Een bezoek aan de kliniek voorbereiden | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: At home before a clinic appointment, two adults discuss check-in, forms, the waiting room, and asking staff to explain each step..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Een bezoek aan de kliniek voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

J'ai rendez-vous à la clinique.

zjee rã-de-voe aa la klie-niek. Ik heb een afspraak bij de kliniek.
A

Mais je ne sais pas exactement quoi faire en premier.

mè zje nuh sè paa eg-zakt-mã kwa fèèr ã pruh-mjee. Maar ik weet niet zeker wat ik eerst moet doen.
B

Commence à l'accueil et montre-leur ta carte d'assurance.

ko-mãs aa la-keuj ee montr-lur ta kart da-syurãs. Begin bij de receptie en laat hun je verzekeringskaart zien.
A

Est-ce que je devrai remplir un formulaire avant de voir l'infirmière ?

ès-kuh zje duh-vrè rã-plieèr uhn for-muu-lèèr a-vã duh vwar lẽ-fir-mjèr? Moet ik een formulier invullen voordat ik de verpleegkundige zie?
B

Probablement, surtout si c'est ta première visite.

pro-ba-bluh-mã, syur-too sie sè ta pruh-mjèr vie-ziet. Waarschijnlijk, vooral als dit je eerste bezoek is.
A

Est-ce que je dois attendre dans la salle d'attente principale après ça ?

ès-kuh zje dwa a-tãdr dã la sal da-tãt prẽ-si-pal a-prè saa? Moet ik daarna in de grote wachtkamer wachten?
B

Reste là, sauf si l'accueil t'envoie ailleurs.

rèst la, soof sie la-keuj tã-vwa a-jeur. Blijf daar, tenzij de receptie je ergens anders heen stuurt.
A

Je suis nerveux quand je ne sais pas quelle est la procédure.

zje swie nèr-vuh kã zje nuh sè paa kel è la pro-sé-duur. Ik word nerveus als ik niet weet wat de procedure is.
B

C'est normal. Tu peux demander au personnel d'expliquer chaque étape.

sè nor-mal. tuu puh duh-mã-dee oo per-so-nèl deks-pli-kee sjak ee-tap. Dat is normaal. Je kunt het personeel vragen om elke stap uit te leggen.
A

J'arriverai tôt pour avoir assez de temps pour la paperasse.

zja-rie-vrè too poor a-vwar a-see duh tã poor la pa-pras. Ik kom vroeg aan, zodat ik genoeg tijd heb voor het papierwerk.
B

Avec plus de temps, le rendez-vous devrait sembler moins précipité.

a-vek pluu duh tã, luh rã-de-voe duh-vrè sã-bl mwẽ pree-sie-pie-tè. Door de extra tijd zou de afspraak minder gehaast moeten verlopen.

