Verantwoord parafraseren en citeren | Leer frans in het Nederlands

French lesson set in a contemporary Paris everyday setting: During an academic tutoring session, a student and tutor discuss how to paraphrase sources responsibly and cite ideas even when wording changes..

NL → FR / Niveau: B2

Over deze les

Met Verantwoord parafraseren en citeren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het frans.

Dialoog

A

Je crains que mes paraphrases restent trop proches des sources.

Zje krèng ke mee parafraz rèst troo prosj de soers. Ik ben bang dat mijn parafrasen te dicht bij de bronnen blijven.
B

Un test utile consiste à vérifier si la structure de la phrase a changé.

Eung tèst uutiel konsiest aa verifiee sie la struktuur de la fraaz aa sjanzjee. Een nuttige test is om na te gaan of de zinsstructuur veranderd is.
A

Parfois, je change le vocabulaire, mais je conserve la logique d'origine.

Parfwaa, zje sjanzj luh vokabuleer, mè zje kongsèr v la lozjiek doriezjien. Soms verander ik de woordenschat, maar houd ik de oorspronkelijke redenering aan.
B

La paraphrase peut alors encore trop dépendre de la source.

La parafraz puh aloor angkoor troo depangdruh duh la soers. Dan kan de parafrase nog steeds te sterk op de bron leunen.
A

Je devrais probablement fermer l'article avant de commencer à rédiger.

Zje duhvrè probablement fèèrmee lartikl avang duh komangsee aa rediezjee. Ik zou het artikel waarschijnlijk moeten sluiten voordat ik begin te schrijven.
B

Cela peut t'obliger à reconstruire l'idée avec tes propres mots.

Suhla puh tobliezjee aa reukongstruuir liedee avek tee proopruh moo. Dat kan je ertoe dwingen het idee in je eigen woorden te reconstrueren.
A

Je devrais aussi citer les affirmations, même si la formulation est différente.

Zje duhvrè ossie sitee lee zafirmasjong, meem sie la formuulasjong è dieferang. Ik zou ook beweringen moeten citeren, zelfs als de formulering anders is.
B

C'est essentiel, car les idées doivent elles aussi être attribuées à leur source.

Sè essangsieèl, kar lee ziedee dwaav èl ossie ètr atribuuee aa leur soers. Dat is essentieel, want ook ideeën moeten aan een bron worden toegeschreven.

