Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een online cursus kiezen op basis van prioriteiten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.
Dialoog
Je compare des cours en ligne, et ils semblent convenir à différents styles d'apprentissage.
Zje kompar dee koer an lienj, ee il sambl konvuh-nier a diferan stiel daprantisazjon. Ik vergelijk online cursussen en ze lijken bij verschillende leerstijlen te passen.Qu'est-ce qui compte le plus pour toi : les retours, la flexibilité ou la pratique à l'oral ?
Kes-kuh kie kont luh pluu poer twa: luh ruh-toer, la fleksibilitee oe la praktiek a loraal? Wat is voor jou het belangrijkst: feedback, flexibiliteit of spreekoefening?J'ai besoin de retours, mais mon emploi du temps change beaucoup.
Zjee buh-zwen duh ruh-toer, meh mon anplwa duu tan sjanzj bo-koo. Ik heb feedback nodig, maar mijn rooster verandert vaak.Alors, un cours flexible avec des séances en direct facultatives te conviendra peut-être le mieux.
Alor, uhn koer fleksibel avek de see-ans an die-rekt fakuultatief tuh kon-vjen-dra peu-tehtr luh mjeu. Dan past een flexibele cursus met optionele livesessies misschien het best.Un cours a de très bonnes évaluations, mais il offre très peu de pratique à l'oral.
Uhn koer a duh treh bon ee-va-luu-a-sjon, meh il ofr treh peu duh praktiek a loraal. Eén cursus heeft sterke beoordelingen, maar biedt heel weinig spreekoefening.Si ton objectif est de parler, ce manque est important.
Sie ton objektief eh duh parle, suh mank eh en-por-tan. Als spreken je doel is, doet dat gemis ertoe.L'autre cours comprend des cours interactifs et des commentaires du professeur.
Lotr koer kom-pran de koer-zenteraktief ee de ko-man-tehr du pro-fes-eur. De andere cursus bevat interactieve lessen en opmerkingen van de docent.Choisis celui qui correspond à la façon dont tu veux vraiment apprendre.
Sjwazi suh-lwie kie ko-res-pon a la fa-son don tu veu vre-man a-pran-dr. Kies de cursus die past bij hoe je echt wilt leren.Uitleg van de zinnen
Je compare des cours en ligne, et ils semblent convenir à différents styles d'apprentissage.
Ik vergelijk online cursussen en ze lijken bij verschillende leerstijlen te passen.
- compare
- vergelijk
- cours
- cursussen
- en ligne
- online
- ils
- ze
- semblent
- lijken
- convenir
- passen
- différents
- verschillende
- styles
- stijlen
- apprentissage
- leren
Uitgebreide uitleg
compare is de vorm van comparer in de tegenwoordige tijd voor je: “ik vergelijk”. De uitgang en de spelling horen bij de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Je compare deux options. — “Ik vergelijk twee opties.” cours betekent hier “cursussen”. Het is het meervoud van cours; deze vorm blijft in het schrift hetzelfde in enkelvoud en meervoud, terwijl het lidwoord of de context het aantal kan aangeven. des cours betekent hier “cursussen” zonder een nader bepaald aantal. en ligne is een vaste uitdrukking voor “online”. Ze beschrijft hier welk soort cursussen het zijn. ils is het Franse onderwerpelijk voornaamwoord voor een mannelijke of gemengde meervoudsgroep. In deze zin verwijst het, zoals de vertaling bevestigt, naar de cursussen. Het voornaamwoord is meervoud omdat cours meervoud is. semblent is de vorm van sembler in de tegenwoordige tijd voor ils: “lijken”. De combinatie ils semblent betekent “ze lijken”. Voorbeeld: Ils semblent prêts. — “Ze lijken klaar.” convenir is het hele werkwoord “passen” of “geschikt zijn”. Na sembler staat het in de infinitief: sembler + infinitief betekent dat iets lijkt te passen of te gebeuren. Met convenir à geef je aan waarvoor of voor wie iets geschikt is. In deze zin vormt semblent convenir à dus “lijken te passen bij”. différents is het bijvoeglijk naamwoord différent in het mannelijk meervoud. Het krijgt die vorm omdat het bij styles hoort; de betekenis is “verschillende”. De vrouwelijke meervoudsvorm is différentes, bijvoorbeeld in différentes méthodes — “verschillende methodes”. styles betekent “stijlen” en is het meervoud van style. In styles d'apprentissage gaat het om verschillende soorten of manieren van leren. d'apprentissage specificeert wat voor stijlen bedoeld zijn: “van leren” of natuurlijker in het geheel “leer-”. De zin wordt stap voor stap opgebouwd als: Je compare (“ik vergelijk”) + des cours en ligne (“online cursussen”) + et ils semblent convenir (“en ze lijken te passen”) + à différents styles d'apprentissage (“bij verschillende leerstijlen”). Het volledige, compatibele geheel betekent: “Ik vergelijk online cursussen en ze lijken bij verschillende leerstijlen te passen.”