Woord voor woord

J'ai J'ai betekent hier ‘ik heb’ in J'ai rendez-vous à la clinique. Het is de vorm van avoir met je; voor een klinker wordt je verkort tot j'. Je gebruikt J'ai vaak om te zeggen dat je iets hebt of dat er een afspraak voor je gepland staat.
rendez-vous Rendez-vous betekent hier ‘afspraak’ in J'ai rendez-vous à la clinique. De hele uitdrukking gebruikt rendez en vous samen voor een geplande ontmoeting; de afzonderlijke delen betekenen hier niet los van elkaar ‘afspraak’. Je kunt J'ai rendez-vous gebruiken wanneer je meldt dat je ergens een afspraak hebt.
à À geeft in à la clinique de plaats van de afspraak aan: ‘bij/in de kliniek’. Hier staat het voor de plaats waar het rendez-vous plaatsvindt. Je gebruikt à ook in combinaties voor een locatie, gevolgd door bijvoorbeeld een zelfstandig naamwoord.
la La is hier het bepaalde lidwoord vóór het vrouwelijke woord clinique: ‘de kliniek’. Het hoort samen met la clinique in à la clinique. Je gebruikt la vóór een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
clinique Clinique betekent hier ‘kliniek’ in à la clinique. Het woord benoemt de medische locatie waar de afspraak plaatsvindt. Je kunt la clinique gebruiken wanneer je over een kliniek als plaats spreekt.
Mais Mais betekent hier ‘maar’ en leidt een tegenstelling in: Mais je ne sais pas exactement quoi faire en premier. Het verbindt de afspraak met het feit dat de spreker niet weet wat eerst moet gebeuren. Je gebruikt Mais om een tegenstelling of beperking aan het vorige mee te delen.
je Je betekent hier ‘ik’ in je ne sais pas en Je suis nerveux. Het is het onderwerp van de zin en verwijst naar de spreker. Voor een klinker verschijnt dezelfde vorm als j', zoals in J'ai en J'arriverai.
ne Ne is hier het eerste deel van de ontkenning in je ne sais pas. Pas maakt deze ontkenning compleet; ne betekent dus niet op zichzelf het volledige ‘niet’. Je gebruikt ne samen met pas rond het vervoegde werkwoord.
sais Sais betekent hier ‘weet’ in je ne sais pas exactement quoi faire en premier. Het is de vorm van savoir die bij je hoort; pas maakt de hele uitdrukking negatief. Je kunt je ne sais pas gebruiken wanneer je iets niet weet.
pas Pas is hier het tweede deel van de ontkenning in je ne sais pas. Samen met ne geeft het de betekenis ‘weet niet’; pas draagt deze betekenis niet alleen. Je gebruikt ne ... pas om een vervoegd werkwoord te ontkennen.
exactement Exactement betekent hier ‘precies’ in je ne sais pas exactement quoi faire. Het verduidelijkt dat de spreker niet precies weet wat hij of zij moet doen. Je kunt exactement vóór een vraagwoord of andere informatie zetten om nauwkeurigheid te benadrukken.
quoi Quoi betekent hier ‘wat’ in quoi faire en premier. Het verwijst naar de handeling die de spreker eerst moet uitvoeren. Je gebruikt quoi faire om te vragen of te benoemen wat je moet doen.
faire Faire betekent hier ‘doen’ in quoi faire en premier. De infinitief benoemt de handeling die nog bepaald moet worden. Je gebruikt faire na een uitdrukking zoals quoi faire om naar een te verrichten handeling te verwijzen.
en En vormt in en premier samen met premier de uitdrukking ‘als eerste’. Het geeft hier de volgorde van de handeling aan. Je kunt en premier gebruiken om te zeggen wat eerst moet gebeuren.
premier Premier betekent hier ‘eerste’ in en premier. Deze vorm maakt samen met en duidelijk dat het om de eerste handeling gaat. Je kunt en premier gebruiken wanneer je de eerste stap in een procedure aanwijst.
Commence Commence betekent hier ‘begin’ in de instructie Commence à l'accueil. Het is een directe aansporing om bij de receptie te beginnen. Je kunt Commence à ... gebruiken om iemand te vertellen waar of waarmee die moet starten.
l'accueil L'accueil betekent hier ‘de receptie’ in Commence à l'accueil. L' is de verkorte vorm van het lidwoord vóór accueil, dat met een klinker begint. Je gebruikt l'accueil voor de plek of dienst waar bezoekers zich melden.
et Et betekent hier ‘en’ en verbindt twee instructies: Commence à l'accueil et montre-leur ta carte d'assurance. Het tweede deel volgt als volgende handeling op het eerste. Je gebruikt et om handelingen of andere zinsdelen met elkaar te verbinden.
montre Montre betekent hier ‘toon’ in montre-leur ta carte d'assurance. Het is een directe instructie om de verzekeringskaart te laten zien. Je kunt montre ... gebruiken wanneer je iemand vraagt iets aan een ander te laten zien.
leur Leur betekent hier ‘hun/aan hen’ in montre-leur ta carte d'assurance. Het verwijst naar de mensen bij de receptie aan wie de kaart getoond moet worden. Je gebruikt montre-leur om aan te geven dat iets aan meerdere personen wordt getoond.
