Over deze les
Met Dichtbij wonen en naar de les gaan oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het chinees.
Dialoog
A
你住在哪里?
Nǐ zhù zài nǎlǐ? Waar woon je?
B
我住在附近。
Wǒ zhù zài fùjìn. Ik woon vlakbij.
A
你怎么来这里?
Nǐ zěnme lái zhèlǐ? Hoe kom je hier?
B
晴天我骑自行车。
Qíngtiān wǒ qí zìxíngchē. Op zonnige dagen fiets ik.
A
下雨天呢?
Xiàyǔ tiān ne? En op regenachtige dagen?
B
下雨时我坐公交车。
Xiàyǔ shí wǒ zuò gōngjiāochē. Als het regent, neem ik de bus.Woord voor woord
你
In 你住在哪里? betekent 你 ‘jij’: de persoon tot wie wordt gesproken. Het staat hier vóór de handeling 住; een bruikbaar patroon is 你 + werkwoord.
住
In 你住在哪里? betekent 住 ‘wonen’. Het wordt hier gebruikt om naar iemands woonplaats te vragen, in het patroon 住在 + plaats, zoals in 住在哪里. Je gebruikt dit wanneer je wilt zeggen of vragen waar iemand woont.
在
In 你住在哪里? koppelt 在 het wonen aan een plaats: waar iemand woont. Het staat hier vóór 哪里; een bruikbaar patroon is 在 + plaats.
哪里
In 你住在哪里? betekent 哪里 ‘waar’ en vraagt het naar de woonplaats. Het staat na 在 in 住在哪里; gebruik het na 在 wanneer je naar een locatie vraagt.
我
In 我住在附近 en 晴天我骑自行车 betekent 我 ‘ik’. Het is hier de persoon die woont of fietst en staat vóór de handeling. Een bruikbaar patroon is 我 + handeling.
附近
In 我住在附近 betekent 附近 ‘in de buurt’ of ‘de omgeving dichtbij’. Er wordt geen specifieke plaats genoemd; de woonplaats wordt alleen als nabij aangeduid. Een bruikbaar patroon is 住在附近 wanneer je zegt dat je dichtbij woont.
怎么
In 你怎么来这里? betekent 怎么 ‘hoe’ en vraagt het naar de manier waarop iemand hier komt. Het staat vóór 来 in 怎么来这里; een bruikbaar patroon is 怎么 + werkwoord om naar een manier te vragen.
来
In 你怎么来这里? betekent 来 ‘komen’, namelijk naar de plaats waar de gesprekspartners zijn. Het staat vóór 这里 in 来这里. Je gebruikt het wanneer je vraagt of beschrijft hoe iemand naar een bepaalde plek komt.
这里
In 你怎么来这里? betekent 这里 ‘hier’ en verwijst het naar de plek van de gesprekspartners, in deze les het klaslokaal. Het staat na 来 in 来这里; een bruikbaar patroon is werkwoord + 这里.
晴天
In 晴天我骑自行车 betekent 晴天 ‘een zonnige dag’ en geeft het de weersomstandigheid aan. Het staat aan het begin van de zin vóór de handeling 我骑自行车. Je gebruikt het om te zeggen wat je op zonnige dagen doet.
骑
In 我骑自行车 betekent 骑 ‘rijden’ of ‘berijden’, hier met de fiets als vervoermiddel. Het voorwerp 自行车 volgt in 骑自行车. Je gebruikt dit patroon wanneer je zegt dat je op de fiets gaat.
自行车
In 我骑自行车 betekent 自行车 ‘fiets’ en is het het vervoermiddel waarop de spreker rijdt. Het staat na 骑 in 骑自行车. Een bruikbaar patroon is 骑 + 自行车.
下雨天
In 下雨天呢? betekent 下雨天 ‘een regenachtige dag’ en introduceert het een ander weertype. Samen met 呢 vormt het een vervolgvraag over wat er op zulke dagen gebeurt. Je gebruikt het om naar een situatie op regenachtige dagen te vragen.
呢
In 下雨天呢? is 呢 een partikel dat de eerdere context voortzet als vervolgvraag, ongeveer ‘en op regenachtige dagen dan?’. Het staat direct na het onderwerp of de gesprekstopic 下雨天. Een bruikbaar patroon is een topic + 呢 wanneer je vraagt hoe het daarmee zit.
下雨
In 下雨时 betekent 下雨 ‘het regent’ of ‘het regenen’ en noemt het de weersgebeurtenis. Met 时 ontstaat de tijdsaanduiding 下雨时, ‘wanneer het regent’. Je gebruikt dit om aan te geven wat je tijdens regen doet.
时
In 下雨时 betekent 时 ‘wanneer’ of ‘op het moment dat’ en maakt het van 下雨 een tijdsaanduiding. Het staat na de gebeurtenis in 下雨时. Een bruikbaar patroon is gebeurtenis + 时 om te zeggen wanneer iets gebeurt.
坐
In 坐公交车 betekent 坐 hier ‘de bus nemen’ of ‘met de bus reizen’, niet alleen ‘zitten’. Het vervoermiddel 公交车 volgt direct in 坐公交车. Je gebruikt dit patroon wanneer je zegt dat je met de bus gaat.
公交车
In 坐公交车 betekent 公交车 ‘bus’ en is het het vervoermiddel dat de spreker neemt wanneer het regent. Het staat na 坐 in 坐公交车. Een bruikbaar patroon is 坐 + 公交车.
Grammatica
住 + 哪里
你住在哪里?
nǐ zhù zài nǎlǐWaar woon je?
Het vraagwoord 哪里 staat na het werkwoord, niet aan het begin zoals in het Nederlands.
怎么 + 来
你怎么来这里?
nǐ zěnme lái zhèlǐHoe kom je hier?
怎么 staat vóór het werkwoord en vraagt naar de manier waarop iemand komt.
Chinees woordenschat
附近
zelfstandig naamwoord
fùjìn
in de buurt
来
werkwoord
lái
komen
哪里
voornaamwoord
nǎlǐ
waar
你
voornaamwoord
nǐ
jij
你住在哪里
uitdrukking
nǐ zhù zài nǎlǐ
Waar woon je?
骑
werkwoord
qí
rijden
晴天
zelfstandig naamwoord
qíngtiān
zonnige dag
我
voornaamwoord
wǒ
ik
怎么
bijwoord
zěnme
hoe
这里
voornaamwoord
zhèlǐ
hier
住
werkwoord
zhù
wonen
自行车
zelfstandig naamwoord
zìxíngchē
fiets
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
Waar woon je?
Antwoord tonen
你住在哪里waar
Antwoord tonen
哪里hier
Antwoord tonen
这里fiets