Een eerlijke oplossing voor een dubbele reservering | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: In a shared office, two adults plan how to resolve a double-booked meeting room with a brief use request and a fair compromise..

NL → FR / Niveau: B1

Over deze les

Met Een eerlijke oplossing voor een dubbele reservering oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

La salle de réunion est réservée deux fois dans le calendrier du bureau partagé.

La sal duh ghay-uu-njon è ghay-zèr-vay deuh fwa dan luh ka-lan-dghie-jee duu buu-ghoo par-ta-zjee. De vergaderruimte staat twee keer geboekt in de agenda van het gedeelde kantoor.
B

Pour qui est-ce le plus urgent ?

Poegh kie ès luh pluu-zuu-gh-zjan? Voor wie is het het meest dringend?
A

J’ai un appel privé avec un client.

Zjee uhn na-pèl prie-vee a-vèk uhn klie-an. Ik heb een privégesprek met een klant.
A

Mais quelqu’un d’autre l’a réservée pour travailler seul.

Mè kèl-keun dotgh la ghay-zèr-vee poegh tgha-va-jee seul. Maar iemand anders heeft hem geboekt om alleen te werken.
B

Demande alors si cette personne peut te laisser l’utiliser brièvement.

Duh-man-d a-logh sie set pègh-son peuh tuh lès-say luu-tee-lee-zay brie-èv-man. Vraag dan of die persoon je de ruimte even kan laten gebruiken.
A

Je ne veux pas donner l’impression que ma tâche est plus importante.

Zjuh nuh veuh pa do-nee lan-près-sjon kuh ma tasj è pluu-zan-po-gh-tant. Ik wil niet klinken alsof mijn taak belangrijker is.
B

Propose un compromis, par exemple utiliser la salle pour l’appel et partir juste après.

Pgho-pooz uhn kom-pgho-mie, pagh eg-zanpl, uu-tee-lee-zay la sal poegh la-pèl ee pagh-tiegh zjuust a-pghè. Bied een compromis aan, bijvoorbeeld door de ruimte voor het gesprek te gebruiken en meteen daarna weg te gaan.
A

Ça me semble juste. Je peux aussi aider cette personne à trouver un autre espace de travail.

Sa muh sanbl zjuust. Zjuh peuh o-sie ee-day set pègh-son aa tghoe-vay uhn notgh ès-pas duh tgha-vaj. Dat voelt eerlijk. Ik kan die persoon ook helpen een andere werkplek te vinden.
B

Cela montre que tu respectes aussi sa réservation.

Suh-la mon-tgh kuh ghuh-spèkt o-sie sa ghay-zèr-va-sjon. Daarmee laat je zien dat je hun reservering ook respecteert.
A

Je peux lui envoyer un message maintenant et lui expliquer la situation.

Zjuh peuh lwie an-vwa-jee uhn me-sa-zj man-tuh-nan ee lwie èks-plee-kay la sie-tuu-aa-sjon. Ik kan die persoon nu een bericht sturen en de situatie uitleggen.
B

Garde le message bref et propose ce compromis.

Ga-ghd luh me-sa-zj brèf ee pgho-pooz suh kom-pgho-mie. Houd het bericht kort en stel dat compromis voor.

