強い
「強い」 betekent hier ‘sterk’ en beschrijft in 「強い風」 de kracht van de wind. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de eigenschap daarvan te beschrijven, bijvoorbeeld bij het vertellen over wind of andere sterke dingen.
風
「風」 betekent hier ‘wind’, namelijk de wind waardoor de paraplu kapotging. Het wordt vaak gecombineerd met een beschrijving zoals 「強い風」 wanneer je het weer of de omstandigheden uitlegt.
で
「で」 geeft hier de oorzaak aan: door de wind ging de paraplu kapot. Na een zelfstandig naamwoord kun je 「で」 gebruiken om een oorzaak of middel aan te geven, bijvoorbeeld bij het uitleggen waardoor iets gebeurde.
私
「私」 verwijst hier naar de spreker en betekent ‘ik’; in 「私の傘」 krijgt het met 「の」 de betekenis ‘mijn’. Deze vorm gebruik je wanneer je jezelf als persoon noemt of bezit aanduidt.
の
「の」 verbindt hier 「私」 met 「傘」 en geeft bezit aan: ‘de paraplu van mij’, dus ‘mijn paraplu’. Het patroon zelfstandig naamwoord + 「の」 + zelfstandig naamwoord is bruikbaar om bezit of een relatie uit te drukken.
傘
「傘」 betekent hier ‘paraplu’, het voorwerp dat door de wind kapotging. Je gebruikt het in gesprekken over regen en ook als voorwerp bij werkwoorden zoals lenen of terugbrengen.
が
「が」 markeert hier 「傘」 als datgene wat kapotging. Het wordt vaak gebruikt om het onderwerp van een gebeurtenis of toestand aan te wijzen, zoals bij het melden van een probleem met een voorwerp.
壊れました
「壊れました」 betekent hier dat de paraplu kapot is gegaan; het is de beleefde verleden vorm van 壊れる. De vorm past bij het vertellen over een probleem dat al gebeurd is, en het patroon onderwerp + 「が壊れました」 is bruikbaar om een defect te melden.
びしょぬれ
「びしょぬれ」 betekent hier ‘doorweekt’ of ‘kletsnat’ als toestand waarin iemand kan raken. In 「びしょぬれになる」 beschrijf je dat iemand volledig nat wordt, bijvoorbeeld tijdens zware regen.
に
「に」 markeert hier de toestand die met 「なる」 ontstaat: 「びしょぬれになる」 betekent ‘doorweekt worden’. Het patroon toestand + 「になる」 is bruikbaar wanneer je een verandering naar een nieuwe toestand beschrijft.
なる
「なる」 betekent hier ‘worden’ of ‘raken’, in de uitdrukking 「びしょぬれになる」. De vorm staat vóór 「前に」 om te zeggen wat er gebeurt voordat die toestand intreedt; je gebruikt het ook algemeen voor veranderingen van toestand.
前
「前」 betekent hier ‘voordat’, in 「なる前に」: voordat je doorweekt raakt. Na een werkwoordsvorm kun je 「前に」 gebruiken om een handeling of gebeurtenis aan te geven die eerder moet plaatsvinden.
屋根
「屋根」 betekent hier ‘dak’; in 「屋根の下」 is het de beschutting waaronder de ander moet komen staan. Deze vorm is bruikbaar wanneer je een plek onder een dak of andere overkapping beschrijft, bijvoorbeeld tijdens regen.
下
「下」 betekent hier ‘onder’ of ‘beneden’, in 「屋根の下」 dus ‘onder het dak’. Met 「の」 na een zelfstandig naamwoord geeft het de plaats onder of beneden dat genoemde ding aan.
来て
「来て」 betekent hier ‘kom’ en is de te-vorm van 来る; samen met 「ください」 vormt het een beleefd verzoek. Het patroon werkwoord in de te-vorm + 「ください」 gebruik je wanneer je iemand vriendelijk vraagt ergens te komen of iets te doen.
ください
「ください」 maakt van 「来て」 een beleefd verzoek: ‘kom alstublieft’. Je gebruikt het na een te-vorm om iemand in een alledaagse, beleefde situatie om een handeling te vragen.
