J'ai
‘J'ai’ betekent hier ‘ik heb’ in de uitdrukking voor pijn: de spreker zegt dat hij pijn heeft. De vorm staat vóór ‘mal’ en vormt samen met ‘mal au bas du dos’ de volledige betekenis. Gebruik dit patroon om lichamelijke pijn uit te drukken.
mal
‘mal’ betekent hier ‘pijn’ binnen de uitdrukking ‘J'ai mal’. Het woord benoemt dus niet op zichzelf waar de pijn zit; dat volgt in ‘au bas du dos’. Het wordt vaak gebruikt met een lichaamsdeel dat met ‘à’ wordt ingeleid.
au
‘au’ geeft hier aan waar de pijn zit: ‘in de onderrug’. Het is de samengevoegde vorm van ‘à’ en ‘le’ in ‘au bas du dos’. Gebruik deze vorm vóór een mannelijk enkelvoudig lichaamsdeel in een vergelijkbare plaatsaanduiding.
bas
‘bas’ betekent hier het onderste deel, namelijk het onderste deel van de rug. In ‘au bas du dos’ staat het tussen de plaatsaanduiding en ‘du dos’. Het kan in zo’n lichaamsuitdrukking een specifiek deel van iets aanduiden.
du
‘du’ betekent hier ‘van de’ in de woordgroep ‘du dos’. Het is de samengevoegde vorm van ‘de’ en ‘le’. In ‘au bas du dos’ specificeert het van welk lichaamsdeel het onderste deel is.
dos
‘dos’ betekent ‘rug’ en verwijst hier naar het lichaamsdeel dat pijn doet. Het staat in de vaste woordgroep ‘au bas du dos’. Gebruik het met een bepaling zoals ‘du dos’ wanneer je een deel van de rug benoemt.
après
‘après’ betekent hier ‘na’ en geeft aan wanneer de rugpijn optreedt. Het leidt de gebeurtenis ‘être resté assis à mon bureau toute la journée’ in. Gebruik het om een gebeurtenis of periode aan te geven die eerder plaatsvond.
être
‘être’ is hier onderdeel van de werkwoordelijke groep ‘être resté assis’, waarmee de voorafgaande toestand van zitten wordt beschreven. Na ‘après’ verwijst de hele groep naar wat eerder is gebeurd. Het wordt in deze constructie gecombineerd met ‘resté’ en ‘assis’.
resté
‘resté’ draagt in ‘être resté assis’ de betekenis van ‘gebleven’. De vorm beschrijft dat de spreker gedurende de genoemde tijd in dezelfde zittende toestand bleef. Gebruik de vorm samen met ‘être’ wanneer je zo’n voorafgaande toestand beschrijft.
assis
‘assis’ betekent hier ‘zittend’ en beschrijft de houding van de spreker. In ‘être resté assis’ vormt het samen met ‘resté’ de toestand die vóór de pijn plaatsvond. Het kan na een werkwoord van blijven een houding of toestand beschrijven.
à
‘à’ geeft hier de plaats aan waar de spreker zat: bij of aan zijn bureau. Het staat vóór ‘mon bureau’ in ‘assis à mon bureau’. Gebruik het in deze constructie om de plaats van een activiteit of houding aan te geven.
mon
‘mon’ betekent ‘mijn’ en verwijst hier naar het bureau van de spreker. Het staat direct vóór ‘bureau’ in ‘mon bureau’. Een bezittelijk woord zoals dit wordt vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst.
bureau
‘bureau’ betekent hier ‘bureau’ of ‘werktafel’, de plaats waar de spreker de hele dag zat. Het staat na ‘mon’ en na de plaatsaanduiding ‘à’. Gebruik het voor een werkplek of tafel waaraan iemand werkt.
toute
‘toute’ betekent hier ‘hele’ in ‘toute la journée’. Het benadrukt dat de genoemde periode de volledige dag omvat. De vorm staat vóór ‘la journée’ en hoort bij deze tijdsuitdrukking.
la
‘la’ is hier het enkelvoudige bepaalde lidwoord bij ‘journée’. Samen met ‘toute’ vormt het ‘toute la journée’, ‘de hele dag’. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt de tijdsuitdrukking bepaald.
journée
‘journée’ betekent hier ‘dag’ als volledige tijdsduur. In ‘toute la journée’ verwijst het naar de hele dag waarin de spreker aan zijn bureau zat. Deze vorm past bij uitdrukkingen die een volledige dag als periode benoemen.
