Est-ce
“Est-ce” maakt hier deel uit van de vaste vraaginleiding “Est-ce que”, waarmee A beleefd vraagt of iets mogelijk is. Gebruik “Est-ce que” vóór een gewone zin om een ja-neevraag te vormen.
que
In “Est-ce que” leidt “que” de inhoud van de vraag in. Het staat ook in “pendant qu'on fait la queue” en verbindt daar de tijdsbepaling met de hoofdzin. Gebruik “que” dus binnen deze vaste uitdrukkingen, niet als losse vertaling voor de hele vraag.
je
“je” betekent hier “ik” en is het onderwerp van “je peux te demander”. De vorm staat vóór het werkwoord om aan te geven wie de handeling uitvoert. Gebruik bijvoorbeeld “je peux ...” om te zeggen wat je kunt doen.
peux
“peux” betekent hier “kan” in “je peux te demander” en drukt mogelijkheid of toestemming uit. Het is de vorm van pouvoir bij “je”. Gebruik “je peux” vóór een infinitief, zoals in “je peux t'aider”.
te
“te” verwijst hier naar de persoon aan wie A iets vraagt in “te demander”. Het is een objectpronomen en staat vóór de infinitief. Gebruik “te demander” voor “jou iets vragen” in een informele aanspreekvorm.
demander
“demander” betekent hier “vragen” in “te demander un petit service”. De infinitief volgt op “peux” en krijgt daarna het gevraagde object “un petit service”. Een bruikbaar patroon is “demander quelque chose à quelqu'un” voor iemand iets vragen.
un
“un” betekent hier “een” in “un petit service” en introduceert één niet nader bepaald verzoek. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “service”. Gebruik “un” vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
petit
“petit” betekent hier “klein” in “un petit service”. In deze context maakt het verzoek bescheiden en beleefd. Gebruik “un petit service” als vaste, vriendelijke manier om om een kleine gunst te vragen.
service
“service” betekent hier “gunst” in “un petit service”, niet een algemene dienst. Samen met “demander” vormt het de vraag om hulp. Gebruik “rendre un service” in een nieuwe voorbeeldzin wanneer je iemand een gunst doet.
pendant
“pendant” betekent hier “terwijl” in “pendant qu'on fait la queue”. Het introduceert de periode waarin de hoofdhandeling plaatsvindt. Gebruik “pendant que” vóór een volledige bijzin.
qu'on
“qu'on” betekent hier “terwijl we” in “pendant qu'on fait la queue”. Het is de samengevoegde vorm van “que” en “on”; “on” verwijst hier naar de mensen die samen in de rij staan. Gebruik “pendant qu'on ...” om twee gelijktijdige handelingen te verbinden.
fait
“fait” draagt in “on fait la queue” bij aan de vaste uitdrukking voor in de rij staan. Letterlijk betekent “fait” hier niet dat iemand een voorwerp maakt; de volledige uitdrukking “faire la queue” betekent in de rij staan. Gebruik “faire la queue” voor wachten in een rij.
la
“la” betekent hier “de” in “la queue”. Het is het lidwoord vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik het samen met “queue” in de vaste uitdrukking “faire la queue”.
queue
“queue” betekent hier “rij” in “faire la queue”. De betekenis komt uit de volledige uitdrukking, niet uit “queue” alleen. Gebruik “dans la file” ook wanneer je specifiek “in de rij” wilt zeggen.
Dis-moi
“Dis-moi” betekent hier “zeg me” of “vertel me” en is een directe uitnodiging om uit te leggen wat nodig is. Het combineert de gebiedende wijs “Dis” met het objectpronomen “moi”. Gebruik “Dis-moi ...” in een informele conversatie wanneer je iemand vraagt iets te vertellen.
ce
“ce” betekent hier “wat” in de constructie “ce dont tu as besoin”. Samen verwijst het naar datgene wat de ander nodig heeft. Gebruik “ce dont ...” wanneer het volgende werkwoord of de uitdrukking met “de” wordt verbonden.
dont
“dont” verbindt “ce” met de uitdrukking “avoir besoin de” in “ce dont tu as besoin”. Het betekent daar ongeveer “wat ... nodig heeft”. Gebruik “ce dont j'ai besoin” in een nieuwe voorbeeldzin voor “wat ik nodig heb”.
tu
“tu” betekent hier “jij” en is het onderwerp van “tu as besoin”. De vorm hoort bij een informele aanspreekvorm. Gebruik “tu” met de bijbehorende werkwoordsvorm wanneer je iemand rechtstreeks en informeel aanspreekt.