雨
「雨」 betekent hier ‘regen’, het onderwerp van de zin over de zware neerslag. Het woord wordt vaak gebruikt wanneer je het weer beschrijft of uitlegt waarom iemand beschutting nodig heeft.
は
「は」 markeert hier 「雨」 als het onderwerp waarover de spreker informatie geeft. Het helpt een gespreksonderwerp te introduceren of er een beschrijving over te geven, zoals bij het bespreken van het weer.
見た
「見た」 betekent hier ‘zag’ of ‘toen men het zag’ en is de verleden vorm van 見る. In 「見たとき」 verwijst het naar het moment waarop de regen eerder werd bekeken; het patroon werkwoord in de verleden vorm + 「とき」 is bruikbaar om een tijdstip aan te geven.
とき
「とき」 betekent hier ‘toen’ of ‘op het moment dat’, in 「見たとき」. Je gebruikt het na een werkwoord om te zeggen wanneer een handeling of waarneming plaatsvond, bijvoorbeeld bij het vergelijken van een eerdere indruk met de huidige situatie.
より
「より」 geeft hier het vergelijkingspunt aan: de regen is sterker dan op het moment 「見たとき」. Het patroon A + 「より」 + vergelijking gebruik je wanneer je iets met een eerder moment of een andere zaak vergelijkt.
も
「も」 versterkt hier de vergelijking in 「よりも」 en betekent ongeveer ‘nog’ of ‘zelfs’ in de zin ‘sterker dan’. De combinatie 「よりも」 wordt vaak gebruikt om een vergelijking nadrukkelijk te formuleren.
強く
「強く」 betekent hier ‘sterk’ of ‘hevig’ op een manier die 「降っています」 beschrijft; de regen valt dus hevig. Dit is de bijwoordelijke vorm van 強い en wordt gebruikt vóór een werkwoord wanneer je beschrijft hoe iets gebeurt.
降っています
「降っています」 betekent hier dat de regen nu aan het vallen is; het is de beleefde vorm van 降る met nadruk op de voortdurende situatie. Je gebruikt deze vorm bij weerbeschrijvingen om aan te geven dat regen op dat moment bezig is te vallen.
予備
「予備」 betekent hier ‘reserve’ of ‘extra’, in 「予備の傘」 dus een reserveparaplu. Het patroon 「予備の」 + zelfstandig naamwoord is bruikbaar voor een extra voorwerp dat beschikbaar is wanneer het gewone voorwerp niet volstaat.
を
「を」 markeert hier 「予備の傘」 als het voorwerp dat geleend mag worden. Het staat doorgaans na het directe object van een handeling, zoals iets lenen, gebruiken of terugbrengen.
借りて
「借りて」 betekent hier ‘lenen’ en is de te-vorm van 借りる; samen met 「も」 en 「いいです」 maakt het deel uit van de toestemming om de paraplu te lenen. Het patroon object + 「を借りる」 is bruikbaar wanneer je een voorwerp tijdelijk van iemand gebruikt.
いい
「いい」 betekent hier ‘goed’ of ‘in orde’; met 「借りて」 en 「も」 drukt het uit dat lenen toegestaan is. In een praktische situatie kun je deze vorm gebruiken om te vragen of een handeling mag of om toestemming te bevestigen.
です
「です」 geeft hier een beleefde afsluiting aan de toestemming in 「借りてもいいです」. Je gebruikt het in beleefde gesprekken om een beschrijving of beoordeling netjes af te ronden, ook wanneer je zegt dat iets toegestaan is.
本当に
「本当に」 betekent hier ‘echt’ of ‘werkelijk’ en benadrukt de vraag of de ander de paraplu inderdaad niet nodig heeft. Je gebruikt het wanneer je in een beleefde situatie extra zekerheid wilt vragen of verbazing wilt benadrukken.
その
「その」 verwijst hier naar de eerder genoemde paraplu en betekent ‘die’ of ‘die genoemde’, in 「その傘」. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord wanneer beide gesprekspartners weten over welk voorwerp het gaat.