Qu'est-ce qui compte le plus pour toi : les retours, la flexibilité ou la pratique à l'oral ?
Wat is voor jou het belangrijkst: feedback, flexibiliteit of spreekoefening?
- Qu'est-ce qui
- Wat ...?
- compte
- telt; belangrijk is
- le plus
- het meest
- pour toi
- voor jou
- les retours
- feedback
- la flexibilité
- flexibiliteit
- la pratique
- oefening; praktijk
- à l'oral
- mondeling; tijdens het spreken
Uitgebreide uitleg
Qu'est-ce qui is een vaste vraagvorm voor “wat ...?”. In deze vorm vraagt qui naar datgene wat als onderwerp de handeling uitvoert of de toestand draagt; het verwijst hier niet naar een bepaalde persoon. Het patroon Qu'est-ce qui + werkwoord ... ? is bruikbaar wanneer je vraagt welke zaak iets doet of belangrijk is. Voorbeeld: Qu'est-ce qui change ? — “Wat verandert er?” compte komt van compter en betekent hier “belangrijk zijn” of “ertoe doen”, niet letterlijk “tellen”. compte is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: compter → il/elle compte. Voorbeeld: Ça compte pour moi. — “Dat is belangrijk voor mij.” le plus maakt hier een overtreffende trap: “het meest”. Het hoort bij de vergelijking van belangrijkheid in de hele vraag: welke mogelijkheid is voor jou het belangrijkst? Het bijvoeglijk naamwoord important kan bijvoorbeeld de reeks important → plus important → le plus important vormen. In de vaste zin staat alleen le plus; de betekenis “belangrijkst” ontstaat samen met de context van compte. pour toi betekent “voor jou”. toi is de beklemtoonde vorm die na het voorzetsel pour wordt gebruikt; een los onderwerpelijk “jij” is tu. Voorbeeld: C'est important pour toi. — “Dat is belangrijk voor jou.” les retours betekent hier “feedback”. retour is enkelvoud en retours meervoud; het lidwoord verandert overeenkomstig van le naar les. In deze leercontext gaat het om ontvangen reacties of opmerkingen op je werk, niet om een fysieke terugkeer. Voorbeeld: Les retours m'aident. — “De feedback helpt me.” la flexibilité is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “flexibiliteit”: de mogelijkheid om tijden, werkwijzen of voorwaarden aan te passen. Het lidwoord la markeert hier het grammaticale geslacht en niet een afzonderlijke hoeveelheid. Voorbeeld: La flexibilité est importante. — “Flexibiliteit is belangrijk.” la pratique betekent “oefening” of “praktijk”. Hier gaat het om oefenen, in het bijzonder verder gespecificeerd door het volgende deel. pratique is in deze zin een zelfstandig naamwoord; het is niet de vorm van het bijvoeglijk naamwoord pratique (“praktisch”). Voorbeeld: La pratique aide beaucoup. — “Oefening helpt veel.” à l'oral betekent “mondeling” of “bij het spreken”. à plus l' vormt hier een verkorte voorzetseluitdrukking vóór oral; de apostrof bewaart de Franse elisie. Samen met la pratique geeft het aan dat het om mondelinge oefening gaat, dus oefenen in spreken of gesproken taal. Voorbeeld: Nous travaillons à l'oral. — “We oefenen mondeling.” De vraag bouwt zo op: Qu'est-ce qui compte le plus pour toi = “Wat is voor jou het belangrijkst?”, gevolgd door drie mogelijkheden: les retours, la flexibilité en la pratique à l'oral. De dubbele punt leidt deze opsomming in, en ou verbindt de alternatieven. De volledige betekenis is: “Wat is voor jou het belangrijkst: feedback, flexibiliteit of spreekoefening?”
