Een bezoek aan de kliniek voorbereiden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home before a clinic appointment, two adults discuss check-in, forms, the waiting room, and asking staff to explain each step..

NL → FR / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een bezoek aan de kliniek voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai rendez-vous à la clinique.

zjee rã-de-voe aa la klie-niek. Ik heb een afspraak bij de kliniek.
A

Mais je ne sais pas exactement quoi faire en premier.

mè zje nuh sè paa eg-zakt-mã kwa fèèr ã pruh-mjee. Maar ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen.
B

Commence à l'accueil et montre-leur ta carte d'assurance.

ko-mãs aa la-keuj ee montr-lur ta kart da-syurãs. Begin bij de receptie en laat hun je verzekeringskaart zien.
A

Est-ce que je devrai remplir un formulaire avant de voir l'infirmière ?

ès-kuh zje duh-vrè rã-plieèr uhn for-muu-lèèr a-vã duh vwar lẽ-fir-mjèr? Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?
B

Probablement, surtout si c'est ta première visite.

pro-ba-bluh-mã, syur-too sie sè ta pruh-mjèr vie-ziet. Waarschijnlijk, vooral als dit je eerste bezoek is.
A

Est-ce que je dois attendre dans la salle d'attente principale après ça ?

ès-kuh zje dwa a-tãdr dã la sal da-tãt prẽ-si-pal a-prè saa? Moet ik daarna in de grote wachtkamer wachten?
B

Reste là, sauf si l'accueil t'envoie ailleurs.

rèst la, soof sie la-keuj tã-vwa a-jeur. Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders heen stuurt.
A

Je suis nerveux quand je ne sais pas quelle est la procédure.

zje swie nèr-vuh kã zje nuh sè paa kel è la pro-sé-duur. Ik word nerveus als ik niet weet wat de procedure is.
B

C'est normal. Tu peux demander au personnel d'expliquer chaque étape.

sè nor-mal. tuu puh duh-mã-dee oo per-so-nèl deks-pli-kee sjak ee-tap. Dat is normaal. Je kunt het personeel vragen om elke stap uit te leggen.
A

J'arriverai tôt pour avoir assez de temps pour la paperasse.

zja-rie-vrè too poor a-vwar a-see duh tã poor la pa-pras. Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.
B

Avec plus de temps, le rendez-vous devrait sembler moins précipité.

a-vek pluu duh tã, luh rã-de-voe duh-vrè sã-bl mwẽ pree-sie-pie-tè. Door de extra tijd zou de afspraak minder gehaast moeten verlopen.

Uitleg van de zinnen

  1. J'ai rendez-vous à la clinique.

    Ik heb een afspraak bij de kliniek.

    J'ai
    ik heb
    rendez-vous
    afspraak
    clinique
    kliniek
    Uitgebreide uitleg

    J'ai is de samentrekking van je (ik) en ai, de eerste persoon enkelvoud van avoir (hebben). In deze zin betekent het dus “ik heb”. De apostrof verschijnt voor een klinker: je ai wordt niet gebruikt; de vorm is j'ai. rendez-vous is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis “afspraak”. Het komt vaak voor in de vaste combinatie avoir rendez-vous (“een afspraak hebben”). Het zelfstandig naamwoord kan ook in andere contexten voorkomen, maar hier gaat het specifiek om een geplande afspraak. clinique betekent “kliniek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat ervoor la in la clinique. Na à krijgt de volledige woordgroep de vorm à la clinique, hier met de betekenis “bij/in de kliniek”. À geeft in deze combinatie de plaats van de afspraak aan. Samen vormen J'ai en rendez-vous J'ai rendez-vous: “Ik heb een afspraak”. De plaatsbepaling à la clinique voegt toe waar die afspraak is. De volledige zin betekent daarom: “Ik heb een afspraak bij de kliniek.”

  2. Mais je ne sais pas exactement quoi faire en premier.

    Maar ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen.

