저는
“저는” betekent hier “ik” als onderwerp van de zin, met nadruk op de spreker als onderwerp. Het bestaat uit “저” en de onderwerpmarkeerder “는”. Gebruik ook een zelfstandig naamwoord plus “는” om het onderwerp of thema aan te geven.
이
“이” betekent hier “deze” en staat direct vóór “공용 주방” om naar deze gedeelde keuken te verwijzen. Het is een aanwijzend woord dat een zelfstandig naamwoord nader bepaalt. Gebruik “이” vóór iets dat dichtbij of in de huidige situatie aanwezig is.
공용
“공용” betekent hier “gemeenschappelijk” of “voor gedeeld gebruik” en bepaalt “주방” nader. Samen betekent “공용 주방” een keuken die door meerdere mensen wordt gebruikt. Je kunt “공용” ook vóór andere voorzieningen voor gedeeld gebruik zetten.
주방을
“주방을” betekent hier “de keuken” als voorwerp van “gebruiken”. De vorm bestaat uit “주방” en de voorwerpsmarkeerder “을”. Gebruik een zelfstandig naamwoord plus “을” wanneer het de handeling rechtstreeks ondergaat.
처음
“처음” betekent hier “voor het eerst” in de uitdrukking “처음 써요”. Het geeft aan dat dit de eerste keer is dat de spreker de keuken gebruikt. Een veelgebruikt patroon is “처음 + werkwoord” voor iets voor de eerste keer doen.
써요
“써요” betekent hier “gebruik” in “deze keuken voor het eerst gebruiken”. Het is de beleefde vorm die in de dialoog wordt gebruikt van “쓰다”. Gebruik “써요” bijvoorbeeld met een voorwerp of voorziening die je gebruikt.
무엇을
“무엇을” betekent hier “wat” als voorwerp van “weten”. De vorm vraagt welke informatie de spreker moet weten en bevat de voorwerpsmarkeerder “을”. Gebruik “무엇을” vóór een werkwoord wanneer je vraagt wat iemand weet, doet of nodig heeft.
알아야
“알아야” draagt in “알아야 해요” de betekenis “moeten weten”. Het komt van “알다” en markeert samen met “해요” de noodzakelijkheid van het weten. Gebruik het patroon “알아야 해요” wanneer iemand bepaalde informatie nodig heeft.
해요
“해요” betekent op zichzelf “doen”, maar vormt hier samen met “알아야” de beleefde uitdrukking voor “moeten weten”. De vorm maakt de uitdrukking beleefd in de vraag. In hetzelfde patroon staat een vorm op “-아야/-어야” vóór “해요”.
조리대는
“조리대는” betekent hier “wat het aanrecht betreft” en introduceert het aanrecht als onderwerp van de instructie. De vorm bestaat uit “조리대” en “는”. Gebruik “는” om een onderwerp of thema van een mededeling naar voren te brengen.
깨끗하게
“깨끗하게” betekent hier “schoon” of “op een schone manier” en beschrijft hoe het aanrecht leeg moet worden gehouden. Het staat vóór “비워” en geeft dus de gewenste toestand aan. Een bijvoeglijke vorm op “-하게” kan zo een handeling nader beschrijven.
비워
“비워” betekent hier “maak leeg” of “houd leeg” in “깨끗하게 비워 두고”. Het komt van “비우다” en verbindt deze handeling met de volgende instructie. Gebruik “비우다” met een ruimte, tafel of andere plaats die vrij moet worden gemaakt.
두고
“두고” betekent hier dat je het aanrecht leeg laat of in die toestand houdt, waarna je verdergaat met de volgende handeling. Het komt van “두다” en verbindt “비워” met “치우세요”. Het patroon “-아/어 두고” kan aangeven dat je iets in een bepaalde toestand achterlaat voordat je verdergaat.
요리한
“요리한” betekent hier “gekookt of bereid” in de tijdsaanduiding “na het koken”. Het komt van “요리하다” en staat vóór “뒤” om de voorafgaande handeling te benoemen. Gebruik “werkwoord + -(으)ㄴ 뒤” voor “nadat je iets hebt gedaan”.
뒤
“뒤” betekent hier “na” of “erna” in “요리한 뒤”. Het verwijst naar het moment na het koken. Gebruik “werkwoord + 뒤” om aan te geven welke handeling eerst komt en welke daarna.
바로
“바로” betekent hier “meteen” of “direct”. Het benadrukt dat het opruimen onmiddellijk na het koken moet gebeuren. Gebruik “바로” vóór een werkwoord om aan te geven dat iets zonder wachten gebeurt.
치우세요
“치우세요” betekent hier “ruim op” als een beleefde instructie. Het komt van “치우다” en wordt gebruikt om spullen of een ruimte weg te ruimen. Gebruik deze vorm wanneer je iemand op beleefde wijze vraagt iets op te ruimen.
제가
“제가” betekent hier “ik” als onderwerp van de handeling “wassen”. Het markeert de spreker als degene die de pan wast. Gebruik “제가” wanneer je jezelf als onderwerp van een handeling noemt.