J'ai besoin de retours, mais mon emploi du temps change beaucoup.
Ik heb feedback nodig, maar mijn rooster verandert vaak.
- J'ai besoin de
- ik heb behoefte aan
- retours
- feedback
- mon emploi du temps
- mijn rooster
- change
- verandert
- beaucoup
- veel of sterk
Uitgebreide uitleg
J'ai besoin de betekent hier “ik heb ... nodig” wanneer er een zelfstandig naamwoord op volgt. Dit is de vaste constructie avoir besoin de + zelfstandig naamwoord; ai is de eerste persoon enkelvoud van avoir in de tegenwoordige tijd, en j' is de verkorte vorm van je voor een klinker. De hoort bij de constructie en drukt hier geen hoeveelheid uit. Voor een handeling kan er een infinitief volgen: J'ai besoin de comprendre. — “Ik moet het begrijpen.” Retours is het meervoud van retour. In deze context betekent het feedback of reacties. Mon emploi du temps is als geheel een uitdrukking voor “mijn rooster” of “mijn agenda”; mon markeert bezit door de spreker en staat bij het mannelijke enkelvoud emploi. Change is de derde persoon enkelvoud van changer in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is mon emploi du temps, niet je; daarom staat er change. Beaucoup is hier een bijwoord en betekent letterlijk “veel” of “sterk”: het rooster verandert veel. Het betekent op zichzelf niet “vaak”, hoewel de Nederlandse vertaling “vaak” in deze context de bedoelde strekking natuurlijk kan weergeven. Samen betekenen J'ai besoin de retours, mais (“maar”) en mon emploi du temps change beaucoup: de spreker heeft feedback nodig, maar diens rooster verandert veel of sterk.
Alors, un cours flexible avec des séances en direct facultatives te conviendra peut-être le mieux.
Dan past een flexibele cursus met optionele livesessies misschien het best.
- Alors
- dan
- cours
- cursus
- flexible
- flexibel
- séances
- sessies
- en direct
- live
- facultatives
- optioneel
- conviendra
- zal passen
- peut-être
- misschien
- le mieux
- het best
Uitgebreide uitleg
Alors betekent hier “dan” en sluit aan op de voorafgaande behoefte van de spreker. Het kan in andere contexten ook “toen” of “dus” betekenen; de betekenis “dan” volgt hier uit de vaste vertaling en de context. cours betekent “cursus”. Het woord is mannelijk; het enkelvoudige onbepaalde lidwoord un markeert hier een niet nader bepaalde cursus, niet noodzakelijk een aantal van één. Het meervoud is cours, met dezelfde spelling. In un cours flexible stemt flexible in het mannelijk enkelvoud met cours overeen. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is flexible; de vrouwelijke vorm is eveneens flexible en het meervoud is flexibles. séances betekent “sessies”. Het is het meervoud van het vrouwelijke zelfstandig naamwoord séance; het meervoud wordt gevormd met -s. en direct betekent hier “live” en beschrijft de manier waarop de sessies plaatsvinden. Het is een vaste uitdrukking en verandert hier niet mee met het zelfstandig naamwoord. facultatives betekent “optioneel”. Dit is de vrouwelijke meervoudsvorm van facultatif, omdat het bij séances hoort. De vormen zijn bijvoorbeeld facultatif (mannelijk enkelvoud), facultative (vrouwelijk enkelvoud) en facultatifs (mannelijk meervoud). De uitgang van het bijvoeglijk naamwoord volgt dus het geslacht en getal van het woord dat het beschrijft. conviendra betekent hier “zal passen” of “zal geschikt zijn”. Het is de futur simple van convenir, met als onderwerp un cours: convenir → il/elle conviendra. In deze betekenis gebruikt convenir de constructie convenir à quelqu’un: iets past bij iemand. te is het voornaamwoord voor de aangesproken persoon en is hier het indirecte object; het is niet het onderwerp. Voorbeeld: Cette heure te conviendra. — “Dit tijdstip zal jou passen.” peut-être betekent “misschien”. Het drukt onzekerheid uit over de voorspelling en verandert niet naar geslacht of getal. Het is niet hetzelfde als een vaste bewering dat de cursus zeker past. le mieux betekent “het best”. Mieux is de vergelijkende vorm die bij bien hoort: bien — mieux — le mieux (“goed” — “beter” — “het best”). Hier vergelijkt de spreker deze mogelijkheid met andere cursusopties. Le maakt deel uit van de superlatieve uitdrukking en verwijst niet naar het geslacht van cours; de uitdrukking blijft hier le mieux. Samen is un cours flexible avec des séances en direct facultatives het onderwerp: een flexibele cursus met optionele livesessies. In te conviendra staat de aangesproken persoon als degene voor wie de cursus geschikt is. peut-être verzacht de zekerheid, en le mieux geeft de hoogste geschiktheid binnen de vergelijking. De volledige betekenis is daarom: “Dan past een flexibele cursus met optionele livesessies misschien het best bij jou.”