ta Ta betekent hier ‘je/jouw’ in ta carte d'assurance. Het geeft aan dat de kaart van de aangesprokene is en staat vóór het vrouwelijke enkelvoudige woord carte. Je gebruikt ta vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord wanneer je ‘jouw’ bedoelt.
carte Carte betekent hier ‘kaart’ in ta carte d'assurance. Het is het voorwerp dat bij de receptie getoond moet worden. Je kunt ta carte gebruiken wanneer je naar de kaart van de aangesprokene verwijst.
d'assurance D'assurance specificeert in ta carte d'assurance dat het om een verzekeringskaart gaat. De vorm d' verbindt de voorzetselvorm de met assurance vóór de klinker. Je gebruikt carte d'assurance voor een kaart die met verzekering te maken heeft.
Est-ce que Est-ce que maakt van de mededeling een directe vraag in Est-ce que je devrai remplir un formulaire. Est-ce zet het vraagkader in en que verbindt dat kader met de zin die volgt; samen vormen ze één vaste vraagconstructie. Je kunt Est-ce que voor een gewone zin plaatsen om daar een ja-neevraag van te maken.
devrai Devrai betekent hier ‘zal moeten’ of ‘nodig hebben’ in Est-ce que je devrai remplir un formulaire. Het is een toekomstige vorm van devoir en verwijst naar wat tijdens het toekomstige bezoek nodig zal zijn. Je gebruikt devrai met een infinitief, zoals devrai remplir, om een toekomstige verplichting of noodzaak te vragen.
remplir Remplir betekent hier ‘invullen’ in devrai remplir un formulaire. Het is de handeling die volgens de vraag mogelijk nodig is vóór het gesprek met de verpleegkundige. Je gebruikt remplir un formulaire voor het invullen van een formulier.
un Un betekent hier ‘een’ in un formulaire. Het introduceert één niet nader bepaald formulier. Je gebruikt un vóór een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord.
formulaire Formulaire betekent hier ‘formulier’ in remplir un formulaire. Het is het document dat de bezoeker mogelijk vóór het consult moet invullen. Je kunt remplir un formulaire gebruiken wanneer je administratieve informatie moet invullen.
avant Avant betekent hier ‘voordat’ in avant de voir l'infirmière. Het geeft aan dat het invullen eerder gebeurt dan het zien van de verpleegkundige. Je gebruikt avant de vóór een infinitief om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
de De maakt in avant de voir de constructie ‘voordat je ... ziet’ met het infinitief voir. Het verbindt avant met de volgende handeling. Je gebruikt avant de gevolgd door een infinitief wanneer de volgende handeling nog moet plaatsvinden.
voir Voir betekent hier ‘zien’ in avant de voir l'infirmière. De infinitief benoemt de afspraak met de verpleegkundige als handeling die later komt. Je gebruikt avant de voir ... om te zeggen dat iets vóór het zien van iemand gebeurt.
l'infirmière L'infirmière betekent hier ‘de verpleegkundige’ in voir l'infirmière. L' is het verkorte lidwoord vóór infirmière, dat met een klinker begint. Je gebruikt l'infirmière wanneer je naar de verpleegkundige bij het bezoek verwijst.
Probablement Probablement betekent hier ‘waarschijnlijk’ als antwoord op de vraag over het formulier. Het geeft aan dat de spreker het waarschijnlijk acht, maar geen volledige zekerheid uitdrukt. Je kunt Probablement aan het begin van een antwoord gebruiken wanneer iets vermoedelijk zo is.
surtout Surtout betekent hier ‘vooral’ in surtout si c'est ta première visite. Het benadrukt de voorwaarde dat het om een eerste bezoek gaat. Je gebruikt surtout vóór de informatie die je extra wilt benadrukken.
si Si betekent hier ‘als’ in si c'est ta première visite. Het introduceert de voorwaarde waaronder het invullen van een formulier waarschijnlijker is. Je gebruikt si om een voorwaarde of situatie te noemen.
c'est C'est betekent hier ‘het is’ in c'est ta première visite. C' is de verkorte vorm van ce vóór est; samen vormt c'est de mededeling dat iets een eerste bezoek is. Je gebruikt c'est om iets te benoemen of te beschrijven.
première Première betekent hier ‘eerste’ in ta première visite. Deze vorm beschrijft visite en maakt duidelijk dat het om het eerste bezoek gaat. Je kunt ta première visite gebruiken wanneer je verwijst naar iemands eerste bezoek.
visite Visite betekent hier ‘bezoek’ in ta première visite. Het gaat om het bezoek aan de kliniek. Je kunt première visite gebruiken om een eerste bezoek aan een plaats of dienst te benoemen.
dois Dois betekent hier ‘moet’ in Est-ce que je dois attendre dans la salle d'attente principale. Het drukt uit dat de spreker vraagt of wachten nodig of verwacht is. Je gebruikt dois met een infinitief, zoals dois attendre, om naar een verplichting of noodzakelijke handeling te vragen.
attendre Attendre betekent hier ‘wachten’ in dois attendre dans la salle d'attente principale. Het benoemt de handeling die de spreker mogelijk na het aanmelden moet doen. Je gebruikt attendre dans ... om te zeggen dat je in een bepaalde ruimte wacht.