Woord voor woord

La La betekent hier ‘de’ in La salle, voor de vergaderruimte. Het is het bepaalde lidwoord vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Je gebruikt hetzelfde patroon bijvoorbeeld in La porte est ouverte voor ‘De deur is open’.
salle Salle betekent hier ‘ruimte’ of ‘zaal’, meer bepaald de vergaderruimte in La salle de réunion. Het woord kan met de de-verbinding salle de ... een soort ruimte aanduiden. Je gebruikt het bijvoorbeeld voor een ruimte die voor een activiteit bedoeld is.
de De verbindt in salle de réunion de ruimte met het doel ervan: een ruimte voor vergaderingen. In het Nederlands komt dit hier overeen met ‘van’ of ‘voor’. Het patroon salle de ... is bruikbaar voor andere soorten ruimtes.
réunion Réunion betekent hier ‘vergadering’ in salle de réunion. Het benoemt de activiteit waarvoor de ruimte bedoeld is. Je kunt réunion gebruiken wanneer mensen samenkomen om iets te bespreken.
est Est betekent hier ‘is’ in La salle de réunion est réservée. Het is een vorm van être die de toestand van de ruimte met réservée verbindt. Je gebruikt est ook om een toestand of beschrijving van iets uit te drukken.
réservée Réservée betekent hier ‘gereserveerd’ in est réservée deux fois. De vorm beschrijft de toestand van salle en past daarbij in het vrouwelijk enkelvoud. Je kunt het gebruiken om te zeggen dat een ruimte of plaats al voor iemand vastligt.
deux Deux betekent hier ‘twee’ in deux fois. Het geeft aan dat de reservering tweemaal voorkomt. Je gebruikt deux vóór een zelfstandig naamwoord of in een vaste combinatie zoals deux fois.
fois Fois betekent hier ‘keer’ in deux fois. Samen met een getal geeft het aan hoe vaak iets gebeurt of voorkomt. Je gebruikt bijvoorbeeld trois fois voor ‘drie keer’.
dans Dans betekent hier ‘in’ en geeft aan waar de dubbele reservering zichtbaar is: dans le calendrier. Het wordt gevolgd door de plaats waarin iets staat of gebeurt. Je gebruikt dans bijvoorbeeld voor informatie die in een agenda of document staat.
le Le betekent hier ‘het’ in le calendrier. Het is het bepaalde lidwoord vóór calendrier. Je gebruikt le vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets bepaalds verwijst.
calendrier Calendrier betekent hier ‘kalender’ of ‘agenda’, de plaats waarin de reserveringen staan. In dans le calendrier verwijst het naar de gedeelde kantooragenda. Je gebruikt het voor een overzicht van data, afspraken of reserveringen.
du Du betekent hier ‘van het’ in du bureau partagé. Het is de samengevoegde vorm van de en le. Je gebruikt du vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord na een verbinding met de.
bureau Bureau betekent hier ‘kantoor’ in le bureau partagé. Het verwijst naar de gedeelde werkplek waarin de vergaderruimte zich bevindt. Je gebruikt bureau voor een kantoor of werkplek.
partagé Partagé betekent hier ‘gedeeld’ in le bureau partagé. Het beschrijft bureau en staat daarom in deze vorm bij dat mannelijke enkelvoudige woord. Je gebruikt partagé om aan te geven dat iets door meerdere personen wordt gebruikt.
Pour Pour betekent hier ‘voor’ in Pour qui est-ce le plus urgent ? Het introduceert de persoon voor wie iets het dringendst is. Je gebruikt pour qui om te vragen voor wie iets geldt of bedoeld is.
qui Qui betekent hier ‘wie’ in Pour qui. Het verwijst naar de persoon die de ruimte het dringendst nodig heeft. Je gebruikt qui om naar een persoon te vragen.
est-ce Est-ce maakt in est-ce le plus urgent een vraagvorm; samen met est en ce vormt het de vraag ‘is het ...?’. Est is hier de vorm van être en ce verwijst naar de situatie of behoefte waarover men vraagt. Je gebruikt est-ce ook aan het begin van een directe ja-neevraag, zoals Est-ce possible ?.
plus Plus betekent hier ‘het meest’ in le plus urgent, niet gewoon ‘meer’. Samen met le vormt het de overtreffende trap voor urgent binnen de vraag. Je gebruikt le plus ... om één optie als de meest ... aan te wijzen.
urgent Urgent betekent hier ‘dringend’ in le plus urgent. Het beschrijft hoeveel haast de behoefte aan de ruimte heeft. Je gebruikt urgent voor iets dat snel aandacht of actie nodig heeft.
J’ai J’ai betekent hier ‘ik heb’ in J’ai un appel privé. Het is de vaste vorm waarin je bezit of een afspraak, gesprek of andere ervaring met avoir uitdrukt. Je gebruikt J’ai bijvoorbeeld vóór een zelfstandig naamwoord om te zeggen dat je iets hebt of gepland hebt.
un Un betekent hier ‘een’ in un appel privé. Het introduceert één niet nader bepaalde oproep of afspraak. Je gebruikt un vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
appel Appel betekent hier ‘gesprek’ of ‘telefoontje’ in un appel privé avec un client. Het gaat om het geplande contact met een klant. Je gebruikt appel voor een oproep of telefonisch gesprek.