팬을
“팬을” betekent hier “de pan” als voorwerp van “wassen”. De vorm bestaat uit “팬” en de voorwerpsmarkeerder “을”. Gebruik een zelfstandig naamwoord plus “을” voor het voorwerp dat je wast, neerzet of verplaatst.
씻은
“씻은” betekent hier “gewassen” in “nadat ik de pan heb gewassen”. Het komt van “씻다” en staat vóór “뒤” om de eerdere handeling aan te geven. Gebruik “werkwoord + -(으)ㄴ 뒤” voor een tijdstip na een voltooide handeling.
뒤에는
“뒤에는” betekent hier “erna” of “na dat moment”, met nadruk op de tijd waarop de pan gewassen is. Het bestaat uit “뒤” en “에는”, waardoor dat tijdstip als thema wordt gemarkeerd. Gebruik het bijvoorbeeld in “iets를 한 뒤에는” wanneer je wilt zeggen wat daarna moet gebeuren.
그
“그” verwijst hier naar de eerder genoemde pan en betekent “die” of “de betreffende”. Het staat vóór “팬” in de betekenis van “die pan”. Gebruik “그” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets eerder genoemde verwijst.
어디에
“어디에” betekent hier “waar” of “op welke plaats” en vraagt naar de plaats waar de pan moet worden neergezet. De vorm bestaat uit “어디” en de plaatsmarkeerder “에”. Gebruik “어디에” vóór werkwoorden zoals “놓다” om naar een bestemming of plaats te vragen.
놓아야
“놓아야” betekent hier “moeten neerzetten” in “어디에 놓아야 해요?”. Het komt van “놓다” en markeert samen met “해요” wat noodzakelijk is. Gebruik het patroon “어디에 놓아야 해요?” om beleefd te vragen waar iets moet worden neergezet.
팬이
“팬이” betekent hier “de pan” als onderwerp van de toestand “droog worden”. De vorm bestaat uit “팬” en de onderwerpmarkeerder “이”. Gebruik een zelfstandig naamwoord plus “이” wanneer dat zelfstandig naamwoord de toestand of verandering beschrijft.
마르면
“마르면” betekent hier “als of wanneer de pan droog is”. Het komt van “마르다” en de uitgang “-면” maakt een voorwaarde of tijdstip. Gebruik “-면” met een werkwoord of toestand om “als” of “wanneer” uit te drukken.
싱크대
“싱크대” betekent hier “gootsteen” en is het oriëntatiepunt voor de plank. In “싱크대 옆의” gaat het om de plaats naast de gootsteen. Gebruik “싱크대” voor de gootsteen in een keuken.
옆의
“옆의” betekent hier “naastgelegen” of “aan de zijkant van” en beschrijft de plank ten opzichte van de gootsteen. Het staat in “싱크대 옆의 아래쪽 선반”. Gebruik het patroon “zelfstandig naamwoord + 옆의 + zelfstandig naamwoord” voor iets dat naast een ander ding ligt.
아래쪽
“아래쪽” betekent hier “het onderste gedeelte” en bepaalt welke plank bedoeld wordt. Samen met “선반” verwijst het naar de plank aan de onderkant. Gebruik “아래쪽” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je het lagere deel of de lagere positie bedoelt.
선반에
“선반에” betekent hier “op de plank” en geeft de plaats aan waar de pan moet komen. De vorm bestaat uit “선반” en de plaatsmarkeerder “에”. Gebruik “plaats + 에” met werkwoorden zoals “놓다” om aan te geven waar iets wordt neergezet.
놓으세요
“놓으세요” betekent hier “zet neer” of “leg neer” als een beleefde instructie. Het komt van “놓다” en verwijst naar het plaatsen van de pan op de plank. Gebruik deze vorm wanneer je iemand beleefd vraagt iets ergens neer te zetten.
가기
“가기” betekent hier “het weggaan” in “가기 전에”, dus vóórdat de spreker vertrekt. Het komt van “가다” en maakt van de handeling een zelfstandig benoemd moment. Gebruik “werkwoord + -기 전에” voor “voordat je iets doet”.
전에
“전에” betekent hier “voordat” en geeft aan dat het aanrecht afvegen moet gebeuren vóór het weggaan. In “가기 전에” volgt het op de benoemde handeling “gaan”. Gebruik “-기 전에” om een handeling te plaatsen vóór een andere handeling.
조리대를
“조리대를” betekent hier “het aanrecht” als voorwerp van “afvegen”. De vorm bestaat uit “조리대” en de voorwerpsmarkeerder “를”. Gebruik deze vorm wanneer het aanrecht rechtstreeks wordt schoongemaakt of afgeveegd.
닦아야
“닦아야” betekent hier “moeten afvegen” in de vraag “닦아야 해요?”. Het komt van “닦다” en geeft samen met “해요” aan dat afvegen noodzakelijk is. Gebruik het patroon “무엇을 닦아야 해요?” om beleefd te vragen wat je moet afvegen.