Ta
‘Ta’ betekent ‘jouw’ en verwijst hier naar de stoel van de aangesprokene. Het staat vóór ‘chaise’ in ‘Ta chaise’. Een bezittelijke bepaling wordt in deze woordvolgorde vóór het zelfstandig naamwoord geplaatst.
chaise
‘chaise’ betekent ‘stoel’, hier de stoel die mogelijk onvoldoende steun geeft. Het staat na ‘Ta’ in ‘Ta chaise’. Je gebruikt het met een bezittelijke bepaling wanneer je een specifieke stoel benoemt.
ne
‘ne’ maakt hier deel uit van de ontkenning ‘ne ... pas’ in ‘ne te soutient peut-être pas assez’. Het staat vóór de werkwoordelijke groep en opent de negatieve constructie. Gebruik het samen met ‘pas’ om een werkwoordelijke bewering te ontkennen.
te
‘te’ verwijst hier naar de persoon die door de stoel wordt ondersteund: ‘jou’. Het staat vóór ‘soutient’ in ‘te soutient’. Persoonlijke voornaamwoorden van dit type komen in deze zin vóór het werkwoord.
soutient
‘soutient’ betekent hier ‘ondersteunt’ en beschrijft wat de stoel wel of niet voor de persoon doet. De vorm staat na ‘te’ en binnen de ontkenning ‘ne ... pas’. Gebruik dit werkwoord met de persoon of het lichaam dat steun ontvangt.
peut-être
‘peut-être’ betekent samen ‘misschien’ en maakt de uitspraak voorzichtig of onzeker. De delen ‘peut’ en ‘être’ vormen samen deze vaste uitdrukking voor mogelijkheid. Het staat hier midden in de ontkenning, vóór ‘pas’.
pas
‘pas’ voltooit hier samen met ‘ne’ de ontkenning ‘ne ... pas’. In ‘ne te soutient peut-être pas assez’ ontkent het dat de stoel genoeg ondersteuning geeft. Het staat na de werkwoordelijke groep en vóór ‘assez’.
assez
‘assez’ betekent hier ‘genoeg’ en geeft aan hoeveel steun de stoel biedt. In ‘pas assez’ wordt gezegd dat de hoeveelheid steun onvoldoende is. Het staat na de ontkende werkwoordelijke groep en bepaalt de mate.
Je
‘Je’ betekent ‘ik’ en is hier het onderwerp van de zin over vooroverleunen. Het staat vóór ‘me penche’. Het wordt gebruikt om de spreker als uitvoerder van de handeling aan te geven.
me
‘me’ verwijst naar de spreker en maakt in ‘Je me penche’ deel uit van de werkwoordelijke uitdrukking voor ‘ik leun’. Het staat vóór ‘penche’. Bij een handeling die de spreker zelf betreft, komt zo’n voornaamwoord vóór het werkwoord.
penche
‘penche’ betekent hier ‘leun’ of ‘buig voorover’. In ‘Je me penche vers l'avant’ beschrijft het de houding die ontstaat doordat het scherm te ver weg staat. Het wordt gebruikt met een richtingsaanduiding zoals ‘vers l'avant’.
aussi
‘aussi’ betekent ‘ook’ en voegt het vooroverleunen toe als een tweede oorzaak of gewoonte naast het langdurig zitten. Het staat hier na ‘me penche’. Je kunt het gebruiken om extra informatie aan een eerdere bewering toe te voegen.
vers
‘vers’ geeft hier een richting aan: naar de voorkant. Het staat vóór ‘l'avant’ in ‘vers l'avant’. Gebruik het om de richting van een beweging of houding aan te geven.
l'avant
‘l'avant’ betekent hier ‘naar voren’ of ‘de voorkant’. In ‘vers l'avant’ vormt het samen met ‘vers’ de richtingsaanduiding voor het vooroverleunen. De apostrof is een verkorte vorm vóór de klinker in ‘avant’.
parce que
‘parce que’ betekent samen ‘omdat’ en geeft de reden voor het vooroverleunen. ‘parce’ introduceert de reden en ‘que’ verbindt die reden met de daaropvolgende zin. Gebruik deze verbindingsuitdrukking vóór een volledige reden of verklaring.