    Mais
    maar
    je ne sais pas
    ik weet niet
    exactement
    precies
    quoi
    wat
    faire
    doen
    en premier
    als eerste
    Uitgebreide uitleg

    Mais betekent hier “maar” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat. Het woord kan ook aan het begin van een zin staan om een tegenstelling of beperking in te leiden. je ne sais pas betekent hier “ik weet niet”. sais is de tegenwoordige tijd van savoir (weten), bij je: je sais. De ontkenning wordt in deze zin gevormd met ne ... pas: je ne sais pas. In alledaagse gesproken Franse taal valt ne vaak weg, maar het staat hier wel in de vaste tekst. exactement betekent “precies”. Het is een bijwoord en verduidelijkt hier hoe zeker of precies de kennis is: de spreker weet het niet precies. Het staat vóór het vraaggedeelte quoi faire. quoi betekent hier “wat”. In quoi faire vormt het samen met een infinitief een vraag naar een handeling: quoi faire = “wat doen” of natuurlijker “wat te doen”. Dit is anders dan een zelfstandig gebruikt vraagwoord in bijvoorbeeld Quoi ? (“Wat?”). faire betekent “doen”. Dit is de infinitief; de tegenwoordige tijd bij je is je fais. Na quoi blijft het werkwoord in de infinitief: quoi faire, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Je ne sais pas quoi choisir. — “Ik weet niet wat ik moet kiezen.” en premier betekent hier “als eerste”. De uitdrukking geeft de volgorde van een handeling aan. premier is de mannelijke enkelvoudsvorm van het rangtelwoord/adjectief premier; de vrouwelijke vorm is première, bijvoorbeeld in la première étape (“de eerste stap”). In deze uitdrukking functioneert en premier als een vaste manier om “eerst” te zeggen. Samen betekent Mais je ne sais pas exactement quoi faire en premier: “Maar ik weet niet precies wat ik eerst moet doen.” Mais legt de verbinding met de eerdere mededeling, je ne sais pas drukt onzekerheid over kennis uit, quoi faire benoemt de onbekende handeling en en premier beperkt de vraag tot de eerste stap. De zin zegt dus niet dat de spreker niets kan doen, maar dat de juiste volgorde of eerste handeling niet duidelijk is.

  3. Commence à l'accueil et montre-leur ta carte d'assurance.

    Begin bij de receptie en laat hun je verzekeringskaart zien.

    Commence
    begin
    l'accueil
    de receptie
    montre-leur
    laat hun zien
    ta
    je/jouw
    carte
    kaart
    assurance
    verzekering
    Uitgebreide uitleg

    Commence is de gebiedende wijs van commencer voor tu: “begin”. Het is hier een directe instructie aan één aangesprokene. Bijvoorbeeld: Commence maintenant. — “Begin nu.” l'accueil betekent hier “de receptie” of “de balie waar je je meldt”. accueil is een zelfstandig naamwoord; de apostrof ontstaat doordat le vóór een klinker wordt verkort tot l'. Het lidwoord geeft hier geen telbare hoeveelheid aan. Bijvoorbeeld: Je vais à l'accueil. — “Ik ga naar de receptie.” montre-leur bestaat uit de gebiedende wijs montre van montrer (“tonen/laten zien”) en het eraan vastgekoppelde voornaamwoord leur (“hun”). In een bevestigende opdracht komen zulke voornaamwoorden in het Frans achter het werkwoord en worden ze met een koppelteken verbonden. leur is de meervoudige indirecte vorm; de concrete personen naar wie het verwijst worden in deze zin niet nader geïdentificeerd. Bijvoorbeeld: Montre-leur ton billet. — “Laat hun je kaartje zien.” ta is een bezittelijk woord met de betekenis “je/jouw” bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het stemt hier af op carte, niet op de bezitter: ta carte betekent “je kaart”. Voor een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord is de overeenkomstige vorm ton, en voor meervoud tes; bijvoorbeeld ton billet — “je kaartje” en tes documents — “je documenten”. carte betekent hier “kaart”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; dat verklaart de vorm ta ervoor. De precieze soort kaart wordt daarna gespecificeerd door d'assurance. assurance betekent “verzekering”. In carte d'assurance staat d' voor de vóór een klinker. de legt hier de relatie tussen de kaart en de verzekering uit, zodat de hele woordgroep “verzekeringskaart” betekent. Bijvoorbeeld: une carte d'identité — “een identiteitskaart”. Samen vormen de delen de instructie: begin bij de receptie en laat hun je verzekeringskaart zien. Commence à l'accueil geeft het startpunt aan; et verbindt de tweede opdracht; montre-leur ta carte d'assurance zegt wat je moet laten zien en aan wie. De gebiedende wijs richt beide opdrachten aan dezelfde aangesprokene.

  4. Est-ce que je devrai remplir un formulaire avant de voir l'infirmière ?

    Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?