닦고
“닦고” betekent hier “veeg af en” en verbindt het afvegen van het aanrecht met het opruimen van de gebruikte spullen. Het komt van “닦다” en gebruikt “-고” om handelingen te verbinden. Gebruik “-고” om twee opeenvolgende of samenhangende handelingen te noemen.
사용한
“사용한” betekent hier “gebruikt” in “사용한 것”, dus dingen die gebruikt zijn. Het komt van “사용하다” en staat vóór “것” om die dingen te beschrijven. Gebruik “werkwoord + -(으)ㄴ 것” wanneer je verwijst naar iets dat je hebt gedaan of gebruikt.
것은
“것은” betekent hier “wat betreft de dingen” of “de dingen die”, in combinatie met “사용한” als “de dingen die gebruikt zijn”. De vorm bestaat uit “것” en de onderwerpmarkeerder “은”. Gebruik “werkwoord + 것” om een handeling of de dingen die ermee samenhangen als een geheel te benoemen.
모두
“모두” betekent hier “alles” of “allemaal” en benadrukt dat alle gebruikte spullen moeten worden opgeruimd. Het staat vóór “치워” en bepaalt de omvang van de handeling. Gebruik “모두” wanneer geen enkel onderdeel moet worden overgeslagen.
치워
“치워” betekent hier “ruim op” in combinatie met “주세요”. Het komt van “치우다” en verbindt de opruimhandeling met het beleefde verzoek. Gebruik “-아/어 주세요” na deze vorm om iemand beleefd te vragen iets op te ruimen.
주세요
“주세요” maakt het verzoek beleefd in “치워 주세요” en betekent daar ongeveer “alstublieft, doe dat”. Het staat na de verbonden werkwoordsvorm “치워”. Gebruik “-아/어 주세요” voor een beleefd verzoek om een handeling uit te voeren.
더
“더” betekent hier “nog” of “meer” in de vraag of er nog iets extra’s gecontroleerd moet worden. Het staat vóór “확인해야 할 것이 있어요”. Gebruik “더” wanneer je vraagt naar aanvullende handelingen, informatie of zaken.
확인해야
“확인해야” betekent hier “moeten controleren” in “확인해야 할 것”, dus iets dat nog gecontroleerd moet worden. Het komt van “확인하다” en drukt noodzakelijkheid uit binnen de langere beschrijving vóór “것”. Gebruik “확인해야 할 것” voor “iets dat gecontroleerd moet worden”.
할
“할” betekent hier “te doen” of “dat men moet doen” in “확인해야 할 것”. Het komt van “하다” en staat vóór “것” om te beschrijven welke handeling bedoeld wordt. Gebruik “할 것” na een werkwoordelijke beschrijving voor iets dat gedaan moet worden.
것이
“것이” betekent hier “iets” als onderwerp van “있어요”, namelijk iets dat nog gecontroleerd moet worden. Het bestaat uit “것” en de onderwerpmarkeerder “이”. Gebruik “-할 것이 있어요?” om te vragen of er iets is dat gedaan moet worden.
있어요
“있어요” betekent hier “er is” of “zijn er” en vraagt of er nog iets bestaat dat gecontroleerd moet worden. Het is de beleefde vorm die een aanwezigheid of bestaan uitdrukt. Gebruik “있어요?” na een zelfstandig naamwoord om te vragen of iets aanwezig of beschikbaar is.
다음
“다음” betekent hier “volgende” en beschrijft de persoon die na de huidige gebruiker komt. Het staat direct vóór “사람”. Gebruik “다음” vóór een zelfstandig naamwoord voor de volgende persoon, plaats of stap.
사람을
“사람을” betekent hier “de persoon” in de uitdrukking “voor de volgende persoon”. De vorm bevat “사람” en “을” in de vaste combinatie vóór “위해”. Gebruik “다음 사람을 위해” om aan te geven dat iets bedoeld is voor degene die daarna komt.
위해
“위해” betekent hier “voor” of “ten behoeve van” in “다음 사람을 위해”. Het geeft het doel of de persoon aan voor wie de ruimte wordt klaargemaakt. Gebruik “iets을/를 위해” om het doel of de begunstigde van een handeling te noemen.
공간을
“공간을” betekent hier “de ruimte” als voorwerp van “voorbereiden”. De vorm bestaat uit “공간” en de voorwerpsmarkeerder “을”. Gebruik een zelfstandig naamwoord plus “을” wanneer je die ruimte klaarmaakt, gebruikt of verandert.
준비해
“준비해” betekent hier “maak klaar” of “bereid voor” in “준비해 두세요”. Het komt van “준비하다” en verbindt het klaarmaken met het achterlaten van de ruimte in die toestand. Gebruik “준비해 두다” wanneer iets klaargemaakt en daarna klaar gehouden moet worden.
두세요
“두세요” betekent hier “laat het zo” of “houd het klaargezet” in “준비해 두세요”. Het komt van “두다” en maakt samen met “준비해” duidelijk dat de ruimte na het klaarmaken gereed moet blijven. Gebruik “-아/어 두세요” voor een beleefde instructie om iets in een bepaalde toestand achter te laten.