écran
‘écran’ betekent ‘scherm’ en verwijst hier naar de monitor die te ver weg staat. Het staat na ‘mon’ in ‘mon écran’. Je gebruikt het voor het scherm waarop iemand tijdens het werk kijkt.
est
‘est’ verbindt hier ‘mon écran’ met de toestand ‘trop loin’: het scherm bevindt zich te ver weg. Het staat vóór de beschrijving van de afstand. In deze zin koppelt het onderwerp aan een toestand of eigenschap.
trop
‘trop’ betekent hier ‘te’ en geeft aan dat de afstand groter is dan wenselijk. Het staat vóór ‘loin’ in ‘trop loin’. Gebruik het vóór een beschrijving wanneer iets een ongewenst hoge mate heeft.
loin
‘loin’ betekent ‘ver weg’ en beschrijft hier de afstand van het scherm tot de spreker. Samen met ‘trop’ vormt het ‘trop loin’, ‘te ver weg’. Het wordt gebruikt na een werkwoord dat een toestand of plaats beschrijft.
Rapprocher
‘Rapprocher’ betekent hier ‘dichterbij brengen’ en verwijst naar het verplaatsen van het scherm. Het infinitief staat aan het begin van ‘Rapprocher l'écran’ en fungeert als onderwerp van de mogelijkheid. Een infinitief kan zo een voorgestelde handeling benoemen.
l'écran
‘l'écran’ betekent ‘het scherm’ en is het voorwerp dat dichterbij wordt gebracht. De vorm bevat de verkorting van ‘le’ vóór ‘écran’. Het staat direct na ‘Rapprocher’ in ‘Rapprocher l'écran’.
pourrait
‘pourrait’ betekent hier ‘zou kunnen’ en drukt een mogelijke uitwerking van het dichterbij brengen uit. Het staat vóór het infinitief ‘réduire’. Gebruik deze vorm om een mogelijke handeling of gevolg voorzichtig te formuleren.
réduire
‘réduire’ betekent hier ‘verminderen’ en beschrijft het mogelijke gevolg voor de druk op de rug. Het staat na ‘pourrait’ en vóór ‘la pression’. Na een vorm die mogelijkheid uitdrukt, volgt hier de infinitief voor de voorgestelde handeling.
pression
‘pression’ betekent hier ‘druk’, namelijk de druk op de rug. Het staat in de woordgroep ‘la pression sur ton dos’. Gebruik het met ‘sur’ om aan te geven waarop de druk werkt.
sur
‘sur’ betekent hier ‘op’ en verbindt ‘pression’ met het lichaamsdeel dat de druk ondervindt. In ‘la pression sur ton dos’ geeft het de plaats of het doel van de druk aan. Het staat vóór de woordgroep die beschrijft waarop iets invloed heeft.
ton
‘ton’ betekent ‘jouw’ en verwijst hier naar de rug van de aangesprokene. Het staat vóór ‘dos’ in ‘ton dos’. Een bezittelijke bepaling komt in deze woordvolgorde vóór het zelfstandig naamwoord.
pensais
‘pensais’ betekent hier ‘dacht’ en beschrijft een gedachte of voornemen dat de spreker had. In ‘Je pensais m'étirer’ wordt het gevolgd door de handeling waarover hij nadacht. Gebruik deze vorm om een eerder overwogen plan of idee in te leiden.
m'étirer
‘m'étirer’ betekent hier ‘me uitrekken’ of ‘rekken’. De vorm bevat ‘me’ vóór het infinitief en verwijst naar een handeling die de spreker op zijn eigen lichaam uitvoert. In ‘Je pensais m'étirer’ volgt de vorm op ‘pensais’ om het overwogen plan te benoemen.
pendant
‘pendant’ betekent hier ‘tijdens’ en geeft aan wanneer de spreker wil rekken. Het staat vóór ‘de courtes pauses’. Gebruik het om een handeling te koppelen aan de periode waarin die plaatsvindt.
de
‘de’ staat hier vóór ‘courtes pauses’ als onderdeel van de onbepaalde meervoudige woordgroep ‘de courtes pauses’. Het introduceert enkele korte pauzes waarin de spreker wil rekken. Deze vorm staat hier vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord met een ervoor geplaatst bijvoeglijk naamwoord.
courtes
‘courtes’ betekent ‘korte’ en beschrijft de pauzes als beperkt in duur. Het staat vóór ‘pauses’ in ‘de courtes pauses’. Het bijvoeglijk woord volgt hier vóór het zelfstandig naamwoord.
pauses
‘pauses’ betekent ‘pauzes’ en verwijst naar korte onderbrekingen van het werk. In ‘pendant de courtes pauses’ zijn dit de momenten waarop de spreker wil rekken. Het kan na een duur- of tijdsaanduiding een onderbreking van een activiteit benoemen.