    Est-ce que
    vraagmarkeerder
    devrai
    moeten
    remplir
    invullen
    formulaire
    formulier
    avant de
    voordat je ...
    voir
    zien
    l'infirmière
    de verpleegkundige
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que markeert een vraag zonder de woordvolgorde van de mededelende zin te veranderen. Het is een vaste vraagconstructie; de inhoudelijke vraag begint daarna met het onderwerp je. devrai is de eerste persoon enkelvoud van de toekomstige tijd van devoir (“moeten”): je devrai = “ik zal moeten”. De vorm drukt hier een verwachte of vereiste handeling in de toekomst uit. Vergelijk: je dois = “ik moet” (heden), je devrai = “ik zal moeten” (toekomst). remplir is een infinitief en betekent “invullen”. Na devoir staat de volgende handeling in de infinitief: je devrai remplir = “ik zal moeten invullen”. Voorbeeld: Je dois remplir ce document. — “Ik moet dit document invullen.” formulaire is een zelfstandig naamwoord voor een formulier. In un formulaire is un het onbepaalde lidwoord; op zichzelf stelt dat geen specifiek aantal vast, maar introduceert het een niet nader bepaald formulier. Voorbeeld: Voici un formulaire. — “Hier is een formulier.” avant de betekent “voordat ...” wanneer er daarna een infinitief volgt. De vorm de hoort bij deze constructie: avant de remplir betekent “voordat [iemand] invult”. In de gegeven zin staat avant de voir, dus de handeling na deze grens wordt door dezelfde spreker verricht. voir is een infinitief en betekent hier “zien”. Het kan in andere contexten ook “bekijken” of “ontmoeten” betekenen; de vaste vertaling maakt hier de lezing “de verpleegkundige zien” duidelijk. Voorbeeld: Je vais voir le médecin. — “Ik ga de arts zien.” l'infirmière betekent “de verpleegkundige”. infirmière is de vrouwelijke vorm van infirmier; het lidwoord la wordt vóór een klinker verkort tot l'. Het zelfstandig naamwoord zelf draagt hier dus de vrouwelijke vorm; l' laat het grammaticale geslacht niet afzonderlijk zien. Samen vormt Est-ce que je devrai remplir un formulaire de vraag “Zal ik een formulier moeten invullen?”. avant de voir l'infirmière plaatst die handeling vóór het moment waarop de spreker de verpleegkundige ziet. De volledige betekenis is daarom: “Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?”

  5. Probablement, surtout si c'est ta première visite.

    Waarschijnlijk, vooral als dit je eerste bezoek is.

    Probablement
    waarschijnlijk
    surtout si
    vooral als
    c'est
    het is
    ta
    jouw
    première
    eerste
    visite
    bezoek
    Uitgebreide uitleg

    Probablement betekent hier “waarschijnlijk”. Het is een bijwoord dat de waarschijnlijkheid van de hele uiting aangeeft. Het hoort bij probable (“waarschijnlijk” als bijvoeglijk naamwoord). Voorbeeld: C’est probablement vrai. = “Dat is waarschijnlijk waar.” Surtout si betekent “vooral als”. Si leidt hier een voorwaardelijke bijzin in; surtout legt nadruk op die voorwaarde. Voorbeeld: Je viendrai, surtout si tu m’invites. = “Ik kom, vooral als je me uitnodigt.” C’est ontstaat door de elisie van ce voor est: ce + est wordt c’est. Est is de vorm van être (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud. In deze zin betekent c’est “dit/het is”; het precieze aangewezen gegeven wordt door de context bepaald. Ta betekent “je/jouw” bij een zelfstandig naamwoord dat vrouwelijk en enkelvoudig is. De vorm hangt hier af van visite, niet van het geslacht of aantal van de bezitter. Voorbeeld: ta première visite = “je eerste bezoek”. Bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld ton: ton premier voyage = “je eerste reis”. Première betekent hier “eerste”. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm van premier, een rangtelwoord: premier voor mannelijk enkelvoud en première voor vrouwelijk enkelvoud. Voorbeeld: C’est ma première leçon. = “Dit is mijn eerste les.” Visite is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “bezoek”. Het kan ook een bezoek aan een persoon of plaats aanduiden, afhankelijk van de context. In ta première visite is visite het zelfstandig naamwoord dat door ta en première wordt bepaald. Samen vormen ta première visite het naamwoordelijk deel na c’est: “dit/het is je eerste bezoek”. De bijzin si c’est ta première visite betekent “als dit je eerste bezoek is”. Met surtout en het openingsbijwoord ontstaat de volledige betekenis: “Waarschijnlijk, vooral als dit je eerste bezoek is.”