必要
「必要」 drukt hier uit dat de paraplu nodig is; samen met 「ない」 betekent 「必要ない」 dat hij niet nodig is. Je gebruikt het om de noodzaak van een voorwerp of handeling te bespreken, bijvoorbeeld wanneer je hulp aanbiedt.
ない
「ない」 ontkent hier de noodzaak in 「必要ない」: de ander heeft de paraplu niet nodig. In deze context gebruik je het na 「必要」 om beleefd te controleren of iets werkelijk niet nodig is.
か
「か」 maakt van de zin een vraag: 「必要ないですか」 vraagt of de paraplu niet nodig is. Deze partikel staat aan het einde van een beleefde vraag en is bruikbaar wanneer je bevestiging of informatie wilt vragen.
レインコート
「レインコート」 betekent ‘regenjas’ en is hier het kledingstuk waarmee de spreker droog kan blijven. Je gebruikt dit woord wanneer je over bescherming tegen regen praat, bijvoorbeeld als reden waarom je geen paraplu nodig hebt.
ある
「ある」 betekent hier ‘hebben’ in de zin dat er een regenjas beschikbaar is; het wordt gebruikt voor een voorwerp. Het patroon voorwerp + 「がある」 is bruikbaar om het bezit of de aanwezigheid van een niet-levend ding aan te geven.
ので
「ので」 betekent hier ‘omdat’ of ‘aangezien’ en verbindt het hebben van een regenjas met de conclusie dat de spreker zich redt. Na een reden kun je 「ので」 gebruiken om een uitleg of rechtvaardiging op een zachte, beleefde manier te geven.
大丈夫
「大丈夫」 betekent hier ‘het gaat goed’ of ‘ik red me’, omdat de spreker een regenjas heeft. Je gebruikt het in een praktische situatie om iemand gerust te stellen of om aan te geven dat je geen verdere hulp nodig hebt.
明日
「明日」 betekent hier ‘morgen’ en geeft aan wanneer de paraplu wordt teruggebracht. Je gebruikt het om een toekomstige dag concreet aan te wijzen, bijvoorbeeld bij het afspreken van een terugbrengmoment.
返せます
「返せます」 betekent hier ‘kan terugbrengen’ en is de mogelijkheidvorm van 返す. De vorm wordt gebruikt om te zeggen dat je een geleend voorwerp op een bepaald moment kunt teruggeven, zoals de paraplu in deze situatie.
家
「家」 betekent hier ‘huis’ of ‘thuis’, in 「家に帰る」 dus de plaats waar de spreker naartoe gaat. Deze vorm gebruik je wanneer je over thuis of een huis als bestemming praat.
帰る
「帰る」 betekent hier ‘naar huis gaan’ of ‘teruggaan’, in 「家に帰る」. Het patroon plaats + 「に帰る」 is bruikbaar wanneer je een bestemming noemt waar iemand naar teruggaat.
途中
「途中」 betekent hier ‘onderweg’ of ‘tijdens de route’, in 「帰る途中」 dus ‘onderweg naar huis’. Je gebruikt het na een werkwoord om te verwijzen naar de periode waarin een handeling of reis nog bezig is.
濡れない
「濡れない」 betekent hier ‘niet nat worden’ en is de ontkennende vorm van 濡れる. In 「濡れないように」 geeft het aan wat men moet voorkomen; dit gebruik past bij advies om tijdens een regenachtige tocht droog te blijven.
よう
「よう」 maakt hier samen met 「濡れない」 en 「して」 deel uit van 「濡れないようにしてください」, met de betekenis ‘zorg ervoor dat je niet nat wordt’. Het patroon werkwoord in de ontkennende vorm + 「ように」 wordt gebruikt om een doel of voorzorg uit te drukken.
して
「して」 is de te-vorm van する en verbindt hier 「濡れないように」 met 「ください」 in het beleefde verzoek om droog te blijven. Het patroon te-vorm + 「ください」 gebruik je om iemand vriendelijk te vragen een bepaalde voorzorg of handeling te nemen.