Un cours a de très bonnes évaluations, mais il offre très peu de pratique à l'oral.
Eén cursus heeft sterke beoordelingen, maar biedt heel weinig spreekoefening.
- cours
- cursus
- a
- heeft
- bonnes
- goede
- évaluations
- beoordelingen
- offre
- biedt aan
- très peu
- heel weinig
- pratique
- oefening
- à l'oral
- mondeling; bij het spreken
Uitgebreide uitleg
cours betekent hier “cursus”. Het zelfstandig naamwoord kan ook naar een les, lessen of een opleiding verwijzen; de context en de vertaling maken hier de betekenis “cursus” duidelijk. Het is mannelijk: un cours, le cours. a is de derde persoon enkelvoud van avoir (“hebben”). De constructie un cours a ... betekent dat een cursus iets “heeft”. Vergelijk: Le cours a un examen. — “De cursus heeft een examen.” bonnes betekent hier “goede” en beschrijft évaluations. Het bijvoeglijk naamwoord is het vrouwelijke meervoud van bon: bon, bonne, bons, bonnes. De vorm bonnes is dus gekozen omdat het beschreven zelfstandig naamwoord vrouwelijk en meervoudig is; enkelvoud alleen bepaalt niet op zichzelf de vorm. évaluations betekent “beoordelingen” of “evaluaties”. Het enkelvoud is évaluation; de uitgang -s markeert hier het meervoud. In deze zin gaat het om beoordelingen van de cursus, niet om het werkwoord évaluer (“beoordelen”). offre is de derde persoon enkelvoud van offrir (“bieden” of “aanbieden”). Het onderwerp blijft un cours: un cours offre ... — “een cursus biedt ...”. De vorm offre is dus niet de infinitief; na een ander onderwerp verandert de vervoeging, bijvoorbeeld ils offrent — “zij bieden”. très peu betekent “heel weinig”. très versterkt peu; samen geven ze een kleine hoeveelheid aan. In très peu de pratique staat na peu het voorzetsel de, zoals in het herbruikbare patroon peu de + zelfstandig naamwoord: peu de temps — “weinig tijd”. pratique betekent hier “oefening”, meer bepaald praktische oefening. In deze betekenis is het een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: de la pratique betekent “oefening” als activiteit of hoeveelheid oefenervaring. Het is niet het bijvoeglijk naamwoord pratique in de betekenis “praktisch”. à l'oral is een vaste uitdrukking voor “mondeling” of “bij het spreken”. oral verwijst hier naar mondelinge taal, tegenover bijvoorbeeld à l'écrit — “schriftelijk”. De apostrof in l'oral ontstaat doordat le voor de klinker van oral wordt verkort tot l'. Samen vormen de eerste delen Un cours a de très bonnes évaluations: “Eén cursus heeft heel goede beoordelingen.” Daarna contrasteert mais (“maar”) dit positieve punt met il offre très peu de pratique à l'oral: “hij biedt heel weinig oefening bij het spreken.” Il verwijst in deze zin naar de cursus, en offre stemt daarmee overeen als derde persoon enkelvoud. De volledige betekenis is: “Eén cursus heeft sterke beoordelingen, maar biedt heel weinig spreekoefening.”
Si ton objectif est de parler, ce manque est important.
Als spreken je doel is, doet dat gemis ertoe.