  6. Est-ce que je dois attendre dans la salle d'attente principale après ça ?

    Moet ik daarna in de grote wachtkamer wachten?

    Est-ce que
    vraaginleiding
    dois
    moet
    attendre
    wachten
    salle d'attente
    wachtkamer
    principale
    hoofd-
    après ça
    daarna
    Uitgebreide uitleg

    Est-ce que maakt van de daaropvolgende zin een ja/nee-vraag. De inhoudelijke woordvolgorde blijft daarbij behouden: het onderwerp je staat vóór de werkwoordsvorm. Een herbruikbaar patroon is Est-ce que + onderwerp + werkwoord ... ?, bijvoorbeeld: Est-ce que tu viens demain ? — Kom je morgen? dois is de tegenwoordige tijd van devoir bij je: je dois. In deze zin drukt het noodzaak of verplichting uit: “moet ik”. De vorm hoort bij het werkwoord devoir, niet bij een zelfstandig naamwoord. Devoir kan ook met een zelfstandig naamwoord voorkomen, maar hier staat er een infinitief achter. attendre is de infinitief “wachten”. Na devoir blijft het tweede werkwoord in de infinitief: je dois attendre — ik moet wachten. Vergelijk: Je dois partir. — Ik moet vertrekken. De combinatie dois attendre betekent dus niet dat attendre zelf vervoegd is. la salle d'attente is een vaste nominale combinatie voor “de wachtkamer”. salle is het hoofdzelfstandig naamwoord; d'attente specificeert waarvoor die ruimte dient. Het lidwoord la markeert hier een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Salle d'attente is bruikbaar als geheel, bijvoorbeeld: La salle d'attente est ici. — De wachtkamer is hier. principale is het bijvoeglijk naamwoord bij salle. De vorm is vrouwelijk enkelvoud en stemt daarmee overeen: salle principale. De basisvorm is principal; bij een vrouwelijk enkelvoud verschijnt principale. Hier betekent het “hoofd-” of “belangrijkste”, dus de hoofdwachtkamer. Het bijvoeglijk naamwoord staat na het zelfstandig naamwoord. après ça geeft een tijdsrelatie: “daarna” of letterlijk “na dat”. Ça is hier een onveranderd aanwijzend voornaamwoord; de concrete gebeurtenis waarnaar het verwijst wordt door deze zin zelf niet nader benoemd. Het patroon après ça kan zelfstandig aan het einde staan, bijvoorbeeld: On part après ça. — Daarna vertrekken we. Samen ontstaat de vraag Est-ce que je dois attendre dans la salle d'attente principale après ça ?: “Moet ik daarna in de hoofdwachtkamer wachten?” De vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als: “Moet ik daarna in de grote wachtkamer wachten?” dans plaatst het wachten in die ruimte, terwijl après ça aangeeft dat het wachten daarna plaatsvindt.

  7. Reste là, sauf si l'accueil t'envoie ailleurs.

    Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders heen stuurt.

    Reste
    blijf
    là
    daar
    sauf si
    tenzij
    l'accueil
    de receptie
    envoie
    stuurt
    ailleurs
    ergens anders
    Uitgebreide uitleg

