Bewegen, thuis en in de buurt | Leer japans in het Nederlands

Japanese lesson set in a contemporary Tokyo everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic movement, home, and neighborhood..

NL → JA / Niveau: A1

Over deze les

Met Bewegen, thuis en in de buurt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het japans.

Dialoog

A

今、行きます。

ie-ma, ie-kie-ma-s Ik kom nu.
B

家に帰ります。

ie-e nie ka-ee-rie-ma-s Ik ga naar huis.
A

家にいます。

ie-e nie ie-ma-s Ik ben thuis.
B

今、外にいます。

ie-ma, so-to nie ie-ma-s Ik ben nu buiten.
A

戻ります。

mo-do-rie-ma-s Ik kom terug.
B

この近くに住んでいます。

ko-no tsjie-ka-koe nie soen-de ie-ma-s Ik woon hier vlakbij.

Woord voor woord

「今」は in deze dialoog “nu” en geeft aan dat iets op dit moment gebeurt. In 「今、行きます。」 betekent het “nu kom ik” en in 「今、外にいます。」 “nu ben ik buiten”. Een bruikbaar patroon is 「今、…。」 voor iets dat nu gebeurt.
行きます 「行きます」 betekent in 「今、行きます。」 dat de spreker nu gaat of naar de gesprekspartner toe komt; hier is de natuurlijke Nederlandse betekenis “Ik kom nu”. Het staat samen met 「今」 in 「今、行きます。」. Gebruik dit patroon bijvoorbeeld wanneer je meldt dat je nu vertrekt of eraan komt.
「家」 betekent “huis” in 「家に帰ります。」 en 「家にいます。」. De precieze betekenis ontstaat samen met de rest van de zin: 「家に帰ります。」 is “Ik ga naar huis” en 「家にいます。」 is “Ik ben thuis”. Een bruikbaar patroon is 「家に」 met een werkwoord dat naar of op het huis verwijst.
「に」 verbindt in deze dialoog de plaats met wat ermee gebeurt. In 「家に帰ります。」 geeft het de bestemming “naar huis” aan, terwijl het in 「家にいます。」 en 「外にいます。」 de plaats aangeeft waar iemand is. Let daarom op het werkwoord: bij 「帰ります」 is 「に」 een bestemming en bij 「います」 een locatie.
帰ります 「帰ります」 betekent in 「家に帰ります。」 “naar huis gaan” of “terugkeren naar huis”. De bestemming wordt hier aangegeven door 「家に」, waardoor de volledige uitdrukking “Ik ga naar huis” betekent. Een bruikbaar patroon is 「[plaats]に帰ります」 wanneer je zegt dat je naar een bepaalde plaats teruggaat.
います 「います」 geeft in deze dialoog aan dat iemand ergens aanwezig is. In 「家にいます。」 betekent het “thuis zijn” en in 「外にいます。」 “buiten zijn”; de plaats staat ervoor met 「に」. Gebruik het patroon 「[plaats]にいます」 om te zeggen waar je bent.
「外」 betekent “buiten” in 「今、外にいます。」. Samen met 「にいます」 beschrijft 「外」 de plaats waar de spreker zich nu bevindt, dus “Ik ben nu buiten”. Een bruikbaar patroon is 「外にいます」 wanneer je iemand laat weten dat je niet binnen bent.
戻ります 「戻ります」 betekent in 「戻ります。」 “terugkomen” of “teruggaan”. De zin wordt gebruikt om aan te geven dat de spreker terug zal zijn, zonder dat de terugkeerplaats hier wordt genoemd. Een bruikbaar patroon is 「戻ります」 als korte mededeling wanneer je belooft of aankondigt dat je terugkomt.
この 「この」 betekent “deze” en verwijst in 「この近くに住んでいます。」 naar een nabijgelegen omgeving die voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het staat direct voor 「近く」 en vormt daarmee de uitdrukking 「この近く」, “in de buurt hier”. Gebruik 「この」 vóór een zelfstandig naamwoord om naar iets specifieks als “deze …” te verwijzen.
近く 「近く」 betekent in 「この近くに住んでいます。」 “in de buurt” of “nabij”. Samen met 「この」 vormt het 「この近く」, en 「に」 geeft deze buurt als plaats aan. Een bruikbaar patroon is 「[plaats]の近く」 voor “in de buurt van [plaats]”; in deze dialoog staat de volledige vorm 「この近く」.
住んでいます 「住んでいます」 betekent in 「この近くに住んでいます。」 “wonen” of “ergens wonen”. 「この近くに」 geeft aan waar de spreker woont, waardoor de volledige zin “Ik woon hier vlakbij” betekent. Gebruik het patroon 「[plaats]に住んでいます」 om je woonplaats te noemen.

Grammatica

〜ています

この近くに住んでいます。

ko-no tsjie-ka-koe nie soen-de ie-ma-s

Ik woon hier in de buurt.

〜ています kan een voortdurende toestand uitdrukken, zoals waar iemand woont.

場所にいます

外にいます。

so-to nie ie-ma-s

Ik ben buiten.

Gebruik にいます om de plaats aan te geven waar een persoon of dier zich bevindt.

Japans woordenschat

いる werkwoord
ie-roe zijn; zich bevinden います

家にいます。

この近く uitdrukking
ko-no tsjie-ka-koe hier in de buurt

この近くに住んでいます。

zelfstandig naamwoord
ie-e huis

家に帰ります。

zelfstandig naamwoord
so-to buiten; de buitenkant

今、外にいます。

帰る werkwoord
ka-ee-roe naar huis gaan; teruggaan 帰ります

家に帰ります。

行く werkwoord
ie-koe gaan 行きます

今、行きます。

bijwoord
ie-ma nu

今、行きます。

住む werkwoord
soe-moe wonen 住んでいます

この近くに住んでいます。

戻る werkwoord
mo-do-roe terugkomen; teruggaan 戻ります

戻ります。

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gaan

Antwoord tonen行きます

naar huis gaan; teruggaan

Antwoord tonen帰ります

terugkomen; teruggaan

Antwoord tonen戻ります

hier in de buurt

Antwoord tonenこの近く