Des
‘Des’ is hier een meervoudig onbepaald lidwoord bij ‘étirements’. Het betekent in deze context ‘enkele’ of ‘wat’ rustige rekoefeningen. Het staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer het niet om eerder bepaalde oefeningen gaat.
étirements
‘étirements’ betekent ‘rekoefeningen’ en verwijst hier naar de rustige oefeningen die mogelijk helpen. Het staat na ‘Des’ en vóór ‘doux’. Gebruik het om rekbewegingen als een reeks oefeningen te benoemen.
doux
‘doux’ betekent hier ‘zachte’ of ‘rustige’ en beperkt de intensiteit van de rekoefeningen. Het staat na ‘étirements’ in ‘Des étirements doux’. Het wordt gebruikt om aan te geven dat een handeling of oefening niet hard of intensief is.
peuvent
‘peuvent’ betekent hier ‘kunnen’ en drukt uit dat de rekoefeningen mogelijk helpen. De meervoudige vorm sluit aan bij ‘Des étirements’. Het staat vóór de infinitief ‘aider’ wanneer het om een mogelijke werking gaat.
aider
‘aider’ betekent hier ‘helpen’ en beschrijft het mogelijke effect van de rekoefeningen. Het staat na ‘peuvent’. Na deze vorm volgt de infinitief om te benoemen wat mogelijk gebeurt.
mais
‘mais’ betekent ‘maar’ en leidt hier de beperking op het mogelijke voordeel van rekken in. Het verbindt de mogelijkheid dat de oefeningen helpen met de instructie om te stoppen bij meer pijn. Gebruik het om twee tegengestelde of beperkende delen te verbinden.
arrête
‘arrête’ is hier een directe instructie om te stoppen. De vorm richt zich tot de aangesprokene en staat na ‘mais’. Gebruik deze vorm in een korte aanwijzing wanneer iemand een handeling moet beëindigen.
si
‘si’ en ‘Si’ betekenen hier ‘als’ of ‘indien’ en leiden een voorwaarde in. De twee schrijfwijzen verschillen alleen doordat ‘Si’ aan het begin van een zin staat. In beide gevallen volgt de situatie waarvan het verdere advies afhankelijk is.
douleur
‘douleur’ betekent ‘pijn’ en verwijst hier naar de pijn die mogelijk erger wordt of zich verspreidt. Het staat in ‘la douleur augmente’ en ‘la douleur se propage’. Gebruik het om pijn als onderwerp van een verandering of klacht te benoemen.
augmente
‘augmente’ betekent hier ‘toeneemt’ en beschrijft dat de pijn erger wordt. Het staat na ‘la douleur’ in ‘la douleur augmente’. Gebruik het om een stijging in intensiteit of hoeveelheid aan te geven.
ça
‘ça’ betekent hier ‘het’ of ‘dat’ en verwijst naar het pijnprobleem waarover de gesprekspartners praten. In ‘Si ça continue’ is het onderwerp van ‘continue’. Deze informele aanwijzende vorm kan naar een eerder genoemde situatie verwijzen.
continue
‘continue’ betekent hier ‘doorgaat’ en verwijst naar het voortduren van de pijn of het probleem. Het staat na ‘ça’ in de voorwaardelijke zin ‘Si ça continue’. Gebruik het om aan te geven dat een toestand niet ophoudt.
devrais
‘devrais’ betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een waarschijnlijk of passend advies aan de spreker zelf uit. Het staat vóór ‘consulter’. Gebruik deze vorm om voorzichtig een aanbevolen handeling te formuleren.
probablement
‘probablement’ betekent ‘waarschijnlijk’ en maakt het advies minder absoluut. Het staat tussen ‘devrais’ en ‘consulter’ in de zin. Gebruik het om aan te geven dat iets vermoedelijk juist of nodig is.
consulter
‘consulter’ betekent hier ‘raadplegen’ en verwijst naar het advies om professionele hulp te zoeken. Het staat na ‘devrais probablement’. Gebruik het met een persoon of professional die je om deskundig advies raadpleegt.
un
‘un’ is hier het enkelvoudige onbepaalde lidwoord bij ‘professionnel’. Het introduceert één nog niet nader genoemde professional. Het staat direct vóór het zelfstandig gebruikte ‘professionnel’.
professionnel
‘professionnel’ betekent hier ‘professional’ of ‘deskundige’, in deze context iemand uit de gezondheidszorg. Het staat na ‘un’ en vóór ‘de santé’. Gebruik het met een domeinaanduiding wanneer je het soort professional specificeert.
santé
‘santé’ betekent ‘gezondheid’ en specificeert in ‘un professionnel de santé’ dat het om een gezondheidsprofessional gaat. Het staat na ‘de’ in de vaste woordgroep. Gebruik deze woordgroep wanneer je deskundige hulp rond gezondheid bedoelt.
