kunnen”). peux is de tegenwoordige tijd bij je; bij tu is de vorm peux ook hetzelfde, maar het onderwerp maakt het verschil duidelijk. Na pouvoir volgt een infinitief: je peux expliquer — “ik kan uitleggen”. expliquer is de infinitief “uitleggen”. De infinitief blijft na peux onveranderd; de persoon en tijd worden door peux uitgedrukt. Voorbeeld: Je peux attendre. — “Ik kan wachten.” tu es resté betekent hier “je bent gebleven”. es is de tweede persoon enkelvoud van être in de tegenwoordige tijd en vormt hier samen met het voltooid deelwoord resté de passé composé van rester. Omdat rester in deze samengestelde tijd être gebruikt, stemt het voltooid deelwoord in de standaardspelling af op het onderwerp: bij een mannelijk enkelvoudig onderwerp resté, bij een vrouwelijk enkelvoudig onderwerp restée. De Franse vorm resté is hier dus de mannelijke enkelvoudsvorm; het Nederlandse gebleven maakt dat onderscheid niet. Voorbeeld: Tu es restée ici. — “Je bent hier gebleven.” près de is een vaste voorzetselcombinatie met de betekenis “dicht bij” of “in de buurt van”. Het voorzetsel de staat vóór het zelfstandig naamwoord dat de locatie specificeert. Het is niet hetzelfde als devant (“voor”, in de zin van vóór iets staan); près de drukt nabijheid uit. la file betekent hier “de rij”. file is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en krijgt daarom het bepaalde lidwoord la. In près de la file staat la file na de; er is geen samentrekking, omdat de la vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord blijft staan. Voorbeeld: Je suis près de la porte. — “Ik ben bij de deur.” Samen vormt de zin: Si quelqu'un demande (“Als iemand ernaar vraagt”) + je peux expliquer (“kan ik uitleggen”) + que tu es resté près de la file (“dat je in de buurt van de rij bent gebleven”). De volledige betekenis is dus: “Als iemand het vraagt, kan ik uitleggen dat je in de buurt van de rij bent gebleven.” De formulering is neutraal en bruikbaar wanneer de voorwaarde en de daaropvolgende mogelijkheid samen worden genoemd.
J'apprécie ton aide. Je vais faire vite.
Ik waardeer de hulp. Ik zal snel terug zijn.
- J'apprécie
- ik waardeer
- ton
- jouw
- aide
- hulp
- Je vais
- ik ga
- faire vite
- snel handelen
Uitgebreide uitleg
J'apprécie betekent hier «ik waardeer». Het is de tegenwoordige tijd van apprécier in de eerste persoon enkelvoud: j'apprécie. Voor een klinker valt je samen met het volgende woord: je apprécie wordt j'apprécie. ton betekent «jouw» en hoort hier bij aide. Het is de bezitsvorm voor één bezitter bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord, of bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord dat met een klinker of stomme h begint. Daarom staat er ton aide, hoewel aide vrouwelijk is; vóór een medeklinker staat bijvoorbeeld ta voiture («jouw auto»). aide betekent hier «hulp». Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: une aide. Afhankelijk van de context kan aide ook naar een helper verwijzen, maar hier gaat het om ontvangen hulp. Voorbeeld: Merci pour ton aide. — «Bedankt voor je hulp.» Je vais betekent letterlijk «ik ga». vais is de eerste persoon enkelvoud van aller in de tegenwoordige tijd. Met een daaropvolgende infinitief vormt aller de nabije toekomst: je vais partir betekent «ik ga vertrekken» of «ik zal vertrekken». In de zin hier krijgt je vais die toekomstige waarde samen met faire. faire vite betekent «snel handelen» of «zich haasten». faire is de infinitief van faire, met als veelvoorkomende basisbetekenissen «doen» en «maken». In deze uitdrukking betekent de combinatie niet letterlijk «snel maken», maar dat iemand snel te werk gaat. Voorbeeld: Je vais faire vite. — «Ik zal snel zijn.» Samen betekent J'apprécie ton aide. «Ik waardeer je hulp». In Je vais faire vite vormt je vais met de infinitief faire de nabije toekomst, terwijl faire vite aangeeft dat de spreker zich zal haasten. In deze vaste vertaling en de gegeven context wordt het geheel weergegeven als «Ik zal snel terug zijn».
Reviens juste avant que la file avance beaucoup.
Kom gewoon terug voordat de rij veel verder opschuift.
- Reviens
- kom terug
- juste avant que
- vlak voordat
- la file
- de rij
- avance
- opschuift
- beaucoup
- veel
Uitgebreide uitleg
Reviens is de gebiedende wijs van revenir (“terugkomen”) voor één aangesproken persoon. Het onderwerp staat in het Frans bij deze vorm meestal niet uitgedrukt: de zin richt zich rechtstreeks tot “jij”. Vergelijk: Reviens demain. — “Kom morgen terug.” De vorm voor meerdere personen of een beleefde aanspreekvorm is revenez. juste avant que betekent hier “vlak voordat”. avant que leidt een bijzin in met een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden; daarom staat avance hier in de subjonctif. Bij avancer is de vorm in de derde persoon enkelvoud toevallig gelijk in de indicatif en de subjonctif: elle avance. Voorbeeld: Pars avant qu’il arrive. — “Vertrek voordat hij aankomt.” juste maakt het tijdsinterval korter of preciezer: het gaat om vlak vóór die gebeurtenis. la file is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor “de rij” of “de wachtende rij mensen of voertuigen”. Het bepaalde lidwoord la past bij dit grammaticale geslacht; het zegt op zichzelf niets over het aantal personen in de rij. Voorbeeld: La file est longue. — “De rij is lang.” avance komt van avancer, “vooruitgaan” of “opschuiven”. In deze zin gaat het om de rij als geheel die verder opschuift. De vorm is derde persoon enkelvoud, passend bij la file; de subjonctif wordt hier door avant que vereist. Voorbeeld: La file avance lentement. — “De rij schuift langzaam op.” beaucoup is een bijwoord dat hier de mate van het opschuiven aangeeft: “veel” of “een flink stuk”. Het beschrijft dus niet hoeveel mensen er in de rij staan. Voorbeeld: La file avance beaucoup. — “De rij schuift veel verder op.” Samen vormt Reviens juste avant que la file avance beaucoup een verzoek of opdracht: de aangesproken persoon moet terugkomen op het moment vlak voordat de rij veel verder opschuift. De volgorde is: eerst de opdracht om terug te komen, daarna het tijdsmoment dat bepaalt wanneer dat moet gebeuren.
Grammatica
Impératif affirmatif + pronom complément
Dis-moi
die-mwaZeg het me
In de bevestigende gebiedende wijs komt het voornaamwoord achter het werkwoord: dis-moi.
Pronom complément avant l'infinitif
t'aider
tè-deeje helpen
Een voornaamwoord zoals t' staat vóór de infinitief: t'aider betekent ‘je helpen’.
Frans woordenschat
je pourrai peut-être t'aider
ce dont tu as besoin
je vais chercher de l'eau
te demander un petit service
Dis-moi ce dont tu as besoin
pendant qu'on fait la queue
dans la file
garder ma place dans la file
un petit service
je pourrai peut-être t'aider
ma place dans la file
un petit service
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
gunst; dienst
Antwoord tonen
servicebehoefte; nodig hebben
Antwoord tonen
besoinvragen
Antwoord tonen
demanderklein