    Reste betekent hier “blijf” en is de gebiedende wijs van rester (“blijven”). De vorm richt zich tot één aangesproken persoon; in een bevel staat het onderwerp meestal niet apart. Vergelijk: Reste ici. — “Blijf hier.” là betekent “daar” en verwijst naar een plaats die in de situatie als bekend geldt. Samen vormen Reste là de herbruikbare opdracht “Blijf daar”. sauf si leidt een voorwaarde met een uitzondering in: “tenzij”. Het volgende deel zegt dus wanneer de opdracht niet geldt. Dit is iets anders dan een gewone voorwaarde met si (“als”): Je viens si tu appelles. — “Ik kom als je belt.” l'accueil betekent hier “de receptie”. De apostrof komt doordat het zelfstandig naamwoord accueil na het bepaalde lidwoord le met klinker aan het begin als l'accueil verschijnt. accueil kan in andere contexten ook een ontvangst of onthaal aanduiden, maar hier gaat het volgens de vertaling om de receptie. envoie betekent hier “stuurt” en is de derde persoon enkelvoud van envoyer in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is l'accueil: de receptie stuurt. Het werkwoord envoyer heeft in deze betekenis het patroon iemand ergens heen sturen. De vorm t' vóór envoie is het object voor de aangesproken persoon: “jou”; door de klinker van envoie is te verkort tot t'. Samen betekent t'envoie dus “jou stuurt” binnen de volledige woordvolgorde; het betekent niet “je stuurt”. ailleurs betekent “ergens anders” en geeft een andere plaats aan dan de plaats waar de aangesproken persoon moet blijven. Het is een bijwoord; het benoemt niet zelf een persoon of een zelfstandig naamwoord. De delen worden als volgt samengevoegd: Reste là = “Blijf daar”, en sauf si l'accueil t'envoie ailleurs = “tenzij de receptie je ergens anders heen stuurt”. De volledige betekenis is daarom: “Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders heen stuurt.” De gebiedende wijs geeft de instructie; sauf si beperkt die instructie met één uitzondering.

  8. Je suis nerveux quand je ne sais pas quelle est la procédure.

    Ik word nerveus als ik niet weet wat de procedure is.

    Je suis
    ik ben
    nerveux
    nerveus
    quand
    als, wanneer
    je ne sais pas
    ik weet niet
    quelle
    wat, welke
    est
    is
    procédure
    procedure
    Uitgebreide uitleg

    Je suis betekent hier “ik ben”. suis is de vorm van être bij je in de tegenwoordige tijd: je suis, tu es, il/elle est. In deze zin vormt Je suis nerveux de hoofdzin. nerveux betekent hier “nerveus”. Dit is de mannelijke enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord; bij een vrouwelijke spreker is de overeenkomstige vorm nerveuse. Voorbeeld: Elle est nerveuse. — “Zij is nerveus.” quand betekent “als” of “wanneer” en leidt hier de omstandigheid in waaronder de hoofdzin geldt. Voorbeeld: Je souris quand je suis content. — “Ik glimlach als ik blij ben.” je ne sais pas betekent “ik weet niet”. Het werkwoord sais is de vorm van savoir bij je in de tegenwoordige tijd. In een gewone Franse ontkenning omringen ne en pas het vervoegde werkwoord: je ne sais pas. Voorbeeld: Je ne sais pas. — “Ik weet het niet.” quelle hoort bij de vraag naar een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Hier verwijst de vorm naar de procedure die daarna wordt genoemd; quelle procédure betekent “welke procedure” en in deze indirecte vraag natuurlijk “wat de procedure is”. De vormen zijn onder andere quel (mannelijk enkelvoud), quelle (vrouwelijk enkelvoud), quels (mannelijk meervoud) en quelles (vrouwelijk meervoud). De vorm past zich dus aan het zelfstandig naamwoord aan, niet aan de persoon die de vraag stelt. est betekent “is”. Het is de derde persoon enkelvoud van être; vergelijk je suis en tu es. In quelle est la procédure staat est samen met quelle en la procédure in de vraagconstructie “wat is de procedure?”. procédure is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “procedure”. Het lidwoord la in la procédure laat hier het vrouwelijk enkelvoud zien. Voorbeeld: La procédure est simple. — “De procedure is eenvoudig.” Samen betekent quand je ne sais pas quelle est la procédure “als ik niet weet wat de procedure is”. De woorden quelle est la procédure vormen een indirecte vraag binnen je ne sais pas; daarom wordt de inhoud als onderdeel van de zin weergegeven, niet als een afzonderlijke directe vraag. De volledige zin betekent: “Ik word nerveus als ik niet weet wat de procedure is.”

  9. C'est normal. Tu peux demander au personnel d'expliquer chaque étape.

    Dat is normaal. Je kunt het personeel vragen om elke stap uit te leggen.