privé Privé betekent hier ‘privé’ in un appel privé. Het beperkt appel tot een niet-openbaar of persoonlijk gesprek. Je plaatst het hier na het zelfstandig naamwoord om dat gesprek nader te beschrijven.
avec Avec betekent hier ‘met’ in avec un client. Het geeft aan met wie het gesprek plaatsvindt. Je gebruikt avec vóór de persoon of zaak die samen met iets of iemand betrokken is.
client Client betekent hier ‘klant’ in avec un client. Het benoemt de persoon met wie het privégesprek wordt gevoerd. Je gebruikt client in een professionele context voor iemand die diensten of producten afneemt.
Mais Mais betekent hier ‘maar’ en leidt de tegenstelling in Mais quelqu’un d’autre l’a réservée in. Het verbindt de eigen dringende oproep met de andere reservering. Je gebruikt mais om een tegenstelling of beperking toe te voegen.
quelqu’un Quelqu’un betekent hier ‘iemand’ in quelqu’un d’autre. Het verwijst naar een niet nader genoemde persoon die de ruimte heeft gereserveerd. Je gebruikt quelqu’un wanneer de identiteit van de persoon niet wordt genoemd of niet belangrijk is.
d’autre D’autre betekent hier ‘anders’ of ‘van iemand anders’ in quelqu’un d’autre. Samen met quelqu’un duidt het een andere persoon aan dan de spreker of de eerder bedoelde persoon. Je gebruikt d’autre na quelqu’un om een andere persoon te onderscheiden.
l’a L’a betekent hier ‘heeft hem/het gereserveerd’ in l’a réservée; l’ verwijst naar de vergaderruimte en a draagt de betekenis ‘heeft’. De combinatie staat vóór réservée in deze voltooide handeling. Je gebruikt een vergelijkbare voornaamwoordelijke combinatie wanneer een al genoemd voorwerp niet opnieuw wordt herhaald.
travailler Travailler betekent hier ‘werken’ in pour travailler seul. Het benoemt de activiteit waarvoor de ruimte is geboekt. Je gebruikt travailler na pour wanneer je het doel van een handeling uitlegt.
seul Seul betekent hier ‘alleen’ in travailler seul. Het beschrijft dat de persoon zonder anderen wil werken. Je gebruikt seul om aan te geven dat iemand iets zonder gezelschap of hulp doet.
Demande Demande betekent hier ‘vraag’ in de directe instructie Demande alors. Het geeft de aangesprokene de opdracht om informatie of toestemming te vragen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks aanspoort iets te vragen.
alors Alors betekent hier ‘dan’ in Demande alors. Het verbindt het advies met de vooraf beschreven dubbele reservering: vraag het dan aan die persoon. Je gebruikt alors om een gevolgtrekking of volgende stap aan te geven.
si Si betekent hier ‘of’ in demande si cette personne peut te laisser l’utiliser. Het leidt een indirecte vraag in over de mogelijkheid of toestemming. Je gebruikt si na vragen of werkwoorden zoals demander wanneer je ‘of ...’ wilt inleiden.
cette Cette betekent hier ‘deze’ in cette personne. Het wijst naar de persoon die eerder als iemand anders werd genoemd. Je gebruikt cette vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
personne Personne betekent hier ‘persoon’ in cette personne. Het verwijst naar degene die de ruimte heeft geboekt. Je gebruikt personne om een mens aan te duiden zonder diens naam te noemen.
peut Peut betekent hier ‘kan’ in peut te laisser l’utiliser. Het drukt de mogelijkheid of bereidheid uit om de aangesprokene de ruimte te laten gebruiken. Je gebruikt peut vóór een infinitief of constructie die de mogelijke handeling beschrijft.
te Te verwijst hier naar ‘jou’ in te laisser l’utiliser. Het is de persoon die toestemming zou krijgen om de ruimte te gebruiken. Je gebruikt te vóór een werkwoord wanneer jij het voorwerp of de ontvanger van de handeling bent.
laisser Laisser betekent hier ‘laten’ in te laisser l’utiliser. De constructie betekent dat iemand jou toestaat de ruimte te gebruiken. Je gebruikt laisser gevolgd door een persoon en een infinitief om iemand iets te laten doen.
l’utiliser L’utiliser betekent hier ‘het gebruiken’, waarbij l’ naar de vergaderruimte verwijst en utiliser de handeling benoemt. Het staat na laisser in de constructie te laisser l’utiliser. Je gebruikt l’utiliser wanneer een eerder genoemde zaak als voorwerp van gebruiken wordt herhaald.
brièvement Brièvement betekent hier ‘kort’ of ‘voor korte tijd’ in l’utiliser brièvement. Het beperkt de duur van het gebruik van de ruimte. Je gebruikt het om aan te geven dat een handeling slechts kort duurt.
Je Je betekent hier ‘ik’ in Je ne veux pas. Het is de persoon die iets niet wil. Je gebruikt Je als onderwerp vóór een werkwoord wanneer je over jezelf spreekt.
ne Ne is hier het eerste deel van de ontkenning ne ... pas in Je ne veux pas. Samen met pas maakt het duidelijk dat de spreker iets niet wil. Je gebruikt ne vóór het vervoegde werkwoord in deze ontkenningsconstructie.
