수업
“수업” betekent hier ‘les’ of ‘lesuur’. In “수업 후에는” en “수업 후에도” verwijst het naar de taalles die net afgelopen is. Je gebruikt het in een school- of cursuscontext om over een les te spreken.
후에는
“후에는” betekent hier ‘na ...’ en zet een tijdskader neer: na de les. “후” betekent ‘na’ en “는” maakt dit tijdstip tot het onderwerp of kader van de vraag. In “수업 후에는 뭐 해요?” vraag je wat iemand na de les doet.
뭐
“뭐” betekent ‘wat’ en vraagt hier naar een activiteit. In “뭐 해요?” staat het vóór de werkwoordsvorm om te vragen wat iemand doet. Je gebruikt het in een alledaagse vraag naar iemands handeling of plan.
해요
“해요” betekent hier ‘doen’ en is de beleefde, gesprekstaalvorm van 하다. In “뭐 해요?” vormt het samen met “뭐” de vraag ‘Wat doe je?’. Je gebruikt deze vorm om beleefd naar een handeling te vragen of een handeling te beschrijven.
저는
“저는” betekent ‘ik’ met de betekenis ‘wat mij betreft’ of ‘ik als onderwerp’. “저” is de beleefde vorm voor ‘ik’ en “는” markeert het onderwerp. In “저는 여기 남아서 복습해요” vertel je wat jij na de les doet.
여기
“여기” betekent ‘hier’ en verwijst naar de plaats waar de spreker zich bevindt. In “저는 여기 남아서” is dat de plaats waar de spreker blijft. Hetzelfde plaatswoord komt later terug in “여기서” voor de plaats waar de handeling gebeurt.
남아서
“남아서” betekent hier ‘blijven en daarna ...’. Het komt van 남다 en verbindt het blijven met de volgende handeling in “남아서 복습해요”. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand op een plaats blijft om vervolgens iets anders te doen.
복습해요
“복습해요” betekent ‘herhalen’ of ‘de les opnieuw doornemen’ en is de beleefde vorm van 복습하다. In deze dialoog gaat het om het opnieuw bestuderen van de les. In “같이 복습해요” wordt het gebruikt als voorstel om samen te herhalen.
우리
“우리” betekent hier ‘wij’ of ‘ons’ en verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. In “우리 이 교실을” is het de groep die het lokaal wil gebruiken. Je gebruikt het vóór een handeling wanneer je jezelf en anderen samen bedoelt.
이
“이” betekent ‘dit’ en staat direct vóór het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst. In “이 교실을” gaat het om dit specifieke klaslokaal. Een bruikbaar patroon is “이” vóór een zelfstandig naamwoord om iets dichtbij of concreet aan te wijzen.
교실을
“교실을” betekent ‘het klaslokaal’ als voorwerp van de handeling. “교실” betekent ‘klaslokaal’ en “을” markeert het als object van “써도”. In “이 교실을 조금 더 써도 돼요?” vraag je toestemming om dit lokaal te gebruiken.
조금
“조금” betekent ‘een beetje’ en verzacht hier het verzoek. In “조금 더” geeft het aan dat er slechts een kleine extra hoeveelheid of tijd bedoeld is. Je gebruikt het vaak vóór een uitdrukking die een hoeveelheid of graad aangeeft.
더
“더” betekent ‘meer’ en betekent hier, samen met de context, ‘langer’. In “조금 더 써도 돼요?” gaat het om het lokaal nog wat langer gebruiken. Het patroon “조금 더” helpt om een kleine uitbreiding van tijd of hoeveelheid uit te drukken.
써도
“써도” betekent hier ‘als we het gebruiken’ binnen de toestemmingconstructie “써도 돼요?”. Het komt van 쓰다 en krijgt de vorm 써도 vóór de uitdrukking voor toestemming. Je gebruikt dit patroon om te vragen of een bepaalde handeling mag.
돼요
“돼요” draagt hier de betekenis ‘mag’ of ‘is toegestaan’ in combinatie met een voorafgaande handeling. Het komt van 되다 en staat in “써도 돼요?” en “있어도 돼요”. De volledige uitdrukking, niet “돼요” alleen, vraagt of iets toegestaan is.
후에도
“후에도” betekent hier ‘ook na ...’ of ‘zelfs na ...’. “후” betekent ‘na’, “에” markeert het tijdstip en “도” voegt de betekenis ‘ook’ toe. In “수업 후에도” wordt gezegd dat men ook na de les mag blijven.
우리는
“우리는” betekent ‘wij’ met de betekenis ‘wat ons betreft’. “우리” betekent ‘wij’ en “는” markeert het onderwerp. In “우리는 여기 있어도 돼요” geeft de vorm aan dat de toestemming voor de hele groep geldt.
있어도
“있어도” betekent hier ‘blijven’ of ‘aanwezig blijven’ binnen “있어도 돼요”. Het komt van 있다 en staat vóór de uitdrukking die toestemming geeft. In deze dialoog wordt ermee gevraagd of de groep na de les in het lokaal mag blijven.
그걸
“그걸” betekent ‘dat’ of ‘dat ding’ als object van de volgende handeling. In “그걸 알면” verwijst het naar de zojuist genoemde informatie dat men na de les mag blijven. Je gebruikt het vóór een werkwoord wanneer je naar een eerder genoemd feit of voorwerp verwijst.
알면
“알면” betekent ‘als je dat weet’ of ‘wanneer je dat weet’. Het komt van 알다 en de vorm “면” maakt er een voorwaarde van. In “그걸 알면 도움이 돼요” wordt uitgelegd dat deze informatie nuttig is zodra je haar kent.
도움이
“도움이” betekent ‘hulp’ of ‘nuttigheid’ als onderwerp van de uitdrukking “도움이 돼요”. “도움” betekent ‘hulp’ en “이” markeert het als datgene wat nuttig is. In deze dialoog betekent “도움이 돼요” dat de informatie behulpzaam is.
그럼
“그럼” betekent ‘dan’ of ‘in dat geval’ en vormt hier de overgang naar een voorstel. In “그럼 여기서 같이 복습해요” volgt het voorstel logisch op de informatie over het lokaal. Je gebruikt het wanneer je op basis van wat iemand net zei een volgende stap voorstelt.
여기서
“여기서” betekent ‘hier’ als plaats waar de handeling plaatsvindt. In “여기서 같이 복습해요” geeft het aan dat het samen herhalen in deze ruimte gebeurt. Je gebruikt het om de plaats van een activiteit aan te wijzen.
같이
“같이” betekent ‘samen’ en geeft aan dat de spreker de activiteit met de andere persoon wil doen. In “같이 복습해요” gaat het om gezamenlijk de les herhalen. Je gebruikt het vóór een werkwoord om een gedeelde activiteit voor te stellen.