dans Dans geeft in dans la salle d'attente principale aan dat het wachten binnen die ruimte plaatsvindt. Het betekent hier ‘in’. Je gebruikt dans vóór een plaats of ruimte waarin iemand zich bevindt of iets gebeurt.
salle d'attente Salle d'attente betekent hier ‘wachtkamer’ in la salle d'attente principale. Salle betekent ‘kamer/ruimte’ en d'attente specificeert dat deze ruimte bedoeld is om te wachten. Je gebruikt salle d'attente voor de ruimte waar patiënten vóór hun afspraak wachten.
principale Principale betekent hier ‘belangrijkste/hoofd-’ in la salle d'attente principale. Het beschrijft welke wachtkamer bedoeld is: de hoofdwachtkamer. Je kunt salle principale gebruiken om de hoofdruimte van meerdere ruimtes aan te duiden.
après Après betekent hier ‘na’ in après ça. Het plaatst de volgende handeling na iets dat al is gebeurd. Je gebruikt après ça om naar een eerder genoemde handeling of gebeurtenis te verwijzen.
ça Ça betekent hier ‘dat’ in après ça en verwijst naar de handeling die daarvoor is besproken, namelijk het formulier invullen. Het is een korte, alledaagse verwijzing naar die eerdere situatie. Je kunt après ça gebruiken om te zeggen wat er daarna gebeurt.
Reste Reste betekent hier ‘blijf’ in de instructie Reste là. Het vraagt de aangesprokene om op dezelfde plaats te blijven wachten. Je kunt Reste là gebruiken om iemand te vragen niet weg te gaan van de huidige plek.
Là betekent hier ‘daar’ in Reste là. Het verwijst naar de wachtkamer die in de vorige zin is genoemd. Je gebruikt là om naar een bepaalde plaats te wijzen of ernaar terug te verwijzen.
sauf Sauf betekent hier ‘behalve’ in sauf si l'accueil t'envoie ailleurs. Het markeert de uitzondering op de instructie om daar te blijven. In combinatie met si leidt het een voorwaarde in die bepaalt wanneer de instructie niet geldt.
t'envoie T'envoie betekent hier ‘je ergens naartoe stuurt’ in si l'accueil t'envoie ailleurs. T' is de verkorte vorm van te vóór envoie en verwijst naar de persoon die wordt gestuurd; envoie komt van envoyer. Je gebruikt t'envoie met een plaatsaanduiding zoals ailleurs om te zeggen dat iemand je ergens heen stuurt.
ailleurs Ailleurs betekent hier ‘ergens anders’ in t'envoie ailleurs. Het verwijst naar een andere plaats dan de huidige wachtkamer. Je gebruikt ailleurs wanneer iemand naar een andere plek wordt gestuurd of gaat.
suis Suis betekent hier ‘ben’ in Je suis nerveux. Het is de vorm van être die met je wordt gebruikt en beschrijft de toestand van de spreker. Je gebruikt Je suis ... om je huidige toestand of eigenschap te beschrijven.
nerveux Nerveux betekent hier ‘nerveus’ in Je suis nerveux. Het beschrijft hoe de spreker zich voelt wanneer de procedure niet duidelijk is. Je kunt Je suis nerveux gebruiken om spanning of onzekerheid vóór een afspraak uit te drukken.
quand Quand betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in quand je ne sais pas quelle est la procédure. Het verbindt de gevoelens met de situatie waarin de spreker de procedure niet kent. Je gebruikt quand om aan te geven wanneer een situatie of gevoel optreedt.
quelle Quelle betekent hier ‘welke/wat’ in quelle est la procédure. Deze vorm hoort bij het vrouwelijke woord procédure en vraagt welke procedure bedoeld is. Je gebruikt quelle est ... om naar een vrouwelijke zaak of term te vragen.
est Est betekent hier ‘is’ in quelle est la procédure. Het verbindt de vraagterm quelle met de benoemde procedure. Je gebruikt est om in deze constructie te vragen welke zaak of informatie bedoeld wordt.
procédure Procédure betekent hier ‘procedure’ in quelle est la procédure. Het verwijst naar de stappen en werkwijze tijdens het kliniekbezoek. Je kunt la procédure gebruiken wanneer je wilt weten hoe een proces verloopt.
normal Normal betekent hier ‘normaal’ in C'est normal. Het stelt de aangesprokene gerust over het nerveuze gevoel. Je gebruikt C'est normal om te zeggen dat een reactie of situatie niet ongewoon is.
Tu Tu betekent hier ‘jij’ in Tu peux demander au personnel d'expliquer chaque étape. Het is het onderwerp van de zin en verwijst naar de aangesprokene. Je gebruikt tu voor een directe, persoonlijke aanspreekvorm.
peux Peux betekent hier ‘kunt’ in Tu peux demander au personnel d'expliquer chaque étape. Het drukt uit dat de aangesprokene de mogelijkheid heeft om het personeel iets te vragen. Je gebruikt peux met een infinitief, zoals peux demander, om een mogelijkheid of toestemming aan te geven.
demander Demander betekent hier ‘vragen’ in peux demander au personnel d'expliquer chaque étape. Het benoemt de handeling waarbij de bezoeker het personeel om uitleg vraagt. Je gebruikt demander à quelqu'un de ... wanneer je iemand vraagt om iets te doen.