Surtout
‘Surtout’ betekent ‘vooral’ en benadrukt hier de omstandigheden waarin professionele hulp extra belangrijk wordt. Het staat aan het begin van de zin vóór de voorwaarde. Gebruik het om één onderdeel van een opsomming of advies extra nadruk te geven.
se
‘se’ maakt in ‘se propage’ deel uit van de werkwoordelijke vorm waarmee wordt gezegd dat de pijn zich verspreidt. Het staat vóór ‘propage’. In deze constructie verwijst het voornaamwoord terug naar het onderwerp ‘la douleur’.
propage
‘propage’ betekent hier ‘verspreidt’ en beschrijft dat de pijn zich naar andere plaatsen uitbreidt. Het staat samen met ‘se’ in ‘la douleur se propage’. Gebruik deze vorm om een pijn of ander verschijnsel te beschrijven dat zich uitbreidt.
ou
‘ou’ betekent ‘of’ en verbindt hier twee mogelijke waarschuwingssignalen: de pijn verspreidt zich of beïnvloedt de slaap. Het staat tussen de twee werkwoordelijke delen. Gebruik het om alternatieve situaties naast elkaar te zetten.
commence
‘commence’ betekent hier ‘begint’ en geeft het begin aan van een effect op de slaap. Het staat vóór ‘à perturber’. Gebruik het met een daaropvolgende handeling om aan te geven dat die handeling begint.
perturber
‘perturber’ betekent hier ‘verstoren’ of ‘beïnvloeden’ en beschrijft het effect van de pijn op de slaap. Het staat na ‘commence à’ in ‘commence à perturber ton sommeil’. Gebruik deze infinitief om te benoemen wat door een probleem wordt verstoord.
sommeil
‘sommeil’ betekent ‘slaap’ en verwijst hier naar de slaap van de aangesprokene. Het staat in ‘ton sommeil’, na de bezittelijke bepaling ‘ton’. Gebruik het met een bezittelijke bepaling wanneer je iemands slaap bedoelt.
Cette
‘Cette’ betekent ‘deze’ en verwijst hier naar de lopende of bedoelde week. Het staat vóór ‘semaine’ in ‘Cette semaine’. Gebruik deze vorm om een specifieke periode dichtbij de gesprekssituatie aan te wijzen.
semaine
‘semaine’ betekent ‘week’ en vormt samen met ‘Cette’ de tijdsaanduiding ‘deze week’. De woordgroep staat aan het begin van de zin en geeft aan wanneer de aanpassingen plaatsvinden. Je kunt een vergelijkbare tijdsaanduiding vooraan zetten om de periode te benadrukken.
peux
‘peux’ betekent hier ‘kan’ en drukt uit wat de spreker van plan is of in staat is te doen. Het staat vóór de infinitieven ‘faire’ en ‘noter’. Gebruik het met een infinitief om een mogelijke of beschikbare handeling in de eerste persoon te beschrijven.
faire
‘faire’ betekent hier ‘doen’ en verwijst naar het uitvoeren van kleine aanpassingen. Het staat na ‘peux’ en vóór ‘de petits ajustements’. Na ‘peux’ volgt hier de infinitief voor de handeling die de spreker kan uitvoeren.
petits
‘petits’ betekent ‘kleine’ en beschrijft de aanpassingen als beperkt van omvang. Het staat vóór ‘ajustements’ in ‘de petits ajustements’. Het bijvoeglijk woord staat hier vóór het zelfstandig naamwoord.
ajustements
‘ajustements’ betekent ‘aanpassingen’ en verwijst hier naar kleine veranderingen in de werkomstandigheden of houding. Het staat na ‘de petits’. Gebruik het voor gerichte veranderingen die bedoeld zijn om een situatie te verbeteren.
