불이
In deze dialoog betekent "불이" ‘het licht’ en is het onderwerp van "불이 안 켜져요". "불" betekent ‘licht’ en "이" markeert het onderwerp. Gebruik deze vorm wanneer je zegt wat er met het licht gebeurt, bijvoorbeeld bij het melden van een probleem.
안
"안" ontkent hier dat het licht aangaat in "불이 안 켜져요". Het staat vóór de werkwoordsvorm om aan te geven dat de handeling of toestand niet plaatsvindt. Dit is een veelgebruikt patroon: 안 + werkwoord.
켜져요
"켜져요" betekent hier dat het licht aangaat of brandt; in "불이 안 켜져요" gaat het licht niet aan. De basisvorm is 켜지다, en deze vorm wordt beleefd gebruikt in een mededeling. Een nieuw voorbeeld is: "불이 켜져요" — ‘Het licht gaat aan.’
스위치를
"스위치를" betekent ‘de schakelaar’ als object in "스위치를 확인했어요". "스위치" is ‘schakelaar’ en "를" markeert het object van de controle. Gebruik het patroon voor een object gevolgd door 확인하다 wanneer je iets controleert.
확인했어요
"확인했어요" betekent hier ‘heeft gecontroleerd’ of ‘heb gecontroleerd’: de controle van de schakelaar is al uitgevoerd. De basisvorm is 확인하다. In "스위치를 확인했어요" staat het gecontroleerde object vóór deze werkwoordsvorm; je kunt dit gebruiken als antwoord wanneer iemand vraagt of je iets hebt nagekeken.
그런데
"그런데" betekent hier ‘maar’ of ‘echter’ en leidt een onverwacht vervolg in: na de controle werkt het licht nog steeds niet. Het verbindt een eerder feit met een nieuw resultaat of probleem. Gebruik het vaak om na een mededeling een tegenstelling of wending in te leiden.
아직도
"아직도" betekent ‘nog steeds’ en geeft in "아직도 안 켜져요" aan dat het probleem voortduurt. Het benadrukt dat de toestand ondanks de controle niet veranderd is. Gebruik het vóór de werkwoordsvorm wanneer je zegt dat iets blijft voortduren.
전구가
"전구가" betekent ‘de gloeilamp’ als onderwerp in "전구가 오래됐을지도 몰라요". "전구" is ‘gloeilamp’ en "가" markeert wat mogelijk oud is. Gebruik deze vorm wanneer je een mogelijke oorzaak of toestand van de gloeilamp beschrijft.
오래됐을지도
"오래됐을지도" geeft aan dat de gloeilamp misschien oud is geworden in "전구가 오래됐을지도 몰라요". De basisvorm is 오래되다; de vorm met "-을지도" drukt mogelijkheid uit. Je gebruikt dit wanneer je een voorzichtige verklaring voor een probleem geeft.
몰라요
"몰라요" betekent letterlijk ‘weet niet’ en maakt in "오래됐을지도 몰라요" de onzekerheid duidelijk: misschien is de gloeilamp oud. De basisvorm is 모르다. De uitdrukking wordt gebruikt wanneer je geen zekerheid over een mogelijke verklaring wilt geven.
방이
"방이" betekent ‘de kamer’ als onderwerp in "방이 지금 너무 어두워요". "방" is ‘kamer’ en "이" markeert het onderwerp. Gebruik deze vorm wanneer je de toestand van de kamer beschrijft.
지금
"지금" betekent ‘nu’ en verwijst in "방이 지금 너무 어두워요" naar het huidige moment. Het is een tijdsaanduiding die de beschreven toestand nader bepaalt. Gebruik het vóór de rest van de zin wanneer je over de huidige situatie spreekt.
너무
"너무" betekent hier ‘te’ of ‘erg’ in "너무 어두워요" en versterkt de mate van duisternis. Het staat vóór de beschrijving die het versterkt. Gebruik het patroon 너무 + beschrijving wanneer iets een te sterke of opvallende eigenschap heeft.
어두워요
"어두워요" betekent ‘is donker’ in "방이 지금 너무 어두워요". De basisvorm is 어둡다, en deze vorm beschrijft hier de toestand van de kamer. Een nieuw voorbeeld is: "방이 어두워요" — ‘De kamer is donker.’