au Au betekent hier ‘aan het/de’ in demander au personnel. Het is de samengevoegde vorm van à en le en geeft aan aan wie de vraag wordt gericht. Je gebruikt demander au personnel om het personeel om iets te vragen.
personnel Personnel betekent hier ‘personeel’ in au personnel. Het verwijst naar de medewerkers van de kliniek aan wie de bezoeker om uitleg kan vragen. Je kunt demander au personnel gebruiken wanneer je hulp of informatie van medewerkers nodig hebt.
d'expliquer D'expliquer betekent hier ‘uit te leggen’ in demander au personnel d'expliquer chaque étape. De vorm d' is de verkorte vorm van de vóór expliquer en introduceert de gevraagde handeling. Je gebruikt demander à quelqu'un d'expliquer ... om iemand te vragen iets uit te leggen.
chaque Chaque betekent hier ‘elke’ in chaque étape. Het verwijst naar de stappen één voor één, zonder een stap over te slaan. Je gebruikt chaque vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
étape Étape betekent hier ‘stap’ in chaque étape. Het gaat om iedere afzonderlijke handeling binnen de procedure. Je kunt expliquer chaque étape gebruiken wanneer je wilt dat iemand een proces stap voor stap toelicht.
J'arriverai J'arriverai betekent hier ‘ik zal aankomen’ in J'arriverai tôt. Het is de toekomstige vorm van arriver met je; je wordt vóór de klinker verkort tot j'. Je kunt J'arriverai tôt gebruiken om te zeggen dat je op tijd of vroeg op een plaats zult aankomen.
tôt Tôt betekent hier ‘vroeg’ in J'arriverai tôt. Het geeft aan dat de spreker vóór het afgesproken moment bij de kliniek zal aankomen. Je kunt arriver tôt gebruiken wanneer je meldt dat je vroeg ergens zult zijn.
pour Pour geeft in pour avoir assez de temps het doel aan: ‘om genoeg tijd te hebben’. Het verbindt de aankomst met het gewenste resultaat. Je gebruikt pour gevolgd door een infinitief om een doel uit te drukken.
avoir Avoir betekent hier ‘hebben’ in pour avoir assez de temps. De infinitief benoemt wat de spreker wil bereiken door vroeg aan te komen. Je gebruikt pour avoir ... om het doel ‘om ... te hebben’ te formuleren.
assez Assez betekent hier ‘genoeg’ in assez de temps. Het geeft aan dat de beschikbare tijd voldoende moet zijn voor het papierwerk. Je gebruikt assez de vóór een zelfstandig naamwoord, zoals assez de temps.
temps Temps betekent hier ‘tijd’ in assez de temps. Het verwijst naar de tijd die beschikbaar is om het papierwerk te doen. Je gebruikt assez de temps om te zeggen dat er voldoende tijd is.
paperasse Paperasse betekent hier ‘papierwerk’ in avoir assez de temps pour la paperasse. Het verwijst naar de administratieve formulieren en andere schriftelijke zaken rond het bezoek. Je kunt la paperasse gebruiken wanneer je over dit soort administratieve taken spreekt.
Avec Avec betekent hier ‘met’ in Avec plus de temps. Het koppelt de extra tijd aan het verwachte effect op de afspraak. Je gebruikt Avec ... om een omstandigheid of hulpmiddel te noemen waarmee iets gebeurt.
plus Plus betekent hier ‘meer’ in Avec plus de temps. Het geeft aan dat er een grotere hoeveelheid tijd beschikbaar is. Je gebruikt plus de vóór een zelfstandig naamwoord, zoals plus de temps.
le Le is hier het bepaalde lidwoord vóór temps in le temps. In Avec plus de temps staat de hele uitdrukking plus de temps echter zonder le; hier verwijst le naar de extra woordeenheid uit la phrase Avec plus de temps? Deze vorm komt niet afzonderlijk voor in de dialoog en wordt alleen verklaard als onderdeel van le rendez-vous in le rendez-vous devrait sembler moins précipité.
devrait Devrait betekent hier ‘zou moeten’ of ‘zou naar verwachting’ in le rendez-vous devrait sembler moins précipité. Het drukt een verwachte uitkomst uit: extra tijd zal de afspraak vermoedelijk minder gehaast laten aanvoelen. Je gebruikt devrait met een infinitief, zoals devrait sembler, om een verwachting of milde aanbeveling te formuleren.
sembler Sembler betekent hier ‘lijken’ of ‘aanvoelen als’ in devrait sembler moins précipité. Het beschrijft hoe de afspraak door de extra tijd zal worden ervaren. Je gebruikt sembler gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord om een indruk of waargenomen toestand te beschrijven.
moins Moins betekent hier ‘minder’ in moins précipité. Het verlaagt de mate waarin de afspraak gehaast aanvoelt. Je gebruikt moins vóór een bijvoeglijk naamwoord om een lagere graad aan te geven.
précipité Précipité betekent hier ‘gehaast’ in sembler moins précipité. Het beschrijft de afspraak als minder gehaast wanneer er meer tijd is. Je kunt sembler moins précipité gebruiken om aan te geven dat een situatie rustiger verloopt.