- Si
- als
- ton objectif
- je doel
- est
- is
- de parler
- spreken
- ce
- dat
- manque
- gemis
- important
- belangrijk
Uitgebreide uitleg
Si leidt hier een voorwaarde in: als de voorwaarde klopt, volgt de hoofdmededeling. In dit soort zinnen staat na si vaak een tegenwoordige vorm wanneer het om een reële of mogelijke situatie gaat. Voorbeeld: Si tu travailles, tu progresses. — Als je werkt, maak je vooruitgang. ton objectif betekent hier “je doel”. Objectif is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het bezittelijke woord in de mannelijke enkelvoudsvorm ton. Het bezittelijke woord past zich aan het bezeten zelfstandig naamwoord aan, niet aan de persoon die bezit. Voorbeeld: Mon objectif est clair. — Mijn doel is duidelijk. est is de derde persoon enkelvoud van être (“zijn”): être → est. Het onderwerp is ton objectif, dus de enkelvoudsvorm is nodig. Voorbeeld: Son objectif est simple. — Zijn/haar doel is eenvoudig. de parler bestaat uit de plus het infinitief parler (“spreken”). Na een zelfstandig naamwoord als objectif kan zo worden aangegeven waar dat doel uit bestaat: L’objectif est de comprendre. — Het doel is begrijpen. Parler is hier geen vervoegde persoonsvorm; het blijft de infinitief. ce is hier een aanwijzend woord bij het mannelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord manque en betekent in deze context “dat”. Voor een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld cette; voor een mannelijk woord vóór een klinker kan cet worden gebruikt. De vorm ce bepaalt niet zelf waarnaar wordt verwezen; hier wijst ce manque met de gegeven context op het eerder genoemde gebrek aan spreekoefening. manque is hier het zelfstandig naamwoord “gebrek” of “gemis”. Het is verbonden met het werkwoord manquer, maar in deze zin is manque een zelfstandig naamwoord, niet een vervoegde werkwoordsvorm. Voorbeeld: Ce manque est visible. — Dit gebrek is zichtbaar. important beschrijft manque en betekent hier dat het gemis ertoe doet. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; die vorm past bij het mannelijke enkelvoud manque. De vrouwelijke vorm is importante, zoals in une différence importante — een belangrijk verschil. Samen vormt Si ton objectif est de parler de voorwaarde “als spreken je doel is”. Daarna volgt ce manque est important: “dan doet dat gemis ertoe”. De hele zin betekent dus: “Als spreken je doel is, doet dat gemis ertoe.” Het patroon is herbruikbaar als Si [voorwaarde], [gevolg].
L'autre cours comprend des cours interactifs et des commentaires du professeur.
De andere cursus bevat interactieve lessen en opmerkingen van de docent.
- L'autre
- de andere
- cours
- cursus
- comprend
- bevat
- cours
- lessen
- interactifs
- interactief
- commentaires
- opmerkingen
- professeur
- docent
Uitgebreide uitleg
L'autre betekent hier “de andere”. autre staat vóór het zelfstandig naamwoord en blijft in het Frans hetzelfde voor mannelijk en vrouwelijk; het meervoud is autres. L' is vóór een klinker de verkorte vorm van le of la; daarom staat hier l'autre en niet le autre. cours betekent in L'autre cours “cursus”. Het woord heeft in het enkelvoud en meervoud dezelfde spelling: un cours / des cours. De context en het lidwoord maken hier duidelijk dat het om één cursus gaat. In de tweede keer, cours, betekent hetzelfde woord “lessen”: de betekenis wordt door de context bepaald. Het kan dus zowel “cursus” als “les” aanduiden. comprend is de vorm van comprendre voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier betekent comprendre “bevatten” of “omvatten”, niet “begrijpen”. Voorbeelden: Le programme comprend trois unités. — “Het programma bevat drie onderdelen.” Je comprends la question. — “Ik begrijp de vraag.” interactifs betekent hier “interactief” en beschrijft cours in de betekenis “lessen”. De vorm is mannelijk meervoud: interactif (mannelijk enkelvoud), interactive (vrouwelijk enkelvoud), interactifs (mannelijk meervoud), interactives (vrouwelijk meervoud). De uitgang past zich dus aan het beschreven zelfstandig naamwoord aan. commentaires betekent “opmerkingen” of “commentaren”. Het enkelvoud is commentaire; de vorm commentaires is meervoud. In des commentaires du professeur zijn het opmerkingen die met de docent verbonden zijn. du is in die woordgroep de samentrekking van de + le, met de betekenis “van de”. professeur betekent hier “docent”. Het meervoud is professeurs. Het woord kan naar een docent verwijzen; het grammaticale geslacht van het woord en het geslacht van de bedoelde persoon zijn niet automatisch hetzelfde. In deze zin staat het na du, waardoor de woordgroep du professeur “van de docent” betekent. Samen vormt L'autre cours comprend des cours interactifs et des commentaires du professeur de betekenis: “De andere cursus bevat interactieve lessen en opmerkingen van de docent.” L'autre cours is het onderwerp, comprend geeft aan wat die cursus bevat, en de twee delen na het werkwoord zijn de opgesomde inhoud: interactieve lessen en opmerkingen van de docent.