as
“as” betekent hier “hebt” in “tu as besoin de”. Het is de vorm van avoir bij “tu”. Gebruik “avoir besoin de” om uit te drukken dat iemand iets nodig heeft.
besoin
“besoin” betekent hier “behoefte” in de vaste uitdrukking “avoir besoin de”, die in deze zin “nodig hebben” betekent. Het volgende element na “de” benoemt wat nodig is. Gebruik bijvoorbeeld “avoir besoin d'eau” in een nieuwe voorbeeldzin.
pourrai
“pourrai” betekent hier “zal kunnen” of “mogelijk kunnen” in “je pourrai peut-être t'aider”. Het is een toekomstige vorm van pouvoir en verwijst naar de mogelijkheid om daarna te helpen. Gebruik “je pourrai peut-être ...” om voorzichtig een mogelijke toekomstige hulp aan te bieden.
peut-être
“peut-être” betekent hier “misschien” en maakt B’s aanbod voorzichtig in plaats van zeker. Het staat in “je pourrai peut-être t'aider” bij de mogelijkheid om te helpen. Gebruik “peut-être” om onzekerheid of een voorbehoud uit te drukken.
t'aider
“t'aider” betekent hier “je helpen” in “je pourrai peut-être t'aider”. “t'” is de verkorte vorm van “te” vóór de klinker in “aider”, en “aider” is de handeling helpen. Gebruik “aider quelqu'un” of “t'aider” wanneer je hulp aan een persoon beschrijft.
garder
“garder” betekent hier “vrijhouden” in “garder ma place dans la file”. De persoon bewaart de plek zodat A kan terugkomen. Gebruik “garder une place” wanneer iemand een plek voor een ander bezet of bewaart.
ma
“ma” betekent hier “mijn” in “ma place”. Het geeft aan dat de plek bij A hoort. Gebruik “ma” vóór een zelfstandig naamwoord in de eerste persoon enkelvoud, zoals “ma place”.
place
“place” betekent hier “plek” in “ma place dans la file”. Het gaat om de positie die A in de rij heeft. Gebruik “garder ma place” om te vragen of iemand je plaats wil vrijhouden.
dans
“dans” betekent hier “in” in “dans la file”. Het geeft aan waar de plek zich bevindt. Gebruik “dans la file” voor “in de rij” wanneer je de rij als file benoemt.
file
“file” betekent hier “rij” in “la file”. In deze dialoog wordt het gebruikt als alternatief voor “la queue”. Gebruik “dans la file” of “près de la file” om de positie ten opzichte van de rij te beschrijven.
vais
“vais” betekent hier “ga” in “je vais chercher de l'eau”. Het is de vorm van aller bij “je” en staat vóór de infinitief “chercher”. Gebruik “je vais + infinitief” voor iets wat je gaat doen.
chercher
“chercher” betekent hier “halen” in “aller chercher de l'eau”. De infinitief volgt op “vais” en benoemt het doel van het gaan. Gebruik “aller chercher” wanneer je ergens naartoe gaat om iets te halen.
de
“de” betekent hier “wat” of “enige” in “de l'eau”. Het staat vóór de naam van een niet nader bepaalde hoeveelheid. Gebruik “de” in zulke hoeveelheidsuitdrukkingen, gevolgd door een zelfstandig naamwoord.
l'eau
“l'eau” betekent hier “water” in “chercher de l'eau”. De vorm bevat het weglatingsteken vóór de klinker van “eau”. Gebruik “de l'eau” wanneer je wat water bedoelt.
le
“le” verwijst in “Je peux le faire” naar de handeling waar B mee instemt, namelijk A’s plek vrijhouden. Het staat vóór de infinitief “faire”. Gebruik “le faire” om naar een eerder genoemde mannelijke of onzijdig opgevatte handeling te verwijzen.
faire
“faire” betekent hier “doen” in “Je peux le faire”. Samen met “le” verwijst het naar de eerder besproken hulp. Gebruik “pouvoir le faire” om te zeggen dat je iets kunt doen.
si
“si” betekent hier “als” in “si tu restes près de la file”. Het introduceert de voorwaarde waaronder B wil helpen. Gebruik “si” vóór een voorwaarde en plaats daarna de hoofdzin met het gevolg.
restes
“restes” betekent hier “blijft” in “si tu restes près de la file”. Het is de vorm van rester bij “tu”. Gebruik “rester près de ...” om te zeggen dat iemand dicht bij een plaats of persoon blijft.