Woord voor woord

Je Je betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het verwijst naar de student die zijn bezorgdheid uit.
crains Crains betekent hier ‘vrees’ of ‘maak me zorgen over’. De vorm staat in de uitdrukking ‘Je crains que’, waarmee een bezorgdheid wordt ingeleid.
que Que betekent hier ‘dat’ en leidt de bijzin na ‘Je crains’ in. Het verbindt de bezorgdheid met wat de spreker vreest.
mes Mes betekent hier ‘mijn’ en verwijst naar meerdere parafrasen die bij de spreker horen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord ‘paraphrases’.
paraphrases Paraphrases betekent ‘parafrases’: teksten waarin een idee in andere woorden wordt weergegeven. Hier gaat het om de parafrasen van de spreker in relatie tot de bronnen.
restent Restent betekent hier ‘blijven’ en beschrijft dat de parafrasen nog steeds te dicht bij de bronnen staan. De vorm hoort bij het meervoudige onderwerp ‘mes paraphrases’.
trop Trop betekent hier ‘te’ en geeft aan dat de mate ongewenst groot is. In ‘trop proches’ versterkt het de betekenis van ‘proches’.
proches Proches betekent hier ‘dicht bij’ en beschrijft de relatie tussen de parafrasen en de bronnen. De vorm sluit aan bij het meervoudige vrouwelijke ‘paraphrases’.
des Des betekent hier ‘de’ in de combinatie ‘proches des sources’. Het is de samentrekking van ‘de’ en ‘les’ en geeft aan waarvan de parafrasen dicht bij staan.
sources Sources betekent ‘bronnen’, hier de teksten waaruit de ideeën afkomstig zijn. Het staat na ‘des’ in de combinatie ‘des sources’.
Un Un betekent hier ‘een’ en introduceert één test. Het staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord ‘test’.
test Test betekent hier ‘test’ of ‘controle’. In de zin gaat het om een bruikbare controle om na te gaan of de zinsstructuur veranderd is.
utile Utile betekent ‘nuttig’ en beschrijft de test als praktisch bruikbaar. Het staat na ‘Un test’ en stemt daarmee overeen.
consiste Consiste betekent hier ‘bestaat uit’ of ‘houdt in’. In ‘consiste à vérifier’ beschrijft het welke handeling de test inhoudt.
à À hoort hier bij de vaste combinatie ‘consiste à vérifier’ en verbindt ‘consiste’ met de handeling die volgt. Daarna staat een infinitief.
vérifier Vérifier betekent hier ‘controleren’ of ‘nagaan’. Het beschrijft de handeling waarmee je onderzoekt of de zinsstructuur veranderd is.
si Si betekent hier ‘of’ en leidt een indirecte vraag in. De spreker wil nagaan of de zinsstructuur veranderd is.
la La betekent hier ‘de’ en staat vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord ‘structure’. Samen vormen ze ‘la structure’.
structure Structure betekent ‘structuur’, hier de opbouw van de zin. In de uitdrukking ‘la structure de la phrase’ wordt gespecificeerd welke structuur bedoeld is.
de De betekent hier ‘van’ en verbindt ‘structure’ met ‘phrase’. Het geeft aan dat het om de structuur van de zin gaat.
phrase Phrase betekent hier ‘zin’. In ‘la structure de la phrase’ verwijst het naar de zin waarvan de opbouw wordt gecontroleerd.
a A betekent hier ‘heeft’ en vormt samen met ‘changé’ een voltooide werkwoordsvorm. Het onderwerp is ‘la structure’.
changé Changé betekent hier ‘veranderd’. Samen met ‘a’ beschrijft het dat de zinsstructuur al een verandering heeft ondergaan.
Parfois Parfois betekent ‘soms’ en geeft aan dat de beschreven werkwijze niet altijd voorkomt. Het staat aan het begin van de zin als tijdsaanduiding.
change Change betekent hier ‘verander’ en beschrijft wat de spreker met de woordenschat doet. Het onderwerp is ‘je’, dat in de zin niet apart wordt herhaald.
le Le betekent hier ‘de’ en staat vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord ‘vocabulaire’. Samen vormen ze ‘le vocabulaire’.
vocabulaire Vocabulaire betekent ‘woordenschat’. Hier gaat het om de woorden die de spreker aanpast terwijl de oorspronkelijke redenering behouden blijft.
mais Mais betekent ‘maar’ en maakt een tegenstelling tussen het veranderen van de woordenschat en het behouden van de logica. Het verbindt de twee delen van de zin.
conserve Conserve betekent hier ‘behoud’ of ‘houd vast aan’. Het beschrijft dat de spreker de oorspronkelijke logica niet verandert.
la logique La logique betekent ‘de logica’, hier de redenering achter de bron. In ‘conserve la logique’ is dit datgene wat de spreker behoudt.
d'origine D'origine betekent hier ‘oorspronkelijk’ of ‘van oorsprong’. In ‘la logique d'origine’ verwijst het naar de logica die uit de oorspronkelijke bron komt; ‘d’ is de verkorte vorm van ‘de’ vóór een klinker.
paraphrase Paraphrase betekent hier ‘parafrase’ en verwijst naar de tekst die de bron in andere woorden weergeeft. Het woord staat als onderwerp van de volgende beoordeling.
peut Peut betekent hier ‘kan’ en drukt een mogelijkheid uit. Het staat vóór de infinitief ‘dépendre’ en heeft ‘La paraphrase’ als onderwerp.
alors Alors betekent hier ‘dan’ en verbindt de eerdere werkwijze met het mogelijke gevolg. Het verwijst naar de situatie waarin de parafrase nog te sterk op de bron steunt.
encore Encore betekent hier ‘nog steeds’. Het geeft aan dat de afhankelijkheid van de bron blijft bestaan, ook nadat andere woorden zijn gekozen.
dépendre Dépendre betekent hier ‘afhangen van’ of ‘afhankelijk zijn van’. Het staat na ‘peut’ en wordt gevolgd door ‘de la source’ om aan te geven waarvan de parafrase afhankelijk blijft.