Choisis celui qui correspond à la façon dont tu veux vraiment apprendre.
Kies de cursus die past bij hoe je echt wilt leren.
- Choisis
- kies
- celui
- degene
- correspond
- past bij
- la façon
- de manier
- dont
- waarop; hoe
- tu veux
- je wilt
- vraiment
- echt
- apprendre
- leren
Uitgebreide uitleg
Choisis is de gebiedende wijs van choisir voor één aangesproken persoon: “kies”. De vorm heeft hier geen uitgesproken onderwerp; het onderwerp is de aangesproken persoon. Vergelijk: Choisissez is de beleefde of meervoudige vorm. celui betekent hier “degene” en verwijst volgens de vertaling naar de cursus. Het is een mannelijk enkelvoudig aanwijzend voornaamwoord; het neemt dus de plaats van een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in. In celui qui ... betekent qui “die” en leidt het de bijzin in. Een bruikbaar patroon is celui qui + werkwoord: “degene die ...”. correspond is de derde persoon enkelvoud van correspondre, “overeenkomen met” of “passen bij”. Het onderwerp is hier celui, dus de vorm is enkelvoud. correspondre à wordt gebruikt voor “passen bij” of “overeenkomen met”: Cette option correspond à mes besoins. — “Deze optie past bij mijn behoeften.” la façon betekent “de manier”. Het vrouwelijke zelfstandig naamwoord façon heeft hier het lidwoord la. In la façon dont ... gaat het om “de manier waarop ...” of natuurlijker in deze zin “hoe ...”. dont verbindt de beschrijving met la façon; samen vormen ze dus geen losse vraag naar een manier, maar een betrekkelijke bepaling. tu veux betekent “je wilt”. veux is de tweede persoon enkelvoud van vouloir, “willen”; het onderwerp tu maakt duidelijk dat de aangesproken persoon iets wil. Vergelijk: je veux — “ik wil” en vous voulez — “u wilt” of “jullie willen”. vraiment betekent “echt” en versterkt hier veux: de zin spreekt over wat je daadwerkelijk wilt, niet over een toevallige of voorgewende voorkeur. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. apprendre is de infinitief van “leren”. Na vouloir staat in het Frans de infinitief: tu veux apprendre betekent “je wilt leren”. Bijvoorbeeld: Je veux apprendre le français. — “Ik wil Frans leren.” De zin wordt als geheel opgebouwd als Choisis celui qui correspond à la façon dont tu veux vraiment apprendre: “Kies degene die past bij de manier waarop je echt wilt leren.” In de vaste vertaling wordt die “degene” concreet weergegeven als “de cursus”: “Kies de cursus die past bij hoe je echt wilt leren.”
Grammatica
Choisis + nom
Choisis un cours en ligne flexible.
Sjwazi uhn koer an lienj fleksibel.Kies een flexibele online cursus.
De gebiedende wijs van choisir voor tu is choisis; het onderwerp tu wordt meestal weggelaten.
sembler + adjectif
Les cours en ligne semblent flexibles.
Le koer an lienj sambl fleksibel.De online cursussen lijken flexibel.
Na sembler volgt een bijvoeglijk naamwoord dat zich aanpast aan het meervoudige onderwerp: semblent flexibles.
Frans woordenschat
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
passen; geschikt zijn
Antwoord tonen
convenirvergelijken
Antwoord tonen
compareverschillende
Antwoord tonen
différentsfeedback