    C'est
    dat is
    normal
    normaal
    Tu peux
    je kunt
    demander
    vragen
    personnel
    personeel
    d'expliquer
    uitleggen
    chaque
    elke
    étape
    stap
    Uitgebreide uitleg

    C'est betekent hier “dat is”. Het is de vaste samentrekking van ce + est; ce is een aanwijzend voornaamwoord en est is de tegenwoordige tijd van être bij een enkelvoudig onderwerp. Voorbeeld: C'est facile. — “Dat is gemakkelijk.” normal betekent hier “normaal”. Het is een bijvoeglijk naamwoord in de mannelijke enkelvoudsvorm; in C'est normal beschrijft het de toestand of situatie die door ce wordt aangeduid. De vrouwelijke vorm is normale. Voorbeeld: La situation est normale. — “De situatie is normaal.” Tu peux betekent “je kunt” in de aanspreekvorm tu. peux is de vorm van pouvoir (“kunnen”) voor tu; het daaropvolgende werkwoord staat in de infinitief. Voorbeeld: Tu peux attendre. — “Je kunt wachten.” demander betekent hier “vragen”. Het is de infinitief van demander. Een bruikbaar patroon is demander quelque chose à quelqu'un (“iemand iets vragen”) of demander à quelqu'un de faire quelque chose (“iemand vragen om iets te doen”). personnel betekent hier “personeel”. Het is een zelfstandig naamwoord voor medewerkers als groep. In au personnel is au de samentrekking van à le; samen geeft dit aan aan wie de vraag wordt gericht: “aan het personeel”. Voorbeeld: Je demande au personnel. — “Ik vraag het personeel.” d'expliquer betekent “uit te leggen”. Dit is de + expliquer, waarbij de klinkerbotsing de vorm d'expliquer oplevert. In het patroon demander à quelqu'un d'expliquer ... leidt de de handeling in die iemand moet uitvoeren. expliquer is de infinitief van “uitleggen”. chaque betekent “elke”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en verandert niet naar een meervoudsvorm; die regel geldt ongeacht het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: chaque jour — “elke dag”. étape betekent “stap” of “fase”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is étapes. In chaque étape staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud omdat chaque dat vereist, niet vanwege het grammaticale geslacht. Samen vormen Tu peux demander au personnel d'expliquer chaque étape het patroon Tu peux + infinitief (“Je kunt ...”) en vervolgens demander à quelqu'un de + infinitief (“iemand vragen om ...”). De volledige zin betekent: “Je kunt het personeel vragen om elke stap uit te leggen.” De eerste zin, C'est normal, betekent: “Dat is normaal.”

  10. J'arriverai tôt pour avoir assez de temps pour la paperasse.

    Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.

    J'arriverai
    ik zal aankomen
    tôt
    vroeg
    pour avoir
    om te hebben
    assez
    genoeg
    temps
    tijd
    la paperasse
    het papierwerk
    Uitgebreide uitleg

    J'arriverai is de eerste persoon enkelvoud van arriver (“aankomen”) in de futur simple: “ik zal aankomen”. De uitgang -ai markeert hier de toekomstige handeling; het onderwerp is het ingesloten je in j'. Voorbeeld: J'arriverai demain. — “Ik kom morgen aan.” tôt betekent hier “vroeg”, dus op een vroeg tijdstip. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Elle arrive tôt. — “Zij komt vroeg aan.” pour avoir bestaat uit pour plus het infinitief avoir (“hebben”). Na pour geeft het infinitief hier het doel aan: “om te hebben” of natuurlijker “zodat ik ... heb”. Het onderwerp van deze infinitief wordt uit de hoofdzin begrepen: dezelfde persoon als bij J'arriverai. Voorbeeld: Je pars tôt pour avoir du temps. — “Ik vertrek vroeg om tijd te hebben.” assez betekent “genoeg”. In assez de temps staat het vóór de plus het zelfstandig naamwoord; de volledige hoeveelheid wordt dus uitgedrukt door assez de temps, niet door assez alleen. Voorbeeld: Nous avons assez de temps. — “We hebben genoeg tijd.” 'temps betekent “tijd”. Het zelfstandig naamwoord is in deze uitdrukking niet telbaar als afzonderlijke tijdseenheden: assez de temps betekent “genoeg tijd”. Voorbeeld: Le temps passe vite.` — “De tijd gaat snel voorbij.” la paperasse betekent “het papierwerk”. Paperasse is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; la is daarom het bepaald lidwoord in het enkelvoud. Het woord verwijst doorgaans naar administratieve documenten en formaliteiten als geheel en heeft vaak een informele, licht negatieve bijklank. Voorbeeld: Je dois remplir la paperasse. — “Ik moet het papierwerk invullen.” Samen vormt J'arriverai tôt de mededeling “ik zal vroeg aankomen”. pour avoir assez de temps pour la paperasse geeft eerst het doel daarvan: genoeg tijd hebben. Het tweede pour verbindt dat doel met de activiteit waarvoor die tijd nodig is. De hele zin betekent daarom: “Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.”

