今
「今」は in deze dialoog “nu” en geeft aan dat iets op dit moment gebeurt. In 「今、行きます。」 betekent het “nu kom ik” en in 「今、外にいます。」 “nu ben ik buiten”. Een bruikbaar patroon is 「今、…。」 voor iets dat nu gebeurt.
行きます
「行きます」 betekent in 「今、行きます。」 dat de spreker nu gaat of naar de gesprekspartner toe komt; hier is de natuurlijke Nederlandse betekenis “Ik kom nu”. Het staat samen met 「今」 in 「今、行きます。」. Gebruik dit patroon bijvoorbeeld wanneer je meldt dat je nu vertrekt of eraan komt.
家
「家」 betekent “huis” in 「家に帰ります。」 en 「家にいます。」. De precieze betekenis ontstaat samen met de rest van de zin: 「家に帰ります。」 is “Ik ga naar huis” en 「家にいます。」 is “Ik ben thuis”. Een bruikbaar patroon is 「家に」 met een werkwoord dat naar of op het huis verwijst.
に
「に」 verbindt in deze dialoog de plaats met wat ermee gebeurt. In 「家に帰ります。」 geeft het de bestemming “naar huis” aan, terwijl het in 「家にいます。」 en 「外にいます。」 de plaats aangeeft waar iemand is. Let daarom op het werkwoord: bij 「帰ります」 is 「に」 een bestemming en bij 「います」 een locatie.
帰ります
「帰ります」 betekent in 「家に帰ります。」 “naar huis gaan” of “terugkeren naar huis”. De bestemming wordt hier aangegeven door 「家に」, waardoor de volledige uitdrukking “Ik ga naar huis” betekent. Een bruikbaar patroon is 「[plaats]に帰ります」 wanneer je zegt dat je naar een bepaalde plaats teruggaat.
います
「います」 geeft in deze dialoog aan dat iemand ergens aanwezig is. In 「家にいます。」 betekent het “thuis zijn” en in 「外にいます。」 “buiten zijn”; de plaats staat ervoor met 「に」. Gebruik het patroon 「[plaats]にいます」 om te zeggen waar je bent.
外
「外」 betekent “buiten” in 「今、外にいます。」. Samen met 「にいます」 beschrijft 「外」 de plaats waar de spreker zich nu bevindt, dus “Ik ben nu buiten”. Een bruikbaar patroon is 「外にいます」 wanneer je iemand laat weten dat je niet binnen bent.
戻ります
「戻ります」 betekent in 「戻ります。」 “terugkomen” of “teruggaan”. De zin wordt gebruikt om aan te geven dat de spreker terug zal zijn, zonder dat de terugkeerplaats hier wordt genoemd. Een bruikbaar patroon is 「戻ります」 als korte mededeling wanneer je belooft of aankondigt dat je terugkomt.
この
「この」 betekent “deze” en verwijst in 「この近くに住んでいます。」 naar een nabijgelegen omgeving die voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het staat direct voor 「近く」 en vormt daarmee de uitdrukking 「この近く」, “in de buurt hier”. Gebruik 「この」 vóór een zelfstandig naamwoord om naar iets specifieks als “deze …” te verwijzen.
近く
「近く」 betekent in 「この近くに住んでいます。」 “in de buurt” of “nabij”. Samen met 「この」 vormt het 「この近く」, en 「に」 geeft deze buurt als plaats aan. Een bruikbaar patroon is 「[plaats]の近く」 voor “in de buurt van [plaats]”; in deze dialoog staat de volledige vorm 「この近く」.
住んでいます
「住んでいます」 betekent in 「この近くに住んでいます。」 “wonen” of “ergens wonen”. 「この近くに」 geeft aan waar de spreker woont, waardoor de volledige zin “Ik woon hier vlakbij” betekent. Gebruik het patroon 「[plaats]に住んでいます」 om je woonplaats te noemen.