près
“près” betekent hier “dicht bij” in “près de la file”. De voorzetselgroep “près de” geeft nabijheid aan. Gebruik “près de” vóór de persoon of plaats waar iemand dichtbij blijft.
rester
“rester” betekent hier “blijven” in “Je peux rester là où tu peux me voir”. De infinitief volgt op “peux” en beschrijft de handeling die mogelijk is. Gebruik “rester” voor niet weggaan of op een bepaalde plaats blijven.
là
“là” betekent hier “daar” in “là où tu peux me voir”. Het verwijst naar een plaats die zichtbaar blijft voor de ander. Gebruik “là où” om een plaats te benoemen waar iets gebeurt.
où
“où” betekent hier “waar” in “là où tu peux me voir”. Het verbindt de plaatsaanduiding met de bijzin die beschrijft wat daar mogelijk is. Gebruik “là où” voor “daar waar” of “op de plek waar”.
me
“me” betekent hier “mij” in “tu peux me voir”. Het is het object van “voir” en verwijst naar A. Gebruik “me voir” wanneer iemand mij kan zien.
voir
“voir” betekent hier “zien” in “tu peux me voir”. De infinitief volgt op “peux” en staat na het objectpronomen “me”. Gebruik “pouvoir voir quelqu'un” om te zeggen dat je iemand kunt zien.
et
“et” betekent hier “en” en verbindt twee handelingen van A: zichtbaar blijven en de rij in de gaten houden. Het verbindt gelijkwaardige zinsdelen. Gebruik “et” om zulke handelingen of eigenschappen samen te voegen.
œil
“œil” betekent hier letterlijk “oog” in de uitdrukking “garder un œil sur la file”. De volledige uitdrukking betekent de rij in de gaten houden. Gebruik “garder un œil sur ...” wanneer je iets aandachtig blijft volgen.
sur
“sur” betekent hier “op” in de vaste uitdrukking “garder un œil sur la file”. In die combinatie geeft het aan waarop de aandacht gericht is. Gebruik “garder un œil sur” met het object dat je in de gaten houdt.
Ça
“Ça” betekent hier “dat” of “dat helpt” in “Ça aide” en verwijst naar A’s plan om zichtbaar in de buurt te blijven. Het is een korte vorm voor een eerder genoemde situatie of handeling. Gebruik “Ça aide” om te zeggen dat iets helpt.
aide
“aide” betekent hier “helpt” in “Ça aide”. Het is de werkwoordsvorm die past bij “Ça” en zegt dat de eerdere maatregel nuttig is. Gebruik “ça aide” wanneer een oplossing of uitleg een probleem gemakkelijker maakt.
parce
“parce” draagt samen met “que” de betekenis “omdat” in “parce que les gens peuvent s'inquiéter”. “Parce” staat hier dus niet zelfstandig, maar maakt deel uit van de vaste verbinding “parce que”. Gebruik “parce que” om een reden te geven.
les
“les” betekent hier “de” in “les gens”. Het is het meervoudige lidwoord vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik “les” vóór een meervoudige groep of categorie.
gens
“gens” betekent hier “mensen” in “les gens peuvent s'inquiéter”. Het verwijst naar de andere wachtenden in de rij. Gebruik “les gens” om naar mensen in het algemeen of in een bepaalde situatie te verwijzen.
s'inquiéter
“s'inquiéter” betekent hier “zich zorgen maken” in “les gens peuvent s'inquiéter”. Het is een wederkerende werkwoordsvorm; “s'” verwijst terug naar de personen die zich zorgen maken. Gebruik “s'inquiéter si ...” om te zeggen waarover mensen zich zorgen kunnen maken.
quelqu'un
“quelqu'un” betekent hier “iemand” in “si quelqu'un disparaît”. Het verwijst naar één niet nader genoemde persoon. Gebruik “si quelqu'un ...” voor een voorwaarde waarbij niet bekend is wie de persoon is.
disparaît
“disparaît” betekent hier “verdwijnt” in “si quelqu'un disparaît”. Het is de vorm van disparaître bij “quelqu'un”. Gebruik “quelqu'un disparaît” wanneer iemand niet meer zichtbaar of aanwezig is.
ne
“ne” is hier het eerste deel van de ontkenning in “Je ne veux pas”. De volledige combinatie met “pas” maakt duidelijk dat A iets niet wil. Gebruik “ne ... pas” rond het vervoegde werkwoord voor een gewone ontkenning.