veux Veux betekent hier ‘wil’ in Je ne veux pas donner l’impression. Het drukt de wens of bedoeling van de spreker uit. Je gebruikt veux vóór een infinitief om te zeggen wat je wilt doen.
pas Pas is hier het tweede deel van de ontkenning Je ne veux pas. Samen met ne betekent de combinatie dat de spreker niet wil geven of laten blijken. Je gebruikt pas na het vervoegde werkwoord in deze ontkenningsconstructie.
donner Donner betekent hier ‘geven’ in donner l’impression. Samen met l’impression vormt het de uitdrukking ‘de indruk geven’. Je gebruikt donner l’impression que ... om te beschrijven welke indruk iets of iemand wekt.
l’impression L’impression betekent hier ‘de indruk’ in donner l’impression que ma tâche est plus importante. Het verwijst naar wat de spreker op anderen zou kunnen laten overkomen. Je gebruikt l’impression vaak na donner om een waargenomen beeld of effect te beschrijven.
que Que betekent hier ‘dat’ in l’impression que ma tâche est plus importante. Het leidt de inhoud in van de indruk die de spreker niet wil wekken. Je gebruikt que om na een uitdrukking van indruk of mening een volledige bijzin aan te sluiten.
ma Ma betekent hier ‘mijn’ in ma tâche. Het geeft aan dat de taak bij de spreker hoort. Je gebruikt ma vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
tâche Tâche betekent hier ‘taak’ in ma tâche est plus importante. Het verwijst naar het werk dat de spreker moet uitvoeren. Je gebruikt tâche voor een concrete opdracht of verantwoordelijkheid.
importante Importante betekent hier ‘belangrijk’ in ma tâche est plus importante. Het vergelijkt de taak van de spreker met de andere persoon zijn werkbehoefte. De vorm sluit aan bij tâche in het vrouwelijk enkelvoud. Je gebruikt important(e) om het gewicht of de prioriteit van iets te beschrijven.
Propose Propose betekent hier ‘stel voor’ in de directe instructie Propose un compromis. Het geeft de aangesprokene de opdracht om een oplossing aan te bieden. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks vraagt een voorstel te doen.
compromis Compromis betekent hier ‘compromis’ in Propose un compromis. Het is een oplossing waarin beide personen rekening houden met elkaars gebruik van de ruimte. Je gebruikt compromis voor een afspraak die belangen van meerdere partijen combineert.
par Par betekent hier ‘door’ in par exemple. In deze vaste verbinding leidt het een voorbeeld in. Je gebruikt par exemple om een concreet voorbeeld toe te voegen.
exemple Exemple betekent hier ‘voorbeeld’ in par exemple. Het maakt duidelijk dat wat volgt één mogelijke invulling van het compromis is. Je gebruikt exemple in par exemple wanneer je iets verduidelijkt met een concrete mogelijkheid.
utiliser Utiliser betekent hier ‘gebruiken’ in utiliser la salle pour l’appel. Het benoemt het voorgestelde gebruik van de vergaderruimte. Je gebruikt utiliser met een voorwerp, zoals een ruimte, hulpmiddel of dienst.
et Et betekent hier ‘en’ in utiliser la salle pour l’appel et partir juste après. Het verbindt twee handelingen binnen hetzelfde voorstel. Je gebruikt et om gelijkwaardige woorden, zinsdelen of handelingen te verbinden.
partir Partir betekent hier ‘vertrekken’ in partir juste après. Het beschrijft dat de spreker na het telefoongesprek de ruimte verlaat. Je gebruikt partir om weggaan of vertrekken uit een plaats aan te duiden.
juste Juste betekent hier ‘meteen’ in juste après. Samen met après geeft het aan dat iets direct daarna gebeurt. Je gebruikt juste après om een onmiddellijke volgorde tussen twee gebeurtenissen aan te geven.
après Après betekent hier ‘erna’ of ‘daarna’ in juste après. Het verwijst naar het moment na het telefoongesprek. Je gebruikt après om een tijdsvolgorde aan te geven.
Ça Ça betekent hier ‘dat’ of ‘het’ in Ça me semble juste. Het verwijst naar het voorgestelde compromis als geheel. Je gebruikt Ça om naar een eerder genoemde situatie, actie of voorstel te verwijzen.
me Me betekent hier ‘mij’ in Ça me semble juste. Het geeft aan voor wie het compromis eerlijk lijkt. Je gebruikt me vóór een werkwoord wanneer ik degene ben die de indruk of ervaring heeft.
semble Semble betekent hier ‘lijkt’ in Ça me semble juste. Het drukt de beoordeling van de spreker uit zonder te zeggen dat iets absoluut vaststaat. Je gebruikt semble in de constructie sembler + bijvoeglijk naamwoord om een indruk of beoordeling te geven.
peux Peux betekent hier ‘kan’ in Je peux aussi aider. Het drukt uit dat de spreker ook in staat of bereid is om te helpen. Je gebruikt peux vóór een infinitief om een mogelijke handeling van jezelf aan te geven.
aussi Aussi betekent hier ‘ook’ in Je peux aussi aider. Het voegt hulp als extra voorstel toe naast het korte gebruik van de ruimte. Je gebruikt aussi om een bijkomende handeling of eigenschap toe te voegen.