source Source betekent hier ‘bron’. In ‘dépendre de la source’ is het de bron waarvan de parafrase nog te sterk afhankelijk kan zijn.
devrais Devrais betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een voorzichtige aanbeveling aan de spreker zelf uit. Het staat vóór de infinitieven ‘fermer’ en ‘citer’.
probablement Probablement betekent ‘waarschijnlijk’ en verzacht de uitspraak over wat de spreker zou moeten doen. Het geeft aan dat dit als een waarschijnlijke aanpak wordt gezien.
fermer Fermer betekent hier ‘sluiten’. In ‘devrais probablement fermer l'article’ gaat het om het sluiten van het artikel voordat de spreker begint te schrijven.
l'article L'article betekent ‘het artikel’. De vorm gebruikt ‘l’ vóór de klinker aan het begin van ‘article’ en is het lijdend voorwerp van ‘fermer’.
avant Avant betekent hier ‘voordat’ in de tijdsaanduiding ‘avant de commencer’. Het plaatst het sluiten van het artikel vóór het beginnen met schrijven.
commencer Commencer betekent hier ‘beginnen’. In ‘avant de commencer à rédiger’ staat het als handeling die voorafgaat aan het opstellen van de tekst.
rédiger Rédiger betekent hier ‘schrijven’ of specifieker ‘een tekst opstellen’. Het past bij de academische context van het formuleren van een parafrase.
Cela Cela betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de eerder genoemde werkwijze van het artikel sluiten voordat je begint te schrijven. Het is het onderwerp van de volgende zin.
t'obliger T'obliger betekent hier ‘je dwingen’ in de constructie ‘peut t'obliger à reconstruire’. ‘t’ is de verkorte vorm van ‘te’ vóór een klinker; de constructie geeft aan dat iets iemand tot een handeling kan dwingen.
reconstruire Reconstruire betekent hier ‘reconstrueren’ of een idee opnieuw opbouwen. Het staat na ‘obliger à’ en beschrijft wat je met het idee moet doen.
l'idée L'idée betekent ‘het idee’. De vorm gebruikt ‘l’ vóór de klinker aan het begin van ‘idée’ en is datgene wat je opnieuw moet opbouwen.
avec Avec betekent ‘met’ en geeft hier aan welke middelen je gebruikt. In ‘avec tes propres mots’ gaat het om het formuleren met je eigen woorden.
tes Tes betekent hier ‘jouw’ en verwijst naar meerdere woorden die bij de aangesproken persoon horen. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord ‘mots’.
propres Propres betekent hier ‘eigen’ en benadrukt dat de woorden van de aangesproken persoon zelf zijn. Het staat vóór het meervoudige ‘mots’ in ‘tes propres mots’.
mots Mots betekent ‘woorden’. In ‘avec tes propres mots’ verwijst het naar de eigen formulering waarmee de spreker het idee reconstrueert.
aussi Aussi betekent hier ‘ook’ en voegt het citeren van beweringen toe aan de andere aanbevolen stap. Het staat vóór de infinitief ‘citer’.
citer Citer betekent hier ‘citeren’ of een bronverwijzing geven. In deze context gaat het om beweringen van een bron vermelden, ook wanneer de formulering is veranderd.
les Les betekent hier ‘de’ en staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord ‘affirmations’. Samen vormen ze ‘les affirmations’.
affirmations Affirmations betekent hier ‘beweringen’ of uitspraken die als ideeën of claims worden gepresenteerd. In de zin zijn het de zaken die de spreker moet citeren.
même Même betekent hier ‘zelfs’ in de combinatie ‘même si’. Het benadrukt dat citeren nodig blijft ondanks de voorwaarde die daarna wordt genoemd.
formulation Formulation betekent ‘formulering’, dus de precieze bewoording van een idee. Hier wordt gezegd dat de formulering anders kan zijn.
est Est betekent hier ‘is’ en verbindt ‘la formulation’ met de eigenschap ‘différente’. Het onderwerp is de enkelvoudige formulering.
différente Différente betekent hier ‘anders’ of ‘verschillend’. Het beschrijft de formulering en stemt daarmee overeen.
C'est C'est betekent hier ‘dat is’ en introduceert een beoordeling van de besproken werkwijze. De vorm bestaat uit ‘ce’ en ‘est’ en staat vóór ‘essentiel’.
essentiel Essentiel betekent ‘essentieel’ of ‘van fundamenteel belang’. Hier beoordeelt het dat ideeën ook moeten worden toegeschreven wanneer de formulering verandert.
car Car betekent hier ‘want’ en geeft de reden voor de uitspraak ‘C'est essentiel’. Het leidt een uitleg van die reden in.
idées Idées betekent ‘ideeën’. Hier gaat het om de inhoud die uit een bron afkomstig is, niet alleen om de exacte bewoording.
doivent Doivent betekent hier ‘moeten’ en drukt een noodzakelijke handeling uit. Het staat vóór ‘être attribuées’ in een passieve constructie over de ideeën.
elles Elles betekent hier ‘zij’ en verwijst terug naar ‘idées’. In ‘elles aussi’ benadrukt het dat de ideeën eveneens moeten worden toegeschreven.
être Être betekent hier ‘zijn’ en vormt samen met ‘attribuées’ de passieve constructie ‘doivent être attribuées’. De ideeën ondergaan de handeling van het toeschrijven.
attribuées Attribuées betekent hier ‘toegeschreven’. Samen met ‘être’ geeft het aan dat de ideeën aan een bron moeten worden gekoppeld; de vorm stemt overeen met het vrouwelijke meervoud ‘idées’.
leur Leur betekent hier ‘hun’ en verwijst naar de bron die bij de ideeën hoort. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord ‘source’.
à leur source À leur source betekent hier ‘aan hun bron’ en geeft aan aan wie of wat de ideeën moeten worden toegeschreven. De volledige combinatie bevat zowel de richting ‘à’ als de bezitsrelatie in ‘leur source’.