Grammatica

sauf si + proposition

Le personnel explique la procédure, sauf si l'infirmière arrive tôt.

luh per-so-nèl eks-plik la pro-sé-duur, soof sie lẽ-fir-mjèr a-rie-vee too.

Het personeel legt de procedure uit, tenzij de verpleegkundige vroeg aankomt.

sauf si introduceert een voorwaarde of uitzondering. Het wordt gevolgd door een volledige zin.

Frans woordenschat

accueil zelfstandig naamwoord
a-keuj receptie
ailleurs bijwoord
a-jeur ergens anders
attendre werkwoord
a-tãdr wachten
carte d'assurance uitdrukking
kart da-syurãs verzekeringskaart

montre-leur ta carte d'assurance

clinique zelfstandig naamwoord
klie-niek kliniek
formulaire zelfstandig naamwoord
for-muu-lèèr formulier
infirmière zelfstandig naamwoord
ẽ-fir-mjèr verpleegkundige
remplir werkwoord
rã-plieèr invullen
rendez-vous zelfstandig naamwoord
rã-de-voe afspraak
salle d'attente uitdrukking
sal da-tãt wachtkamer

la salle d'attente principale

sauf si voegwoord
soof sie tenzij

sauf si l'accueil t'envoie ailleurs

visite zelfstandig naamwoord
vie-ziet bezoek

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een afspraak bij de kliniek.

Antwoord tonenJ'ai rendez-vous à la clinique.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bezoek

Antwoord tonenvisite

kliniek

Antwoord tonenclinique

invullen

Antwoord tonenremplir

receptie

Antwoord tonenaccueil