aider Aider betekent hier ‘helpen’ in aider cette personne à trouver. Het gaat om ondersteuning bij het vinden van een andere werkruimte. Je gebruikt aider met een persoon en vaak met à + infinitief voor de handeling waarbij je helpt.
à À verbindt aider met de volgende handeling in aider ... à trouver. Het markeert hier wat iemand geholpen wordt te doen. Je gebruikt aider quelqu’un à + infinitief om hulp bij een handeling uit te drukken.
trouver Trouver betekent hier ‘vinden’ in trouver un autre espace de travail. Het gaat om het zoeken naar een andere geschikte werkruimte. Je gebruikt trouver met het voorwerp dat iemand vindt.
autre Autre betekent hier ‘andere’ in un autre espace de travail. Het verwijst naar een werkruimte die niet de dubbel geboekte ruimte is. Je gebruikt autre vóór een zelfstandig naamwoord om een alternatief aan te duiden.
espace Espace betekent hier ‘ruimte’ in un autre espace de travail. Het verwijst naar een andere plaats waar iemand kan werken. Je gebruikt espace voor een fysieke of beschikbare werkruimte.
travail Travail betekent hier ‘werk’ in espace de travail. Samen vormt het de uitdrukking voor een ruimte om te werken. Je gebruikt de de-verbinding espace de travail om het doel van de ruimte te benoemen.
Cela Cela betekent hier ‘dat’ in Cela montre que tu respectes aussi sa réservation. Het verwijst naar het aanbod om te helpen een andere werkruimte te vinden. Je gebruikt Cela als onderwerp wanneer je naar een eerder genoemde handeling of situatie verwijst.
montre Montre betekent hier ‘toont’ in Cela montre que tu respectes aussi sa réservation. Het zegt welk signaal het aanbod aan de andere persoon geeft. Je gebruikt montre que ... om uit te leggen wat iets laat zien of bewijst.
tu Tu betekent hier ‘jij’ in tu respectes. Het is de aangesprokene die respect toont voor de reservering. Je gebruikt tu als onderwerp wanneer je rechtstreeks tegen één persoon spreekt.
respectes Respectes betekent hier ‘respecteert’ in tu respectes aussi sa réservation. Het drukt uit dat de spreker rekening houdt met de reservering van de ander. Deze vorm staat bij tu; je gebruikt respecter voor het tonen van respect voor iemand of iets.
sa Sa betekent hier ‘zijn’ of ‘haar’ in sa réservation. Het verwijst naar de reservering die bij de andere persoon hoort. Je gebruikt sa vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer iets aan die persoon toebehoort.
réservation Réservation betekent hier ‘reservering’ in sa réservation. Het gaat om de boeking van de andere persoon voor de ruimte. Je gebruikt réservation voor een vooraf vastgelegde plaats, tijd of dienst.
lui Lui betekent hier ‘hem’ of ‘haar’ in lui envoyer un message en lui expliquer la situation. Het verwijst naar de persoon aan wie het bericht wordt gestuurd en aan wie de situatie wordt uitgelegd. Je gebruikt lui vóór een werkwoord voor de persoon die de handeling ontvangt.
envoyer Envoyer betekent hier ‘sturen’ in lui envoyer un message. Het gaat om het verzenden van een bericht aan de andere persoon. Je gebruikt envoyer met een ontvanger en het ding dat wordt verstuurd.
message Message betekent hier ‘bericht’ in envoyer un message. Het is de korte schriftelijke communicatie over de situatie en het compromis. Je gebruikt message voor tekst die je aan iemand stuurt.
maintenant Maintenant betekent hier ‘nu’ in Je peux lui envoyer un message maintenant. Het geeft aan dat de spreker het bericht meteen kan sturen. Je gebruikt maintenant om het huidige moment of een handeling op dit moment aan te duiden.
expliquer Expliquer betekent hier ‘uitleggen’ in lui expliquer la situation. Het gaat om het begrijpelijk maken van de reden voor het verzoek. Je gebruikt expliquer met de informatie of situatie die je toelicht.
situation Situation betekent hier ‘situatie’ in expliquer la situation. Het verwijst naar de dubbele reservering en het probleem dat daardoor ontstaat. Je gebruikt situation voor de omstandigheden waarin iets gebeurt.
Garde Garde betekent hier ‘houd’ in de instructie Garde le message bref. Het vraagt de aangesprokene om het bericht kort te houden. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks opdraagt iets in een bepaalde toestand te bewaren.
bref Bref betekent hier ‘kort’ in Garde le message bref. Het beschrijft de gewenste lengte van het bericht. De vorm sluit aan bij message in het mannelijk enkelvoud. Je gebruikt bref om iets beknopt of van korte duur te noemen.
ce Ce betekent hier ‘dit’ of ‘dat’ in ce compromis. Het wijst naar het eerder voorgestelde compromis. Je gebruikt ce vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord om naar iets bepaalds te verwijzen.