  11. Avec plus de temps, le rendez-vous devrait sembler moins précipité.

    Door de extra tijd zou de afspraak minder gehaast moeten verlopen.

    Avec plus de temps
    met meer tijd
    le rendez-vous
    de afspraak
    devrait
    zou moeten
    sembler
    lijken
    moins
    minder
    précipité
    gehaast
    Uitgebreide uitleg

    Avec plus de temps betekent hier “met meer tijd”. avec introduceert wat iemand heeft of waarbinnen iets gebeurt; plus de geeft een grotere hoeveelheid aan, en temps betekent “tijd”. Een bruikbaar patroon is avec plus de + zelfstandig naamwoord: Avec plus de pratique, c’est plus facile. — “Met meer oefening is het gemakkelijker.” le rendez-vous betekent “de afspraak”. rendez-vous is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het lidwoord le. Het kan in andere contexten ook een afspraak of ontmoeting aanduiden, maar hier ondersteunt de vaste vertaling de betekenis “afspraak”. devrait is de derde persoon enkelvoud van devoir in de conditionnel présent. In deze zin drukt het een verwachting of voorzichtige gevolgtrekking uit: “zou moeten”. De vorm hoort bij het onderwerp le rendez-vous; devrait is dus niet de vorm van sembler. Vergelijk: Il devrait arriver bientôt. — “Hij zou binnenkort moeten aankomen.” sembler is de infinitief van “lijken”. Na devoir blijft het volgende werkwoord in de infinitief: devrait sembler betekent “zou moeten lijken”. Een veelgebruikt patroon is sembler + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld Le plan semble simple. — “Het plan lijkt eenvoudig.” moins betekent “minder” en vergelijkt hier de mate waarin iets gehaast is. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Het vormt het patroon moins + bijvoeglijk naamwoord: moins difficile — “minder moeilijk”. Het tegenovergestelde is plus — “meer”. précipité betekent hier “gehaast” of “overhaast”. Het is het bijvoeglijk naamwoord dat de toestand van le rendez-vous beschrijft. Omdat rendez-vous mannelijk enkelvoud is, staat de vorm hier als mannelijk enkelvoud: précipité. De vrouwelijke vorm is précipitée, bijvoorbeeld in une décision précipitée — “een overhaaste beslissing”. Samen vormen de delen Avec plus de temps (met meer tijd) en le rendez-vous devrait sembler moins précipité (de afspraak zou minder gehaast moeten lijken). De volledige betekenis is dus: door de extra tijd zou de afspraak minder gehaast moeten verlopen, oftewel minder gehaast moeten lijken.

Grammatica

sauf si + proposition

Le personnel explique la procédure, sauf si l'infirmière arrive tôt.

luh per-so-nèl eks-plik la pro-sé-duur, soof sie lẽ-fir-mjèr a-rie-vee too.

Het personeel legt de procedure uit, tenzij de verpleegkundige vroeg aankomt.

sauf si introduceert een voorwaarde of uitzondering. Het wordt gevolgd door een volledige zin.

Frans woordenschat

accueil zelfstandig naamwoord
a-keuj receptie
ailleurs bijwoord
a-jeur ergens anders
attendre werkwoord
a-tãdr wachten
carte d'assurance uitdrukking
kart da-syurãs verzekeringskaart

montre-leur ta carte d'assurance

clinique zelfstandig naamwoord
klie-niek kliniek
formulaire zelfstandig naamwoord
for-muu-lèèr formulier
infirmière zelfstandig naamwoord
ẽ-fir-mjèr verpleegkundige
remplir werkwoord
rã-plieèr invullen
rendez-vous zelfstandig naamwoord
rã-de-voe afspraak
salle d'attente uitdrukking
sal da-tãt wachtkamer

la salle d'attente principale

sauf si voegwoord
soof sie tenzij

sauf si l'accueil t'envoie ailleurs

visite zelfstandig naamwoord
vie-ziet bezoek

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een afspraak bij de kliniek.

Antwoord tonenJ'ai rendez-vous à la clinique.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bezoek

Antwoord tonenvisite

kliniek

Antwoord tonenclinique

invullen

Antwoord tonenremplir

receptie

Antwoord tonenaccueil