et
‘et’ betekent ‘en’ en verbindt hier twee handelingen die de spreker kan uitvoeren: aanpassingen doen en bijhouden of ze helpen. Het staat tussen ‘faire’ en ‘noter’. Gebruik het om gelijkwaardige handelingen of informatie te verbinden.
noter
‘noter’ betekent hier ‘noteren’ of ‘bijhouden’ en verwijst naar het vastleggen van het effect van de aanpassingen. Het staat na ‘et’ en blijft, net als ‘faire’, afhankelijk van ‘peux’. Gebruik het om informatie of veranderingen systematisch vast te leggen.
s'ils
‘s'ils’ betekent hier ‘of ze’ en introduceert de vraag of de aanpassingen helpen. Het is gevormd uit ‘si’ en ‘ils’, waarbij de klinker wordt weggelaten vóór de volgende klinker. Het staat vóór ‘m'aident’ in de indirecte vraag ‘noter s'ils m'aident’.
m'aident
‘m'aident’ betekent hier ‘mij helpen’ en verwijst naar het effect van de aanpassingen op de spreker. De vorm bevat ‘me’ en ‘aident’, met een apostrof vóór de klinker. In ‘s'ils m'aident’ staat de persoon die hulp ontvangt vóór het werkwoord.
Les
‘Les’ is hier het meervoudige bepaalde lidwoord bij ‘changements’. Het verwijst naar de veranderingen als een bepaalde groep waarover de gesprekspartners spreken. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord.
changements
‘changements’ betekent ‘veranderingen’ en verwijst hier naar de aanpassingen die consequent worden volgehouden. Het staat na ‘Les’ en vóór ‘réguliers’. Gebruik het voor wijzigingen in een situatie, gewoonte of aanpak.
réguliers
‘réguliers’ betekent hier ‘regelmatige’ of ‘consistente’ en beschrijft veranderingen die consequent worden toegepast. Het staat na ‘changements’ in ‘Les changements réguliers’. Gebruik het om aan te geven dat iets met regelmaat of continuïteit gebeurt.
sont
‘sont’ betekent ‘zijn’ en verbindt ‘Les changements réguliers’ met de beoordeling ‘plus faciles à évaluer’. Het staat vóór de beschrijving van hun eigenschap. De meervoudige vorm past bij het meervoudige onderwerp.
généralement
‘généralement’ betekent ‘gewoonlijk’ of ‘doorgaans’ en maakt de uitspraak algemeen maar niet absoluut. Het staat vóór ‘plus faciles’. Gebruik het om een patroon of gebruikelijke beoordeling aan te geven.
plus
‘plus’ betekent hier ‘meer’ en maakt samen met ‘faciles’ de vergelijking ‘gemakkelijker’. Het staat vóór het bijvoeglijk woord en wordt aangevuld door ‘qu'un’. Gebruik het in een vergelijking wanneer iets een hogere graad heeft dan iets anders.
faciles
‘faciles’ betekent hier ‘gemakkelijker’ binnen ‘plus faciles à évaluer’. Het beschrijft hoe eenvoudig de regelmatige veranderingen te beoordelen zijn. Het staat vóór ‘à évaluer’ om aan te geven welke handeling gemakkelijker wordt.
évaluer
‘évaluer’ betekent hier ‘beoordelen’ en verwijst naar het bepalen of de veranderingen helpen. Het staat na ‘faciles à’. Gebruik deze infinitief om aan te geven wat iemand beoordeelt of meet.
qu'un
‘qu'un’ betekent hier ‘dan één’ en leidt het tweede deel van de vergelijking in. Het is gevormd uit ‘que’ en ‘un’, met een apostrof vóór de klinker. In ‘plus faciles ... qu'un seul grand changement’ vergelijkt het de regelmatige veranderingen met één grote verandering.
seul
‘seul’ betekent hier ‘enkele’ in de betekenis van ‘één enkele’. Het benadrukt dat er maar één grote verandering wordt vergeleken. Het staat vóór ‘grand changement’ in ‘un seul grand changement’.
grand
‘grand’ betekent hier ‘grote’ en beschrijft de omvang van de ene verandering. Het staat vóór ‘changement’ in ‘un seul grand changement’. Gebruik het hier om een verandering met een grotere impact of omvang aan te duiden.
changement
‘changement’ betekent ‘verandering’ en verwijst hier naar de ene grote verandering waarmee de regelmatige veranderingen worden vergeleken. Het staat na ‘un seul grand’. Gebruik het voor een afzonderlijke wijziging in een aanpak of situatie.