Grammatica

Demande / Propose / Garde

Demande maintenant.

Duh-man-d man-tuh-nan.

Vraag nu.

Dit zijn gebiedende wijs-vormen voor je/jij; de eindletter -s van de tegenwoordige tijd valt vaak weg.

tâche importante

Une tâche importante.

Uun tasj an-po-gh-tant.

Een belangrijke taak.

Het bijvoeglijk naamwoord komt vaak na het zelfstandig naamwoord en past zich aan het vrouwelijke woord aan: important → importante.

Frans woordenschat

appel zelfstandig naamwoord
a-pèl gesprek, telefoongesprek

J’ai un appel privé avec un client.

bureau partagé uitdrukking
buu-ghoo par-ta-zjee gedeeld kantoor

le calendrier du bureau partagé

calendrier zelfstandig naamwoord
ka-lan-dghie-jee agenda, kalender

dans le calendrier du bureau partagé

client zelfstandig naamwoord
klie-an klant

avec un client

deux fois bijwoord
deuh fwa twee keer

La salle de réunion est réservée deux fois.

privé bijvoeglijk naamwoord
pghie-vee privé

un appel privé

quelqu’un d’autre voornaamwoord
kèl-keun dotgh iemand anders

Mais quelqu’un d’autre l’a réservée.

réserver werkwoord
ghay-zèr-vay reserveren réservée

La salle de réunion est réservée deux fois.

salle de réunion uitdrukking
sal duh ghay-uu-njon vergaderruimte

La salle de réunion est réservée deux fois.

seul bijvoeglijk naamwoord
seul alleen

pour travailler seul

travailler werkwoord
tgha-va-jee werken

pour travailler seul

urgent bijvoeglijk naamwoord
uu-gh-zjan dringend

Qui en a le plus besoin de façon urgente ?

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dringend

Antwoord tonenurgent

reserveren

Antwoord tonenréservée

gesprek, telefoongesprek

Antwoord tonenappel

privé

Antwoord tonenprivé