작은
"작은" betekent ‘kleine’ en beschrijft in "작은 램프" het formaat van de lamp. De basisvorm is 작다; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het deze vorm. Gebruik het patroon beschrijvend woord + zelfstandig naamwoord, zoals "작은 램프".
램프를
"램프를" betekent ‘de lamp’ als object in "작은 램프를 가져올 수 있어요". "램프" is ‘lamp’ en "를" markeert het object dat wordt meegebracht. Gebruik deze vorm wanneer je de lamp als voorwerp van een handeling noemt.
가져올
"가져올" betekent hier ‘brengen’ in de mogelijkheid uitgedrukte combinatie "가져올 수 있어요". De basisvorm is 가져오다, en deze vorm staat vóór "수" in het patroon voor ‘kunnen’. Een nieuw voorbeeld is: "물을 가져올 수 있어요" — ‘Ik kan water brengen.’
수
"수" drukt in "가져올 수 있어요" de mogelijkheid uit om iets te doen. Samen met een werkwoordsvorm ervoor en "있어요" erna vormt het het patroon V-(으)ㄹ 수 있어요, ‘kunnen’. Gebruik dit patroon om een mogelijkheid of bekwaamheid uit te drukken.
있어요
"있어요" is hier het laatste deel van "가져올 수 있어요" en maakt duidelijk dat iets mogelijk is: ‘kan brengen’. De basisvorm is 있다, maar in deze combinatie gaat het niet om ergens aanwezig zijn. Gebruik het patroon V-(으)ㄹ 수 있어요 wanneer je beleefd zegt dat iemand iets kan doen.
나중에
"나중에" betekent ‘later’ in "나중에 전구를 바꿔야 해요". Het geeft aan dat het vervangen niet nu, maar op een later moment moet gebeuren. Gebruik het vóór een geplande of noodzakelijke handeling om het tijdstip uit te stellen.
전구를
"전구를" betekent ‘de gloeilamp’ als object in "전구를 바꿔야 해요". "전구" is ‘gloeilamp’ en "를" markeert het object van het vervangen. Gebruik deze vorm wanneer je zegt welk voorwerp vervangen of veranderd moet worden.
바꿔야
"바꿔야" markeert in "바꿔야 해요" dat de gloeilamp vervangen moet worden. De basisvorm is 바꾸다; deze vorm geeft samen met "해요" een noodzakelijke handeling aan. Gebruik het patroon object + 바꿔야 해요 wanneer je beleefd zegt dat iets vervangen moet worden.
해요
"해요" is hier het laatste deel van "바꿔야 해요" en maakt van de voorafgaande handeling een beleefde verplichting. De basisvorm is 하다, maar in deze combinatie betekent het geheel ‘moeten’. Een nieuw voorbeeld is: "가야 해요" — ‘Ik moet gaan.’
바꿀
"바꿀" betekent in "바꿀 때까지" de handeling ‘vervangen’ die als tijdsreferentie dient. De basisvorm is 바꾸다, en deze vorm staat vóór "때". Gebruik het patroon V-(으)ㄹ 때 wanneer je verwijst naar het moment waarop een handeling plaatsvindt.
때까지
"때까지" betekent ‘totdat’ of ‘tot het moment dat’ in "바꿀 때까지". Het geeft de grens aan tot wanneer de lamp gebruikt moet worden. Gebruik het na een tijdstip of een handeling wanneer iets doorgaat tot dat moment.
그
"그" betekent ‘die’ of ‘dat’ en verwijst in "그 램프를 사용하세요" naar de eerder genoemde lamp. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord dat het bepaalt. Gebruik het patroon 그 + zelfstandig naamwoord wanneer je naar een al bekende zaak verwijst.
사용하세요
"사용하세요" betekent ‘gebruik alstublieft’ en is in deze dialoog een beleefde instructie om de lamp te gebruiken. De basisvorm is 사용하다. Gebruik deze vorm wanneer je iemand beleefd vraagt of opdraagt iets te gebruiken, met het object ervoor.