Grammatica

consister à + infinitif

La structure consiste à vérifier.

La struktuur konsiest aa verifiee.

De structuur bestaat uit controleren.

Na « consiste » gebruik je « à » met een infinitief: « consiste à vérifier ».

dépendre de + nom

La logique dépend de la source.

La lozjiek depang duh la soers.

De logica hangt van de bron af.

Het werkwoord « dépendre » wordt gevolgd door « de »: « dépendre de quelque chose ».

Frans woordenschat

changer werkwoord
sjanzjee veranderen change
consister werkwoord
kongsistee bestaan uit consiste
craindre werkwoord
krèngdr vrezen, bang zijn crains

Je crains que...

paraphrase zelfstandig naamwoord
parafraz parafrase paraphrases
phrase zelfstandig naamwoord
fraaz zin
proche bijvoeglijk naamwoord
prosj dicht bij, nauw verwant proches
rester werkwoord
rèstee blijven restent
source zelfstandig naamwoord
soers bron sources
structure zelfstandig naamwoord
struktuur structuur
utile bijvoeglijk naamwoord
uutiel nuttig
vérifier werkwoord
verifiee controleren, nagaan
vocabulaire zelfstandig naamwoord
vokabuleer woordenschat

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bron

Antwoord tonensources

dicht bij, nauw verwant

Antwoord tonenproches

blijven

Antwoord tonenrestent

vrezen, bang zijn

Antwoord tonencrains