veux
“veux” betekent hier “wil” in “Je ne veux pas que quelqu'un ait l'impression ...”. Het is de vorm van vouloir bij “je” en drukt A’s wens of bedoeling uit. Gebruik “je veux” of “je ne veux pas” om een wens of bezwaar te formuleren.
ait
“ait” betekent hier “heeft” in “que quelqu'un ait l'impression”. Het is de vorm van avoir in deze bijzin na “je ne veux pas que”. Gebruik “avoir l'impression que ...” om een indruk of gevoel te beschrijven.
l'impression
“l'impression” betekent hier “de indruk” of “het gevoel” in “avoir l'impression que je passe devant les autres”. De volledige constructie beschrijft hoe iemand een situatie kan opvatten. Gebruik “avoir l'impression que ...” vóór een volledige bijzin.
passe
“passe” betekent hier “voorbijgaat” of “naar voren gaat” in “je passe devant les autres”. Samen met “devant les autres” beschrijft het dat A vóór de andere wachtenden zou gaan. Gebruik “passer devant quelqu'un” voor voor iemand langs of vóór iemand gaan.
devant
“devant” betekent hier “vóór” of “voorbij” in “passer devant les autres”. Het geeft de positie ten opzichte van de andere mensen aan. Gebruik “passer devant quelqu'un” wanneer iemand vóór die persoon terechtkomt.
autres
“autres” betekent hier “anderen” in “les autres”. Het verwijst naar de andere mensen in de rij, naast A. Gebruik “les autres” om naar de overige personen in een groep te verwijzen.
demande
“demande” betekent hier “vraagt” in “Si quelqu'un demande”. Het is de vorm van demander bij “quelqu'un”. Gebruik “si quelqu'un demande” wanneer je beschrijft wat je zult zeggen als iemand om uitleg vraagt.
expliquer
“expliquer” betekent hier “uitleggen” in “je peux expliquer que tu es resté près de la file”. De infinitief volgt op “peux” en wordt gevolgd door de inhoud van de uitleg. Gebruik “expliquer que ...” om een volledige mededeling toe te lichten.
es
“es” betekent hier “bent” in “tu es resté près de la file”. Het is de vorm van être bij “tu” en vormt samen met “resté” de uitdrukking voor gebleven zijn. Gebruik “tu es resté ...” om te zeggen dat iemand ergens is gebleven.
resté
“resté” betekent hier “gebleven” in “tu es resté près de la file”. Samen met “es” beschrijft het dat de persoon in de buurt is gebleven. Gebruik “rester près de ...” als eenvoudige herbruikbare vorm voor dicht bij iets blijven.
J'apprécie
“J'apprécie” betekent hier “ik waardeer” in “J'apprécie ton aide”. Het is de samengevoegde vorm van “Je” en “apprécie” vóór de klinker. Gebruik “J'apprécie ton aide” om iemand rechtstreeks voor hulp te bedanken.
ton
“ton” betekent hier “jouw” in “ton aide”. Het geeft aan dat de hulp van de aangesprokene komt. Gebruik “ton” in een uitdrukking als “J'apprécie ton aide” om iemands hulp te benoemen.
vite
“vite” betekent hier “snel” in “Je vais faire vite”. De uitdrukking betekent dat A de handeling snel zal uitvoeren. Gebruik “faire vite” wanneer je wilt zeggen dat je haast maakt of snel klaar zult zijn.
Reviens
“Reviens” betekent hier “kom terug” in “Reviens juste avant que la file avance beaucoup”. Het is een directe opdracht aan de aangesprokene in de informele vorm. Gebruik “Reviens” wanneer je iemand vraagt naar dezelfde plaats terug te keren.
juste
“juste” betekent hier “net” of “precies” in “juste avant que la file avance beaucoup”. Het beperkt het gewenste moment tot vóórdat de rij veel vooruitgaat. Gebruik “juste avant” om een moment vlak vóór een andere gebeurtenis aan te geven.
avant
“avant” betekent hier “voordat” in “avant que la file avance beaucoup”. Het introduceert de gebeurtenis die nog niet mag plaatsvinden voordat B terug is. Gebruik “avant que” vóór een volledige bijzin.
avance
“avance” betekent hier “vooruitgaat” in “la file avance beaucoup”. Het onderwerp is “la file”, dus het gaat om de rij die verder beweegt. Gebruik “la file avance” wanneer een rij opschuift.
beaucoup
“beaucoup” betekent hier “veel” in “la file avance beaucoup”. Het geeft aan dat de rij in grote mate vooruitgaat, niet alleen een klein stukje. Gebruik “avancer beaucoup” om een aanzienlijke verandering in positie te beschrijven.