Aanwijzen en bezit | Leer chinees in het Nederlands

Chinese lesson set in a contemporary Shanghai everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic pointing and belonging..

NL → ZH / Niveau: A1

Over deze les

Met Aanwijzen en bezit oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het chinees.

Dialoog

A

这是什么?

Zhè shì shénme? Wat is dit?
B

那是什么?

Nà shì shénme? Wat is dat?
A

那是谁?

Nà shì shéi? Wie is dat?
B

哪一个是你的?

Nǎ yí ge shì nǐ de? Welke is van jou?
A

这个是我的。

Zhè ge shì wǒ de. Deze is van mij.
B

那个是你的。

Nà ge shì nǐ de. Die is van jou.

Woord voor woord

“这” betekent in “这是什么?”: dit, voor iets dat wordt aangewezen of dichtbij is. Het staat hier vóór “是” in een vraag naar de identiteit van iets. Gebruik “这是什么?” wanneer je vraagt wat een zichtbaar voorwerp is.
“是” verbindt in “这是什么?” en “那是谁?” het aangewezen onderwerp met wat of wie het is; hier betekent het ongeveer is. Het staat na “这” of “那” en vóór “什么” of “谁”. Gebruik dezelfde structuur om naar de identiteit van iets of iemand te vragen.
什么 “什么” betekent in “这是什么?” en “那是什么?”: wat. Het vraagt naar de identiteit of aard van een ding en staat na “是”. Gebruik “这是什么?” wanneer je wilt weten wat een aangewezen voorwerp is.
“那” betekent in “那是什么?” en “那是谁?”: dat, voor iets of iemand die wordt aangewezen. In “那个是你的。” staat het aan het begin van “那个” en verwijst het naar dat ene ding. Gebruik “那是什么?” om naar een aangewezen voorwerp te vragen.
“谁” betekent in “那是谁?”: wie, en vraagt naar de identiteit van een persoon. Het staat na “是” in deze vraag. Gebruik “那是谁?” wanneer je wilt weten wie de aangewezen persoon is.
“哪” betekent in “哪一个是你的?”: welke, wanneer je uit meerdere mogelijkheden kiest. Het vormt hier samen met “个” de uitdrukking “哪一个”, welke één. Gebruik “哪一个是你的?” om te vragen welk exemplaar van iemand is.
“个” staat in “哪一个” en helpt daar één exemplaar of ding aan te duiden. Samen met “哪” vormt het de keuzevraag “哪一个是你的?”. Gebruik “哪一个” wanneer je vraagt welk afzonderlijk ding bedoeld wordt.
“你” verwijst in “你的” naar de persoon tegen wie wordt gesproken: jij. In “哪一个是你的?” is “你” de bezitter; de betekenis ‘van jou’ komt uit de hele vorm “你的”. Gebruik “你的” om aan te geven dat iets van de gesprekspartner is.
“的” staat in “你的” en “我的” na de persoon die iets bezit en maakt daarvan een bezitsuitdrukking. De betekenis ‘van jou’ of ‘van mij’ komt uit de hele vorm, niet uit “的” alleen. Gebruik “你的” en “我的” zoals in “哪一个是你的?” en “这个是我的。”.
“我” verwijst in “我的” naar de spreker: ik of mij. In “这个是我的。” is “我” de bezitter; de betekenis ‘van mij’ komt uit de hele vorm “我的”. Gebruik “我的” om aan te geven dat iets van de spreker is.

Grammatica

这/那 + 是 + 什么/谁?

这是什么?

Zhè shì shénme?

Wat is dit?

In het Chinees blijft het vraagwoord op de plaats van het antwoord: ‘wat’ staat na 是.

我的/你的 = voornaamwoord + 的

这是我的。

Zhè shì wǒ de.

Dit is van mij.

的 maakt van 我的 of 你的 een bezitsvorm; het zelfstandig naamwoord kan worden weggelaten als het duidelijk is.

Chinees woordenschat

哪一个 voornaamwoord
nǎ yí ge welke

哪一个是你的?

voornaamwoord
dat

那是什么?

那个 voornaamwoord
nà ge die

那个是你的。

你的 voornaamwoord
nǐ de jouw

哪一个是你的?

voornaamwoord
shéi wie

那是谁?

什么 voornaamwoord
shénme wat

这是什么?

werkwoord
shì zijn

这是什么?

我的 voornaamwoord
wǒ de mijn

这个是我的。

voornaamwoord
zhè dit

这是什么?

这个 voornaamwoord
zhè ge deze

这个是我的。

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

mijn

Antwoord tonen我的

jouw

Antwoord tonen你的

wat

Antwoord tonen什么

die

Antwoord tonen那个